Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2017:4644

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
24-08-2017
Datum publicatie
01-09-2017
Zaaknummer
5698125 / 17-1365
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Geschil betaling factuur; opdracht aan notaris; verslaglegging eigen waarnemingen notaris in authentieke akte.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van niet-digitaal procederen) 157, geldigheid: 2017-03-01
Wet op het notarisambt 37, geldigheid: 2016-01-18
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zaaknummer: 5698125 \ CV EXPL 17-1365

Civiel Recht

Zittingsplaats Eindhoven

Zaaknummer: 5698125 \ CV EXPL 17-1365

Vonnis van 24 augustus 2017

in de zaak van:

[S.] Notaris B.V.,

gevestigd te [plaats] ,

eisende partij in conventie,

gedaagde partij in reconventie,

gemachtigde: Van Lith gerechtsdeurwaarders en incasso te Eindhoven,

tegen:

1. Integrated Computer Control Systems B.V.,

statutair gevestigd te Geldrop,

kantoorhoudende te Nuenen, gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten,

2. [De heer v.d. W.] ,

wonende te [plaats] ,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

procederend in persoon.

Partijen worden hierna genoemd “ [S.] ” en “ICCS c.s.”.

1 Het verdere verloop van het geding

1.1.

Dit blijkt uit het volgende:

  1. het tussenvonnis d.d. 30 maart 2017;

  2. de comparitie na antwoord d.d. 21 juli 2017 ten behoeve waarvan:

  1. [S.] een conclusie van antwoord in reconventie in het geding heeft gebracht die zowel aan de kantonrechter als aan ICCS c.s. zijn toegezonden;

  2. ICCS c.s. een akte productie gedaagden in conventie, eisers in reconventie in het geding heeft gebracht die zowel aan de kantonrechter als aan [S.] is toegezonden.

1.2.

Tot slot is een datum voor vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Voor zover voor de beoordeling van belang staat tussen partijen het volgende vast:

2.2.

ICCS c.s. heeft aan [S.] de opdracht gegeven om een authentieke akte voor haar op te stellen. Voor zover van belang, is in de mailwisseling, welke heeft geleid tot de opdracht, tussen partijen het volgende aan de orde gekomen:

Op 13 oktober 2016 schreef ICCS c.s.:

‘’Bijgaand zend ik u een concept akte zoals die door mijn adviseurs is opgesteld. Zou u mij willen laten weten of u op korte termijn een dergelijke akte kan laten passeren en wat uw kosten daarvoor zijn’’

Op 17 oktober 2016 reageerde [S.] daarop als volgt:

‘’Ik heb de overeenkomst eens doorgelezen. Ik vraag mij af waarom u mij inschakelt. Mijns inziens kunt u volstaan met een onderhandse overeenkomst.’’

Eveneens op 17 oktober 2016 heeft ICCS c.s. als volgt gereageerd:

‘’Wij zouden wellicht kunnen volstaan met een onderhandse akte maar mede op advies van onze adviseurs willen wij dit bij akte geregeld hebben.

Gaarne omgaand uw offerte.’’

2.3.

Diezelfde dag heeft [S.] per e-mail een offerte aan ICCS c.s. gezonden. Voor zover van belang, is in de offertetekst het volgende opgenomen:

‘’Naar aanleiding van uw verzoek doe ik u hierbij een opgave van de kosten voor het opmaken van de door u gevraagde akte

Aangevraagde akte

Vaststellingsovereenkomst

Notariële kosten

Honorarium akte €305,00

21% BTW €64,05

Totaal €369,05’’

ICCS c.s. heeft daarop, voor zover van belang, als volgt gereageerd:

‘’Uw aanbieding is akkoord. Wanneer kan de akte passeren?’’

2.4.

[S.] heeft, eveneens op 17 oktober 2016, per e-mail een vraag gesteld aan ICCS c.s.:

‘’Voor de volledigheid: wat bedoelt u exact met ‘’deze’’ akte? Een authentieke akte in het algemeen of de akte met de tekst zoals die u aangereikt is?’’

