Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2017:4264

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
11-08-2017
Datum publicatie
11-08-2017
Zaaknummer
01/860023-17
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte rijdt als bestuurder van een loader met daaraan gekoppeld een mobiele puinzeef over de openbare weg. De puinzeef schiet los van de loader omdat de door zijn werkgever gemaakte koppelpen afbreekt. Eerder heeft de werkgever het remsysteem van de puinzeef onklaar later maken.

Verdachte was op de hoogte van deze aanpassingen. Nadat de puinzeef los is geschoten, rijdt deze een woning binnen. Een zich in de woning bevindende persoon loopt daardoor zwaar lichamelijk letsel [wervelfractuur van de eerste lendenwervel] op. De woning is zodanig beschadigd dat deze uiteindelijk is gesloopt. De rechtbank merkt de hiervoor beschreven handelingen aan als aanmerkelijk onvoorzichtig handelen. Verdachte wordt evenals zijn werkgever veroordeeld tot een taakstraf van 80 uur en een voorwaardelijk ontzegging van de rijbevoegdheid van zes maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Parketnummer: 01/860023-16

[verdachte]

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Strafrecht

Parketnummer: 01/860023-16

Datum uitspraak: 11 augustus 2017

Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962 ,

wonende te [adres] .

Dit vonnis is op tegenspraak

gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 28 juli 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van de verdachte naar voren is gebracht

.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 27 juni 2017.

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 29 augustus 2015 te Heeze, gemeente Heeze-Leende, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig ( een loader met een aanhangwagen (een zogenaamde mobiele zeefmachine) ), daarmede rijdende over de weg, [straatnaam] zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend te handelen als volgt :

verdachte heeft gereden met voornoemde combinatie ( loader met daaraan gekoppeld een aanhangwagen ) binnen de bebouwde kom van de gemeente Heeze-Leende, gedurende welk rijden een (stalen) driehoeksoog van een (stalen) koppelpen is afgebroken, (welk driehoeksoog en koppelpen (mede) de verbinding vormden tussen die loader en aanhangwagen) waardoor de verbinding tussen die loader en aanhangwagen werd verbroken en/of die (inmiddels onbestuurbare) aanhangwagen een woning (pand [straatnaam] [huisnummer] ) is binnengereden en/of tegen die woning is gereden/gebotst (mede) waardoor een muur van die woning (gedeeltelijk) is omgevallen en/of die woning zwaar werd beschadigd,

waardoor een ander (te weten een in voornoemd pand ( [straatnaam] [huisnummer] ) aanwezig persoon, genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten een wervelfractuur van de eerste lendenwervel, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan,

zulks terwijl (verdachte wist dat) die aanhangwagen (met een gewicht van ongeveer 20.790 kilogram) geheel niet was beremd en/of niet was voorzien van een goed werkend en/of in werking zijnd (druklucht) remsysteem, (waardoor ná verbreking van voornoemde verbinding, het remsysteem van de aanhangwagen niet automatisch in werking trad) en/of

zulks terwijl (verdachte wist dat) de verbinding tussen de loader en aanhangwagen, (mede) bestond uit een (niet deugdelijke) zelf vervaardigde koppelpen met driehoeksoog;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 29 augustus 2015 te Heeze, gemeente Heeze-Leende, grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam en/of nalatig

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig ( een loader met een aanhangwagen (een zogenaamde mobiele zeefmachine) ), daarmede rijdende over de weg, [straatnaam] zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden,

immers heeft verdachte (roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend) met voornoemde combinatie ( loader waaraan gekoppeld een aanhangwagen ) gereden binnen de bebouwde kom van de gemeente Heeze-Leende, gedurende welke rit een (stalen) driehoeksoog van een (stalen) koppelpen is afgebroken, (welk driehoeksoog en koppelpen (mede) de verbinding vormden tussen die loader en aanhangwagen) waardoor de verbinding tussen die loader en aanhangwagen werd verbroken en/of die (inmiddels onbestuurbare) aanhangwagen tegen een woning (pand [straatnaam] [huisnummer] ) is gereden/gebotst en/of een muur van die woning (gedeeltelijk) is omgevallen en/of die woning zwaar werd beschadigd,

zulks terwijl (verdachte wist dat) die aanhangwagen (met een gewicht van ongeveer 20.790 kilogram) geheel niet was beremd en/of niet was voorzien van een goed werkend en/of in werking zijnd (druklucht) remsysteem, (waardoor ná verbreking van voornoemde verbinding, het remsysteem van de aanhangwagen niet automatisch in werking trad) en/of

zulks terwijl (verdachte wist dat) de verbinding tussen de loader en aanhangwagen, (mede) bestond uit een (niet deugdelijke) zelf vervaardigde koppelpen met driehoeksoog;

waardoor het aan zijn schuld te wijten is geweest dat een in voornoemd pand aanwezig persoon ( [straatnaam] [huisnummer] ), genaamd [slachtoffer] , zwaar lichamelijk letsel, te weten een wervelfractuur van de eerste lendenwervel, heeft bekomen, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en/of verhindering in de uitoefening van de ambts- of beroepsbezigheden van deze was ontstaan.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijsoverweging.

