Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2017:4594

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
31-08-2017
Datum publicatie
01-09-2017
Zaaknummer
01/880945-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring voor 1 subsidiair: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en 2: medeplegen van poging tot doodslag.

Voor de poging doodslag onder 1 primair wordt verdachte vrijgesproken.

Opgelegd wordt een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar met aftrek van voorarrest. De eis van de officier van justitie was een gevangenisstraf van 8 jaar voor beide primaire feiten.

Tevens dient verdachte nog eerdere voorwaardelijke straffen uit te zitten omdat hij in de proeftijden wederom de fout is ingegaan (4 maanden, 5 maanden en 1 week).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch

Team Strafrecht

Parketnummer: 01/880945-16
Parketnummers vorderingen: 01/879129-14, 01/865000-15, 01/141788-16 en 96/045886-12

Datum uitspraak: 31 augustus 2017

Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,

wonende te [adres 1] ,

thans gedetineerd te: PI Vught, Vosseveld 2 HvB Regulier.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 17 augustus 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 18 juli 2017.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij:

1. op of omstreeks 26 december 2016 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met zijn mededader(s), althans alleen,

- meerdere, althans een, vuurwapen(s) op die [slachtoffer 1] heeft gericht en/of

- die [slachtoffer 1] met een (geladen) vuurwapen in diens gelaat heeft geslagen, en daarbij een kogel heeft afgevuurd, althans waardoor dat wapen is afgegaan,

- die [slachtoffer 1] meermalen, met de kolf van een vuurwapen, althans met een hard voorwerp tegen diens (achter)hoofd heeft geslagen en/of

- terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag en/of zich in een kwetsbare positie bevond, meermalen, althans eenmaal, met kracht met geschoeide voet(en) tegen het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geschopt en/of getrapt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

op of omstreeks 26 december 2016 te [plaats] openlijk, te weten, op of aan de [adres 2] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon te weten [slachtoffer 1] door

- meerdere, althans een, vuurwapen(s), althans (een) op een vuurwapen gelijkend(e) voorwerp(en), te richten op en/of voor te houden aan die [slachtoffer 1] en/of

- die [slachtoffer 1] (meermalen) al dan niet met een vuurwapen en/of een hard voorwerp tegen diens hoofd te slaan en/of

- (meermalen) tegen het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer 1] te schoppen en/of trappen;

2. op of omstreeks 26 december 2016 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 2] opzettelijk van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met zijn mededader(s), althans alleen,

- meerdere, althans een, vuurwapen(s) op die [slachtoffer 2] heeft gericht en/of

- terwijl die [slachtoffer 2] op de grond lag en/of zich in een kwetsbare positie bevond, meermalen, althans eenmaal, met kracht met geschoeide voet(en) tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] heeft geschopt en/of getrapt en/of die [slachtoffer 2] , al dan niet met een vuurwapen, althans een hard voorwerp, tegen diens hoofd heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

op of omstreeks 26 december 2016 te [plaats] openlijk, te weten, op of aan de [adres 2] , in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon te weten [slachtoffer 2] door

- meerdere, althans een, vuurwapen(s), althans (een) op een vuurwapen gelijkend(e) voorwerp(en), te richten op en/of voor te houden aan die [slachtoffer 2] en/of

- op die [slachtoffer 2] af en/of achter hem aan te lopen en/of

- die [slachtoffer 2] meermalen tegen diens hoofd en/of lichaam te schoppen en/of te slaan.

De vorderingen na voorwaardelijke veroordeling.

De zaak met parketnummer 01/879129-14 is aangebracht bij vordering van 5 juli 2017. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de meervoudige kamer te 's-Hertogenbosch d.d. 3 november 2015. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.

De zaak met parketnummer 01/865000-15 is aangebracht bij vordering van 5 juli 2017. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de meervoudige kamer te 's-Hertogenbosch d.d. 30 april 2015. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.

De zaak met parketnummer 01/141788-16 is aangebracht bij vordering van 5 juli 2017. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de politierechter te 's-Hertogenbosch d.d. 14 november 2016. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.

De zaak met parketnummer 96/045886-12 is aangebracht bij vordering van 10 juli 2017. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de politierechter te 's-Hertogenbosch d.d. 10 april 2014. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot een bewezenverklaring van de primair ten laste gelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouw van verdachte heeft op de in de pleitnota genoemde gronden gesteld dat de in het dossier beschreven gebeurtenissen dienen te worden gekwalificeerd als (zware) mishandeling, dan wel openlijke geweldpleging. De tenlastegelegde feiten kunnen niet wettig en overtuigend worden bewezen. De herkenning van verdachte op camerabeelden is het enige bewijsmiddel waaruit de betrokkenheid van verdachte zou kunnen blijken en die herkenning is (in dit geval) onvoldoende. Verdachte dient te worden vrijgesproken.

