Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2017:3663

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
11-07-2017
Datum publicatie
11-07-2017
Zaaknummer
01/865120-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Poging tot verkrachting+ diefstal met geweld+ twee diefstallen+ poging tot zware mishandeling.

Opgelegd wordt een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en met bijzondere voorwaarden.

Aan twee slachtoffers dient schade vergoed te worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummers: 01/865120-16 en 01/146552-16 (ter terechtzitting gevoegd)
Parketnummer vordering: 02/800684-15

Datum uitspraak: 11 juli 2017

Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] (Ethiopië) op [geboortedatum] 1990,

zonder vaste woon- of verblijfplaats,

thans gedetineerd te: P.I. HvB Grave (Unit A + B).

Dit vonnis is op tegenspraak

gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 7 december 2016, 11 januari 2017, 29 maart 2017, 21 juni 2017 en 27 juni 2017.

Op 27 juni 2017 heeft de rechtbank de tegen verdachte/veroordeelde (hierna: verdachte), onder de hiervoor genoemde parketnummers, aanhangig gemaakte zaken gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht

.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van 8 november 2016 en 15 mei 2017.

Nadat de tenlastelegging met parketnummer 01/865120-16 op de terechtzitting van 27 juni 2017 is gewijzigd, is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij

op of omstreeks 29 augustus 2016 te Eindhoven, althans in het arrondissement Oost

Brabant

ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om

door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] te dwingen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die

bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van

die [slachtoffer 1]

-op die [slachtoffer 1] is afgelopen en/of

-tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd ‘hier tientje, tientje, en ik seks met jou’, althans woorden

van gelijke aard en/of strekking en/of

-die [slachtoffer 1] bij haar armen, althans haar lichaam heeft vastgepakt en/of

-achter die [slachtoffer 1] is aangelopen en/of

- die [slachtoffer 1] over haar rug, althans haar lichaam heeft gestreeld en/of bij/in haar billen heeft gegrepen en/of geknepen, althans heeft betast en/of

- die [slachtoffer 1] (aan haar arm) een portiek heeft ingetrokken en/of

- die [slachtoffer 1] in/bij/ter hoogte van haar kruis heeft gegrepen en/of geknepen en/of

vastgepakt en/of betast en/of

- de broeksband van die [slachtoffer 1] heeft vastgepakt en/of die broek en/of broeksband naar

beneden heeft getrokken en/of zijn vingers onder de broeksband van die [slachtoffer 1] heeft

geduwd en/of zijn vingers in de onderbroek van die [slachtoffer 1] heeft gebracht en/of

- zijn lichaam tegen die [slachtoffer 1] heeft aangedrukt en/of met zijn lichaam tegen die [slachtoffer 1]

haar borstkas heeft geduwd en/of

- zijn hand over de mond van die [slachtoffer 1] heeft gedaan en/of haar neus dicht heeft geknepen

en/of

- het gezicht van die [slachtoffer 1] heeft gekust en/of gelikt

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij

op of omstreeks 29 augustus 2016 te Eindhoven, althans in het arrondissement

Oost Brabant

door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een

andere feitelijkheid, [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden

van een of meer ontuchtige handelingen, te weten

het

- strelen van de rug, althans het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of het knijpen

en/of grijpen in, althans betasten van de billen van die [slachtoffer 1] en/of

- grijpen en/of knijpen en/of vastpakken en/of betasten van/in/bij/ter hoogte

van het kruis van die [slachtoffer 1] en/of

- duwen en/of brengen van zijn vingers onder de broeksband en/of in de

onderbroek van die [slachtoffer 1] en/of

- het kussen en/of tikken op/over het gezicht van die [slachtoffer 1]

en bestaande dat geweld en/of die andere feitelijkheden en/of die bedreiging

met geweld en/of die andere feitelijkheden uit

- het tegen die [slachtoffer 1] zeggen van ‘hier tientje, tientje, en ik seks met jou’,

althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- het vastpakken van de armen, althans het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of

- het achter die [slachtoffer 1] aanlopen en/of

- het (aan de arm) in een portiek trekken van die [slachtoffer 1] en/of

- het drukken van zijn, verdachtes, lichaam tegen die [slachtoffer 1] en/of het (met de

arm) duwen tegen de borstkas van die [slachtoffer 1] en/of

- het doen van zijn, verdachtes, hand over de mond van die [slachtoffer 1] en/of het

dichtknijpen van de neus van die [slachtoffer 1] ;

2.

