Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2017:4713

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
06-09-2017
Datum publicatie
06-09-2017
Zaaknummer
01/860139-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan verkrachting van een vrouw die destijds werkzaam was in de prostitutie. Verdachte heeft, om het slachtoffer zover te krijgen dat zij seks had met hem, fysiek geweld gebruikt en haar bedreigd.

De rechtbank veroordeelt verdachte voor verkrachting tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan een deel, groot 6 maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/860139-16

Datum uitspraak: 06 september 2017

Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,

thans uit andere hoofde gedetineerd te: PI Vught.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 26 april 2017 en 23 augustus 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 27 maart 2017.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1. hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2014 tot 31 augustus 2014 te [plaats] , door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte

zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd en/of gebracht en/of gehouden en/of zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] geduwd en/of gebracht en/of gehouden en/of zich door die [slachtoffer] laten pijpen en/of geëjaculeerd over het gezicht van die [slachtoffer]

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat zij seks met hem, verdachte, moest hebben en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat zij de slaapkamer (waarin zij zich bevond) niet mocht verlaten en/of de deur van die slaapkamer heeft dichtgedaan en/of dichtgehouden en/of voor de deur van die slaapkamer is gaan staan en/of zich zodanig heeft gepositioneerd dat aan die [slachtoffer] de vrije doorgang en/of vlucht heeft belet en/of belemmerd en/of - (terwijl die [slachtoffer] wilde vluchten uit de woning waarin zij zich bevond) die [slachtoffer] (hardhandig) heeft vastgepakt en/of terug in die woning heeft getrokken en/of

- zijn, verdachtes, hand op de mond van die [slachtoffer] heeft gelegd en/of geplaatst en/of gehouden om haar het schreeuwen (om hulp) te beletten en/of belemmeren en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat ze stil moest zijn en/of niet mocht schreeuwen en/of dat zij er niet levend vandaan zou komen als ze haar mond niet hield en/of niet naar huis mocht, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- de mobiele telefoon van die [slachtoffer] uit haar handen heeft gerukt en/of heeft afgepakt en/of onder zich heeft gehouden en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat zij moest doen wat hij wilde en/of dat hij (anders) haar (aldaar aanwezige) handboeien om zou doen en/of - dat hij (als zij vervelend zou gaan doen) zijn, verdachtes, (getrainde) herdershond erbij zou halen en/of dat die hond haar zou bijten

en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijsoverwegingen.

Inleiding.

In de periode van 1 juli 2014 tot en met 31 augustus 2014 heeft verdachte, in zijn woning te [plaats] , seksuele handelingen verricht met de prostituee [slachtoffer] , zoals beschreven in de tenlastelegging. Verdachte heeft een discussie met [slachtoffer] gehad, omdat hij weigerde [slachtoffer] voorafgaande aan het verrichten van de seksuele handelingen te betalen voor haar diensten. Ook nadat verdachte en [slachtoffer] seks hadden, heeft verdachte geweigerd om [slachtoffer] hiervoor te betalen.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht het aan verdachte tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op de aangifte van [slachtoffer] en het strafvonnis dat op 21 juli 2015 tegen verdachte is uitgesproken ter zake van twee vergelijkbare strafbare feiten.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouwe van verdachte heeft aangevoerd dat haar cliënt dient te worden vrijgesproken van hetgeen hem ten laste is gelegd. Verdachte erkent seks te hebben gehad met [slachtoffer] , maar betwist dat er sprake is geweest van enige vorm van dwang. Er is ook overigens geen overtuigend bewijs is voor de ten laste gelegde dwang, nu alleen aangeefster hierover heeft verklaard en er geen steunbewijs voor deze verklaring voorhanden is. De verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] uit de zaken waarvoor verdachte al eerder veroordeeld is, kunnen niet als schakelbewijs worden gebruikt.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging dat er geen overtuigend bewijs is voor de ten laste gelegde dwang.

De rechtbank stelt vast dat de verklaring van [slachtoffer] en verdachte overeenkomen voor wat betreft de manier waarop zij met elkaar in contact zijn gekomen, de reden van hun afspraak en de plaats en datum hiervan, de seksuele handelingen die hebben plaatsgevonden, alsmede dat oorspronkelijk was afgesproken dat verdachte vooraf [slachtoffer] zou betalen voor de door hem gewenste seksuele diensten, maar dat verdachte uiteindelijk in het geheel niet betaald heeft voor deze diensten. Uit de filmpjes die verdachte heeft gemaakt van de verrichte seksuele handelingen blijkt niet dat sprake is geweest van dwang. Dit strookt echter niet alleen met de verklaring van verdachte, maar ook met de verklaring van [slachtoffer] . [slachtoffer] verklaart immers dat de handelingen en omstandigheden waardoor zij zich gedwongen voelde vooraf gingen aan de op beeld vastgelegde handelingen.