Vaststaande feiten.

De verdachte was ten tijde van het ongeval werkzaam bij de [bedrijf] Op zaterdagochtend 29 augustus 2015 moest de verdachte in opdracht van deze firma een puinzeef verplaatsen van de werf van de firma te Someren naar Tilburg. Deze puinzeef weegt ongeveer 20 ton kg. De puinzeef is niet achter een vrachtwagen geplaatst, zoals gebruikelijk was, maar achter een zogenoemde loader. Ook de loader weegt ongeveer 20 ton kg. Omdat de eigenaar van de firma, medeverdachte [medeverdachte] , de koppelpen van de puinzeef te kort vond voor de verbinding tussen de loader en de puinzeef, heeft hij ervoor gekozen de koppelpen te vervangen. [medeverdachte] heeft de oorspronkelijke koppelpen op het oog nagemaakt, en iets langer gemaakt. Ook het driehoeksoog dat bij de koppelpen hoorde heeft hij op het oog nagemaakt, en vervolgens vast gelast aan de koppelpen. De verdachte was ervan op de hoogte dat de koppelpen deze ochtend vervangen was door de medeverdachte [medeverdachte] . De verdachte wist ook dat de koppelpen door medeverdachte [medeverdachte] zelf was vervaardigd.

Het remsysteem van de zeefmachine kon niet door de loader aangestuurd worden, omdat de loader was voorzien van een hydraulisch remsysteem en niet de beschikking had over een inrichting voor de aansturing van een afzonderlijk luchtdruk bediend systeem. De zeefmachine was uitgerust met een druklucht bediend tweeleiding remsysteem. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij de remmen ongeveer 20 jaar geleden onklaar heeft laten maken. De verdachte heeft bij de politie verklaard dat de aanhanger voor zover hij wist niet voorzien was van remmen. De remmen waren volgens hem niet aangesloten, en hij heeft zelf ook geen remmen aangesloten. De verdachte is met de loader en de puinzeef van de werf vertrokken.

Op 29 augustus 2015, omstreeks 10.54 uur, reed de verdachte als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, met de loader met daarachter de puinzeef op de [straatnaam] te Heeze, ongeveer zes kilometer van de werf. Tijdens het rijden is het stalen driehoeksoog van de stalen koppelpen afgebroken. Hierdoor is de verbinding tussen de loader en de zeefmachine verbroken. De zeefmachine, die geen eigen beremming had, is stuurloos doorgereden, van de weg geraakt en een woning aan de [straatnaam] binnen gereden. In deze woning zat het slachtoffer, [slachtoffer] , die ten gevolge van het ongeval een wervelfractuur aan de eerste lendewervel heeft opgelopen.

In de verkeersongevallenanalyse wordt door de verbalisanten van de Afdeling specialistische ondersteuning team forensische opsporing van de eenheid Oost-Brabant geconcludeerd dat indien de zeefmachine wel beremd was geweest met een goedwerkend druklucht remsysteem, het systeem bij een verbreking van de koppelingsslangen met de loader automatisch in werking was getreden en het voertuig automatisch tot stilstand was gebracht.

Het primair ten laste gelegde.

Er bestaat geen discussie over het feit dat er een verkeersongeval heeft plaatsgevonden dat werd veroorzaakt door het motorrijtuig waarmee de verdachte reed, en waardoor iemand zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Beoordeeld moet worden of dit verkeersongeval aan de schuld van de verdachte te wijten is, in die zin dat hij zich zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam heeft gedragen, in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.

De rechtbank stelt voorop dat van de verdachte, omdat hij als verkeersdeelnemer handelde in de uitoefening van een beroep en gelet op het voertuig waarmee hij reed, meer gevergd kan worden dan van de verkeersdeelnemer in het algemeen. Door het gewicht van de loader en de puinzeef die daaraan was gekoppeld, kan bij een verkeersongeval de schade aan anderen immers al snel zeer ernstige vormen aannemen.

