Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2017:4803

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
08-09-2017
Datum publicatie
15-09-2017
Zaaknummer
C/01/323561 / KG ZA 17-454
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Het betreft de ontbinding van een lidmaatschapsovereenkomst op grond van een financieringsvoorbehoud die onterecht wordt geoordeeld omdat er te laat een beroep is gedaan op de ontbindingsvoorwaarde.

De vordering van eisers die strekt tot nakoming door gedaagde van de uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: C/01/323561 / KG ZA 17-454

Vonnis in kort geding van 8 september 2017

in de zaak van

1 [eiseres sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

COST PLUS CREATIVE B.V.,

gevestigd te Chaam,

eiseressen,

advocaat mr. S.M.J. Heeren te Breda,

tegen

de coöperatie met uitgesloten aansprakelijkheid

COÖPERATIE GILZEENRIJENGLAS U.A.,

gevestigd te Riel,

gedaagde,

advocaten mr. T.B.M. Faaij en mr. L. Geldof te Rotterdam.

Partijen zullen hierna [eiseres sub 1] en Cost Plus en GilzeEnRijenglas genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 1 augustus 2017 met bijlagen

  • -

    de brief van 25 augustus 2017 van de zijde van GilzeEnRijenglas met 13 producties

  • -

    de brief van 28 augustus 2017 van de zijde van GilzeEnRijenglas met producties 14 en 15

  • -

    de mondelinge behandeling die plaats vond op 29 augustus 2017

  • -

    de pleitnota van [eiseres sub 1] en Cost Plus

  • -

    de pleitnota van GilzeEnRijenglas.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

GilzeEnRijenglas is een coöperatie zonder winstoogmerk die als doel heeft het (doen) inrichten, in eigendom (doen) beheren, het in stand houden en het (doen) exploiteren van een open en voor iedereen toegankelijk glasvezelnetwerk. Door lid te worden van de coöperatie komen particulieren bij elkaar om het aanleggen van een glasvezelnetwerk in hun regio in het buitengebied van Brabant te bewerkstelligen.

GilzeEnRijenglas is één van de vier lokale coöperaties die zijn opgericht om vorm te geven aan de “onderkoepelende” organisatie Midden-BrabantGlas. Er zijn naast GilzeEnRijenglas nog drie andere coöperaties die in de regio Midden-Brabant zijn opgericht.

2.2.

[eiseres sub 1] en Cost Plus zijn woonachtig, respectievelijk gevestigd in het buitengebied van de gemeente Alphen-Chaam en hebben op 2 juli 2016 (Cost Plus) en op 6 juli 2016 ( [eiseres sub 1] ) een lidmaatschapsovereenkomst gesloten met GilzeEnRijenglas. Van de lidmaatschapsovereenkomst maken de lidmaatschapsvoorwaarden, die bij de overeenkomst zijn gevoegd, deel uit.

2.3.

In de lidmaatschapsvoorwaarden is bepaald dat elk lid verplicht is om € 2.500,- in te leggen in GilzeEnRijenglas. Degenen die voor een zgn. A- of D-lidmaatschap hebben gekozen voldoen dit bedrag ineens bij de aanmelding, degenen met een B- of C- lidmaatschap voldoen dit bedrag voor een deel bij de aanmelding en vervolgens in termijnen.

Naast de genoemde eenmalige inleg betalen de leden allen een maandelijkse bijdrage, met uitzondering van de leden met een zgn. ‘D-lidmaatschap’, die een niet-actieve verbinding hebben. De hoogte van de maandelijkse bijdrage is afhankelijk van de gekozen lidmaatschapsovereenkomst.

GilzeEnRijenglas biedt vier verschillende lidmaatschapsovereenkomsten aan:

Lidmaatschapsovereenkomst A: de eenmalige inleg bedraagt € 2.500,- en de maandelijkse bijdrage bedraagt € 60,-;

Lidmaatschapsovereenkomst B: de eenmalige inleg bedraagt € 1.500,- en de maandelijkse bijdrage bedraagt € 65,-;

Lidmaatschapsovereenkomst C: met een eenmalige inleg van € 500,- en een maandelijkse bijdrage van € 70,-;

Lidmaatschapsovereenkomst D: met een eenmalige inleg van € 2.500,- en zonder maandelijkse bijdrage (deze leden nemen geen diensten af).

