Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2017:4501

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
25-08-2017
Datum publicatie
25-08-2017
Zaaknummer
01/865021-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een gevangenisstraf van 48 maanden met aftrek van het voorarrest voor het samen met anderen produceren van amfetamine, het plegen van strafbare voorbereidingshandelingen in het kader van de Opiumwet en schuldheling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/865021-17
Parketnummer vordering: 01/84543716

Datum uitspraak: 25 augustus 2017

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,

wonende te [adres 1] ,

thans gedetineerd in het Huis van Bewaring te Grave.

Dit vonnis is op tegenspraak

gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 30 mei 2017 en 11 augustus 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte/veroordeelde naar voren is gebracht

.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 10 mei 2017.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 2016

tot en met 15 februari 2017 te [plaats] , gemeente [gemeente 1] , en/of een of

meerdere andere gemeente(n) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

(telkens) opzettelijk

heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of

afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd,

in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad,

een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een

middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen

krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2.

hij op of omstreeks 15 februari 2017 te [plaats] , gemeente [gemeente 1] ,

en/of een of meerdere (andere) gemeente(n) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de

Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken,

verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van

Nederland brengen van (een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal

bevattende amfetamine en/of MDMA, zijnde amfetamine en/of MDMA (telkens) een

middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of

te bevorderen,

- zich en/of een of meer ander(en) gelegenheid, middelen en/of inlichtingen

tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen en/of

- voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en/of gelden of andere betaalmiddelen

voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan hij wist of ernstige reden had om te

vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en)

hebbende hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s)

- een bedrijfspand gelegen aan de [adres 2] te [plaats] , gemeente

[gemeente 1] , gehuurd en/of laten huren ten behoeve van de opslag

grondstoffen/chemicaliën en/of (een) voorwerp(en) die kan/kunnen worden

gebruikt bij/voor de bereiding, verwerking en/of vervaardiging van amfetamine

en/of MDMA, in elk geval (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet

behorende lijst I,

en/of

- meerdere, althans een, onderde(e)l(en) van een productieopstelling

voorhanden gehad, waaronder: een of meerdere ketels en/of spiraalkoelers en/of

een stoomgenerator en/of een of meerdere (dompel)pompen en/of

- ( een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) (laboratorium)benodigdheden voorhanden

gehad, waaronder: gasbranders en/of gasflessen en/of vaten en/of jerrycans

en/of afvoerslangen en/of gasmaskers en/of verwarmingsdekens en/of kookplaten

en/of scheitrechter en/of rondbodemkolven en/of maatbekers en/of

- ( een) (grote) hoeveelhe(i)d(en) chemicaliën/grondstoffen voorhanden gehad,

waaronder: caustic soda en/of N-formylamfetamine en/of formamide en/of

mierenzuur en/of zoutzuur en/of BMK en/of ethanol en/of natriumhydroxide;

3.

hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 28 december 2016 tot en met

15 februari 2017 te Eindhoven , althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een voorwerp, te weten een snorfiets merk: Piaggio, type: Vespa Sprint,

(origineel) voorzien van kenteken [kenteken 1] , heeft verworven, voorhanden gehad,

overgedragen en/of omgezet, en/of

van een voorwerp, te weten een snorfiets merk: Piaggio, type: Vespa Sprint,

(origineel) voorzien van kenteken [kenteken 1] gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en)

vermoeden dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk

- afkomstig was uit enig misdrijf.

De vordering na voorwaardelijke veroordeling.

De zaak met parketnummer 01/845437-16 is aangebracht bij vordering van 6 maart 2017. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de politierechter in het arrondissement Oost-Brabant te 's-Hertogenbosch d.d. 17 oktober 2016.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs.

Bewijsbijlage.

Omwille van de leesbaarheid van de overwegingen, wordt voor de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen verwezen naar de gehele uitwerking daarvan. Deze is gevoegd als bijlage bij dit vonnis.

Op basis van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank de volgende feiten vast.

De feiten met betrekking tot feit 1 en 2.

Op 15 februari 2017 vond er een geplande, integrale bestuurlijke controle plaats op een bedrijventerrein aan de [adres 2] in [plaats] . Doel daarvan was controle van (bewoning van) het bedrijventerrein. De politie nam deel aan het bestuurlijke interventieteam.