Het oordeel van de rechtbank.

De herkenning van verdachte

Anders dan door de verdediging betoogd, acht de rechtbank de herkenning door meerdere verbalisanten van verdachte op de camerabeelden eenduidig en dermate overtuigend, dat zij bewezen acht dat verdachte de persoon (met de halflange jas en capuchon) is die door hen als dader is herkend.

Vrijspraak ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 1 primair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. In het bijzonder overweegt de rechtbank daarbij het volgende.

Allereerst acht de rechtbank, met de officier van justitie en de verdediging, niet wettig en overtuigend bewezen dat het slachtoffer door verdachte – meermalen en met kracht – tegen het hoofd is geschopt terwijl hij op de grond lag en zich in een kwetsbare positie bevond.

Voor wat betreft de gang van zaken met betrekking tot het in de tenlastelegging genoemde vuurwapen overweegt de rechtbank het volgende. Ter terechtzitting zijn de van het incident op 26 december 2016 in [plaats] beschikbare camerabeelden bekeken. Daarop heeft de rechtbank niet kunnen waarnemen dat (en zo ja, op welke manier) het slachtoffer ( [slachtoffer 1] ) door verdachte met een vuurwapen is geslagen. Uit de verklaring van slachtoffer [slachtoffer 1] wordt ook niet duidelijk als gevolg waarvan en op welk moment het vuurwapen is afgegaan. De rechtbank heeft dan ook niet buiten redelijke twijfel kunnen vaststellen dat verdachte op een zodanige manier (met een vuurwapen) geweld heeft gebruikt jegens [slachtoffer 1] dat hij daarmee - hetzij door het aanwenden van geweld zelf, hetzij door het afgaan van het vuurwapen - de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat die [slachtoffer 1] als gevolg daarvan zou komen te overlijden.

Bewijsoverwegingen ten aanzien van het onder 1 subsidiair en 2 primair ten laste gelegde

Uit de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , in combinatie met de bovengenoemde camerabeelden, die door verbalisanten zijn uitgekeken en uitvoerig zijn beschreven, blijkt dat een manspersoon – die door meerdere verbalisanten is herkend als zijnde verdachte – en zijn mededaders in vereniging op de openbare weg geweld plegen tegen [slachtoffer 1] door een vuurwapen te richten op die [slachtoffer 1] , die [slachtoffer 1] met een vuurwapen tegen diens hoofd te slaan, en door meermalen tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] te schoppen.

De rechtbank acht de poging tot doodslag ten aanzien van het tweede slachtoffer, [slachtoffer 2] , wettig en overtuigend bewezen. Op de ter zitting getoonde camerabeelden is immers te zien dat verdachte en zijn mededader tezamen meermalen met kracht met geschoeide voet tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] schoppen, alsmede dat meermalen met kracht met geschoeide voet van boven naar beneden op het hoofd van [slachtoffer 2] wordt getrapt, terwijl die [slachtoffer 2] op de grond ligt en zich in een kwetsbare positie bevindt, namelijk liggende op het trottoir met het hoofd op de straat. Hiermee hebben de verdachte en zijn mededader naar algemene ervaringsregels, gelet op de kwetsbaarheid van het hoofd met vitale levensfunctie en de aard en intensiteit van het gepleegde geweld, de aanmerkelijke kans aanvaard dat die [slachtoffer 2] als gevolg van deze gewelddadigheden zou komen te overlijden.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de in de bijlage uitgewerkte bewijsmiddelen, mede in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:

1. op 26 december 2016 te [plaats] openlijk, te weten op of aan de [adres 2] , in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] door

- een vuurwapen te richten op die [slachtoffer 1] en

- die [slachtoffer 1] met een vuurwapen tegen diens hoofd te slaan en

- meermalen tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] te schoppen;

2. op 26 december 2016 te [plaats] tezamen en in vereniging met een ander ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 2] opzettelijk van het leven te beroven, met zijn mededader,

- terwijl die [slachtoffer 2] op de grond lag en zich in een kwetsbare positie bevond, meermalen met kracht met geschoeide voet tegen het hoofd van die [slachtoffer 2] heeft geschopt en getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft een gevangenisstraf geëist voor de duur van 8 jaar, met aftrek van de periode die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Voorts vordert de officier de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straffen onder de parketnummers 01/879129-14, 01/865000-15, 01/141788-16 en afwijzing van de vordering met parketnummer 96/045886-12 . Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouw heeft de rechtbank gevraagd de eis van de officier van justitie bij een bewezenverklaring te matigen. Voor wat betreft de vorderingen tenuitvoerlegging heeft de verdediging afwijzing bepleit, dan wel omzetting naar een werkstraf