2.4.

[eiseres sub 1] heeft een B-lidmaatschap afgesloten en Cost Plus een A-lidmaatschap.

In de lidmaatschapsvoorwaarden is – voor zover in het kader van dit kort geding van belang – het volgende opgenomen:

‘(…)

(…) Zodra de externe leningen volledig zijn afgelost wordt daarom gestart met de terugbetaling aan een A-lid van € 2.000,- en aan een B-lid van € 1.000,-. (…)

(…)

Ontbindende voorwaarde

De lokale Coöperatie (GilzeEnRijenglas, vrzr) kan deze lidmaatschapsovereenkomst ontbinden indien zij geen passende financiering kan verkrijgen of indien de kosten zodanig hoog blijken te zijn dat de begroting niet sluitend kan worden gemaakt. De ontvangen inleg van het ledenkapitaal zal in dat geval worden teruggestort. (…)

(…)’.

2.5.

Op 11 oktober 2016 ontvingen [eiseres sub 1] en Cost Plus een mail van GilzeEnRijenglas met – voor zover van belang – de volgende inhoud:

‘(…)

Goed nieuws!! De Rabobank ons heeft laten weten een financiering voor de aanleg van ons coöperatief glasvezelnetwerk te willen verstrekken. (…)

(…)

De bank heeft ons wel laten weten dat de ledenovereenkomst van de A-, B en D-leden op een detail moet worden aangepast omdat één zin in strijd zou kúnnen zijn met de Wet Financieel Toezicht. Op bladzijde drie van de overeenkomst staat onder het hoofdstuk ‘Financiering Lokale Coöperatie’ in de vierde zin “Zodra de externe leningen volledig zijn afgelost wordt daarom gestart met de terugbetaling aan een A-lid van € 2.000,- en aan een B-lid van € 1.000,-.”

Deze zin moet worden gewijzigd in:

“Op het moment (naar verwachting binnen 15 jaar) dat alle bancaire leningen zijn voldaan, kan door de Algemene Leden Vergadering – omdat de additionele rente en aflossingen voor B en C leden niet meer betaald hoeven te worden – besloten worden dat de A, B en D leden een uitkering (in delen) krijgen van respectievelijk € 2.000, € 1.000,- en (maximaal)

€ 2.000,- om de inleg van alle leden op hetzelfde basisbedrag van € 500,- te brengen.”

Feitelijk verandert er niets aan de ledenovereenkomst door deze formulering, want ook bij de oorspronkelijke formulering diende de Algemene Ledenvergadering een nader besluit te nemen. Met de gewijzigde tekst komt een gecorrigeerde ledenovereenkomst tot stand waardoor wij zeker niet meer conflicteren met de Wet Financieel Toezicht.

(…)

Nu de financiering rond is, is een belangrijke stap gezet. (…)

(…)’

Onderaan deze mail werd de leden gevraagd hun naam te typen indien zij akkoord gingen met de gewijzigde overeenkomst zoals in de mail genoemd. Dit laatste hebben [eiseres sub 1] en Cost Plus niet gedaan.

2.6.

Bij mail van 27 oktober 2016 heeft Cost Plus, mede namens [eiseres sub 1] – voor zover van belang – als volgt gereageerd op de mail van GilzeEnRijenglas van 11 oktober 2016:

‘(…)

Wij zijn het NIET eens met de door u voorgestelde wijziging aan het huidige en onverminderd geldige contract en wij wensen bijgevolg het huidige contract NIET aan te passen.

(…)

Wij wensen dus ons huidige, geldige contract met wederzijdse rechten en plichten te behouden zoals initieel overeengekomen en kijken uit naar de start van de werkzaamheden.

(...)’.

2.7.

Op 3 juni 2017 stuurt GilzeEnRijenglas aan [eiseres sub 1] en Cost Plus een e-mailbericht met – voor zover van belang – de volgende inhoud:

‘(…)

Zoals wij u hebben bericht is de oorspronkelijke formulering ten aanzien van de toekomstige restitutie van nu extra gestort ledenkapitaal in strijd met artikel 3.5 van de Wet Financieel Toezicht.

Wij hebben nog eens met onze advocaten overlegd en deze geven aan dat deze overeenkomsten toch dienen te worden ontbonden, zodat de coöperatie keurig aan alle wettelijke voorschriften voldoet.