Hierop heeft ICCS c.s. op 18 oktober 2016, eveneens per e-mail, als volgt gereageerd:

‘’Ik bedoel hiermee een authentieke akte in het algemeen.’’

2.5.

[S.] heeft ICCS c.s. er op gewezen dat de grosse niet bij de offerte was inbegrepen. Daarop heeft ICCS c.s., voor zover van belang, per e-mail als volgt gereageerd:

‘’Ik verkeerde in de veronderstelling dat zowel het één als het ander zou gebeuren. Ten onrechte, blijkt.

In dat geval hoor ik graag van u wat de aanvullende kosten voor de grosse zijn.’’

2.6.

Partijen hebben vervolgens per e-mail gecorrespondeerd over de door [S.] opgestelde ontwerpakte. Voor zover van belang, is op 19 oktober 2016 het volgende aangegeven door [S.] :

‘’Ik heb van u opdracht gekregen de vaststellingsovereenkomst zoals door u aangeleverd vast te leggen in een notariële akte. De door u nu voorgestelde tekstuele wijziging heb ik niet meegenomen in mijn offerte. Ik voeg nu voor u gegevens van het rijbewijs nog toe en daarbij laat ik het.

Indien u de tekstuele wijziging wilt toevoegen reken ik opnieuw meerkosten, € 95,00 excl. BTW.

[…]

Het slot van de akte heb ik opgenomen om duidelijk aan te geven dat ik geen bemoeienis heb met de gevolgen uit deze overeenkomst. Ik heb deze uitsluitend voor u vastgelegd. Ik handhaaf derhalve de slotpassage.’’

ICCS c.s. eveneens op 19 oktober 2016 en voor zover van belang, het volgende aangegeven:

‘’Dat u van ICCS en mij het verzoek hebt gekregen om de akte op te stellen volgens de tekst die u aangeleverd is blijkt met voldoende duidelijkheid uit onze correspondentie hierover.

Het is rechtens niet vereist en door ons niet gewenst dat u de door mij gehekelde passage in de akte opneemt. Daarom dient die daar niet in voor te komen.

Ten overvloede wijs ik u er op dat - op grond van de thans geldende Verordening beroeps- en gedragsregels- u aan dit verzoek gehoor dient te geven. Tevens dat dit verzoek niet aan te merken is als gegronde redenen van dienstweigering als bedoeld in artikel 21 lid 2 Wet op het notarisambt.

Meerkosten voor de door mij voorgestelde (zeer beperkte) wijzigingen op uw ontwerpakte zie ik niet zitten. Dan moet de tekst maar blijven zoals die was. Het toezenden van de ontwerpakte heeft op deze manier feitelijk ook geen zin.

Zou u mij uiterlijk op 11.00 uur willen bevestigen dat vandaag om 14.00 uur de akte in de hiervoor beschreven vorm al dan niet door mij getekend kan worden.’’

[S.] heeft daarop als volgt gereageerd:

‘’Ik verwacht u conform afspraak vanmiddag om 14.00 uur voor het tekenen van de akte.’’

ICCS c.s. is op deze afspraak niet verschenen. [S.] heeft daarover, voor zover van belang, het volgende aan ICCS c.s. geschreven:

‘’Ik attendeer u erop dat ik de kosten wel bij u in rekening breng, indien u op korte termijn geen nieuwe afspraak met mij maakt.’’

2.7.

Op 20 oktober 2016 heeft ICCS c.s. per e-mail, voor zover van belang, verklaard waarom hij niet is verschenen op de afspraak:

‘’Een bericht zoals u mij gisteren om 14.35 uur stuurde garandeert dat onze verdere communicatie alleen nog via de (tucht)rechter zal verlopen.

Uitsluitend om redenen van goed fatsoen aan mijn kant maak ik op die regel hiermee een uitzondering.