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag en openlijke geweldpleging tegen twee slachtoffers. Op laffe wijze heeft verdachte samen met twee anderen, voorzien van vuurwapens, tegen hen geweld gepleegd. Verdachte heeft door zijn gedragingen welbewust een zeer groot en levensbedreigend gevaar voor het slachtoffer [slachtoffer 2] in het leven geroepen. Het zeer gewelddadige karakter van de door verdachte gepleegde strafbare feiten laat zien dat verdachte er niet voor terugschrikt om samen met anderen zwaar geweld tegen andere mensen te gebruiken. Daarbij hebben verdachte en zijn mededaders zich kennelijk niet bekommerd om de gevolgen. Het is puur geluk, en niet te danken aan verdachte, dat [slachtoffer 2] het heeft overleefd en geen levensbedreigende verwondingen heeft overgehouden aan het schoppen en trappen tegen en op het hoofd. Slachtoffers van dit soort ernstige feiten ondervinden daar echter vaak nog jarenlang last van en de herinnering eraan hindert hen in hun dagelijks bestaan. Uit de verklaringen die de slachtoffers tegenover de politie hebben afgelegd blijkt dat dit ook in deze zaak het geval is. Een van de slachtoffers heeft zelfs uit angst voor verdachte geweigerd aangifte te doen en heeft slechts als getuige verklaringen afgelegd.

Ter terechtzitting heeft verdachte geweigerd enige verklaring te geven over zijn rol bij het incident en heeft hij geen spijt van zijn handelen of medeleven met de slachtoffers voor de gevolgen van zijn handelen getoond. De rechtbank leidt hieruit af dat verdachte de ernst van het door hem aan zijn slachtoffers toegebrachte pijn en letsel kennelijk niet dan wel onvoldoende inziet.

De rechtbank houdt voorts rekening met de omstandigheid dat verdachte eerder voor soortgelijke feiten werd veroordeeld tot deels voorwaardelijke gevangenisstraffen. De rechtbank heeft tevens acht geslagen op het feit dat verdachte de onderhavige strafbare feiten heeft gepleegd tijdens de proeftijden van vier eerdere veroordelingen.

Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf.

De rechtbank acht uit een oogpunt van vergelding en ter beveiliging van de maatschappij een vrijheidsbeneming van lange duur op zijn plaats. De rechtbank zal evenwel een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank verdachte vrijspreekt van een der tenlastegelegde pogingen tot doodslag en voorts van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 01/879129-14.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bijzondere omstandigheden die aan de tenuitvoerlegging in de weg staan zijn niet aanwezig. De rechtbank zal dan ook de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 01/865000-15.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bijzondere omstandigheden die aan de tenuitvoerlegging in de weg staan zijn niet aanwezig. De rechtbank zal dan ook de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 01/141788-16.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bijzondere omstandigheden die aan de tenuitvoerlegging in de weg staan zijn niet aanwezig. De rechtbank zal dan ook de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 96/045886-12.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. De rechtbank zal de gevorderde tenuitvoerlegging afwijzen omdat niet duidelijk is of deze vordering reeds eerder bij een eerdere vordering is gevorderd en tenuitvoergelegd.

Toepasselijke wetsartikelen.

Deze beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 45, 47, 141 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Spreekt verdachte vrij van het onder feit 1 primair tenlastegelegde.

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1 subsidiair:openlijk in vereniging geweld plegen tegen personenT.a.v. feit 2 primair:medeplegen van poging tot doodslag Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf.

T.a.v. feit 1 subsidiair, feit 2 primair:Gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27Wetboek van Strafrecht

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling (parketnummer 01/879129-14):

Last tot tenuitvoerlegging van de straf, voorzover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige strafkamer te 's-Hertogenbosch d.d. 3 november 2015, te weten:

Gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling (parketnummer 01/865000-15):

Last tot tenuitvoerlegging van de straf, voorzover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige strafkamer te 's-Hertogenbosch d.d. 30 april 2015, te weten:

Gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling (parketnummer 01/141788-16):

Last tot tenuitvoerlegging van de straf, voorzover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te 's-Hertogenbosch d.d. 14 november 2015, te weten:

Gevangenisstraf voor de duur van 1 week

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling (parketnummer 96/045886-12):Wijst af de vordering tenuitvoerlegging van de officier van justitie d.d. 10 juli 2017.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. W.F. Koolen, voorzitter,

mr. I.L.A. Boer en mr. C.J. Sangers- de Jong, leden,

in tegenwoordigheid van mr. K. Sarghandoy, griffier,

en is uitgesproken op 31 augustus 2017.

Mr. Sangers-de Jong is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.