Er staan nu de volgende mogelijkheden open:

1. U zet uw B- lidmaatschap om in een C-lidmaatschap en wij storten de extra kapitaalstorting ad € 1.000,- terug op uw rekening. Wanneer u ons aangeeft welke rentederving u heeft geleden van de storting van dit bedrag zullen wij dit bedrag compenseren. Uiteraard betaalt u dan per maand ook de gebruikskosten voor een C-lid.

2. U besluit alsnog in te stemmen met de wijziging van de overeenkomst in die zin dat “Zolang de extra leningen volledig zijn afgelost kan door de algemene ledenvergadering worden besloten extra ingebracht ledenvermogen - € 2.000,- van een A-lid en € 1.000,- van een B-lid te restitueren.”

3. U wenst geen gebruik te maken van de mogelijkheden onder 1 en 2 genoemd.

Voor zover bij binnen 5 dagen na verzending van deze mail geen bericht hebben ontvangen dat u gebruik wilt maken van een van de beide eerstgenoemde mogelijkheden zeggen wij bij deze de ledenovereenkomst d.d. 06-07-2016 per direct op om de reden dat deze overeenkomst strijdig is met de Wet Financieel Toezicht en dus niet kan voortduren.

Wij zullen dan per direct het door u gestorte ledenkapitaal restitueren en zijn uiteraard ook in dat geval bereid door u geleden rentederving te compenseren. Helaas betekent dit ook dat wij u niet meer kunnen aansluiten op ons in aanleg zijnde glasvezelnetwerk.

(…)’

2.8.

In reactie op bovenstaande mail reageren [eiseres sub 1] en Cost Plus bij e-mail van 7 juni 2017 als volgt:

‘(…)

Initieel vorderen wij nakoming van de oorspronkelijke en onverminderd geldige overeenkomst.

Indien u om welke reden dan ook een wijziging aan een formulering van de overeenkomst wil aanbrengen, zijn wij steeds bereid hieraan mee te werken, maar enkel op voorwaarde dat dit op geen enkele manier afbreuk doet aan onze rechten welke zijn vastgelegd in de originele overeenkomst.

(…)’.

2.9.

Bij mail van 8 juni 2017 deelt GilzeEnRijenglas aan [eiseres sub 1] en Cost Plus het volgende mede:

‘(…) Kortheidshalve verwijs ik naar onze eerdere mails en het gelijkluidende aangetekende schrijven. Tevens hebt u hierover op 11-10-2016 en op 19-10-2016 hierover een mail ontvangen.

U liet mij weten dat u geen medewerking wenst te geven conform de mogelijkheden zoals vermeld onder de punten 1 en 2.

Dit betekent dat voor ons dat slechts optie 3 resteert. Wij zullen thans overgaan tot restitutie van het door u en mevrouw [eiseres sub 1] gestorte ledenkapitaal en inschrijfgelden en beschouwen onze overeenkomst beëindigd. (…)

(…)’

2.10.

Op 15 juni 2017 heeft mr. Heeren namens [eiseres sub 1] en Cost Plus aan GilzeEnRijenglas een e-mailbericht gestuurd waarin hij mededeelt dat strijd met artikel 3.5. van de Wet Financieel Toezicht geen grond oplevert voor ontbinding van de lidmaatschapsovereenkomst. Namens [eiseres sub 1] en Cost Plus vraagt mr. Heeren dan ook onverkort nakoming van de overeenkomst.

2.11.

Bij e-mail van 16 juni 2017 reageert GilzeEnRijenglas op bovenstaand e-mailbericht van mr. Heeren – voor zover van belang – als volgt:

‘(…)

In de lidmaatschapsovereenkomst is opgenomen dat de Coöperatie de lidmaatschapsovereenkomst kan ontbinden indien zij geen passende financiering kan verkrijgen. (…)

(…). Nu het, als gevolg van de weigering van uw cliënte, voor de Coöperatie niet mogelijk is om in haar huidige situatie financiering te verkrijgen resteert de Coöperatie niets anders dan de lidmaatschapsovereenkomst met uw cliënte te ontbinden.

Omdat het hier gaat om een vooraf overeengekomen ontbindingsgrond, is er geen sprake van aantasting van de lidmaatschapsovereenkomst op grond van strijdigheid met de Wft, zoals u suggereert. De ontbinding is het gevolg van het niet kunnen verkrijgen van financiering onder de huidige omstandigheden.