Gisteren bleek dat - nadat u de onderhavige opdracht had aanvaard - u de uitvoering van de met u overeengekomen dienst weigert. Ik heb u duidelijk gemaakt dat ICCS en ik dat niet accepteren en dat u naar aanleiding daarvan maatregelen dezerzijds kunt verwachten.

Dat de afspraak van 14.00 uur daarmee kwam te vervallen kan - in alle ernst - u niet verbazen. Het spreekt voor zich dat wij niet een akte gaan ondertekenen met een inhoud waarmee wij niet instemmen.

Uw dreigementen inhoudende dat u desondanks wel de (overeengekomen) kosten in rekening zou denken te kunnen brengen leggen wij uiteraard geheel naast ons neer. De nota in de prullenbak.’’

[S.] heeft daarop, voor zover van belang, op dezelfde dag per e-mail het volgende aangegeven:

‘’Ik heb de akte aangepast en deze kan vanmiddag, indien u dit wenst, ondertekend worden.’’

ICCS heeft vervolgens per e-mail op diezelfde dag als volgt gereageerd:

‘’Aannemende dat u doelt op de aanpassing zoals u die gisteren na het middaguur stuurde verandert dat niets.’’

[S.] heeft in reactie daarop op deze dag het volgende kenbaar gemaakt:

‘’Meer kan ik niet voor u doen. Ik ben notaris en geen overschrijver van uw teksten.’’

ICCS c.s. kon zich daar niet in vinden en heeft, voor zover van belang, daarover dezelfde dag geschreven:

‘’De door u toegevoegde tekst:

‘’Deze akte is uitsluitend een verklaring van de verschenen persoon, handelend als gemeld, voor mij, notaris, afgelegd en door mij in deze akte vastgelegd, tenzij het tegendeel uit deze akte blijkt.

is voor ICCS en mij ongewenst.

Alleen indien die passage wordt verwijderd - dwz de tekst van de akte geheel conform het aan u verstrekte concept is- ben ik alleen vandaag nog tussen 14.00 en 15.00 uur bereid om deze kwestie minnelijk met u af te doen. Kosten zoals eerder overeengekomen, Inclusief grosse.

Zo u dat wenst hoor ik het graag vandaag voor 12.30 uur.’’

[S.] heeft per e-mail op deze dag tot slot het volgende geschreven:

‘’Ik handhaaf de door mij voorgestelde laatste tekst.

Hiermee wordt volledig voldaan aan uw wenst om uw verklaring te willen vastleggen in deze akte. Ik heb hieraan niets toe te voegen.’’

2.8.

In de door ICCS c.s. voorgestelde concepttekst is, voor zover van belang, in het slot het volgende opgenomen:

‘’Deze akte is verleden te […].

De inhoud van deze akte is aan de verschenen personen zakelijk meegedeeld en toegelicht.

De verschenen personen verklaarden geen volledige doorlezing te verlangen, van de inhoud kennis genomen te hebben en daarmee in te stemmen

Deze akte is vervolgens beperkt voorgelezen en onmiddellijk daarna ondertekend door de verschenen personen en mij, notaris, om […]’’

In de door [S.] opgemaakte ontwerpakte is, voor zover van belang, in het slot het volgende opgenomen:

‘’De verschenen persoon is mij, notaris, bekend en de identiteit van de verschenen persoon is door mij, notaris, aan de hand van het hiervoor vermelde en daartoe bestemde document vastgesteld.

Deze akte is verleden te [plaats] op de datum in het hoofd van deze akte vermeld.

Deze akte is uitsluitend een verklaring van de verschenen persoon, handelend als gemeld, voor mij notaris, afgelegd en door mij in deze akte vastgelegd, tenzij het tegendeel uit deze akte blijkt.

De verschenen persoon heeft verklaard op volledige voorlezing van de akte geen prijs te stellen en tijdig voor het verlijden van de concept-akte te hebben ontvangen, van de inhoud van de akte te hebben kennis genomen.

Onmiddellijk daarna is de akte beperkt voorgelezen en door de verschenen persoon en mij, notaris, ondertekend.’’

