Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2017:4944

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
20-09-2017
Datum publicatie
22-09-2017
Zaaknummer
C/01/324936 / KG ZA 17-535
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

IE-zaak. Partijen maken over en weer inbreuk op elkaars auteursrechten. Belangenafweging

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: C/01/324936 / KG ZA 17-535

Vonnis in kort geding van 20 september 2017

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. P.C. van den Berg te Utrecht,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. D.M. Lamers te Eindhoven.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 30 augustus 2017 met producties 1 tot en met 14;

  • -

    de eis in reconventie van met producties 1 tot en met 19;

  • -

    de mondelinge behandeling van 6 september 2017 te 14.00 uur;

  • -

    de pleitnota van mr. Van den Berg namens [eiseres] ;

  • -

    de pleitnota van mr. Lamers namens [gedaagde] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald op veertien dagen na de mondelinge behandeling.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] exploiteert de eenmanszaak Plan-point en geeft sinds 2006 de zogenaamde ‘Homeplanner uit. Dit is een kalender met een weekoverzicht en invullijstjes.

2.2.

Op 31 januari 2006 heeft [gedaagde] bij Huijbrechts Notarissen het idee van de Homeplanner neergelegd. Hiervoor is een akte van depot opgesteld en die is in escrow gegeven bij Ideesafe.

2.3.

Op 16 augustus 2007 heeft [eiseres] in samenwerking met Karakter Uitgevers B.V. (hierna: Karakter) de eerste editie van een agenda, met als titel ‘De Organizing Agenda’, voor het jaar 2008 uitgebracht.

2.4.

In 2009 zijn [eiseres] en [gedaagde] met elkaar in contact gekomen en hebben zij besloten te gaan samenwerken.

2.5.

Vanaf 2010 hebben [eiseres] en [gedaagde] , met Plan-Point als uitgever, samen de Organizing Agenda ontwikkeld en voor het jaar 2011 op de markt gebracht.

2.6.

Begin 2017 is er een geschil ontstaan tussen [eiseres] en [gedaagde] , met als gevolg dat partijen hebben besloten hun samenwerking te beëindigen.

2.7.

[gedaagde] heeft voor het jaar 2018 op 28 augustus 2017 de volgende agenda op de markt gebracht:

2.8.

[eiseres] heeft voor het jaar 2018 de volgende agenda ontwikkeld:

2.9.

[eiseres] heeft de samenwerking tussen partijen op 13 maart 2017 beëindigd en [gedaagde] heeft dit bevestigd op 6 april 2017.

2.10.

Op haar professionele Facebookpagina heeft [eiseres] onlangs ten aanzien van een vraag over ingevoerde wijzigingen geantwoord:

“Voor de homeplanner moet je bij plan-point zijn. Die is ongewijzigd. Ik geef de agenda nu zelf uit.”

3 Het geschil in conventie

3.1.

[eiseres] vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

I. [gedaagde] te bevelen om iedere vorm van inbreuk op de intellectuele eigendomsrechten van [eiseres] op de Organizing Agenda te staken en gestaakt te houden, inhoudende onder meer maar niet uitsluitend, het staken en uitbrengen van de Organizing Agenda met de vormgeving en lay-out van de Organizing Agenda van [eiseres] , alsmede het staken van het veroorzaken van verwarring bij het publiek middels een rechtstreeks dan wel indirect door Plan-Point dan wel op persoonlijke titel uit te brengen agenda, die voornoemde vormgeving en lay-out nabootst, ten verbeurte van een direct opeisbare en zonder ingebrekestelling benodigde dwangsom ad € 10.000,-- per overtreding en € 1.000,-- voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, althans een in goede justitie te bepalen bedrag;

II. [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de volledige proceskosten van [eiseres] , ingevolge artikel 1019h Rv, althans in de gebruikelijke proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente, nakosten en wettelijke rente over de nakosten.

3.2.

[eiseres] legt daaraan het volgende ten grondslag.

3.2.1.

