Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2017:3330

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
22-06-2017
Datum publicatie
26-06-2017
Zaaknummer
5513747 16-9880
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Advisering DAS in het kader van beëindiging arbeidsovereenkomst. DAS heeft als redelijk handelend rechtshulpverlener gehandeld. Vraagtekens bij communicatie tussen DAS en werknemer. Compensatie proceskosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/3283
AR 2017/3292
AR-Updates.nl 2017-0791
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Locatie ’s-Hertogenbosch

Zaaknummer : 5513747

Rolnummer : 16-9880

Uitspraak : 22 juni 2017

in de zaak van:

[eiser 1]

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

gemachtigde: mr. M.P. Poelman,

tegen

DAS Rechtsbijstand N.V.

gevestigd te Amsterdam, mede kantoor houdende te ‘s-Hertogenbosch,

gedaagde,

gemachtigde: mr. D.A. Poelman.

Partijen zullen verder worden aangeduid als [eiser 2] en DAS.

1 De procedure

1. De procedure is weergegeven in het tussenvonnis van 9 februari 2017. Daarna heeft nog een comparitie van partijen plaatsgevonden op 29 mei 2017.

2 Het geschil

2.1

[eiser 2] vordert van DAS, na vermindering van eis, een bedrag van € 13.861,93 met daarbij de wettelijke rente vanaf 4 november 2016 over € 15.650, - en de proceskosten van deze procedure.

2.2

[eiser 2] heeft zijn vordering (kort samengevat) als volgt onderbouwd. [eiser 2] heeft een rechtsbijstandverzekering en heeft op grond van deze verzekering rechtsbijstand gekregen van DAS in de procedure over de beëindiging van de arbeidsovereenkomst tussen [eiser 2] en [naam] BV. Hij is van mening dat de advisering van DAS in deze procedure onvolledig en onjuist is geweest. Daardoor heeft hij schade geleden en die wil hij vergoed hebben.

2.3

DAS is het hier niet mee eens en voert het volgende aan. Zij stelt [eiser 2] wel voldoende te hebben geholpen en voldoende rechtsbijstand te hebben verleend. De door [eiser 2] gestelde schade (het verschil tussen een aanbod van zijn voormalige werkgever en de uiteindelijke vergoeding die deze werkgever aan [eiser 2] heeft moeten betalen) is niet door de adviezen van DAS veroorzaakt.

3. de feiten

3.1

Op 26 september 2012 gaf de werkgever van [eiser 2] in een gesprek aan dat zij de arbeidsovereenkomst wilde stoppen. De reden daarvoor was dat de werkgever zijn functie (commercieel medewerker) wilde laten vervallen. [eiser 2] kreeg een beëindigingsvoorstel mee. Daarop schakelde hij DAS in en kreeg een behandelaar toegewezen, een senior jurist arbeidsrecht.

3.2

DAS en [eiser 2] hebben meerdere keren contact gehad, per brief, mail, telefoon en tijdens gesprekken. Uiteindelijk deed de advocaat van de werkgever op 30 oktober 2012 een laatste voorstel: een ontslagvergoeding van € 80.000,-, een outplacementtraject van € 5.000,-exclusief BTW en beëindiging van de arbeidsovereenkomst per 1 februari 2013. Dit voorstel is door DAS namens en in overleg met [eiser 2] bij brief van 6 november 2012 afgewezen. Daarop vroeg de werkgever een ontslagvergunning aan. DAS heeft de aanvraag op 27 november 2012 aan [eiser 2] doorgezonden met een begeleidende brief. De arbeidsovereenkomst is per 1 april 2013 beëindigd nadat de werkgever de ontslagvergunning had gekregen.

3.3

[eiser 2] heeft op 31 december 2013 DAS aansprakelijk gesteld voor alle schade. [eiser 2] heeft een andere advocaat ingeschakeld en die heeft de voormalig werkgever van [eiser 2] gedagvaard in een kennelijk onredelijk ontslagprocedure. In een vonnis van de kantonrechter van deze rechtbank, locatie Eindhoven, van 11 juni 2015 is de voormalig werkgever veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 60.000,- te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag van 1 april 2013.