2.9.

[S.] heeft ICCS c.s. een factuur, d.d. 18 oktober 2016 met kenmerk 12.383, gezonden op grond waarvan zij betaling verlangt van haar honorarium voor het opstellen van deze akte.

2.10.

ICCS c.s. heeft deze factuur tot op heden onbetaald gelaten.

3 Het geschil

in conventie:

3.1.

[S.] vordert hoofdelijke veroordeling bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, van betaling van € 431,32, bestaande uit een hoofdsom van € 369,05, incassokosten van € 55,36 en rente van € 6,91 tot datum dagvaarding, de hoofdsom te vermeerderen met rente en kosten als vermeld in de dagvaarding.

[S.] legt daaraan, kortgezegd, het volgende ten grondslag.

Er is in opdracht van ICCS c.s., volledig conform haar wens, een authentieke akte opgesteld. Daarvoor is ICCS c.s. een vergoeding verschuldigd. Ondanks aanmaningen is betaling uitgebleven, waardoor ICCS c.s. in verzuim is en zij rente verschuldigd is. Ook dient zij de kosten voor het inschakelen van een incassogemachtigde aan haar te voldoen en dient zij te worden veroordeeld in de proceskosten zoals beschreven in de dagvaarding.

3.2.

ICCS cs. voert, kortgezegd, het volgende verweer.

De opdracht is door [S.] niet of niet volledig conform de opdracht uitgevoerd door in het slotakkoord van de akte een aanvulling op te nemen en de authentieke akte en grosse niet te leveren. Er is sprake van dienstweigering en er is geen rechtsregel voor het aanvullen van de aangeleverde concepttekst. [S.] heeft daarmee niet gehandeld overeenkomstig haar zorgplicht en zoals het een goed notaris betaamd. [S.] had de verplichting om hem te wijzen op de gevolgen van de inhoud van de akte of de opdracht dienen te weigeren. Desgevraagd is door [S.] niet voldaan aan de verplichting om haar honorarium te specificeren. ICCS c.s. concludeert tot afwijzing van de vorderingen.

in reconventie:

3.3.

ICCS c.s. vordert, zo veel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor recht te verklaren hetgeen is beschreven in onderdeel 128, sub A t/m K, van zijn antwoord in conventie, eis in reconventie:

  1. Inzake de tussen [ICCS c.s.] en [S.] geldende wederkerige verbintenis [S.] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de op hem rustende verplichtingen jegens [ICCS c.s.] ;

  2. [S.] zich onrechtmatig jegens [ICCS c.s.] heeft gedragen door de van hem door [ICCS c.s.] verlangde diensten niet (volledig) te verrichten;

  3. [S.] zich onrechtmatig jegens [ICCS c.s.] heeft gedragen door zijn handelen en/of nalaten in strijd met de op hem rustende zorgplicht jegens [ICCS c.s.] ;

  4. [S.] zich onrechtmatig jegens [ICCS c.s.] heeft gedragen door zijn handelen en/of nalaten in strijd met hetgeen een behoorlijk handelende notaris betaamt;

  5. [S.] zich onrechtmatig jegens [ICCS c.s.] heeft gedragen door te trachten hen een authentieke akte te doen ondertekenen waarvan de inhoud niet gelijk is aan de authentieke akte zoals die door [ICCS c.s.] verlangd wordt;

  6. [S.] zich onrechtmatig jegens [ICCS c.s.] heeft gedragen door aan de uitvoering van de door hem te verrichten werkzaamheden (resp achteraf, alsnog) de voorwaarde te verbinden dat [ICCS c.s.] akkoord gaan met de wijzigingen en aanvulling die eenzijdig door [S.] in (het concept van) de authentieke akte werden aangebracht en welke voor [ICCS c.s.] niet aanvaardbaar, niet wenselijk zijn;