(…)’

3 Het geschil

3.1.

[eiseres sub 1] en Cost Plus vorderen samengevat – om GilzeEnRijenglas te veroordelen om uitvoering te geven aan de verplichtingen zoals die volgen uit de lidmaatschapsovereenkomsten met [eiseres sub 1] en Cost Plus, en hun woningen aan te sluiten op het glasvezelnetwerk tegen de in de overeenkomst overeengekomen condities, overeenkomstig de planning zoals deze zou hebben gegolden wanneer [eiseres sub 1] en Cost Plus wel zouden hebben ingestemd met de door GilzeEnRijenglas voorgestelde aanpassing in de overeenkomst, dan wel binnen 5 werkdagen na betekening van dit vonnis, op straffe van de in de dagvaarding genoemde dwangsom en met veroordeling van GilzeEnRijenglas in de kosten van deze procedure.

3.2.

Aan hun vorderingen leggen [eiseres sub 1] en Cost Plus – zakelijk weergegeven – het volgende ten grondslag. GilzeEnRijenglas moet de voor haar uit de met [eiseres sub 1] en Cost Plus gesloten lidmaatschapsovereenkomst voortvloeiende verplichtingen nakomen. De door GilzeEnRijenglas uiteindelijk ingeroepen ontbindingsgrond gaat niet op omdat uit de feiten en omstandigheden blijkt dat de financiering aan GilzeEnRijenglas gewoon verstrekt is. [eiseres sub 1] en Cost Plus hebben een spoedeisend belang bij aansluiting op korte termijn op het glasvezelnetwerk.

3.3.

GilzeEnRijenglas voert verweer waarop hierna, voor zover van belang, nader zal worden in gegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Ten aanzien van het door [eiseres sub 1] en Cost Plus gestelde en door GilzeEnRijenglas betwiste spoedeisend belang oordeelt de voorzieningenrechter als volgt.

GilzeEnRijenglas heeft verklaard dat de werkzaamheden met betrekking tot de aansluiting op het glasvezelnetwerk in de straat van [eiseres sub 1] en Cost Plus inmiddels zijn afgerond. Nu GilzeEnRijenglas zich op het standpunt stelt dat de lidmaatschapsovereenkomst is ontbonden, zijn [eiseres sub 1] en Cost Plus niet aangesloten op het glasvezelnetwerk. [eiseres sub 1] en Cost Plus hebben gesteld en gemotiveerd dat zij belang hebben bij aansluiting op korte termijn op het glasvezelnetwerk, hetgeen GilzeEnRijenglas op zich niet heeft betwist. De door [eiseres sub 1] en Cost Plus ingestelde vorderingen zien op spoedige aansluiting op het netwerk. Het spoedeisend belang vloeit dan ook genoegzaam voort uit de aard van de vorderingen.

4.2.

Niet in geschil is dat partijen op 2 en 6 juli 2016 een lidmaatschapsovereenkomst hebben gesloten op basis waarvan GilzeEnRijenglas zich verbonden heeft tot het aansluiten tot in de meterkast van het perceel van [eiseres sub 1] en Cost Plus op het glasvezelnetwerk dat zou worden aangelegd in de regio en waarvoor [eiseres sub 1] en Cost Plus, naast een eenmalige inleg ten behoeve van het ledenkapitaal, een maandelijkse bijdrage zouden betalen. Eveneens staat vast dat [eiseres sub 1] en Cost Plus destijds aan hun betalingsverplichtingen voldaan hebben.

De overeengekomen aansluiting van het perceel van [eiseres sub 1] en Cost Plus op het glasvezelnetwerk heeft echter niet plaats gevonden omdat GilzeEnRijenglas zich op het standpunt stelt dat zij de lidmaatschapsovereenkomsten met [eiseres sub 1] en Cost Plus op 8 juni 2017 rechtsgeldig hebben ontbonden. De door [eiseres sub 1] en Cost Plus betaalde bedragen heeft GilzeEnRijenglas teruggestort.

[eiseres sub 1] en Cost Plus stellen dat van een rechtsgeldige ontbinding geen sprake is geweest en baseren hun vorderingen op de volgens hen nog in stand gebleven lidmaatschapsovereenkomst.