hij

op of omstreeks 29 augustus 2016 te Eindhoven, althans in het arrondissement

Oost Brabant

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

een telefoon (Samsung Galaxy S3 mini), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld

en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] ,

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken

en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te

maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat

hij, verdachte,

- (met kracht) in de handen van die [slachtoffer 1] heeft geknepen en/of

- (vervolgens) voornoemde telefoon (met kracht)uit de hand van die [slachtoffer 1]

heeft getrokken;

3.

hij

op of omstreeks 29 augustus 2016 te Eindhoven, althans in het arrondissement

Oost Brabant

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om

met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of

bedreiging met geweld [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van goederen en/of

een geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

die [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen

goederen en/of een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] ,

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen

en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1] ,

te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht

mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

met dat opzet

- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd ‘he geef mij wat jij hebt, als jij mij niets

geeft moet ik je vermoorden’ en/of ‘ik vermoord je als je je spullen niet

geeft en/of ‘wacht maar tot ik jou te pakken krijg, dan ga ik je vermoorden’,

althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- meermalen die [slachtoffer 1] (met kracht) bij haar arm en/of haar keel en/of haar

lichaam heeft vastgepakt

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Aan verdachte is in de tenlastelegging met parketnummer 01/146552-16 tenlastegelegd dat:

1.

hij

op of omstreeks 15 juli 2016 te Eindhoven, althans in het arrondissement Oost

Brabant

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

levensmiddelen (2 pakken vleeswaren), in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [supermarkt] , in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte;

2.

(gevoegd 150160-16)

hij

op of omstreeks 18 juli 2016 te Eindhoven, althans in het arrondissement Oost

Brabant

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 3]

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

met dat opzet:

- die [slachtoffer 3] een of meer (zogeheten) kopstoten heeft gegeven en/of

- die (op de grond liggende) [slachtoffer 3] (meermalen) (met kracht) tegen het

hoofd en/of het lichaam heeft geschopt en/of gestompt en/of geslagen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 18 juli 2016 te Eindhoven, althans in het arrondissement

Oost Brabant

[slachtoffer 3] heeft mishandeld door die [slachtoffer 3]

- meermalen, althans eenmaal, een (zogeheten) kopstoot op/tegen het hoofd te

geven en/of

- meermalen, althans eenmaal, (met kracht) op/tegen het hoofd, althans het

lichaam te duwen en/of te slaan en of te schoppen;

3.

(gevoegd 026674-16)

hij

op of omstreeks 06 februari 2016 te Amsterdam, althans in Nederland

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen

een of meerdere blikje(s) bier, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan [winkelbedrijf]

), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De vordering na voorwaardelijke veroordeling.

De zaak met parketnummer 02/800684-15 is aangebracht bij vordering van 18 november 2016. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de politierechter te Zeeland-West-Brabant d.d. 19 februari 2016. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen geldig zijn. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Beslissing ten aanzien van feit 3 ten laste gelegd onder parketnummer 01/865120-16.

Op 29 augustus 2016 heeft [slachtoffer 2] aangifte gedaan van poging tot diefstal dan wel bedreiging met geweld gepleegd op 29 augustus 2016 te Eindhoven. In de loop van het onderzoek is meermalen getracht om een meervoudige fotobewijsconfrontatie met [slachtoffer 1] te houden; zij heeft hier echter geen gevolg aan gegeven. Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat op grond van het dossier en verhandelde ter terechtzitting niet (zonder meer) kan worden vastgesteld dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot diefstal met (bedreiging met) geweld, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

met betrekking tot de tenlastelegging met parketnummer 01/865120-16

1.

op 29 augustus 2016 te Eindhoven, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om door geweld en andere feitelijkheden [slachtoffer 1] te dwingen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van

die [slachtoffer 1]

- op die [slachtoffer 1] is afgelopen en

- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd ‘hier tientje, tientje, en ik seks met jou’, en

- die [slachtoffer 1] bij haar armen heeft vastgepakt en

- achter die [slachtoffer 1] is aangelopen en

- die [slachtoffer 1] over haar rug heeft gestreeld en bij/in haar billen heeft gegrepen en/of

geknepen en

- die [slachtoffer 1] (aan haar arm) een portiek heeft ingetrokken en

- die [slachtoffer 1] bij haar kruis heeft gegrepen en geknepen en

- de broeksband van die [slachtoffer 1] heeft vastgepakt en die broeksband naar beneden heeft

getrokken en zijn vingers onder de broeksband van die [slachtoffer 1] heeft geduwd en zijn

vingers in de onderbroek van die [slachtoffer 1] heeft gebracht en

- zijn lichaam tegen die [slachtoffer 1] heeft aangedrukt en met zijn lichaam tegen die [slachtoffer 1]

haar borstkas heeft geduwd en

- zijn hand over de mond van die [slachtoffer 1] heeft gedaan en haar neus dicht heeft geknepen en