In het kader van die controle ziet een verbalisant op het terrein van perceel [adres 2] , een terrein dat geheel omheind is met hekken voorzien van schaduwdoeken, een man op een heftruck rijden. De man die op de heftruck zit opent nadat de verbalisanten het doel van de controle hebben bekend gemaakt, de poort met de sleutel. De man wordt door de verbalisanten herkend als de hen ambtshalve bekende [verdachte] . In de loods op het terrein worden twee personen aangetroffen.

In de loods is een houten wand geplaatst met een afgesloten deur. De ruimte achter de deur (hierna productieruimte) is betreden door de politie. Bij het openen van de deur ruiken de opsporingsambtenaren direct een vreemde geur. In deze ruimte zien zij een aantal jerrycans en een pomp. De politie vermoedt dat er sprake is van een synthetisch drugslaboratorium in werking en in opbouw. Verdachte en de twee in het pand aangetroffen personen, zijn zoons, zijn aangehouden. Het LFO (de landelijke faciliteit ontmantelen van het Landelijk Forensisch Centrum ) stelt een onderzoek in in de loods, in de in de loods aanwezige Ford Transit met kenteken [kenteken 2] , in de caravan in de loods en in de twee zeecontainers op het terrein. De eigenaar van de loods verklaart dat verdachte het bedrijventerrein sinds september 2016 huurt, dat verdachte begin 2017 een extra ruimte heeft gemaakt met houten platen, dat verdachte de zeecontainers heeft laten plaatsen en dat verdachte er regelmatig aan het werk was en dat hij ook de zonen van verdachte daar aan het werk heeft gezien.

In de loods, de zeecontainers, de auto en de caravan worden vele jerrycans aangetroffen met daarin chemische stoffen en veel laboratoriumapparatuur zoals gasbranders, rondbodemkolven, een destillatieketel en stoomgenerator, klemdekselvaten, een RVS-ketel met reflux, halfgelaatsmaskers, volgelaatsmaskers, werkhandschoenen, verwarmingsdekens, een vrieskist, labglaswerk, grote en kleine gasflessen, dompelpompen, maatbekers, trechters en een afzuiginstallatie. In de productieruimte bevinden zich vier 220 liter klemdekselvaten. De inhoud van deze vaten was nog warm.

De chemische stoffen in de jerrycans en de laboratoriumapparatuur worden bemonsterd. De monsters worden onderzocht door het NFI. Het NFI stelt vast dat de monsters formamide, mierenzuur, zoutzuur, amfetamine, N-formylamfetamine, BMK en ethanol, bevatten. De warme vloeistof in de klemdekselvaten in de productieruimte bevat N-formylamfetamine.

Het NFI concludeert dat in het onderzoeksmateriaal amfetamine, zoutzuur en BMK is aangetoond. In relatie tot de vervaardiging van synthetische drugs is N-formylamfetamine het tussenproduct in de vervaardiging van amfetamine uit BMK met de Leuckartmethode. In relatie tot de vervaardiging van synthetische drugs zijn formamide, mierenzuur en natriumhydroxide (caustic soda, rechtbank) hulpstoffen.

In de garage aan de [adres 3] in [gemeente 2] , die ook door verdachte wordt gehuurd, is een gele substantie met een gewicht van 19.8 kg aangetroffen. Volgens het NFI bevat deze stof BMK-glycidezuur. In relatie tot de vervaardiging van synthetische drugs worden zouten en esters van BMK-glycidezuur omgezet in BMK, een grondstof voor amfetamine of metamfetamine.

Op neopreen handschoenen en een gasmasker die in het voorportaal van de productieruimte lagen en op leren werkhandschoenen die in de productieruimte lagen zijn DNA-sporen aangetroffen. Het DNA op de neopreenhandschoenen in het voorportaal matcht met het DNA van verdachte met een matchkans van kleiner dan een op een miljard; het DNA op het gasmasker matcht met het DNA van zijn zoon [medeverdachte] , ook met een matchkans kleiner dan een miljard. Verdachte en zijn zoon [medeverdachte] zijn niet uitgesloten als donor van het celmateriaal op de werkhandschoenen in de werkruimte. Op de neopreen handschoenen en op het gasmasker zijn sporen van MDMA en amfetamine aangetroffen.

De feiten met betrekking tot feit 3.