4.3.

De vraag die eerst moet worden beantwoord is of het e-mailbericht van 8 juni 2017 van GilzeEnRijenglas aan [eiseres sub 1] en Cost Plus heeft geleid tot een rechtsgeldige ontbinding van de lidmaatschapsovereenkomst. De ontbindende voorwaarde in de lidmaatschapsvoorwaarden luidt dat de lokale coöperatie daar een beroep op kan doen indien zij geen passende financiering kan krijgen, of indien zij de begroting niet sluitend krijgt vanwege te hoge kosten.

4.4.

GilzeEnRijenglas stelt dat zij een beroep kon doen op de ontbindende voorwaarde in de lidmaatschapsvoorwaarden omdat zij zonder aanpassing van de overeenkomst zoals door haar in de mail van 11 oktober 2016 voorgesteld, geen financiering van de bank zou verkrijgen.

4.5.

Nog daargelaten de vraag of GilzeEnRijenglas een terecht beroep op het financieringsvoorbehoud heeft gedaan, hetgeen hierna aan de orde komt, geldt dat op basis van hetgeen in het kader van deze kort gedingprocedure naar voren is gebracht, niet kan worden vastgesteld dat GilzeEnRijenglas tegenover [eiseres sub 1] en Cost Plus in het mailbericht van 8 juni 2017, dan wel daaraan voorafgaand (tijdig) een beroep heeft gedaan op de ontbindende voorwaarde. Hiertoe is het volgende van belang.

In het e-mailbericht van 8 juni 2017 stelt GilzeEnRijenglas niet dat zij de lidmaatschapsovereenkomst met [eiseres sub 1] en Cost Plus ontbindt op de grond dat zij geen passende financiering kan krijgen.

GilzeEnRijenglas verwijst in het e-mailbericht naar eerdere (e-mail)correspondentie maar uit die eerdere correspondentie (voor zover die in deze kort gedingprocedure is overgelegd) blijkt evenmin dat GilzeEnRijenglas zich op de ontbindende voorwaarde wilde beroepen omdat zij geen passende financiering kon krijgen. Sterker nog, in haar brief aan haar leden van 11 oktober 2016 heeft GilzeEnRijenglas medegedeeld dat de Rabobank heeft laten weten dat zij een financiering voor de aanleg van het glasvezelnetwerk wilde verstrekken. Met deze mededeling heeft GilzeEnRijenglas – wellicht onbedoeld – een signaal afgegeven dat de lichten voor de financiering op groen stonden.

GilzeEnRijenglas heeft blijkens de in dit geding overgelegde correspondentie tegenover [eiseres sub 1] en Cost Plus altijd de stelling ingenomen dat de oorspronkelijke formulering van de lidmaatschapsovereenkomsten strijdig was met de Wet op het Financieel Toezicht en dat de overeenkomsten daarom moesten worden gewijzigd dan wel ontbonden. Strijdigheid met de Wet op het Financieel Toezicht levert blijkens de lidmaatschapsvoorwaarden geen grond op voor ontbinding van de lidmaatschapsovereenkomst.

Het moet er dan ook voor worden gehouden dat er op 8 juni 2017 geen rechtsgeldige ontbinding van de lidmaatschapsovereenkomsten tussen [eiseres sub 1] en Cost Plus en GilzeEnRijenglas heeft plaats gevonden en dat deze overeenkomsten dus (nog) in stand zijn gebleven.

4.6.

Eerst bij e-mailbericht van 16 juni 2017 gericht aan mr. Heeren is namens GilzeEnRijenglas een expliciet beroep gedaan op de ontbindende voorwaarde in de lidmaatschapsovereenkomst op de grond dat GilzeEnRijenglas geen passende financiering zou kunnen verkrijgen als gevolg van de weigering van [eiseres sub 1] en Cost Plus om in te stemmen met de voorgestelde wijziging van de overeenkomst.

De vraag rijst of het beroep op de ontbindende voorwaarde in dat e-mailbericht tijdig was.

In dit kader is van belang de als productie 9 door GilzeEnRijenglas overgelegde verklaring van 24 augustus 2017 van de heer [naam accountmanager Rabobank] , accountmanager bij de Rabobank. Uit deze verklaring blijkt dat de financiering al op 14 juni 2017 beschikbaar is gesteld.