  7. [S.] zich onrechtmatig jegens [ICCS c.s.] heeft gedragen door [ICCS c.s.] een factuur te sturen voor werkzaamheden welke (geheel danwel gedeeltelijk) niet door [S.] zijn uitgevoerd;

  8. [S.] zich onrechtmatig jegens [ICCS c.s.] heeft gedragen door desgevraagd niet te verstrekken de in art 55 lid 1 Wna bedoelde specificatie van zijn honorarium voor ambtelijke werkzaamheden en de overige aan de zaak verbonden kosten, waaruit duidelijk blijkt op welke wijze het in rekening gebrachte bedrag is berekend;

I. [S.] de op hem rustende geheimhoudingsverplichting heeft geschonden.

[S.] te veroordelen tot:

Betaling aan [ICCS c.s.] van de schade welke [ICCS c.s.] heeft geleden resp zal lijden als gevolg van de wanprestatie en/of de onrechtmatige gedragingen van [S.] jegens [ICCS c.s.] , welke schade is op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de daarover te berekenen wettelijke rente vanaf 19 oktober 2016;

Betaling van de kosten voor het geding in reconventie, waaronder begrepen een vergoeding voor de daarbij opgekomen kosten aan de zijde [ICCS c.s.] .

ICCS c.s. legt daaraan, kortgezegd, het volgende ten grondslag.

Als gevolg van de aan [S.] toe te rekenen tekortkomingen en onrechtmatige gedragingen beschikken zij niet over de authentieke akte en executoriale titel. Dit veroorzaakt voor ICCS c.s. complicaties van fiscale en financiële aard. [S.] dient om die reden de nu nog niet te begroten schade aan haar te vergoeden, alsmede de kosten voor het geding zoals benoemd in het antwoord in conventie tevens houdende eis in reconventie.

3.4.

[S.] voert, kortgezegd, het volgende verweer.
Zij ontkent en betwist dat zij toerekenbaar tekort is geschoten of onrechtmatig heeft gehandeld jegens ICCS c.s. en dat daardoor schade zou zijn ontstaan. Zou al schade zijn ontstaan dan is die volledig aan ICCS c.s. zelf toe te rekenen; ICCS c.s. had ook een andere notaris kunnen inschakelen. De opdracht is tegen een vaste vergoeding aangenomen en -onvoorwaardelijk en zonder voorbehoud- akkoord bevonden door ICCS c.s. Zij heeft gehandeld vanuit de op haar rustende zorgplicht en de belangen van de bij de rechtshandeling betrokken partijen en derden (eventuele schuldeisers daaronder begrepen) met de grootst mogelijke zorgvuldigheid behartigd. Om die redenen is het formele slot van de akte aangepast. Zij ziet zich gesteund door de beslissing op de klacht bij de Kamer voor het Notariaat. [S.] concludeert tot afwijzing van de vorderingen.

4 De beoordeling

in conventie en in reconventie :

4.1.

De vorderingen in conventie en in reconventie worden vanwege hun nauwe samenhang gezamenlijk behandeld.

4.2.

Partijen houdt verdeeld wat de inhoud van de opdracht is geweest die ICCS c.s. aan [S.] heeft gegeven. Volgens ICCS c.s. diende de concepttekst geheel te worden overgenomen door [S.] ; volgens [S.] heeft zij als notaris de bevoegdheid om het formele slot van de akte aan te passen. Voor de beantwoording van deze vraag dienen de verschillen tussen de concepttekst van ICCS c.s. en de ontwerpakte van [S.] in kaart te worden gebracht.

Vast staat dat partijen niet twisten over de tekst zoals is opgenomen in de ontwerpakte in de aanhef, de considerans, de vaststelling en de schuldbekentenis, waardoor deze onderdelen tussen partijen onbesproken zijn gelaten. Wat partijen echter wel verdeeld houdt, is de tekst zoals opgenomen in het slot van de ontwerpakte. In lijn met artikel 157 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering, bevat op grond van artikel 37 van de Wet op het notarisambt een authentieke akte ook de waarnemingen van de notaris. De notaris doet verslag van zijn eigen waarnemingen, welke hem daarom niet (dwingend) kunnen worden opgelegd. Dit is inherent aan het karakter van een authentieke akte. In de ontwerpakte heeft [S.] zijn waarnemingen opgenomen in het slot:

  1. De eerste zin (‘’De verschenen persoon… document vastgesteld’’) is niet opgenomen in de concepttekst. Tegen het opnemen van deze eerste zin heeft ICCS c.s. geen bezwaar gemaakt, hoewel de tekst afwijkt van de concepttekst.

