Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2017:4507

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
24-08-2017
Datum publicatie
28-08-2017
Zaaknummer
5912870 \ EJ VERZ 17-279
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

Appartementsrecht - digitaal uitgebrachte stemmen rechtsgeldig?

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 2 38, geldigheid: 2011-12-01
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zaaknummer:

Civiel Recht

Zittingsplaats Eindhoven

Zaaknummer: 5912870 \ EJ VERZ 17-279

Beschikking van 24 augustus 2017

in de zaak van:

[C.] ,

wonende te [plaats] ,

verzoeker,

gemachtigde: mr. J.F.H.M. van der Velden,

tegen:

de vereniging Vereniging van Appartementseigenaren [van gebouw A.] ,

gevestigd te [plaats] ,

verweerder,

gemachtigde: mr. R.F.H. Mertens.

Partijen worden hierna genoemd “ [C.] ” en “VvE”.

1 Het verloop van het geding

1.1.

Dit blijkt uit het volgende:

  • -

    het verzoekschrift met producties, ter griffie ontvangen op 19 april 2017;

  • -

    het verweerschrift met producties;

  • -

    de mondelinge behandeling die op 24 juli 2017 heeft plaatsgevonden en waarbij de griffier aantekeningen heeft gemaakt.

1.2.

Tot slot is een datum voor beschikking bepaald.

2 De feiten

2.1.

Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende weersproken het volgende vast.

2.2.

[C.] is eigenaar van het appartementsrecht van het appartement [adres] te [plaats] en van de bijbehorende berging.

2.3.

[C.] is lid van de vereniging van eigenaars. Bij notariële akte van 22 augustus 1997 is er een splitsingsakte opgemaakt en is het splitsingsreglement van de VvE vastgesteld.

2.4.

In artikel 36 van het splitsingsreglement is, voor zover van belang, het volgende bepaald:

Ieder der eigenaars is bevoegd, hetzij in persoon, het zij bij een schriftelijke gevolmachtigde al dan niet lid van de vereniging, de vergadering bij te wonen, daarin het woord te voeren en het stemrecht uit te oefenen (…)”.

2.5.

Op 20 maart 2017 heeft er een (buitengewone) ledenvergadering plaatsgevonden. Tijdens deze vergadering is er gestemd over het wijzigen van artikel 2 lid 3 en artikel 34 van de akte van splitsing.

2.6.

In totaal zijn er 582 stemmen binnen de vereniging van eigenaars uit te brengen. Voor het wijzigen van de splitsingsakte is conform art. 5:139 lid 2 BW ten minste een meerderheid van vier/vijfde van de stemmen vereist wat in dit geval neerkomt op 465,60 stemmen.

2.7.

Vooraf is de mogelijkheid geboden om digitaal te stemmen. Vijf leden hebben hun stem digitaal, via TWINQ een gespecialiseerd software systeem voor verenigingen van eigenaars, uitgebracht. Vier van deze vijf leden hebben hun stem later per e-mail bevestigd.

3 Het verzoek

3.1.

Het verzoek van [C.] strekt tot vernietiging van het besluit, met betrekking tot het wijzigen van art. 2 lid 3 en art. 34 van de akte van splitsing, van de VvE zoals neergelegd in de notulen van de extra (buitengewone) ledenvergadering VvE [van gebouw A.] te [plaats] van 20 maart 2017. Daarnaast wordt verzocht het gewraakte besluit te schorsen totdat op het onderhavige verzoek onherroepelijk is beslist.

3.2.

Aan zijn verzoek legt [C.] , kort samengevat, het volgende ten grondslag.

Een aantal stemmen is digitaal uitgebracht. Daarmee is het besluit genomen in strijd met de statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen. Het besluit is immers tot stand gekomen door stemming waarbij afgeweken is van art. 36 van het splitsingsreglement. Noch uit de statuten noch uit het splitsingsreglement blijkt dat is voorzien in de mogelijkheid van digitaal stemmen. Het besluit is dan ook wat betreft de wijze van totstandkoming in strijd met art. 2:15 BW. Indien digitaal stemmen toch is toegestaan, is er niet voldaan aan de eisen die voor stemmen via een elektronisch communicatiemiddel in art. 2:38 BW zijn gesteld.

[C.] heeft alle volmachten opgevraagd. Gebleken is dat er door mevrouw [A.] en de Maatschap [A/B] geen volmachten verleend zijn. Daarnaast is er door de heer [Van W.] , eigenaar van het appartement [adres] , een machtiging afgegeven die nietig is omdat op de machtiging niet is aangegeven aan wie deze verleend wordt. Zijn stem moet dan ook worden geacht niet te zijn uitgebracht.