[eiseres] is de oorspronkelijke bedenker en originele uitvinder van de Organizing Agenda. De Organizing Agenda draagt het persoonlijke stempel van [eiseres] door haar creatieve keuzes en toepassingen op welke wijze de Organizing Agenda evident het resultaat is van scheppende menselijke arbeid en de creatieve toepassingen door [eiseres] .

3.2.2.

Gelet op het feit dat [eiseres] de Organizing Agenda sinds 2007 zelfstandig exploiteert en pas in 2010 een samenwerking is aangegaan met [gedaagde] voor enkel de exploitatie, behoort de handelsnaam nog steeds aan [eiseres] toe.

3.2.3.

Als gevolg van het handelen van [gedaagde] heeft [eiseres] evident schade geleden en lijdt zij thans nog steeds schade. [gedaagde] is vanwege haar onrechtmatige handelingen en de toerekenbaarheid daarvan gehouden deze schade integraal aan [eiseres] te vergoeden.

3.3.

[gedaagde] voert verweer.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Het geschil in reconventie

4.1.

[gedaagde] vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

I. [eiseres] te bevelen iedere vorm van inbreuk op primair het auteursrecht op “De Organizing Agenda”, subsidiair het exclusieve gebruiksrecht van [gedaagde] op de vormgeving en lay-out (look & feel) van de Organizing Agenda van [gedaagde] te staken en gestaakt te houden, inhoudende onder meer maar niet uitsluitend het uitbrengen van de Organizing Agenda met de vormgeving en lay-out (look & feel) van de Organizing Agenda van [gedaagde] , alsook het staken van het veroorzaken van verwarring bij het publiek middels een door Tekst & Zo dan wel op persoonlijke titel uit te brengen agenda die de genoemde vormgeving en lay-out (look & feel) nabootst, te vereenzelvigen met de Organizing Agenda, zowel primair als subsidiair ten verbeurte van een direct opeisbare en zonder ingebrekestelling benodigde dwangsom van € 10.000,-- per overtreding en € 1.000,-- voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, althans een in goede justitie te bepalen bedrag;

II. Meer subsidiair: te verbieden om een agenda uit te geven die een slaafse hetzij onrechtmatige nabootsing vormt van de Organizing Agenda van [gedaagde] , inhoudende onder meer maar niet uitsluitend het uitgeven van een Organizing Agenda alsook een agenda die in enigerlei opzicht de Organizing Agenda van [gedaagde] nabootst hetzij de Organizing Agenda van [gedaagde] zodanig nabootsts dat bij het publiek verwarring kan ontstaan tussen de nabootsing en de Organizing Agenda van [gedaagde] , ten verbeurte van een direct opeisbare en zonder ingebrekestelling benodigde dwangsom van € 10.000,-- per overtreding en € 1.000,-- voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, althans een in goede justitie te bepalen bedrag;

III. Meer meer subsidiair dient [eiseres] zich te onthouden van het doen van onjuiste uitlatingen terzake haar Organizing Agenda en de Organizing Agenda van [gedaagde] ten verbeurte van een direct opeisbare en zonder ingebrekestelling benodigde dwangsom van € 10.000,-- per overtreding en € 1.000,-- voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, althans een in goede justitie te bepalen bedrag;

IV. [eiseres] te veroordelen dat zij binnen twee dagen na het vonnis en rectificatie van haar uitlatingen plaatst op de eerste pagina (landingsite) van haar website ( [website-adres] ), de facebooksite “ [naam facebooksite] ”, alsmede op de website van haar uitgever Karakter (www.karakteruitgevers.nl) op de pagina waarop de agenda door haar wordt aangeprezen in zwarte letters in het lettertype Ariel, grootte 14, de volgende tekst te publiceren:
“Op last van de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant dien ik u te berichten dat ik ten aanzien van de Organizing Agenda u misleidend heb geïnformeerd.

Mevrouw [gedaagde] van Plan-Point geeft sinds 2011 de Organizing Agenda uit. Dat doet zij dit jaar weer. U vindt de Organizing Agenda 2018 van Plan-Point op de website van Planpoint.nl.

