Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2017:3364

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
20-06-2017
Datum publicatie
20-06-2017
Zaaknummer
01/860311-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor in de uitoefening van een beroep of bedrijf telen van 618 hennepplanten. De rechtbank legt een taakstraf van 200 uren subsidiair 10 dagen hechtenis en een gevangenisstraf van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch

Team Strafrecht

Parketnummer: 01/860311-15

Datum uitspraak: 20 juni 2017

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] [land] ) op [geboortedatum] 1965,

wonende te [adresgegevens 1] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 6 juni 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 4 mei 2017.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij:

1. in of omstreeks de periode van 18 april 2015 tot en met 28 juni 2015 te Wijchen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, in de uitoefening van beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een loods/bedrijfspand aangeduid als [pand 1] ), een grote hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 1123 hennepplanten, althans 618 hennepplanten, in ieder geval een grote hoeveelheid hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

2. in of omstreeks de periode van 18 april 2015 tot en met 28 juni 2015 te Wijchen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of de weg te nemen elektriciteit onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of door middel van een valse sleutel (door de zegel van de elektriciteitsmeter te verbreken en/of vervolgens een elektriciteitsaansluiting buiten deze meter om te maken).

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak t.a.v. feit 2.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 2 is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt daartoe dat de aangifte ten aanzien van dit feit niet wordt ondersteund door aanvullend bewijsmateriaal.

Bewijs t.a.v. feit 1.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en baseert zich daarbij op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman van verdachte heeft op de in de pleitnota genoemde gronden gesteld dat de tenlastegelegde feiten niet wettig en overtuigend kunnen worden bewezen en heeft de rechtbank gevraagd verdachte daarvan vrij te spreken. De pleitnota van de raadsman is aan dit vonnis gehecht.

Het oordeel van de rechtbank.

De bewijsmiddelen.

Omwille van de leesbaarheid van het vonnis wordt voor wat betreft de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking daarvan. Deze uitwerking is als bijlage bij dit vonnis gevoegd en de inhoud van die bijlage dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.

De bewijsoverwegingen.

De rechtbank leidt uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen, bezien in onderling verband en samenhang, de volgende feiten en omstandigheden af.

Bij een doorzoeking, die op zondag 28 juni 2015 omstreeks 9.15 uur plaatsvindt, wordt een in werking zijnde professionele hennepkwekerij aangetroffen in het pand gelegen aan het [pand 1] te Wijchen. De aangetroffen kwekerij bestaat uit twee kweekruimten en één verzorgingsruimte. Op het moment dat de opsporingsambtenaren de hennepkwekerij aantreffen, staan er 618 hennepplanten. Verdachte is op het moment van de doorzoeking als enige aanwezig in het pand.

Door de verbalisanten is gerelateerd dat in de telefoon van verdachte het [telefoonnummer] onder de naam [benaming] is opgeslagen. Uit onderzoek is gebleken dat verdachte veelvuldig met dit nummer belde en dat de gesprekken telkens slechts tussen de 15 en 18 seconden duurden. De politie heeft hieruit geconcludeerd dat dit nummer waarschijnlijk doorgeschakeld is aan een poort. Deze conclusie is door verdachte bevestigd. Bij de politie heeft verdachte namelijk verklaard dat [benaming] het Vietnamese woord is voor poort en dat de toegangspoort van [pand 2] te Wijchen kon worden bediend door het kiezen van dit nummer op zijn telefoon. Verder beschikte verdachte over een sleutel van de rode loopdeur van het [pand 2] en een sleutel die paste op het hangslot van de metalen draadhekdeur achter de rode loopdeur van dit pand. Ook beschikte hij over een sleutel waarmee twee Abus-hangsloten konden worden geopend die aan de schuifsloten zaten die toegang boden aan de naastgelegen loods [pand 1] . In deze loods bevond zich achter opgestapelde dozen en een damwand de toegang tot de hennepkwekerij.

Op dezelfde dag, 28 juni 2015, vindt er een doorzoeking plaats in de woning van verdachte aan de [adresgegevens 2] , waarbij onder andere twee plastic eb- en vloedbakken, twee vierkante plantenpotten met afmeting 20x20 cm en een schakelbord in beslag worden genomen. Deze goederen worden nader onderzocht op de mogelijke betrokkenheid bij hennepteelt. Uit dit onderzoek is gebleken dat de afmetingen van zowel de eb- en vloedbakken als die van de plantenpotten overeenkomen met de afmetingen van de in de kwekerij aangetroffen eb- en vloedbakken en plantenpotten. Op één van de eb- en vloedbakken wordt een klein verdord hennepdeeltje aangetroffen en op één van de plantenpotten een bruin verdord hennepdeeltje. Deze hennepdeeltjes zijn positief indicatief getest op de aanwezigheid van hennep/cannabis.

Op een gasmasker dat is aangetroffen voor kweekruimte A, bij de ingang van de kweekruimte, is DNA aangetroffen van verdachte met een matchkans van kleiner dan één op één miljard.

Uit onderzoek is gebleken dat verdachte in de periode van 18 april 2015 tot en met 28 juni 2015 veelvuldig het [telefoonnummer] heeft gebeld, te weten het nummer waarmee de toegangspoort van het pand aan [pand 2] te Wijchen geopend en gesloten kon worden. Verdachte belde dit nummer zowel doordeweeks als in het weekend, op tijdstippen variërend van 06.29 uur tot 20.30 uur.

