Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2017:3059

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
01-06-2017
Datum publicatie
01-06-2017
Zaaknummer
SHE 16/3321
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wmo 2015, maatwerkvoorziening, postoel geen adequate en afdoende voorziening.

Eiser heeft gelet op zijn lichamelijke gesteldheid gevraagd om een extra toiletvoorziening op de bovenverdieping van zijn woning. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Valkenswaard wees deze aanvraag eerst af en later, in het besluit op bezwaar, verklaarde het college het bezwaar gegrond in die zin, dat een maatwerkvoorziening wel noodzakelijk is, maar dat een postoel de meest goedkope, adequate en passende oplossing is. De rechtbank is van oordeel, gelet op het rapport van de ergotherapeut, dat een postoel in de situatie van eiser geen adequate en afdoende voorziening is en draagt het college op, een vaste toiletvoorziening op de badkamer van eiser te plaatsen. De rechtbank oordeelt dat een vast toilet op de bovenverdieping een passende bijdrage is aan de zelfredzaamheid en participatie van eiser zoals in de Wmo 2015 staat omschreven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 16/3321

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 juni 2017 in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser,

(gemachtigde: M. de Jong, L.L.M.),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Valkenswaard, verweerder,

(gemachtigde: M.C.L. Walta).

Procesverloop

Bij besluit van 13 november 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om een woonvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015), in de vorm van een vast toilet op de bovenverdieping, afgewezen.

Bij besluit van 27 september 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser gegrond verklaard, in de zin dat verweerder het bestreden besluit heeft herzien en eiser niet in aanmerking komt voor een vaste toiletvoorziening, maar wel voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een losse toiletstoel.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 februari 2017. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Op de zitting is gesproken over een mogelijke schikking tussen partijen. Bij brief van 15 maart 2017 heeft eiser de rechtbank verzocht de uitspraakdatum uit te stellen omdat het overleg tussen partijen nog gaande was. Bij brief van 16 maart 2017 heeft de rechtbank partijen laten weten hiermee akkoord te gaan.

Bij brief van 19 april 2017 heeft eiser de rechtbank laten weten dat partijen niet nader tot elkaar zijn gekomen en de rechtbank verzocht schriftelijk uitspraak te doen. Hiermee is de uitspraaktermijn opnieuw aangevangen.

Overwegingen

Feiten en omstandigheden

  1. Eiser, geboren op [geboortedag] 1964, lijdt aan chronische quadriplegie (spasticiteit) in beide benen en armen en een huidaandoening. Als gevolg hiervan ondervindt hij beperkingen in looppatroon en loopafstand. Hij heeft ook regelmatig last van diarree wegens spasticiteit van zijn darmen. Hij woont samen met zijn partner in een met een traplift en douchestoel aangepaste eengezinswoning. Indien eiser, wanneer hij boven is, last heeft van de diarree kan hij niet snel genoeg met de traplift bij het toilet op de benedenverdieping komen. Om die reden heeft hij op 10 juni 2015 een aanvraag ingediend om een vast toilet in de badkamer op de eerste verdieping.

  2. Verweerders Wmo-consulente K. van der Laan heeft naar aanleiding van deze aanvraag onderzoek gedaan. Het resultaat van dat onderzoek is neergelegd in een rapport van 13 november 2015. Tevens is er een medisch en een ergonomisch onderzoek opgevraagd bij Argonaut Advies B.V. (Argonaut). Argonaut heeft op 10 november 2015 een advies uitgebracht.

Standpunten van partijen

3. Het bestreden besluit is gebaseerd op het advies van de bezwarencommissie van 26 juli 2016. Verweerder heeft het advies van de bezwarencommissie overgenomen en stelt zich overeenkomstig op het standpunt dat voldoende rekening is gehouden met de uitkomsten van het onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte van eiser. Met de toekenning van een losse toiletstoel wordt naar de mening van verweerder een passende bijdrage geleverd aan de zelfredzaamheid en participatie van eiser. In eisers situatie is een losse toiletstoel (een postoel) als de meest goedkope, adequate en ook passende voorziening aan te merken en worden de beperkingen die hij ervaart in het gebruik van zijn woning in aanvaardbare mate gecompenseerd.

