Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2017:3940

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
21-07-2017
Datum publicatie
21-07-2017
Zaaknummer
01/865114-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een gevangenisstraf van 6 maanden met aftrek van het voorarrest voor hennepteelt , diefstal van elektriciteit en het voorhanden hebben van een machinepistool, munitie en een cs-gasbus.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch

Team Strafrecht

Parketnummer: 01/865114-15

Datum uitspraak: 21 juli 2017

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1941,

wonende te [adresgegevens 1] .

Dit vonnis is op tegenspraak

gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 6 en 7 juli 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht

.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 9 juni 2017.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij:

1. in of omstreeks de periode van 01 april 2015 tot en met 22 september 2015 te Helmond opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adresgegevens 1] te Helmond) 5 hennepplanten en/of 11 hennepstekken en/of delen daarvan en/of een hoeveelheid van 1536 gram hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; (zaaksdossier 7)

2. in of omstreeks de periode van 01 april 2015 tot en met 22 september 2015 te Helmond, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of de weg te nemen elektriciteit onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of door middel van een valse sleutel (door de zegel van de elektriciteitsmeter te verbreken en/of vervolgens een elektriciteitsaansluiting buiten deze meter om te maken); (zaaksdossier 8)

3. op of omstreeks 22 september 2015 te Helmond een of meer wapens van categorie II, te weten een (machine)pistool (merk: Israel Military Industries (IMI), model: Uzi), en/of munitie van categorie III, te weten een of meerdere patro(o)n(en), voorhanden heeft gehad (zaaksdossier 6).

Mededeling ad informandum gevoegde strafbare feiten

Ter terechtzitting zal/zullen onderstaand(e) door u bekend(e) strafba(a)r(e) feit(en) ter kennis van de rechter worden gebracht. De rechter kan aldus bij het bepalen van de straf ook rekening houden met dat/die feit(en). Doet de rechter dit dan kunt u dat/die feit(en) als strafrechtelijke afgedaan beschouwen.

Parketnummer. Feitgegevens (pleegperiode, -locatie, -plaats, -gemeente, omschr. Feit)

1. 865114-15 22 september 2015, Helmond, Gem. Helmond,

Voorhanden hebben van een wapen van categorie II onder 6 (cs-gasbus).

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.

Ten aanzien van feiten 1, 2 en 3

Op grond van het relaas van [verbalisant 1] (ZD 7, p. 19-21), het relaas van [verbalisant 2] (ZD 7, p. 22), de aangifte van [benadeelde partij] , d.d. 25 september 2015 (ZD 8, p. 7-12, 16-20, 30-32), het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 4] d.d. 22 september 2015, waarop de volgende SIN nummers van de in beslag genomen goederen staan vermeld: SIN AAII8275NL, SIN AAII8273NL, SIN AAII8274NL, SIN AAII8272NL, SIN AAII8271NL, SIN AAII8270NL (Beslagdossier, p. 118-119), het proces-verbaal van onderzoek wapen van [verbalisant 5] d.d. 21 oktober 2015, waarin de hiervoor genoemde SIN-nummers van de in beslag genomen goederen terugkomen (ZD 6, p. 14-20), alsmede de bekennende verklaringen die verdachte op 22, 23 en 24 september 2015 heeft afgelegd (Persoonsdossier p. 440, 441, 447, 448, 457, 458, 460) acht de rechtbank hetgeen hierna onder “de bewezenverklaring” nader is verwoord wettig en overtuigend bewezen.

De hiervoor genoemde zaaksdossiers, beslagdossier, persoonsdossier en pagina’s maken deel uit van het dossier van de Politie, Eenheid Oost-Brabant, Dienst Regionale Recherche, Onderzoek 22DRO14004/ [naam] .

Gelet op het bepaalde in artikel 359 derde lid van het Wetboek van Strafvordering zijn de hiervoor genoemde bewijsmiddelen niet uitgewerkt.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:

1. in de periode van 1 juli 2015 tot en met 22 september 2015 te Helmond opzettelijk heeft geteeld (in een pand aan [adresgegevens 1] te Helmond) 5 hennepplanten,

en

- op 22 september 2015 te Helmond opzettelijk aanwezig heeft gehad 11 hennepstekken en 1536 gram hennep,

zijnde hennep steeds een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2. in de periode van 1 juli 2015 tot en met 22 september 2015 te Helmond, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit toebehorende aan [benadeelde partij] , waarbij verdachte de weg te nemen elektriciteit onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking (door de zegel van de elektriciteitsmeter te verbreken en vervolgens een elektriciteitsaansluiting buiten deze meter om te maken);