De rechtbank zal vervolgens de geloofwaardigheid van de verklaringen van verdachte en [slachtoffer] beoordelen voor zover het de vraag betreft of sprake is geweest van dwang zoals tenlastegelegd.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft [slachtoffer] zowel in het informatieve gesprek, als de aangifte en ook bij de rechter-commissaris gedetailleerd en consistent verklaard over nagenoeg alle aan verdachte ten laste gelegde gewelddadige handelingen en de bedreigingen met geweld.

Verdachte daarentegen ontkent dat hij enige vorm van dwang op aangeefster heeft uitgeoefend. Deze verklaring van verdachte acht de rechtbank niet geloofwaardig.

Daarbij wijst de rechtbank in het bijzonder op de volgende punten. Verdachte heeft erkend dat hij met [slachtoffer] had afgesproken dat hij haar vooraf zou betalen, maar dat hij eenmaal in zijn woning dit heeft geweigerd en dat hierover vervolgens een discussie ontstond tussen verdachte en [slachtoffer] , omdat [slachtoffer] toen in eerste instantie de afspraak wilde afbreken. Verdachte heeft verklaard dat hij haar met woorden heeft weten over te halen om toch zonder voorafgaande betaling seks met hem te hebben. Ter terechtzitting is verdachte uitdrukkelijk gevraagd naar een nadere toelichting over de wijze waarop hij [slachtoffer] zou hebben overgehaald en in het bijzonder de argumenten of woorden die hij daarbij heeft gebruikt. Verdachte heeft echter over dit, voor de vraag naar de aanwezigheid van dwang belangrijke punt, nauwelijks enige toelichting gegeven. Concreet heeft hij enkel genoemd dat hij [slachtoffer] heeft aangegeven dat hij een goede jongen is.

Op de door verdachte gemaakte film is voorts te horen dat [slachtoffer] tegen verdachte zegt dat zij iets speciaal doet voor hem om wat goed te maken. Verdachte wekt op dat moment niet de indruk dat hij niet begrijpt waar [slachtoffer] het over heeft. Deze opmerking van [slachtoffer] op film past bij de door [slachtoffer] afgelegde verklaring, waarin zij uitlegt dat ze heeft gezegd dat ze de eerdere discussie met verdachte en haar vluchtpoging uit de woning waarbij ze door verdachte met geweld is tegengehouden goed wilde maken. Verdachte heeft ontkend dat er sprake is geweest van een dergelijke vluchtpoging. Desgevraagd heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij zich de opmerking van [slachtoffer] over het goed maken niet kan herinneren en heeft verdachte ook niet concreet en eenduidig kunnen aangeven wat [slachtoffer] met deze opmerking bedoelde, hij heeft slechts enkele mogelijkheden genoemd. Tevens blijkt uit één van de filmpjes dat verdachte ook heeft benoemd iets goed te willen maken naar [slachtoffer] . Dit zei hij nadat [slachtoffer] hem heeft gezegd dat het gratis is om hem tegemoet te komen. Ook hierover heeft verdachte desgevraagd geen verklaring gegeven.

Samengevat heeft verdachte niet kunnen of willen verklaren waarom:

  • -

    [slachtoffer] ineens is mee gaan werken nadat zij eerder boos was en geen seks met hem wilde hebben;

  • -

    zij meende iets goed te moeten maken en haar diensten daarom ineens gratis aanbood;

  • -

    hij meende iets goed te moeten maken.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank omtrent de vraag of sprake is geweest van dwang zoals tenlastegelegd de verklaring van verdachte niet geloofwaardig en de verklaring van [slachtoffer] geloofwaardig. De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat [slachtoffer] door verdachte is verkracht als hierna in de bewezenverklaring omschreven.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1. in de periode van 1 juli 2014 tot 31 augustus 2014 te [plaats] , door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] ,

hebbende verdachte zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd en gebracht en gehouden en zich door die [slachtoffer] laten pijpen en geëjaculeerd over het gezicht van die [slachtoffer]

en bestaande dat geweld en/of die bedreiging met geweld hierin dat verdachte

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat zij seks met hem, verdachte, moest hebben en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat zij de slaapkamer (waarin zij zich bevond) niet mocht verlaten en voor de deur van die slaapkamer is gaan staan en zich zodanig heeft gepositioneerd dat hij aan die [slachtoffer] de vrije doorgang en vlucht heeft belet en belemmerd en - (terwijl die [slachtoffer] wilde vluchten uit de woning waarin zij zich bevond) die [slachtoffer] (hardhandig) heeft vastgepakt en terug in die woning heeft getrokken en