Voorts is van belang dat de combinatie van de loader en de puinzeef niet voldeed aan de voorschriften uit de Regeling Voertuigen. Op grond van deze regeling had de puinzeef voorzien moeten zijn van een werkende reminrichting, die in werking had moeten treden op het moment dat de verbinding verbroken raakte. Daarbij maakt het geen verschil of de puinzeef als aanhanger of landbouwaanhanger moet worden beschouwd. In zowel artikel 5.12.40 van de Regeling Voertuigen (als ervan wordt uitgegaan dat de puinzeef een aanhangwagen in de zin van deze Regeling is), als in artikel 5.14.31 jo. artikel 15.14.40 van de Regeling Voertuigen (als ervan wordt uitgegaan dat de puinzeef een landbouwaanhanger in de zin van deze Regeling is) is dit voorschrift opgenomen.

De rechtbank komt tot het oordeel dat de verdachte zich aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gedragen De verdachte had nooit met dit voertuig de openbare weg op mogen gaan.

De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

De verdachte was er van op de hoogte was dat er in het geheel geen beremming op de puinzeef aanwezig was. Hij wist ook dat medeverdachte [medeverdachte] op de ochtend van het ongeval de originele koppelpen van de loader had vervangen door een zelf gemaakt exemplaar. De verdachte heeft daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt. Voordat een loader op de weg wordt toegelaten moet deze aan allerlei veiligheidsvoorschriften voldoen. Met het eigenhandig vervangen van de originele koppelpen bestond er geen enkele waarborg meer dat de puinzeef veilig was gekoppeld aan de loader. De nieuwe koppelpen is ook niet door de verdachte en de medeverdachte op enigerlei wijze getest voordat de verdachte ermee op de openbare weg is gaan rijden.

Naar het oordeel van de rechtbank mag van de verdachte als beroepschauffeur worden verwacht dat hij de risico’s van het rijden met de ongeremde puinzeef gekoppeld aan de loader met de niet geteste, zelf gefabriceerde koppelpen onderkent. Door zich met deze loader en puinzeef op de openbare weg te begeven heeft de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig gehandeld. Om die reden concludeert de rechtbank dat het verkeersongeval aan de schuld van de verdachte is te wijten.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte

(primair)

op 29 augustus 2015 te Heeze, gemeente Heeze-Leende, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (een loader met een aanhangwagen (een zogenaamde mobiele zeefmachine)), daarmede rijdende over de weg, [straatnaam] , zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig te handelen als volgt:

verdachte heeft gereden met voornoemde combinatie (loader met daaraan gekoppeld een aanhangwagen) binnen de bebouwde kom van de gemeente Heeze-Leende, gedurende welk rijden een (stalen) driehoeksoog van een (stalen) koppelpen is afgebroken (welk driehoeksoog en koppelpen de verbinding vormden tussen die loader en aanhangwagen), waardoor de verbinding tussen die loader en aanhangwagen werd verbroken en die inmiddels onbestuurbare aanhangwagen een woning (pand [straatnaam] [huisnummer] ) is binnengereden en tegen die woning is gereden/gebotst mede waardoor een muur van die woning (gedeeltelijk) is omgevallen en die woning zwaar werd beschadigd,

waardoor een ander (te weten een in voornoemd pand ( [straatnaam] [huisnummer] ) aanwezig persoon, genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten een wervelfractuur van de eerste lendenwervel, werd toegebracht,

zulks terwijl verdachte wist dat die aanhangwagen (met een gewicht van ongeveer 20.790 kilogram) geheel niet was beremd en niet was voorzien van een goed werkend remsysteem, waardoor ná verbreking van voornoemde verbinding, het remsysteem van de aanhangwagen niet automatisch in werking trad en

zulks terwijl verdachte wist dat de verbinding tussen de loader en aanhangwagen bestond uit een zelf vervaardigde koppelpen met driehoeksoog.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van de verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

De motivering van de beslissing.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd:

  • -

    een taakstraf van 160 uren, te vervangen door 80 dagen hechtenis;

  • -

    een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is als bijlage 1 aan dit vonnis gehecht.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan de verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door de verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting met name acht geslagen op het feit dat slachtoffer [slachtoffer] als gevolg van het handelen van de verdachte zwaar lichamelijk letsel heeft bekomen en dat diens woning dermate zwaar is beschadigd, dat deze uiteindelijk is gesloopt.

De verdachte heeft als bestuurder van een loader met een aanhangwagen (een mobiele puinzeef) met een gewicht van ongeveer 20.790 kilogram op de openbare weg gereden, terwijl hij wist dat deze aanhangwagen geheel niet was beremd en niet was voorzien van een goed werkende reminrichting. Voorts was de verdachte ervan op de hoogte dat de aanhangwagen slechts met de loader was verbonden door middel van een door medeverdachte [medeverdachte] zelf vervaardigde stalen koppelpen met daaraan een stalen driehoeksoog gelast. Uit het verhandelde ter terechtzitting is gebleken dat deze koppelpen op dezelfde dag, kort voor de rit, was vervaardigd. Tijdens de rit is het driehoeksoog van de koppelpen afgebroken waardoor de verbinding tussen de loader en de aanhangwagen werd verbroken. De onbestuurbare aanhangwagen is vervolgens de woning van het slachtoffer binnengereden met genoemde gevolgen.