Daaruit volgt dat aangenomen moet worden dat de financiering op 14 juni 2017 is verstrekt. Het stond GilzeEnRijenglas dus niet vrij de overeenkomsten met [eiseres sub 1] en Cost Plus op 16 juni 2017 alsnog te ontbinden met een beroep op de ontbindingsgrond dat zij geen passende financiering kon krijgen. De financiering was er immers al.

4.7.

Voor zover GilzeEnRijenglas aan de hand van de door haar overlegde e-mailcorrespondentie van augustus en september 2016 en juni 2017 tussen de heer [naam accountmanager Rabobank] van de Rabobank, en de heer [naam voorzitter Midden-BrabantGlas] , voorzitter van Midden-BrabantGlas, heeft willen onderbouwen dat het wijzigen van de lidmaatschapsovereenkomsten – wel degelijk – een voorwaarde van de bank was voor het verstrekken van de financiering, kan zij dit niet tegenwerpen aan [eiseres sub 1] en Cost Plus die immers niet op de hoogte waren van de correspondentie tussen [naam accountmanager Rabobank] en [naam voorzitter Midden-BrabantGlas] .

Overigens is het, gelet op het feit dat de financiering uiteindelijk is verstrekt voordat de overeenkomst tussen [eiseres sub 1] en Cost Plus daadwerkelijk was ontbonden, de vraag hoe hard de voorwaarde van de bank was.

4.8.

Conclusie is dan ook dat de lidmaatschapsovereenkomsten tussen [eiseres sub 1] en Cost Plus en GilzeEnRijenglas noch bij e-mail van 8 juni 2017, noch bij e-mail van 16 juni 2017 rechtsgeldig zijn ontbonden, zodat deze geacht moeten worden (nog) in stand te zijn.

4.9.

Dit leidt ertoe dat de door [eiseres sub 1] en Cost Plus gevorderde veroordeling van GilzeEnRijenglas tot nakoming van de lidmaatschapsovereenkomsten zal worden toegewezen.

Met betrekking tot de in het petitum van de dagvaarding gevorderde ‘aansluiting volgens planning’ heeft GilzeEnRijenglas betoogd dat de werkzaamheden met betrekking tot het aanleggen van en het aansluiten van de percelen op het glasvezelnetwerk in de omgeving van [eiseres sub 1] en Cost Plus reeds zijn afgerond, zodat van het aansluiten van [eiseres sub 1] en Cost Plus volgens ‘planning’ geen sprake meer kan zijn.

Evenwel heeft GilzeEnRijenglas toegelicht dat het afronden van de werkzaamheden niet betekent dat [eiseres sub 1] en Cost Plus niet meer kunnen worden aangesloten. Onder verwijzing naar een verklaring van de aannemer stelt GilzeEnRijenglas in haar pleitnotitie dat [eiseres sub 1] en Cost Plus ‘nog ieder moment’ op het glasvezelnetwerk kunnen worden aangesloten. De voorzieningenrechter zal GilzeEnRijenglas dan ook veroordelen om [eiseres sub 1] en Cost Plus binnen vijf werkdagen na betekening van dit vonnis op het netwerk aan te sluiten, zoals subsidiair gevorderd.

De gevorderde dwangsom wordt afgewezen, aangezien de voorzieningenrechter vooralsnog geen aanleiding heeft om aan te nemen dat GilzeEnRijenglas de hierna uit te spreken veroordeling niet zal nakomen.

4.10.

GilzeEnRijenglas zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres sub 1] en Cost Plus worden begroot op:

- dagvaarding € 103,10

- griffierecht 618,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.537,10

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt GilzeEnRijenglas om uitvoering te geven aan de verplichtingen zoals die volgen uit de lidmaatschapsovereenkomsten die zij met [eiseres sub 1] en Cost Plus heeft gesloten, in die zin dat de woningen van [eiseres sub 1] en Cost Plus binnen vijf werkdagen na betekening van dit vonnis zullen worden aangesloten op het glasvezelnetwerk tegen de in voornoemde lidmaatschapsovereenkomsten geldende condities,

5.2.

veroordeelt GilzeEnRijenglas in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres sub 1] en Cost Plus tot op heden begroot op € 1.537,10,

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Loesberg en in het openbaar uitgesproken op 8 september 2017.