- het gezicht van die [slachtoffer 1] heeft gekust en gelikt

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

2.

op 29 augustus 2016 te Eindhoven, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een telefoon (Samsung Galaxy S3 mini) toebehorende aan [slachtoffer 1] , welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen die [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, welk geweld hierin bestond dat hij, verdachte,

- met kracht in de handen van die [slachtoffer 1] heeft geknepen en

- vervolgens voornoemde telefoon met kracht uit de hand van die [slachtoffer 1] heeft getrokken;

met betrekking tot de tenlastelegging met parketnummer 01/146552-16

1.

op 15 juli 2016 te Eindhoven, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 2 pakken vleeswaren toebehorende aan [supermarkt] ;

2. ( gevoegd 150160-16)

op 18 juli 2016 te Eindhoven, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 3] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met dat opzet:

- die [slachtoffer 3] kopstoten heeft gegeven en

- die (op de grond liggende) [slachtoffer 3] met kracht tegen het hoofd en het lichaam heeft

geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3. ( gevoegd 026674-16)

op 06 februari 2016 te Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen blikjes bier, toebehorende aan [winkelbedrijf]

).

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen.

Indien tegen dit verkort vonnis beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en maatregel.

De eis van de officier van justitie.

Ten aanzien van parketnummer 01/865120-16 feit 1 primair en feit 2 en ten aanzien van parketnummer 01/146552-16 feit 1, feit 2 primair en feit 3:

gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht waarvan 1 jaar voorwaardelijk met na te noemen bijzondere voorwaarden:

  • -

    toezicht door de reclassering;

  • -

    een drugs-/ alcoholverbod;

  • -

    klinische behandeling bij Trajectum Hoeve Boschoord of een soortgelijke instelling voor een periode van maximaal 18 maanden of zoveel korter als zijn behandelaars in overleg met de reclassering wenselijk en verantwoord achten;

  • -

    ambulante behandeling met de mogelijkheid van een kortdurende klinische opname;

Ten aanzien van de vorderingen benadeelde partij:

  • -

    gedeeltelijke toewijzing van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1] tot een bedrag van € 822,40 (immateriële schade + reiskosten) vermeerderd met de wettelijke rente en toepassing van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht ;

  • -

    afwijzing van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1] ;

  • -

    integrale toewijzing van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 3] , vermeerderd met de wettelijke rente en toepassing van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht;

Ten uitvoer legging van de eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twee weken.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een reeks (gewelddadige) feiten waaronder een poging tot verkrachting. Verdachte heeft daarmee een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer. Verdachte heeft daarbij kennelijk enkel oog gehad voor zijn eigen (seksuele) behoeften en heeft op geen enkele manier rekening gehouden met de gevoelens van het slachtoffer en de mogelijke schadelijke gevolgen van zijn handelen voor haar. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke feiten hiervan zeer langdurige en ernstige psychische gevolgen ondervinden. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring blijkt ook dat het slachtoffer nog veel nare gevolgen ervan ondervindt.

Verdachte heeft zich tevens schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling. Door zijn handelen heeft hij op ernstige wijze inbreuk gemaakt op de persoonlijke integriteit van het slachtoffer. Voorts heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan diefstallen. Dit zijn feiten die naast financiële schade ook gevoelens van onrust en onveiligheid veroorzaken. De rechtbank rekent verdachte dit alles zwaar aan. Verdachte verkeerde - volgens eigen zeggen - tijdens het plegen van de feiten onder invloed van alcohol en/of verdovende middelen waarvan hij de gecombineerde negatieve werking op zijn gedrag kende of moest begrijpen. Desondanks heeft hij die stoffen toch gebruikt.

De rechtbank betrekt tevens bij haar oordeel dat uit het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 15 mei 2017 blijkt dat verdachte eerder voor soortgelijke feiten werd veroordeeld en hij de onderhavige strafbare feiten heeft gepleegd tijdens de proeftijd van een eerdere veroordeling.