  2. De tweede zin (‘’Deze akte is…akte vermeld’’) komt overeen met de eerste zin van concepttekst. Tegen het opnemen van deze tweede zin, zij het op een ander plaats in het slot, is evenmin bezwaar gemaakt door ICCS c.s.

  3. De derde zin (‘’Deze akte is uitsluitend…akte blijkt’’) is niet opgenomen in de concepttekst. Tegen deze zin richt zich het bezwaar van ICCS c.s.

  4. De vierde en de vijfde zin zijn, op enkele tekstuele stijlvoorkeuren na, inhoudelijk gelijk aan de tekst zoals opgenomen in de concepttekst. Tegen het opnemen van deze zinnen heeft ICCS c.s. evenmin bezwaren geuit.

Nu vast staat dat ICCS c.s. geen bezwaren had tegen de toevoeging van de eerste zin, de wijzigingen in stijl en opmaak met betrekking tot de tweede, vierde en vijfde zin, onderkent, althans realiseert ICCS c.s. zich daarmee kennelijk dat er in een authentieke akte ruimte moet zijn met betrekking tot wat een notaris daarin opneemt over zijn eigen waarnemingen. Het verweer van ICCS c.s. dat het niet aan [S.] is om aan de inhoud een andere uitleg te geven of om zijn wensen te bepalen en dat hij gedwongen zou worden om een akte te ondertekenen, terwijl hij het met de inhoud daarvan niet eens is, is dan ook niet terecht.

4.3.

[S.] heeft ter zitting verklaard de derde zin te hebben opgenomen, omdat hij van ICCS c.s. geen opdracht heeft gehad om de inhoud van de vaststelling en schuldbekentenis te beoordelen en daaromtrent dan ook niets wilde c.q. kon verklaren. [S.] wilde eventuele derden (schuldeisers) niet in het ongewisse laten over haar rol als notaris bij het opstellen van de authentieke akte door een zin op te nemen zoals in de concepttekst was voorgesteld door ICCS c.s., namelijk: ‘’De inhoud van deze akte is aan de verschenen personen zakelijk meegedeeld en toegelicht’’. [S.] stelt die toelichting namelijk niet te hebben gegeven.

ICCS c.s. heeft ter zitting erkend dat het beoordelen van de vaststelling en de schuldbekentenis geen onderdeel was van de opdracht. Daarmee staat vast dat [S.] ook niet op de hoogte was c.q. kon zijn van de (totstandkoming van de) achtergrond van de vaststelling en schuldbekentenis. Vasthouden aan de tekst zoals weergegeven in de concepttekst van ICCS c.s., zou dan ook geen getrouwe weergave van de werkelijkheid inhouden. Desondanks was de wijze van omschrijving in de betreffende zin, ook na voorstel van [S.] tot wijziging daarvan, niet naar tevredenheid van ICCS c.s. Ter zitting is een wijziging van deze zin nogmaals aan de orde gekomen, doch partijen zijn daarover niet tot overeenstemming gekomen.

4.4.