3. op 22 september 2015 te Helmond een wapen van categorie II, te weten een machinepistool (merk: Israel Military Industries (IMI), model: Uzi), en munitie van categorie III, te weten meerdere patronen, voorhanden heeft gehad.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden en een geldboete van € 2.850,00 geëist. Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouw van verdachte heeft de rechtbank gevraagd rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan hennepteelt en diefstal van elektriciteit ten behoeve van de door hem opgebouwde hennepkwekerij, alsmede aan het voorhanden hebben van een machinepistool en munitie. Verdachte heeft zich ingelaten met de teelt van hennep, ook al gaat het om een aangetroffen bescheiden kwekerij. De praktijk leert dat het telen van hennep steeds meer gepaard met andere, ook zware, vormen van criminaliteit, zoals bijvoorbeeld diefstal van elektriciteit en het voorhanden hebben van vuurwapens, misdrijven waar verdachte zich eveneens aan schuldig heeft gemaakt. Het ongecontroleerde bezit van een vuurwapen verhoogt het risico op een levensbedreigend geweldsdelict. Daarom moet streng worden opgetreden tegen het onbevoegd voorhanden hebben van vuurwapens. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij in zijn woning een vuurwapen voorhanden heeft gehad dat geschikt was om automatisch te vuren (een machinepistool, model Uzi). De rechtbank hecht in dit verband ook belang aan het feit dat het vuurwapen bij onderzoek zowel automatisch als semi-automatisch volledig bleek te functioneren. Het vuurwapen was gebruiksklaar en verdachte beschikte over munitie die geschikt was om te worden verschoten met het onder hem aangetroffen machinepistool. Dat het machinepistool met geluiddemper en munitie verstopt lag onder schroefvast bevestigde houten vloerplaten op de zolder van de woning, en deze platen eerst verwijderd moesten worden om het wapen en munitie te pakken, maakt dit strafbare feit niet minder ernstig. Voorts heeft verdachte toegegeven dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het strafbare feit dat ad informandum is vermeld op de dagvaarding, voor welk feit verdachte niet afzonderlijk zal worden vervolgd.

Strafmatigende omstandigheden.

De rechtbank houdt bij de bepaling van de strafmaat in het voordeel van verdachte rekening met de door de verdediging overgelegde stukken waaruit blijkt dat de gezondheid van verdachte, een man van 75 jaar oud, zowel lichamelijk als geestelijk, sterk achteruit is gegaan. Verder houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat verdachte de door hem gepleegde strafbare feiten in een vroeg stadium van het onderzoek heeft toegegeven en ook verder zijn medewerking aan dat onderzoek heeft verleend en tevens de weggenomen elektriciteit inmiddels heeft vergoed aan [benadeelde partij] .

De strafsoort, strafmaat en strafmodaliteit

De verdediging heeft verzocht aan verdachte een taakstraf op te leggen, zo nodig aangevuld met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank is echter van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De rechtbank ziet geen aanleiding om daarbij de door de officier van justitie gevorderde geldboete op te leggen.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

Beslag

De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, omdat – zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit voorwerpen zijn met betrekking tot welke de feiten zijn begaan dan wel die tot het begaan van het misdrijf zijn vervaardigd en voorts van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

Toepasselijke wetsartikelen.

Deze beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 36b, 36c, 36d, 57, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, en op de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1:

Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod; en opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod.

T.a.v. feit 2:

Diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking.

T.a.v. feit 3:

Handelen in strijd met artikel 26 lid 1 van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie II en handelen in strijd met artikel 26 lid 1 van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot munitie van categorie III.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en maatregel.

T.a.v. feit 1, feit 2, feit 3:

Gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht

Beslissing over de voorlopige hechtenis.

Opheffing van het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden. De voorlopige hechtenis is op 25 september 2015 reeds geschorst.

Beslag.

Onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen voorwerpen, te weten: nummers 3 tot en met 11 op de aan dit vonnis gehechte lijst van in beslag genomen voorwerpen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. L.G.J.M. van Ekert, voorzitter,

mr. B.A.J. Zijlstra en mr. A.W.A. Kap-Knippels, leden,

in tegenwoordigheid van mr. K. Sarghandoy, griffier,

en is uitgesproken op 21 juli 2017.