Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2017:4121

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
07-08-2017
Datum publicatie
07-08-2017
Zaaknummer
01/845933-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Tenuitvoerlegging van 12 maanden gevangenisstraf wegens het niet voldoen aan de opgelegde bijzondere voorwaarden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Team strafrecht

Parketnummer: 01/845933-15 Uitspraakdatum: 7 augustus 2017

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling

Beslissing op de vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank betreffende veroordeelde:

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedatum] 1990 te (land onbekend),

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

Het onderzoek van de zaak.

Bij onherroepelijk geworden vonnis van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank van 2 augustus 2016 onder bovengenoemd parketnummer gewezen, is aan de veroordeelde opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar onder de bijzondere voorwaarden dat veroordeelde:

  • -

    zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door de reclassering;

  • -

    zich (uiterlijk) binnen drie dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden bij de reclassering, GGZ Novadic-Kentron te 's-Hertogenbosch en zich daarna gedurende de proeftijd zal blijven melden zo lang en zo frequent als de reclassering noodzakelijk acht;

  • -

    zich op basis van de door het NIFP-IFZ afgegeven indicatiestelling voor de duur van maximaal 2 jaar of zo veel korter als zijn behandelaars in overleg met de reclassering wenselijk achten, zal laten opnemen in FPA De Ponder of een soortgelijke intramurale instelling, zulks ter beoordeling van het NIFP-IFZ, waarbij de verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem/haar in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling zullen worden gegeven.

De vordering van de officier van justitie is ingekomen ter griffie van de rechtbank d.d. 4 april 2017. De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen en strekt tot tenuitvoerlegging van de hierboven genoemde voorwaardelijk opgelegde straf. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

De vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van 24 juli 2017. De veroordeelde en degene die met het verlenen van hulp en steun is belast zijn behoorlijk opgeroepen, maar niet verschenen.

De raadsman van veroordeelde mr. F.G.W.M. Huijbers, advocaat te Nijmegen, is evenmin verschenen; de raadsman heeft de griffier desgevraagd telefonisch bericht dat hij geen contact met veroordeelde heeft kunnen krijgen. De rechtbank heeft kennisgenomen van hetgeen door de officier van justitie naar voren is gebracht.

De rechtbank heeft ook kennis genomen van het reclasseringsrapport van 5 december 2016 alsmede het e-mailbericht van de reclasseringswerker van 26 juni 2017.

De beoordeling.

Uit hiervoor genoemde rapport van de reclassering volgt - zakelijk weergegeven en kort gezegd - het volgende.

Veroordeelde zou vanuit de penitentiaire inrichting in Vught overgeplaatst worden naar de Woenselse Poort (afdeling De Ponder) op 31 oktober 2016. Op het laatste moment bleek echter dat veroordeelde niet over een legitimatiebewijs beschikte. Veroordeelde wilde vervolgens niet meewerken aan een verlenging van zijn identiteitsbewijs. Uiteindelijk stemde hij daar wel mee in, maar toen was er geen tijd meer om een verlenging te regelen aangezien hij met ontslag ging. Doordat veroordeelde niet over een legitimatiebewijs beschikte, heeft de Woenselse Poort geweigerd hem op te nemen. Indien veroordeelde over een legitimatiebewijs zou beschikken, kon hij in voornoemde instelling terecht. De penitentiaire inrichting heeft veroordeelde, in het kader van zijn meldplicht, verzocht contact op te nemen met de reclassering. Dat heeft veroordeelde tot op heden nog niet gedaan. Na raadpleging van alle mogelijke bronnen is het niet mogelijk gebleken in contact te komen met de veroordeelde. Hij zwerft rond in Nederland en de reclassering kan geen contact met hem krijgen, terwijl er sprake is van een hoog recidivegevaar. Het reclasseringstoezicht kan niet worden opgestart waardoor de opdracht thans niet uitvoerbaar is. Geadviseerd wordt daarom over te gaan tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke strafdeel.

Bij e-mailbericht van 26 juni 207 heeft de reclassering laten weten dat er geen aanvullende informatie is.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde de bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Gelet op de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden zal de rechtbank de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten. Bijzondere omstandigheden die zich tegen die tenuitvoerlegging verzetten, zijn de rechtbank niet gebleken.

DE BESLISSING

De rechtbank:

Gelast de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Oost-Brabant van 2 augustus 2016, gewezen onder parketnummer 01/845933-15, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.

Deze beslissing is genomen door:

mr. W. Schoorlemmer, voorzitter,

mr. M. Senden en mr. M.S. van den Besselaar, leden,

in tegenwoordigheid van mr. G.J.B. van Weegen, griffier,

en is uitgesproken op 7 augustus 2017.