Door en namens verdachte is aangevoerd dat hij wel vaker in het genoemde pand kwam, maar dat zijn bezoekjes louter tot doel hadden om zijn auto naar de naast het pand gelegen garage te brengen, koffie te drinken met kennissen die er werkten en vissen te voeren bij de viskwekerij die zich tegenover het genoemde pand bevindt. Ten aanzien van het aangetroffen DNA op een gasmasker bij de ingang van de kweekruimte is door verdachte aangevoerd dat hij dit masker mogelijk heeft gedragen bij een brand. Gasmakers worden nooit gebruikt bij hennepkwekerijen. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij het masker voor de deur van de loods heeft achtergelaten en dat het door iemand anders naar de kwekerij moet zijn gebracht. Voor wat betreft de sleutels heeft verdachte aangevoerd dat het toeval is dat de hangsloten die aan de deur hingen opengemaakt konden worden met dezelfde sleutel die hij aan zijn sleutelbos had hangen. Abus-sleutels zouden wel vaker meerdere sloten kunnen overmaken. Ter zitting heeft de raadsman van verdachte met een aantal Abus-sleutels en –sloten gedemonstreerd dat dit het geval is.

De rechtbank hecht geen geloof aan deze verklaringen van verdachte. Het verhaal met betrekking tot het vissen voeren komt ter zitting voor het eerst ter sprake. Ook de brand waarbij verdachte het gasmasker zou hebben gedragen, is niet eerder door verdachte genoemd. De demonstratie met de sleutels ter zitting heeft de rechtbank er niet van overtuigd dat het toeval kan zijn geweest dat zijn sleutel op de hangsloten op de deur naar de hennepkwekerij pasten. Alle sleutels die bij de demonstratie zijn gebruikt, bleken namelijk alle hetzelfde sleutelnummer te hebben en zijn blijkens de overgelegde bonnen ook met dat nummer aangeschaft bij een sleutelspeciaalzaak. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de gebezigde bewijsmiddelen, ook in onderlinge samenhang bezien, voldoende redengevend om te concluderen dat verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft gepleegd.

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat bewezenverklaring voor niet meer dan 618 hennepplanten kan volgen. De overige 505 plantenpotten waren leeg en uit de bewijsmiddelen volgt niet wettig en overtuigend bewijs op welk tijdstip of in welke periode deze potten hennepplanten hebben bevat.

Voor wat betreft het medeplegen is de rechtbank eveneens met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat daarvoor het wettig en overtuigend bewijs ontbreekt.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de in de bijlage uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:

1. in de periode van 18 april 2015 tot en met 28 juni 2015 te Wijchen, in de uitoefening van beroep of bedrijf, opzettelijk heeft geteeld (in een loods/bedrijfspand aangeduid als [pand 1] ), een grote hoeveelheid van (in totaal) 618 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit. Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden (met aftrek) waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, geëist. Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft de rechtbank gevraagd om, mede gelet op de bijzondere persoonlijke omstandigheden van verdachte, te volstaan met een taakstraf.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het telen van 618 hennepplanten in een professionele hennepkwekerij die zich in een loods/bedrijfspand bevond. Hennep kan gevaar opleveren voor de gezondheid van de gebruikers ervan. Het telen van hennep gaat steeds meer gepaard met andere, ook zware vormen van criminaliteit. Verdachte heeft bij het plegen van het feit gehandeld uit puur winstbejag en heeft zich niets heeft aangetrokken van de belangen van de samenleving.

Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op de omstandigheid dat verdachte een keer eerder is veroordeeld voor medeplichtigheid aan hennepteelt. De rechtbank houdt er echter eveneens rekening mee dat deze veroordeling langer dan vijf jaar geleden, in 2010, is geweest.

Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf. De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt. De rechtbank zal naast een taakstraf ook een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Beslag. De rechtbank is van oordeel dat het in het dictum nader te noemen in beslag genomen voorwerp vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer, omdat – zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit een voorwerp is met betrekking tot welke het feit is begaan.

Het beslag dat rust op het in beslag genomen geldbedrag, de bestelbus en het woonhuis is omgezet naar conservatoir beslag ex artikel 94a van het Wetboek van Strafvordering. De raadsman van verdachte heeft verzocht om het conservatoir beslag op deze goederen op te heffen. Gelet op de aanhangige ontnemingsprocedure zal de rechtbank over dit beslag thans geen beslissing nemen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 36b, 36c en 36d Wetboek van Strafrecht en op de artikelen 3 en 11 Opiumwet.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Spreekt verdachte vrij van het hem onder 2 ten laste gelegde feit.

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

T.a.v. feit 1:In de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod.Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen.

T.a.v. feit 1:

Taakstraf voor de duur van 200 uren subsidiair 100 dagen hechtenis, met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank waardeert een in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebrachte dag op 2 uur te verrichten arbeid.

Gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Beslag.

Onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen goed, te weten: een gasmasker.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C.J. Sangers- de Jong, voorzitter,

mr. J.H.P.G. Wielders en mr. A.C. Palmboom, leden,

in tegenwoordigheid van mr. K. Sarghandoy, griffier,

en is uitgesproken op 20 juni 2017.