- zijn, verdachtes, hand op de mond van die [slachtoffer] heeft gelegd en geplaatst en gehouden om haar het schreeuwen (om hulp) te beletten en belemmeren en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat ze stil moest zijn en niet mocht schreeuwen en dat zij er niet levend vandaan zou komen als ze haar mond niet hield en niet naar huis mocht, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en

- de mobiele telefoon van die [slachtoffer] uit haar handen heeft gerukt en heeft afgepakt en onder zich heeft gehouden en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat zij moest doen wat hij wilde en dat hij anders haar aldaar aanwezige handboeien om zou doen en - dat hij als zij vervelend zou gaan doen zijn, verdachtes, getrainde herdershond erbij zou halen en dat die hond haar zou bijten

en aldus voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie vordert een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

Indien de rechtbank tot een veroordeling komt, verzoekt de verdediging de rechtbank om verdachte, uitgaande van de richtlijnen en straffen die doorgaans in vergelijkbare zaken worden opgelegd en rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting van een vrouw, die destijds werkzaam was in de prostitutie. Verdachte heeft, om het slachtoffer zover te krijgen dat zij seks had met hem, fysiek geweld gebruikt, maar ook heeft hij het slachtoffer bedreigd door (onder andere) tegen haar te zeggen dat zij het huis niet levend zou verlaten als zij zou schreeuwen, dat zij moest doen wat hij wilde omdat hij haar anders handboeien om zou doen en dat als zij vervelend zou gaan doen, hij zijn getrainde herdershond erbij zou halen om haar te bijten.

Hieruit volgt dat verdachte de geestelijke en lichamelijk integriteit van het slachtoffer op verstrekkende manier heeft geschonden. Verdachte heeft zich slechts laten leiden door zijn eigen seksuele lustgevoelens.

Een verkrachting is in zijn algemeenheid een uitermate traumatische gebeurtenis voor het slachtoffer, met niet zelden langdurige psychische en emotionele gevolgen, hetgeen ook blijkt uit de verklaringen van aangeefster.

De rechtbank neemt in haar oordeel ten nadele van verdachte mee dat hij eerder voor soortgelijke feiten werd veroordeeld, hetgeen blijkt uit een onherroepelijke veroordeling bij vonnis van deze rechtbank van 21 juli 2015 tot een aanzienlijke gevangenisstraf ter zake van twee verkrachtingen van eveneens prostituees in dezelfde periode waarin het huidige bewezenverklaarde feit plaats vond.

De rechtbank is van oordeel dat het tijdsverloop in deze zaak en het feit dat pas op een later tijdstip aangifte is gedaan in principe niet straf verlagend mogen werken. Er is geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn, nu de redelijke termijn in deze zaak pas is aangevangen met het uitbrengen van de dagvaarding op 27 maart 2017. Ook overigens ziet de rechtbank onvoldoende grond om het tijdsverloop in het voordeel van verdachte uit te leggen.

Kijkend naar de persoon van verdachte houdt de rechtbank, in het voordeel van verdachte, rekening met het feit dat verdachte ten tijde van het gepleegde feit verminderd toerekeningsvatbaar was. Dit leidt de rechtbank af uit de omtrent de persoon van verdachte eerder opgemaakte rapportages ter zake van de verkrachtingen waarvoor verdachte al is veroordeeld. Deze feiten werden gepleegd in dezelfde periode als onderhavige tenlastegelegde feit.

De rechtbank is van oordeel dat de ernst van het feit en genoemde eerdere veroordelingen voor zedendelicten maken dat een gevangenisstraf op zijn plaats is. Voor wat betreft de duur van de op te leggen gevangenisstraf heeft de rechtbank mede acht geslagen op de straf die aan verdachte eerder is opgelegd voor twee vergelijkbare feiten bij voornoemd vonnis van 21 juli 2015. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden passend en geboden.

De rechtbank zal zes maanden van deze gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen om verdacht ervan te weerhouden opnieuw (soortgelijke) feiten te plegen. Aan deze voorwaardelijke straf zal een proeftijd van drie jaren worden verbonden.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 63, 242.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

verkrachting De rechtbank:

verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

legt op de volgende straf:

Gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C.A. Mandemakers, voorzitter,

mr. T. van de Woestijne en mr. E. Boersma, leden,

in tegenwoordigheid van mr. C.A.M. Wentholt, griffier,

en is uitgesproken op 6 september 2017.