Onderhavig geschil geeft blijk van een dilemma waarmee [S.] zich kennelijk geconfronteerd zag, namelijk: hoe dient een notaris om te gaan met de situatie waarin mogelijke belangen van derden een rol spelen? De Hoge Raad stelde in het Novitaris arrest (Hoge Raad, 3 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:831) voorop dat een notaris op grond van het bepaalde in artikel 21 lid 1 van de Wet op het notarisambt in beginsel verplicht is zijn ministerie te verlenen. Slechts indien de voor de notaris kenbare feiten leiden tot het gerechtvaardigde oordeel dat het recht van de derde een beletsel vormt of tot gerede twijfel daarover, zal de notaris zijn medewerking moeten weigeren. In dit geval zijn geen -voor [S.] kenbare- feiten gebleken of gesteld waaruit een beletsel door [S.] kon worden afgeleid, waardoor hij terecht aan zijn ministerie heeft voldaan en ook daadwerkelijk heeft voldaan.

Door het opmaken van de akte en (tot twee maal toe) gelegenheid te geven om te ondertekenen heeft [S.] dan ook voldaan aan de door ICCS c.s. aan haar verstrekte opdracht. Gelet op het hiervoor overwogene, is het verwijt dat ICCS c.s. maakt dat de volledige concepttekst moest worden overgenomen, onterecht. Een cliënt kan een notaris niet dwingen om iets anders op te nemen dan haar eigen waarnemingen. Het opstellen van een authentieke akte en haar daarin te vervatten waarnemingen, is een taak die exclusief aan een notaris is voorbehouden. Zou ICCS c.s. deze waarnemingen niet opgenomen wensen te zien, dan had vastlegging in een onderhandse akte voor de hand gelegen. [S.] heeft dat uitdrukkelijk vooraf voorgehouden. Er is daarmee ook geen sprake van het ingaan tegen de ministerieplicht of het weigeren een akte op te maken, noch van het niet (volledig) afronden van de opdracht. Het verweer van ICCS c.s. dat het niet aan [S.] is om aan de inhoud een andere uitleg te geven of om zijn wensen te bepalen en dat hij gedwongen zou worden om een akte te ondertekenen, terwijl hij het met de inhoud daarvan niet eens is, is gezien het voorgaande niet terecht.

4.5.

Ter zitting is aan de orde gekomen dat ICCS c.s. een onprettig gevoel kreeg bij de opmerking van [S.] waarin de term ‘’paulianeus’’ werd gebruikt. [S.] heeft verklaard dat zij daarmee aan haar waarschuwingsplicht en informatieplicht voldeed. Om die reden heeft [S.] er, naar eigen zeggen, op willen wijzen dat derden niet mogen worden benadeeld. Kennelijk heeft ICCS c.s. deze opmerking als misplaatst beschouwd, hetgeen de verhoudingen tussen partijen geen goed heeft gedaan. Dit is mogelijk een reden waarom er in een later stadium tussen partijen geen oplossing is gevonden voor het vinden van een passende formulering. Het verweer dat [S.] niet heeft gehandeld overeenkomstig haar zorgplicht en zoals het een goed notaris betaamd, gaat niet op. [S.] heeft onweersproken gesteld dat het juist vanwege haar verplichtingen als notaris was dat zij ICCS c.s. heeft geïnformeerd en gewaarschuwd op de beschreven wijze. Dat ICCS c.s. een en ander anders heeft geïnterpreteerd, kan [S.] niet worden tegengeworpen. Te meer nu [S.] onweersproken heeft gesteld dat ICCS c.s. bekend is met de werkwijze van een notaris en al vaker van haar diensten gebruik heeft gemaakt. Evenmin kan sprake zijn van dienstweigering zoals ICCS c.s. betoogt. [S.] heeft immers uitvoering gegeven aan haar werkzaamheden als notaris.

4.6.