Bij de doorzoeking in de woning van [betrokkene 1] , de ex-vriendin van verdachte, is een snorfiets Piaggo Vespa Sprint kenteken [kenteken 1] in beslag genomen. Dit voertuig is op 28 december 2016 weggenomen te [geboorteplaats] . Er zat geen kentekenplaat op het voertuig. Volgens [betrokkene 1] staat deze bromfiets al twee weken bij haar. De bromfiets is van [betrokkene 2] , de zoon van verdachte die bij haar inwoont. Hij heeft de bromfiets van verdachte gekregen. De juiste papieren zaten er niet bij. Verdachte bevestigt dat hij de bromfiets aan [betrokkene 2] heeft gegeven.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie concludeert tot bewezenverklaring van feit 1 (medeplegen van bereiden, bewerken, aanwezig hebben van amfetamine), feit 2 (medeplegen van strafbare voorbereidingshandelingen) en feit 3 (medeplegen schuldheling).

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouwe van verdachte stelt dat de aanwezigheid van verdachte in/bij de loods en de omstandigheid dat hij huurder is van de loods, onvoldoende bewijs oplevert voor betrokkenheid van verdachte bij de productie van drugs en de voorbereidingshandelingen. Hij wist niets van de goederen/stoffen in de loods. Mocht de rechtbank daar anders over denken dan kan niet meer worden bewezen dan dat hij de ruimte ter beschikking heeft gesteld en is er geen sprake van medeplegen. Wat betreft de tenlastegelegde heling stelt de raadsvrouwe dat verdachte voldaan heeft aan zijn onderzoeksplicht en redelijkerwijs niet kon vermoeden dat de scooter was gestolen. Zij bepleit vrijspraak voor alle tenlastegelegde feiten vanwege gebrek aan bewijs.

Bewijsoverwegingen.

Verdachte beroept zich bij (inhoudelijke) vragen over de drugsgerelateerde feiten op zijn zwijgrecht.

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting en de inhoud van de gebezigde bewijs-middelen komt de rechtbank tot het oordeel dat verdachte is aan te merken als degene die mede en met name verantwoordelijk is voor hetgeen in de loods aan de [adres 2] te [plaats] en in de garagebox aan de [adres 3] in [gemeente 2] is aangetroffen. Hij had zeggenschap en beschikkingsmacht over de in die loods aangetroffen stoffen en materialen die benodigd zijn voor de productie van amfetamine als ook over de in die garagebox aangetroffen stof, die kan dienen voor de productie van BMK en die ook past bij de stoffen en de voorwerpen die in de laboratorium-opstelling in de loods aan de [adres 2] zijn aangetroffen.

Verdachte is vanaf november 2016 met regelmaat aan het werk geweest in de loods aan de [adres 2] te [plaats] . Verdachte heeft geen (plausibele) verklaring voor de werkzaamheden gegeven. Dat verdachte en zijn zoon gedurende de periode tot 15 februari 2017 slechts doende zijn geweest met het inrichten van een zaak voor de verkoop van tweedehands goederen en dat zij niets wisten van het synthetische drugslaboratorium, de chemische stoffen en de laboratoriumapparatuur, zoals verdachte verklaart, acht de rechtbank gelet op de situatie zoals die in de loods is aangetroffen door de politie niet aannemelijk. Ondanks het feit dat verdachte al vanaf september in de loods aan het werk was, bevonden zich in de loods geen goederen die wijzen op de gestelde handel in tweedehands goederen. Wel stonden er verspreid over de loods, in de auto, waarvan de eigenaresse [betrokkene 1] heeft verklaard dat die bij verdachte in gebruik was, in de caravan en in de zeecontainers voor een ieder zichtbaar de grondstoffen en de laboratoriumapparatuur voor de productie van amfetamine. Bovendien was verdachte bij aankomst van de politie ter plaatse doende met een heftruck waarop een box pallet stond, gevuld met jerrycans met een doorzichtige vloeistof, bij een open container waarin grondstoffen zijn aangetroffen voor de productie van drugs. Tenslotte zijn op de in en bij de loods inbeslaggenomen goederen DNA-sporen van verdachte en zijn medeverdachte gevonden. Het gaat hier om sporendragers die direct gerelateerd kunnen worden aan het vervaardigen van drugs. Ook hiervoor heeft verdachte geen verklaring gegeven.