Dit alles brengt met zich mee dat er 50 stemmen van de leden die digitaal gestemd hebben, de stemmen van mevrouw [A.] , de Maatschap [A/B] en van [Van W.] niet meegeteld mogen worden waardoor de benodigde vier vijfde meerderheid van 465,6 stemmen niet behaald wordt.

4 Het verweer

4.1.

De VvE heeft zich verweerd door, kort samengevat, het volgende aan te voeren.

Wat betreft het elektronisch stemmen geldt dat art. 36 van het splitsingsreglement geenszins uitsluit dat leden elektronisch stemmen terwijl zij de vergadering niet fysiek bijwonen. De bevoegdheid tot het bijwonen van de vergadering houdt immers geen verplichting in tot zodanig bijwonen. Voorts is er geen wettelijke of statutaire bepaling die zich tegen elektronisch stemmen verzet. Het door [C.] aangevoerde art. 2:28 BW is wat leden 6, 7 en 9 betreft niet van toepassing op verenigingen van eigenaars. De eisen die daarin gesteld worden hoeven dus niet strikt gevolgd te worden. Uit de parlementaire geschiedenis kan worden afgeleid dat elektronisch stemmen onbeperkt mogelijk is. De gehanteerde digitale stemprocedure is ook met de nodige waarborgen omkleedt omdat er gebruik gemaakt is van een speciaal softwareprogramma en vier van de vijf stemmen naderhand nogmaals per e-mail zijn bevestigd. Er zijn daarom geen redenen om aan te nemen dat de elektronisch uitgebrachte stemmen ongeldig zijn uitgebracht.

Door mevrouw [A.] en de Maatschap [A/B] zijn wel volmachten verleend. De volmacht van [Van W.] is geldig verleend. Het gaat om een stemvolmacht die tevens een steminstructie inhoudt. Wettelijk is de volmacht aan geen vormvereiste onderworpen en art. 36 van het splitsingsreglement bepaalt slechts dat deze schriftelijk moet worden verleend. [Van W.] heeft de schriftelijke en ondertekende volmacht aan de heer [B.] , directeur van de bestuurder van de VvE, gegeven. Daarmee is volkomen duidelijk wie gevolmachtigd was. De wilsverklaring van de volmachtgever bepaalt immers de inhoud en de omvang van de volmacht.

5 Beoordeling

Bevoegdheid kantonrechter

5.1.

Eerst is aan de orde de vraag of de kantonrechter bevoegd is om van onderhavige verzoeken kennis te nemen. Daaromtrent overweegt de kantonrechter als volgt.

5.2.

[C.] verzoekt de kantonrechter om het hiervoor onder 3.1. opgenomen besluit van de VvE te vernietigen. Artikel 2:15 BW bepaalt dat een besluit van een rechtspersoon vernietigbaar is, als het genomen is in strijd met wettelijke of statutaire bepalingen die de totstandkoming van besluiten regelen, of als het is genomen in strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW wordt geëist of als het strijdig is met een reglement.

5.3.

Waar [C.] aan zijn verzoek onder andere ten grondslag legt dat het besluit is genomen in strijd met de statutaire bepaling inzake de totstandkoming van besluiten is de kantonrechter mede gezien artikel 5:130 BW bevoegd.

Machtiging [Van W.]

5.4.

Beoordeeld dient te worden of er door [Van W.] een geldige machtiging verstrekt is nu [C.] ter behandeling van de zitting heeft aangegeven niet langer bezwaar te hebben tegen de machtigingen van mevrouw [A.] en de Maatschap [A/B] . Met betrekking tot de machtiging van [Van W.] stelt de kantonrechter vast dat in de schriftelijke machtiging niet vermeld is aan wie de machtiging is gegeven. [B.] , ter mondelinge behandeling aanwezig, heeft verklaard dat deze aan hem is verstrekt. Daarmee is naar het oordeel van de kantonrechter sprake van een geldige machtiging. Dat zou anders kunnen zijn indien [C.] had gesteld en aangeboden te bewijzen dat de machtiging niet aan [B.] is verstrekt. Dit heeft [C.] echter niet gedaan.

Elektronisch stemmen

5.5.

Het geschil spitst zich verder toe op de beantwoording van de vraag of de omstandigheid dat het elektronisch stemmen is gefaciliteerd met zich meebrengt dat de aldus uitgebrachte stemmen niet rechtsgeldig zijn uitgebracht.

De kantonrechter stelt allereerst vast dat het aldus deze wijze van stemmen enerzijds niet in strijd is met art. 36 van het splitsingsreglement maar anderzijds ook niet is geregeld in dit artikel. Maar dat is ook logisch omdat het modelreglement is opgemaakt in 1993 toen de digitalisering nog niet zo’n grote vlucht had genomen zoals heden ten dagen.