De omstandigheid dat de medeverdachte juist uit veiligheidsoogpunt een nieuwe koppelpen met driehoeksoog had vervaardigd – langer dan het origineel én voorzien van een borgpen – omdat de originele koppelpen in zijn ogen onvoldoende borging kon garanderen, maakt niet dat de verdachte er blindelings op had mogen vertrouwen dat deze zelf vervaardigde koppelpen voldoende sterk was om als verbinding tussen de loader en de mobiele puinzeef te fungeren. De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij dat wel heeft gedaan.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straffen tevens acht geslagen op de oriëntatiepunten straftoemeting, zoals deze zijn vastgesteld in het landelijk overleg van voorzitters van de strafsectoren van de rechtbanken en gerechtshoven. Deze oriëntatiepunten houden in dat in het geval een aanmerkelijke verkeersfout wordt gemaakt, waarvan zwaar lichamelijk letsel het gevolg is en waarbij geen alcoholgebruik in het spel is, een onvoorwaardelijke taakstraf van negentig uren en een ontzegging van de rijbevoegdheid van zes maanden als uitgangspunt wordt opgelegd.

Met de officier van justitie acht de rechtbank een taakstraf en een ontzegging van de rijbevoegdheid passend en geboden.

Hoewel de gedragingen van de verdachte en de medeverdachte in zowel feitelijk als juridisch opzicht van elkaar verschillen, is de rechtbank van oordeel dat zij ieder een wezenlijk aandeel hebben gehad in de reeks van gebeurtenissen. De rechtbank acht het daarom passend om aan de verdachte en de medeverdachte dezelfde straffen op te leggen.

Ondanks de aard en ernst van het bewezen verklaarde en de grote gevolgen voor het slachtoffer, zal de rechtbank aan de verdachte lagere straffen opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank neemt hierbij met name in ogenschouw dat zij een lichtere schuldgradatie bewezen acht dan de officier van justitie en dat zij bovendien van oordeel is dat de straffen die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengen.

Daarnaast is de rechtbank gebleken dat de gevolgen voor het slachtoffer de verdachte in behoorlijke mate hebben aangegrepen en dat hij de ernst van het door hem aan het slachtoffer aangedane leed inziet. Bovendien is uit het verhandelde ter terechtzitting gebleken dat de verdachte samen met de medeverdachte met het slachtoffer uit eten is gegaan en dat zij ook nu nog, bijna twee jaren na het incident, met elkaar op goede voet staan. De rechtbank ziet in het voorgaande aanleiding om in het voordeel van de verdachte af te wijken van voornoemde oriëntatiepunten.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank aan de verdachte opleggen een taakstraf van 80 uren, te vervangen door 40 dagen hechtenis indien de verdachte deze taakstraf niet naar behoren verricht. De rechtbank acht geen termen aanwezig om deze taakstraf in voorwaardelijke vorm op te leggen, zoals door de verdediging is verzocht.

De rechtbank is verder van oordeel dat in het belang van de verkeersveiligheid, de bijkomende straf van een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden passend en geboden is. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij voor zijn baan afhankelijk is van zijn rijbewijs. Gelet op deze persoonlijke omstandigheden van de verdachte zal de rechtbank bepalen dat genoemde ontzegging niet ten uitvoer zal worden gelegd mits de verdachte zich gedurende een proeftijd van twee jaren aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] .

Benadeelde partij [slachtoffer] heeft een civiele vordering ingediend, maar hij heeft verzuimd om daarin een bedrag op te geven. Omdat het bedrag van de vordering ontbreekt, zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering.

De rechtbank zal de kosten van partijen compenseren aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

De uitspraak.

De rechtbank:

verklaart het primair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;

verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor primair bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart dat het primair bewezen verklaarde oplevert:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht;

verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;

legt op de volgende straf:

een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, van 80 uren, te vervangen door 40 dagen hechtenis indien de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht;

legt op de volgende bijkomende straf:

ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen (bromfietsen daaronder

begrepen) voor de duur van 6 maanden;

bepaalt dat deze ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op de grond dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

verklaart benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering;

compenseert de kosten van partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.J.A. Donkersloot, voorzitter,

mr. A.M. Kooijmans-de Kort en mr. A.C. Palmboom, leden,

in tegenwoordigheid van mr. I.J.M. Weemers, griffier,

en is uitgesproken op 11 augustus 2017.

De voorzitter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.