De overtuiging van de rechtbank dat verdachte één van de daders is van de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten wordt verder versterkt door het beroep van verdachte op zijn zwijgrecht. De hiervoor genoemde feiten en omstandigheden op zichzelf, maar zeker in samenhang bezien, wijzen zodanig sterk in de richting van verdachte dat deze in beginsel vragen om een redelijke verklaring van de zijde van verdachte. Verdachte heeft deze verklaring niet gegeven.

Gelet op de inhoud van de bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat sprake is van medeplegen van de strafbare voorbereidingshandelingen. Ook is er sprake van de productie van amfetamine. Het LFO heeft vastgesteld dat op het moment dat de politie de loods betrad een productieproces voor het vervaardigen van amfetamine gaande was. In de zogenoemde productieruimte stonden onder meer klemdekselvaten waarvan de inhoud nog warm was.

Verdachte geeft geen openheid over de herkomst van de snorfiets. Hij zegt die te goeder trouw te hebben gekocht, maar verstrekt geen informatie over de plaats waar en van wie hij de bromfiets heeft gekocht. Daar tegenover staat dat er geen papieren bij de bromfiets zijn. De rechtbank acht gelet hierop schuldheling bewezen.

De rechtbank acht niet bewezen dat verdachte (met zijn mededader(s)) in de periode voorafgaand aan januari 2017 strafbare voorbereidingshandelingen heeft gepleegd.

De eigenaar van de loods heeft verklaard dat hij regelmatig ter plaatse kwam en heeft gezien dat verdachte medio januari 2017 een extra ruimte in het pand heeft gemaakt met houten schotten. Ook heeft hij omstreeks eind januari 2017 gezien dat er op het desbetreffende perceel één container was geplaatst, waarbij verdachte/veroordeelde aanwezig was. Pas later heeft hij gezien dat er ook extra waterleidingen waren aangelegd.

De rechtbank komt op grond hiervan tot het oordeel dat de pleegperiode van het onder feit 1 tenlastegelegde dient te worden beperkt zoals hierna bewezen wordt verklaard.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:

1.

in de periode van 1 januari 2017 tot en met 15 februari 2017 te [plaats] , gemeente [gemeente 1] , tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

op 15 februari 2017 te [plaats] , gemeente [gemeente 1] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de

Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken en of verwerken (een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een

middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of

te bevorderen,

voorwerpen, vervoermiddelen en stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij wist dat die bestemd waren tot het plegen van dat feit,

hebbende hij, verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s)

- een bedrijfspand gelegen aan de [adres 2] te [plaats] , gemeente [gemeente 1] , gehuurd ten behoeve van de opslag van grondstoffen/chemicaliën en voorwerpen die kunnen worden gebruikt bij/voor de bereiding, verwerking en/of vervaardiging van amfetamine,

en

- meerdere onderdelen van een productieopstelling voorhanden gehad, waaronder:

ketels en spiraalkoelers en een stoomgenerator en (dompel)pompen en

- een grote hoeveelheid (laboratorium)benodigdheden voorhanden gehad, waaronder: gasbranders en gasflessen en vaten en jerrycans en afvoerslangen en gasmaskers en verwarmingsdekens en kookplaten en een scheitrechter en rondbodemkolven en maatbekers en

- een grote hoeveelheid chemicaliën/grondstoffen voorhanden gehad, waaronder: caustic soda en N-formylamfetamine en formamide en mierenzuur en zoutzuur en BMK en ethanol;

3.

in deperiode van 28 december 2016 tot en met 15 februari 2017 te Eindhoven , een voorwerp, te weten een snorfiets merk: Piaggio, type: Vespa Sprint, (origineel) voorzien van kenteken [kenteken 1] , heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dat goed redelijkerwijs moest vermoeden dat dat voorwerp geheel of gedeeltelijk afkomstig was uit enig misdrijf.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie vordert een gevangenisstraf voor de duur van 54 maanden met aftrek van voorarrest. Daarnaast vordert zij onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen horloges alsmede verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen (maar inmiddels vervreemde) Ford Transit en een inbeslaggenomen caravan.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouwe heeft primair integrale vrijspraak bepleit en subsidiair verzocht een aanzienlijk lichtere straf op te leggen dan de gevorderde straf. Ook verzoekt zij teruggave van de inbeslaggenomen horloges aan verdachte.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft samen met een ander of anderen harddrugs geproduceerd en zich schuldig gemaakt aan strafbare voorbereidingshandelingen gepleegd voor het bereiden, bewerken of verwerken van amfetamine. Ook heeft hij schuldheling gepleegd.