Het is niet in strijd met de inhoud van voornoemd artikel omdat men niet verplicht wordt aanwezig te zijn, ook zonder aanwezig te zijn kan het stemrecht uitgeoefend worden anderzijds is het niet geregeld omdat alleen stemmen bij volmacht geregeld is.

5.6.

VvE heeft in haar verweer verwezen naar de parlementaire geschiedenis bij het tot stand komen van art. 2:38 leden 6,7 en 8 BW. Waaruit volgens haar kan worden afgeleid dat elektronisch stemmen onbeperkt mogelijk is voor verenigingen van eigenaars.

In de memorie van toelichting bij het betreffende artikel is het volgende opgenomen:

“(…) Voor kleinere buurtverenigingen zal het toepassen van elektronische communicatiemiddelen bij besluitvorming minder aantrekkelijk zijn. Onder meer doordat de kosten die daarmee gepaard gaan niet zullen opwegen tegen de voordelen die daar tegenover staan. Ook in dat verband is van belang dat met de voorgestelde bepaling slechts een faciliteit geboden wordt. Beoogd wordt te bereiken dat de wet geen onnodige belemmeringen opwerpt voor rechtspersonen die ervoor willen kiezen gebruik te maken van elektronische communicatiemiddelen bij besluitvorming. Verenigingen hoeven van deze mogelijkheid geen gebruik te maken.” 1

In reactie op een amendement van Kamerleden Jansen, Depla en Van Bochove, waarin zij alsnog art. 2:38 leden 7,6 en 8 BW van toepassing willen laten verklaren op verenigingen van eigenaars reageerde de minister als volgt:

“(…) Het amendement regelt dat de vereniging van eigenaren gebruik kan maken van elektronische middelen voor het bijeenroepen van de ledenvergadering en het geven van volmacht. Dit is alleen nodig als het gaat om schriftelijke communicatie. Maar de schriftelijkheidseis geldt niet voor verenigingen van eigenaren; die is in ieder geval niet in het Burgerlijk Wetboek voorgeschreven. Er hoeft dan ook geen uitzondering op te worden gemaakt in het Burgerlijk Wetboek. Het amendement suggereert eigenlijk het bestaan van een verplichting die er niet is. De situatie die het amendement wil bewerkstelligen, is er al. (…).” 2

Het amendement is vervolgens ingetrokken door de indieners waarbij het volgende werd opgemerkt:

“(…) Ik begrijp dat de minister over het amendement over het elektronisch stemmen zegt dat dit op dit moment zonder beperking al mogelijk is. Verenigingen van eigenaren kunnen zonder meer regelen dat er elektronisch gestemd kan worden. (…).” 3

5.7.

De kantonrechter leest de parlementaire geschiedenis hetzelfde als VvE. De wetgever heeft het niet nodig gevonden om voor verenigingen van eigenaars een aparte regeling voor het elektronisch stemmen op te nemen. De verenigingen van eigenaars kunnen dit zelf regelen. Niet valt in te zien dat dit op formele wijze zou moeten door de splitsingsakte of het modelreglement te wijzigen. Dit mede gelet op het feit dat in onderhavig geval de elektronische stemprocedure met de nodige waarborgen is omkleed en deze wijze van stemmen in wezen niet verschilt van bij volmacht stemmen. Hierbij is ook meegewogen dat de betrokkenheid van de bewoners door het mogelijk maken van elektronisch stemmen groter wordt omdat ze niet op de vergadering aanwezig hoeven te zijn en toch hun mening kenbaar kunnen maken wat ten goede komt aan het besluitvormingsproces binnen een vereniging van eigenaars.

De kantonrechter constateert dan ook dat de elektronisch uitgebrachte stemmen, in het licht van hetgeen hiervoor overwogen is, gezien moeten worden als geldig uitgebrachte stemmen.

5.8.

De kantonrechter stelt gelet op het voorgaande vast dat er geen grond is voor vernietiging van het op 20 maart 2017 genomen besluit.

Schorsen besluit VvE

5.9.

Gelet op hetgeen hiervoor overwogen is, ziet de kantonrechter geen aanleiding om over te gaan tot het schorsen van het genomen besluit. Ook dit verzoek zal afgewezen worden.

Proceskosten

5.10.

[C.] zal als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld worden in de proceskosten.

6 De beslissing

De kantonrechter:

wijst de verzoeken van [C.] af;

veroordeelt [C.] in de kosten van deze procedure, aan de zijde van VvE gevallen en tot op heden vastgesteld op een bedrag van € 500,00.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.M. Callemeijn, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 24 augustus 2017.

1 Kamerstukken II 2004/05, 30019, nr. 3.

2 Handelingen II 2009/10, nr. 78.

3 Handelingen II 2009/10, nr. 78.