4 De beoordeling

4.1

De uitkomst van de kennelijk onredelijk ontslagprocedure is lager dan het eerdere schikkingsvoorstel van de werkgever. Achteraf gezien had [eiser 2] het voorstel van zijn werkgever beter kunnen accepteren. Deze wijsheid achteraf is niet genoeg voor het oordeel dat de rechtsbijstand van DAS niet deugde. Waar het om gaat is of DAS als een redelijk handelend en bekwaam rechtshulpverlener heeft gehandeld. Het uiteindelijke resultaat is daarbij niet doorslaggevend. De keuze voor een bepaalde stap in een procedure wordt namelijk niet gemaakt door DAS maar door de klant, in dit geval [eiser 1] . DAS zal [eiser 1] wel moeten voorlichten over de gevolgen van zijn keuze.

4.2

De kantonrechter is niet bij de gesprekken tussen DAS en [eiser 2] geweest. Om de advisering van DAS te kunnen beoordelen, gaat de kantonrechter af op de brieven en mails van DAS (de producties bij de dagvaarding) en de telefoonnotities van DAS (bij de conclusie van antwoord). [eiser 2] heeft onvoldoende betwist dat deze telefoonnotities niet kloppen.

4.3.1

In de brieven van 1 oktober 2015 of de mail van 26 oktober 2015 zou DAS de indruk hebben gewekt dat het eerste voorstel van de werkgever veel te laag zou zijn. De brief van 1 oktober 2012 is een lange brief met twee conclusies: de conclusie dat het tegenhouden van het ontslag niet reëel is en de conclusie dat de aangeboden ontslagvergoeding gelijk is aan de vergoeding op basis van de neutrale kantonrechtersformule. Verder wordt informatie gegeven over het aanwenden van de vergoeding en de WW uitkering. In de mail van 26 oktober 2012 vraagt DAS om de berekening van de hoogte van de schade van [eiser 2] te controleren en merkt DAS op dat het de tijd is voor een tegenvoorstel.

4.3.2

[eiser 2] verwijt DAS dat niet meteen is aangegeven dat het voorstel van de werkgever redelijk was, dat niet meteen is gewezen op de verschillen tussen een ontbindingsvergoeding en een kennelijk onredelijk ontslagvergoeding, dat DAS geen richting heeft gegeven aan een redelijk tegenvoorstel voor een ontslagvergoeding en niet heeft gewezen op de risico’s van het doen van een tegenvoorstel (namelijk dat daarmee het voorstel van de wederpartij wordt verworpen).

4.3.3

In beide berichten wordt niet de indruk gewekt dat de aangeboden ontslagvergoeding veel te laag is. Integendeel, er wordt juist gesteld dat deze overeenkomt met de neutrale kantonrechtersformule en dat deze formule zo goed als altijd in een procedure wordt gehanteerd. In de brief van 1 oktober 2012 wordt weliswaar ook gezegd dat er nog wel wat rek zal zitten in het voorstel van de werkgever, maar daarin kan de kantonrechter evenmin lezen dat DAS [eiser 2] heeft voorgehouden dat een fors hogere vergoeding haalbaar zou zijn. Ook uit de brief van 29 oktober 2012 van enige dagen later aan de wederpartij waarin een fors hogere vergoeding wordt gevraagd, leidt de kantonrechter niet af dat DAS op enig moment [eiser 2] zou hebben bericht dat het voorstel van de werkgever veel te laag was. Van een onjuiste advisering is hier geen sprake. Weliswaar heeft DAS [eiser 2] niet schriftelijk gewaarschuwd dat zijn tegenvoorstel veel te hoog is, maar uit de telefoonnotitie van 29 oktober 2012 blijkt wel dat hij hierop is gewezen. De kantonrechter heeft geen reden aan de inhoud van de telefoonnotitie te twijfelen. DAS lijkt nergens een inschatting te hebben gegeven van het maximaal haalbare resultaat. [eiser 2] heeft hier ook niet om gevraagd terwijl uit alles blijkt dat DAS en [eiser 2] in de hele procedure wel intensief contact met elkaar hebben gehad. [eiser 2] merkt ook nog op dat hij niet is gewaarschuwd dat een tegenvoorstel ook een afwijzing van het oorspronkelijke voorstel betekent. Zijn (ex) werkgever heeft hem op 23 november 2012 echter laten weten nog steeds bereid te zijn om te schikken zodat deze mogelijkheid nog open stond. Als DAS hier al steken zou hebben laten vallen, dan ziet de kantonrechter niet in dat [eiser 2] hierdoor schade heeft geleden. De verwijten aan DAS zijn niet genoeg voor het oordeel dat DAS niet als een redelijk handelend rechtshulpverlener heeft gehandeld.