ICCS c.s. stelt dat er geen rechtsregel is die een notaris verplicht om een zin op te nemen die hij als cliënt niet in de authentieke akte opgenomen wil zien. De kantonrechter kan ICCS c.s. niet volgen in dit betoog. In artikel 157 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering heeft de wetgever namelijk specifieke voorschriften gegeven met betrekking tot de aard en omvang van de bewijskracht van authentieke en onderhandse akten. De authentieke akte bevat in beginsel dan ook steeds een verklaring van de ambtenaar (in dit geval de notaris) die de akte heeft opgesteld omtrent zijn eigen waarnemingen en verrichtingen.
Het bezwaar van ICCS c.s. tegen het opnemen van de betreffende zin in de ontwerpakte is erin gelegen dat het mogelijk het idee zou oproepen dat er iets mis zou zijn met de tekst van de overeenkomst, terwijl dat volgens haar niet zo is. Dit is inhoudelijk niet nader door ICCS c.s. toegelicht of onderbouwd. De tekst zoals deze in de betreffende zin is voorgesteld door [S.] is neutraal van karakter en informatief over de gang van zaken en de betrokkenheid van de notaris zoals partijen die overeengekomen zijn. De door [S.] voorgestelde tekst geeft niet meer aan dan dat zij in dit geval geen verderstrekkende werkzaamheden heeft verricht of voor haar verantwoordelijkheid kan nemen dan hetgeen aan haar is verklaard. Dat dit in andere bewoordingen kon is door [S.] onderkend en zij heeft ook de tekst al anders geformuleerd op het bezwaar van ICCS c.s. ICCS c.s. heeft dat echter afgewezen. Tot nadere bespreking daarvan is het niet meer gekomen.

4.7.

[S.] wenste vast te houden aan haar voorgestelde tekst, terwijl ICCS c.s. blijkens haar e-mail d.d. 20 oktober 2017 (onderdeel 2.7 hiervoor) vast hield aan het verwijderen van deze zin. Daarmee heeft ICCS c.s. het [S.] onmogelijk gemaakt om de authentieke akte volledig op te maken. Dat de authentieke akte nimmer aan haar is geleverd, dient daarom voor risico van ICCS c.s. te blijven.

4.8.

Het verweer van ICCS c.s. dat geen duidelijkheid zou bestaan over de totstandkoming van het tarief van [S.] is niet terecht, omdat over de (specificatie van de) kosten voor het opmaken van de authentieke akte voorafgaand al overeenstemming is bereikt tussen partijen (onderdeel 2.3. hiervoor). Voor zover door [S.] nog afzonderlijk moest worden voldaan aan de specificatieplicht als bedoeld in artikel 55 van de Wet op het notarisambt, heeft [S.] nog aangevoerd dat wanneer hij werkzaamheden op basis van een uurtarief verricht, een uurtarief van € 250,-- excl. btw, incl. kantoorkosten in rekening wordt gebracht, en de werkzaamheden voor ICCS c.s. in iedere geval meer dan 1,5 uren zijn. De kantonrechter acht daarmee voldoende voldaan aan de specificatievereisten als opgenomen in artikel 55 van de Wet op het notarisambt.

4.9.

Gelet op het voorgaande is ICCS c.s. in verzuim en kan [S.] nakoming van de overeenkomst vorderen. In conventie wordt de vordering tot betaling van de hoofdsom dan ook toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde rente.

4.10.

[S.] heeft gesteld dat zij buitengerechtelijke incassokosten gemaakt heeft en vordert vergoeding daarvan. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en wordt toegewezen.

4.11.

ICCS c.s. wordt in conventie als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure als na te melden.

4.12.

Nu in conventie wordt aangenomen dat ICCS c.s. gehouden is tot betaling op grond van de tussen partijen bestaande overeenkomst en de vordering in conventie wordt toegewezen, worden alle vorderingen in reconventie afgewezen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

in conventie:

veroordeelt ICCS cs. om aan [S.] te betalen de som van € 431,32, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 369,05 vanaf 1 februari 2017 tot aan de dag van voldoening;

veroordeelt ICCS cs. in de kosten van de procedure, aan de zijde van [S.] tot heden begroot op € 88,51 aan explootkosten, € 117,-- aan griffierecht en € 120,-- als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast);

in reconventie:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt ICCS c.s. in de kosten van de procedure, aan de zijde van [S.] tot op heden begroot op € 60,--;

in conventie en in reconventie:

verklaart dit vonnis voor zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J. Godrie, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 augustus 2017.