Het gebruik van harddrugs levert voor de gebruikers ernstige gezondheidsrisico’s op.

De opslag van chemicaliën en de productie van synthetische drugs brengen gevaren met zich mee zoals brandgevaar en/of ontploffing. Ook leidt de veel voorkomende illegale lozing van de reststoffen van de productie van synthetische harddrugs tot ernstige milieuverontreiniging.

Het is een feit van algemene bekendheid dat de handel in drugs gepaard gaat met andere vormen van criminaliteit: niet alleen vermogenscriminaliteit als diefstal of inbraak door gebruikers, maar ook zeer ernstige gewelddelicten met als uiterste vorm liquidaties. Een en ander heeft te maken met de enorme bedragen die met de productie van drugs kunnen worden verdiend. Ook de straatwaarde van de hoeveelheden drugs die kunnen worden geproduceerd met de binnen dit onderzoek aangetroffen grondstoffen en productiemiddelen is zeer groot. Verdachte heeft zich willens en wetens met dergelijke criminele activiteiten ingelaten.

Heling bevordert diefstal en zorgt bovendien voor een illegaal circuit van goedkope goederen, waardoor de reguliere, eerlijke (detail)handel wordt verstoord en schade wordt toegebracht.

Kijkend naar de persoon van verdachte houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat verdachte eerder voor soortgelijke feiten werd veroordeeld. Hij heeft onderhavige strafbare feiten gepleegd tijdens de proeftijd van een eerdere veroordeling.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden.

De rechtbank acht uit een oogpunt van vergelding, het voorkomen van algemene en bijzondere recidive en ter beveiliging van de maatschappij een vrijheidsbeneming van langere duur op zijn plaats.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

Beslag.

De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen caravan vatbaar is voor verbeurdverklaring, omdat – zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit een voorwerp is met behulp van welk de feiten zijn begaan of voorbereid.

De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen (nep)horloges vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer omdat blijkens het onderzoek ter terechtzitting deze horloges bij gelegenheid van het onderzoek naar de door hem begane misdrijven zijn aangetroffen, terwijl deze voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of ter voorbereiding van een soortgelijke misdrijf als de hiervoor bewezenverklaarde schuldheling en deze voorwerpen toebehoren aan verdachte en van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in het dictum nader te noemen ontvangen verkoopsom voor de inbeslaggenomen Ford Transit aan de rechthebbende nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave daarvan.

Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 01/84543716.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bijzondere omstandigheden die aan de tenuitvoerlegging in de weg staan zijn niet aanwezig. De rechtbank zal dan ook de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 27, 33, 33a, 36b, 36c, 47, 57, 417bis

Opiumwet art. 2, 10, 10a.DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart het onder feit 1, feit 2 en feit 3 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1:

Medeplegen van: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod.

T.a.v. feit 2:

Medeplegen van: een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet voorbereiden of bevorderen, door voorwerpen, vervoermiddelen en stoffen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden, dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.

T.a.v. feit 3:

Schuldheling.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en maatregel

:

t.a.v. feit 1, feit 2, feit 3:

gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht;

verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen voorwerp te weten:

- een caravan (vermeld onder nummer 10 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen d.d.

3 juli 2017).

onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen, te weten:

- de horloges (vermeld onder nummers 1 tot en met 8 op de lijst van inbeslaggenomen

voorwerpen d.d. 3 juli 2017).

Verdere beslissing met betrekking tot de inbeslaggenomen voorwerpen:

Gelast de teruggave van de ontvangen verkoopsom voor de inbeslaggenomen Ford Transit Connect, kenteken [kenteken 2] (vermeld onder nummer 9 op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen d.d. 3 juli 2017), aan de rechthebbende [rechthebbende] .

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling:

Last tot tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in het arrondissement Oost-Brabant te 's-Hertogenbosch d.d. 17 oktober 2016, gewezen onder parketnummer 01/845437-16, te weten:

gevangenisstraf voor de duur van 23 dagen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.M. Kooijmans-de Kort, voorzitter,

mr. A.M. Bossink en mr. C.P.C. Kuijs, leden,

in tegenwoordigheid van J.F.A. Verhagen, griffier,

en is uitgesproken op 25 augustus 2017.