4.4.1

[eiser 2] beslist na de indiening van de aanvraag voor de ontslagvergunning vervolgens voor het traject van een ontslagvergunning en een daarop volgende procedure voor het verkrijgen van een vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag. Hij verwijt DAS dat niet van tevoren is gewezen op de gevolgen van deze keuze en dat hij niet is gewaarschuwd voor het risico dat de vergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag wel eens fors lager zou kunnen uitvallen. Hierbij wijst hij vooral op het e-mailbericht van 27 oktober 2012. Hierin is ten onrechte verwezen naar de website www.hoelangwerkloos.nl die voor oudere werknemers niet goed zou werken. In de mail wordt ook het volgende aangegeven: “Daar staat tegenover dat je bij een dergelijke procedure (mocht het zover komen) niets te verliezen hebt”. [eiser 2] heeft deze passage kennelijk zo opgevat dat hij minimaal datgene zou krijgen wat de werkgever eerder had aangeboden.

4.4.2

DAS is van mening dat het e-mailbericht van 27 november 2012 wel duidelijk was. In het e-mailbericht staan ook andere passages: “Als de toestemming wordt verleend, dat (dan) is [naam] niet verplicht jou een ontslagvergoeding te betalen. We spraken hier al eerder uitvoerig over.” DAS wijst er verder op dat op basis van uitspraken van de Hoge Raad de kennelijk onredelijk ontslagvergoeding niet mag worden berekend door aan te haken bij de kantonrechtersformule. De passage waar [eiser 2] op heeft gewezen moet volgens DAS in de context van de gehele alinea worden gelezen. In deze alinea wordt het moment en het verloop van de kennelijk onredelijk ontslagprocedure geschetst.

4.4.3

De kantonrechter is van oordeel dat DAS ook hier in de advisering niet tekort is geschoten. DAS heeft niet onvolledig geadviseerd. De kantonrechter vindt onder meer belangrijk dat in de mail wel wordt gerefereerd aan eerdere contacten over de inhoud van de kennelijk onredelijk ontslagprocedure. Hieruit leidt de kantonrechter af dat DAS [eiser 2] wel degelijk in een eerder stadium over de inhoud van deze procedure heeft gesproken. Evenmin heeft DAS in de brief aan [eiser 2] de zekerheid gegeven dat de kennelijk onredelijk ontslagvergoeding gelijk zou zijn aan het laatste voorstel van de werkgever. Dat haalt de kantonrechter evenmin uit de beruchte passage dat [eiser 2] niets zou hebben te verliezen. Deze passage komt na het einde van een uitleg over de procedure en is (binnen de context van de procedure) niet onjuist. Het e-mailbericht had best wel wat duidelijker mogen zijn, maar er staan geen onjuiste zaken in en het is niet onvolledig. Al met al vormt dit e-mailbericht geen grond voor het oordeel dat DAS niet als een redelijk handelend rechtshulpverlener heeft gehandeld.

4.5

De kantonrechter beseft dat [eiser 2] een leek is op juridisch gebied en nooit met dit bijltje heeft gehakt. Dit verplicht DAS echter niet om zelf keuzes te maken voor [eiser 2] of ongevraagd voorspellingen in bedragen tot achter de komma te doen over de hoogte van een ontslagvergoeding. Als [eiser 2] het niet snapte, had hij het gewoon aan DAS kunnen vragen. Als [eiser 2] een voorspelling of een kans van slagen wilde weten, had hij het ook kunnen vragen. Daar is niets mis mee. Dat is echter niet gebeurd. Je kunt best vraagtekens hebben bij de communicatie tussen DAS en [eiser 2] . Het zijn lange brieven met veel juridische complexe informatie en DAS moet zich afvragen of al haar klanten hierop zitten te wachten. Maar onder de streep ondanks alle verwijten afzonderlijk in samenhang bezien heeft DAS gedaan wat van haar in de gegeven omstandigheden als redelijk handelend rechtsbijstandverlener had mogen worden verwacht.

4.6

Daarom wijst de kantonrechter de vordering van [eiser 2] af. Dit is een harde les geweest voor [eiser 2] . De kantonrechter ziet om die reden en vanwege eerdergenoemde wijze communicatie van de DAS aanleiding om de proceskosten tussen partijen te compenseren, in die zin dat iedere partij zijn of haar eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering van [eiser 2] af;

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Aldus gewezen door mr. M.J.H.M. Verhoeven, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 juni 2017.