Ik geef mijn agenda pas uit sinds dit jaar 2018. Het is geen voortzetting van de agenda die Plan-Point en mevrouw [gedaagde] uitgeeft. Door Plan-Point wordt naast de vaste agenda ook een losbladige versie uitgegeven.

[eiseres] ”

Dit alles ten verbeurte van een direct opeisbare en zonder ingebrekestelling benodigde dwangsom van € 10.000,-- per overtreding en € 1.000,-- voor iedere dag dat de overtreding voortduurt, althans een in goede justitie te bepalen bedrag;

V. Zowel primair, subsidiair, meer subsidiair als meer meer subsidiair [eiseres] te veroordelen in de kosten van dit kort geding ex artikel 1019h Rv, althans in de gebruikelijke proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente, nakosten en wettelijke rente over de nakosten.

4.2.

[gedaagde] legt daaraan het volgende ten grondslag.

Het uitgeven van de Organizing Agenda door [eiseres] is primair in strijd met het auteursrecht dat toekomt aan [gedaagde] en het exclusieve gebruiksrecht van [gedaagde] op de vormgeving van de Oganizing Agenda. Subsidiair is de voortzetting in strijd met de rechten van [gedaagde] , aangezien [eiseres] de Organizing Agenda van [gedaagde] op een slaafse hetzij anderszins onrechtmatige wijze nabootst.

Bij de klanten van Plan-Point is inmiddels bovendien verwarring ontstaan door misleidende uitlatingen van [eiseres] op socialmedia, welke verwarring [eiseres] in stand laat door onjuiste en misleidende uitspraken te doen over Plan-Point producten die er volgens [eiseres] dit jaar niet zouden zijn.

4.3.

[eiseres] voert verweer.

4.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling in conventie en in reconventie

5.1.

De vorderingen van partijen vormen grotendeels elkaars spiegelbeeld en lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

5.2.

Partijen twisten over de vraag wie de auteursrechten heeft op de Organizing Agenda, zoals die door beide partijen ontwikkeld is voor het jaar 2018. Over deze kwestie is reeds een bodemprocedure aanhangig gemaakt, maar deze bevindt zich nog in het beginstadium, waardoor de uitkomst van die procedure nog enige tijd op zich zal laten wachten. Er bestaat dus een spoedeisend belang bij een voorziening in kort geding.

5.3.

Ter beoordeling van het onderhavige geschil dient allereerst te worden nagegaan of er auteursrecht rust op de betreffende agenda’s. Op grond van artikel 1 Auteurswet is het auteursrecht het uitsluitend recht van de maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgenden, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen. Naar vaste rechtspraak dienen de agenda’s, willen ze voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komen, een eigen, oorspronkelijk karakter te bezitten en het persoonlijk stempel van de maker te dragen. Beide partijen stellen dat op de agenda’s een auteursrecht rust.

5.4.

Vervolgens rijst de vraag aan wie van de partijen, met uitsluiting van de ander, het auteursrecht op de in het geding zijnde agenda’s toekomt. De standpunten van partijen met betrekking tot het antwoord op deze vraag staan lijnrecht tegenover elkaar.

5.5.

[eiseres] heeft daaromtrent gesteld dat het auteursrecht aan haar, als maker van de oorspronkelijke agenda, toekomt. Zij stelt ter toelichting dat zij de Organizing Agenda al sinds 2007 exploiteert en vervolgens [gedaagde] heeft aangetrokken, die slechts een ‘exploitatiefunctie’ heeft verkregen. De samenwerking die partijen in 2010 zijn aangegaan is, hebben partijen niet schriftelijk vastgelegd en is gebaseerd op mondelinge afspraken. [eiseres] stelt dat aan haar het auteursrecht van de Organizing Agenda toekomt en dat, ook na het aangaan van het samenwerkingsverband, het auteursrecht bij haar is blijven rusten. Daarom maakt [gedaagde] thans inbreuk op het auteursrecht dat op de agenda rust door de door [gedaagde] ontwikkelde agenda voor 2018.

5.6.