In het Pro Justitia rapport opgemaakt door de psychiater G.C.M. van den Broek d.d. 2 november 2016 concludeert de psychiater dat bij verdachte sprake is van alcoholafhankelijkheid, cannabismisbruik en lichte zwakzinnigheid. Alcohol heeft een ontremmende en agressieve uitwerking op verdachte. Verdachte heeft een hoog risico om te recidiveren. Om in algemene zin het recidiverisico op een agressie incident te beperken zou verdachte in een begeleide of beschutte woonvorm moeten wonen met aandacht voor zijn verstandelijke beperking. Een vast plan gericht op re-integratie zou onderdeel kunnen uitmaken van behandeling evenals toeleiding naar hulp voor zijn alcohol- en drugsmisbruik. De psychiater adviseert tot oplegging van een deels voorwaardelijke straf waarbij de interventies onderdeel zouden kunnen uitmaken van de daarbij behorende bijzondere voorwaarden.

In het Pro Justitia rapport opgemaakt door de psycholoog drs. P.C. Braun d.d. 21 oktober 2016 concludeert de psycholoog dat er bij verdachte sprake is van een lichte mate van zwakzinnigheid en een alcoholverslaving. Verondersteld kan worden dat verdachte door eerdergenoemde beperkingen binnen de context waarin hij zich ten tijde van de delicten bevond meer ontremd gedrag vertoonde dan dat hij normaal vertoonde.

Om herhaling in de toekomst in algemene zin te voorkomen is een vaste woonruimte (met een behoorlijke structuur waaraan hij zich niet kan onttrekken zoals Beschut Wonen / Beschermd wonen), een duidelijk inkomen en begeleiding op het gebied van praktische zaken waaronder een voor verdachte duidelijk en vastgelegd integratieplan in combinatie met een behandeling voor zijn alcoholverslaving en cannabisgebruik sterk aan te bevelen. Bij dit alles is aandacht voor de beperkte verstandelijke vermogens van verdachte aangewezen. Begeleiding door de reclassering in een dergelijk traject is dan ook aanbevelenswaardig. Door de reclassering is benoemd dat deze begeleiding mogelijk is in het kader van een bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel.

Dhr. W. van Kempen van reclassering Nederland adviseert om verdachte een gedeeltelijk voorwaardelijke straf op te leggen. Het voorwaardelijke gedeelte geldt als stok achter de deur met als bijzondere voorwaarden, reclasseringstoezicht, een klinische behandeling bij Trajectum Hoeve Boschoord met een behandeltijd van maximaal achttien maanden, aansluitend een ambulante behandelverplichting bij Trajectum of een soortgelijke instelling met eventueel een kortdurende klinische opname ten behoeve van crisis, detoxificatie, stabilisatie, observatie en/of diagnostiek van maximaal zeven weken en een drugs-/alcoholverbod.

De rechtbank neemt de bovenstaande conclusies en adviezen over.

De rechtbank is van oordeel dat – alles overwegende - in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan na te noemen gevangenisstraf. De rechtbank zal deze gevangenisstraf voor een gedeelte voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Aan deze voorwaardelijke straf zullen na te noemen bijzondere voorwaarden worden gekoppeld.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de immateriële schadevergoeding tot een bedrag van € 1.000,-- en de materiële schadevergoeding van € 22,40. Het bedrag ten aanzien van de immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 augustus 2016 tot aan de dag der

algehele voldoening. Het bedrag ten aanzien van de materiële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 november 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel de vordering, omdat de rechtbank van oordeel is dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De benadeelde partij kan deze onderdelen van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. Het bedrag ten aanzien van de immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 augustus 2016 tot aan de dag der algehele voldoening. Het bedrag ten aanzien van de materiële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 november 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] .

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verdachte wordt vrijgesproken van het feit waarop de vordering van de benadeelde partij betrekking heeft. De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van de verdachte als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering. Deze kosten worden begroot op nihil. De rechtbank zal de kosten van partijen als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering compenseren aldus dat elke partij haar eigen kosten draagt.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] .

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 juli 2016 tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 juli 2016 tot de dag der algehele voldoening.

Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 02/800684-15.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Bijzondere omstandigheden die aan de tenuitvoerlegging in de weg staan zijn niet aanwezig. De rechtbank zal dan ook de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

Vernietiging strafbeschikking.

De rechtbank zal de in de zaak met parketnummer 13/026674-16 (gevoegd als feit 3 in de zaak met parketnummer 01/146552-16) eerder uitgevaardigde strafbeschikking vernietigen en stelt haar vonnis hiervoor in de plaats.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 60a, 45, 57, 63, 242, 302, 310, 312.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking in de zaak met parketnummer 13/026674-16 (gevoegd als feit 3 in de zaak met parketnummer 01/146552-16);

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder parketnummer 01/865120-16 feit 3 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;

verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert de misdrijven:

Ten aanzien van 01/865120-16 feit 1 primair:

poging tot verkrachting.

Ten aanzien van 01/865120-16 feit 2:

diefstal, vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken.

Ten aanzien van 01/146552-16 feit 1:

diefstal.

Ten aanzien van 01/146552-16 feit 2 primair:

poging tot zware mishandeling.

Ten aanzien van 01/146552-16 feit 3:

diefstal.

De rechtbank verklaart verdachte hiervoor strafbaar en legt op de volgende straf en maatregelen.

Ten aanzien van 01/865120-16 feit 1 primair, feit 2 en ten aanzien van 01/146552-16 feit 1, feit 2 primair, feit 3:

gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen

van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de

Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt en

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de

medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen die worden

gegeven door de reclassering;

- zich binnen drie dagen na het onherroepelijk worden van het vonnis gedurende de proeftijd

bij het Leger des Heils, Jeugdzorg en Reclassering, Dr. Cuijperslaan 80, 5623 BB

Eindhoven telefoonnummer 088 - 090 11 40 zal melden, zo frequent en zo lang de

reclassering dit noodzakelijk acht;

- zich gedurende de proeftijd zal onthouden van het gebruik van alcohol en alle soorten

verdovende middelen en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te

werken aan bloedonderzoek of urineonderzoek, zo lang de reclassering dit noodzakelijk

acht;

- zich op basis van de door het NIFP-IFZ afgegeven indicatiestelling gedurende de proeftijd

onder klinische behandeling zal stellen bij Trajectum Hoeve Boschoord of een soortgelijke

instelling, voor een periode van maximaal 18 maanden of zoveel korter als zijn

behandeling in overleg met de reclassering wenselijk en verantwoord wordt geacht,

waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die

behandeling door of namens de (geneesheer-) directeur van die instelling zullen worden

gegeven;

- zich daarna gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen voor gedragsproblematiek en middelengebruik bij Trajectum of soortgelijke forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij een kortdurende klinische opname van maximaal 7 weken ten behoeve van crisis, detoxificatie, stabilisatie, observatie en/of diagnostiek kan plaatsvinden binnen een ambulant behandeltraject, waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven. Het zorgaanbod maakt onderdeel uit van het reguliere aanbod en aanmelding zal, aansluitend aan de klinische opname plaatsvinden middels Ifzo;

waarbij de Reclassering Nederland, Regio Zuid, Eekbrouwersweg 6, 5233 VG

te 's-Hertogenbosch, opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Ten aanzien van 01/865120-16 feit 1 primair:

maatregel van schadevergoeding van € 1.022,40 subsidiair 1 dag hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van een bedrag van € 1.022,40 (zegge: een duizend tweeëntwintig euro en veertig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 dag hechtenis. Het bedrag bestaat uit immateriële schadevergoeding en materiële schadevergoeding. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op. Het bedrag ten aanzien van de immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 augustus 2016 tot aan de dag der algehele voldoening. Het bedrag ten aanzien van de materiële schade te vermeerderen met de

wettelijke rente vanaf 17 november 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] , van een bedrag van € 1.022,40 (zegge: een duizend tweeëntwintig euro en veertig eurocent). Het bedrag bestaat uit immateriële schadevergoeding en materiële schadevergoeding. Het bedrag ten aanzien van de immateriële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 augustus 2016 tot aan de dag der algehele voldoening. Het bedrag ten aanzien van de materiële schade te

vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 november 2016 tot aan de dag der

algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

Ten aanzien van 01/865120-16 feit 3:

Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 2] in de vordering.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil.

Ten aanzien van 01/146552-16 feit 2 primair:

maatregel van schadevergoeding van € 600,00 subsidiair 1 dag hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] van een bedrag van € 600,-- (zegge: zeshonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 dag hechtenis. Het bedrag bestaat uit immateriële schadevergoeding. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op. Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 juli 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] , van een bedrag van € 600,-- (zegge: zeshonderd euro). Het bedrag bestaat uit immateriële schadevergoeding. Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 juli 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling:

Last tot tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Zeeland-West-Brabant d.d. 19 februari 2016, gewezen onder parketnummer 02/800684-15, te weten:

gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C.A. Mandemakers, voorzitter,

mr. A.E. van der Eijk en mr. A.M.R. van Ginneken, leden,

in tegenwoordigheid van J. Kapteijns, griffier,

en is uitgesproken op 11 juli 2017.

Mr. A.M.R. van Ginneken is buiten staat dit vonnis (mede) te ondertekenen.