[gedaagde] stelt daar tegenover dat zij al sinds 2006 de Homeplanner uitgeeft, waarop auteursrecht rust dat aan haar toekomt. De agenda die partijen sinds 2011 hebben uitgegeven, is gebaseerd op het idee, de inhoud en de lay-out van de Homeplanner, waardoor [gedaagde] de auteursrechthebbende is op de Organizing Agenda.

5.7.

De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat aan [eiseres] de auteursrechten van de Organizing Agenda toekomen, zoals zij deze op de markt heeft gebracht in 2008. Auteursrecht bestaat met betrekking tot een werk van letterkunde, wetenschap of kunst. Vereist is dat het werk een eigen, oorspronkelijk karakter heeft. Dit vereiste mag niet zodanig absoluut worden uitgelegd dat het werk als zodanig als geheel nieuw moet kunnen worden beschouwd. Het gaat erom dat het werk iets voldoende eigens bevat, dat aan de maker ervan kan worden toegeschreven. Het eindproduct dient oorspronkelijk te zijn in die zin dat het nog niet eerder in de bewuste vorm is vertoond. Aan dit vereiste, is gelet op de vormgeving, bijvoorbeeld de zes vlakken op de kaft, is voldaan. De voorzieningenrechter acht de vorm en uitwerking die thans door [eiseres] is gekozen een zodanige uniciteit bevat dat deze als een nieuw werk dient te worden beschouwd. Daarmee is het ontwerp vatbaar voor auteursrechtelijke bescherming.

5.8.

Voorts is de voorzieningenrechter van oordeel dat aan [gedaagde] de auteursrechten toekomen van de Homeplanner, zoals zij deze op de markt heeft gebracht in 2006. Gelet op de vormgeving van de weekindeling en de daaronder geplaatste invullijstjes, acht de voorzieningenrechter ook het ontwerp van de Homeplanner vatbaar voor auteursrechtelijke bescherming.

5.9.

Op grond van het voorgaande oordeelt de voorzieningenrechter dat partijen over en weer inbreuk maken op elkaars auteursrechten. Hoewel [eiseres] voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij de oorspronkelijke bedenker is van de Organizing Agenda, zoals deze op de markt is gebracht voor het jaar 2008, en [gedaagde] op haar beurt datzelfde aannemelijk heeft gemaakt ten aanzien van de Homeplanner, zoals deze voor het eerst op de markt is gebracht voor het jaar 2006, is onduidelijk gebleven wat partijen vervolgens hebben afgesproken bij het aangaan van hun samenwerkingsverband in 2010. De agenda die partijen gezamenlijk hebben uitgegeven in 2011, vertoont gelijkenissen met de agenda van het jaar 2008, zoals deze door [eiseres] is ontwikkeld, zoals bijvoorbeeld de vlakken op de achterzijde van de agenda. Voorts vertoont de agenda die partijen gezamenlijk hebben uitgegeven in 2011 gelijkenissen met de Homeplanner zoals ontwikkeld door [gedaagde] , zoals de weekindeling en de lijstjes voor ‘boodschappen, koken, huishouden en notities’. Geen van beide partijen heeft voldoende aannemelijk gemaakt aan wiens zijde de auteursrechten op de huidige vormgeving van de Organizing Agenda zijn komen te rusten. De colofon van de agenda in voor het jaar 2011 vermeldt ten aanzien van het copyright: “© 2010 [naam eiseres] © 2010 Plan-Point”. Niet valt uit te sluiten dat het mogelijk zou kunnen zijn dat er sprake was van 'teamwork' en daarmee dus co-auteurschap en derhalve gezamenlijke auteursrechten.

5.10.

Ingevolge artikel 254 Rv dient de voorzieningenrechter in kort geding de belangen af te wegen. Gelet op het feit dat beide partijen over en weer inbreuk maken op de aan hen toekomende auteursrechten en het feit dat niet valt uit te sluiten dat het ook zo zou kunnen zijn dat er vanaf 2010 sprake was van co-auteurschap en dus gezamenlijke auteursrechten, acht de voorzieningenrechter het niet opportuun de over en weer gevorderde verboden toe te wijzen. Daarmee zou het voor hen allebei niet meer mogelijk zijn de agenda’s uit te geven, hetgeen niet in hun belang lijkt, zodat om die reden de vorderingen op grond van inbreuk op auteursrecht worden afgewezen.

5.11.

Resteert voorts de beoordeling van het door beide partijen gestelde onrechtmatige handelen door slaafse nabootsing. Net zo goed als bij de voorgaande grondslag van inbreuk op auteursrecht, geldt bij deze grondslag dat een belangenafweging er toe leidt, dat toewijzing van het gevorderde de voorzieningenrechter niet geraden acht. Bovendien geldt dat indien schade is veroorzaakt, dit opgelost kan worden in schadevergoeding. Derhalve dient het gevorderde ook te worden afgewezen, voor zover dit is gebaseerd op slaafse nabootsing.

5.12.

Van een handelsnaamrecht aan de zijde van [eiseres] , dat haar bescherming biedt, zoals zij voorts nog stelt, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake, omdat de naam ‘Organizing Agenda’ nimmer als handelsnaam is gebruikt, hetgeen ook blijkt uit het uittreksel van de Kamer van Koophandel.

5.13.

Het vorenstaande leidt tot afwijzing van de vordering in conventie onder I en de vorderingen in reconventie onder I en II.

5.14.

Wel is de voorzieningenrechter met [gedaagde] voorshands van oordeel dat de manier waarop [eiseres] in haar uitlatingen op Facebook de suggestie wekt dat [gedaagde] geen agenda’s meer uitgeeft, hetgeen in strijd met de waarheid en dus misleidend is. Bovendien leidt dit tot verwarring bij het relevante publiek. De vorderingen in reconventie onder III en IV zal, voor zover hierop betrekking hebbend, worden toegewezen, zij het dat het verbod zal worden beperkt, zoals hierna weergegeven. Tevens zal de gevorderde dwangsom op de hierna te melden wijze worden toegewezen.

5.15.

Aangezien elk van partijen in conventie als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten in conventie worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

5.16.

[eiseres] zal in reconventie als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Daarbij ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding de kosten op grond van artikel 1019h Rv toe te passen. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:

- salaris advocaat € 408,00 (factor 0,5 × tarief € 816,00)

- overige kosten 0,00

Totaal € 408,00

6 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

6.1.

wijst de vorderingen af,

6.2.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

in reconventie

6.3.

veroordeelt [eiseres] zich te onthouden van het doen van onjuiste uitlatingen terzake haar Organizing Agenda en de Organizing Agenda van [gedaagde] ,

6.4.

veroordeelt [eiseres] binnen twee dagen na betekening van dit vonnis een rectificatie van haar uitlatingen te plaatsen op de eerste pagina (landingsite) van haar website ( [website-adres] ) , de facebooksite “ [naam facebooksite] ”, alsmede op de website van haar uitgever Karakter (www.karakteruitgevers.nl) op de pagina waarop de agenda door haar wordt aangeprezen in zwarte letters in het lettertype Ariel, grootte 14, met de volgende tekst te publiceren:

“Op last van de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant dien ik u te berichten dat ik ten aanzien van de Organizing Agenda u misleidend heb geïnformeerd.

Mevrouw [gedaagde] van Plan-Point en ik hebben vanaf 2011 gezamenlijk de Organizing Agenda uitgegeven.

Vanaf dit jaar geven wij ieder afzonderlijk de agenda’s voor het jaar 2018 uit. U vindt de Organizing Agenda 2018 van Plan-Point op de website van Planpoint.nl.

Zamarra [eiseres] ”

6.5.

veroordeelt [eiseres] om aan [gedaagde] een dwangsom te betalen van € 1.000,-- voor iedere dag dat zij niet aan de in 6.3. en 6.4. uitgesproken hoofdveroordelingen voldoet, tot een maximum van € 10.000,-- is bereikt,

6.6.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten in reconventie, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op € 408,00,

6.7.

verklaart dit vonnis in reconventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

6.8.

wijst het meer of anders gevorderde af

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Loesberg en in het openbaar uitgesproken op 20 september 2017.