4. Eiser voert in beroep - kort gezegd - aan dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn situatie en beperkingen. Wanneer eiser ’s avonds of ’s nachts op bed ligt, kan hij, ondanks het gebruik van de traplift, ten tijde van ernstige lichamelijke ongemakken, niet tijdig het toilet op de benedenverdieping bereiken. Eiser kan zelf de toiletpot van de postoel niet ledigen. Verweerder meent kennelijk dat de partner van eiser kan zorgen voor het ledigen van de toiletstoel maar heeft geen rekening gehouden met diens beschikbaarheid en beperkingen. Eisers partner heeft beperkingen door een stoornis in het autistisch spectrum. Daarbij is ter zitting gebleken dat eiser bang is om te vallen met de postoel, met alle gevolgen van dien. Een postoel is niet erg stevig en eiser heeft evenwichtsproblemen door de spasmen aan zijn benen. Eiser is dan ook, anders dan verweerder, van mening dat de postoel geen adequate en passende voorziening is. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft eiser een rapport van 1 november 2016 van zijn ergotherapeut, T. Essers en een verslag van 29 november 2016 van zijn manueel therapeut, R. Hoeben, overgelegd.

Wettelijk en juridisch kader

5. Op grond van de Wmo 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor het ondersteunen van de zelfredzaamheid en participatie van mensen met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen. Die ondersteuning moet erop gericht zijn dat mensen zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven.

6. In de memorie van toelichting op de Wmo 2015 (Kamerstukken II, 2013/14, 33 841, nr. 3) is uiteengezet dat het uitgangspunt is dat gemeenten burgers slechts ondersteuning bieden als dat nodig is. Mensen zijn in de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor hun leven en dus ook voor hun zelfredzaamheid en participatie. De betrokkene moet eerst bezien in hoeverre hij- of zijzelf en zijn of haar directe omgeving een bijdrage kunnen leveren aan het verbeteren van de eigen situatie. Gemeenten hebben de verantwoordelijkheid om de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen bij burgers te benutten en te versterken. Indien uit onderzoek van de gemeente blijkt dat (aanvullende) ondersteuning van de gemeente nodig is, beslist de gemeente tot verstrekking van een maatwerkvoorziening die bijdraagt aan het realiseren van een situatie waarin de burger in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid en/of participatie, zodat deze zo lang mogelijk in de eigen omgeving kan blijven wonen. De gemeente komt hierbij in beginsel een zekere beoordelingsvrijheid toe.

7. Ingevolge artikel 1 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Valkenswaard 2015 (hierna: de Verordening), wordt in deze verordening verstaan onder een maatwerkvoorziening: een op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen:

1°. ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen;

2°. ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen;

3°. ten behoeve van beschermd wonen en opvang.

8. Ingevolge het Beleidsplan WMO A2-gemeenten 2015-2018, bladzijde 26, waar de gemeente Valkenswaard onder valt is, voor zover hier van belang, bepaald dat de gemeente kan bepalen hoe ze de financiële ondersteuning bij zorgkosten organiseren. Die ondersteuning moet passen bij de individuele behoeften en mogelijkheden van de cliënt en gericht zijn op zelfredzaamheid en participatie. De beslissing tot het verstrekken van een maatwerkvoorziening moet zijn afgestemd op de individuele omstandigheden van de aanvrager, maar ook op andere terreinen dan maatschappelijke ondersteuning (zoals jeugdzorg en de participatiewet). Dit vraagt niet alleen om nader onderzoek naar de omstandigheden van de aanvrager, maar ook naar die van de mantelzorger. De situatie van de aanvrager en het sociale netwerk worden dus integraal onderzocht om maatwerk te kunnen leveren. Wanneer oplossingen in het eigen netwerk, door de cliënt zelf of door algemene voorzieningen niet voldoende zijn, dan wordt een maatwerkvoorziening ingezet.

Beoordeling

9. Uit het rapport van de behandelend ergotherapeute van eiser, T. Essers, blijkt dat eiser niet in staat is om, als hij zich op de eerste verdieping bevindt, met de traplift tijdig het toilet beneden te bereiken om zijn behoefte te doen. Tevens blijkt dat eiser twee weken getracht heeft gebruik te maken van een (losse) postoel op de eerste verdieping. Dat is niet gelukt. Daarbij spelen psychologische factoren een rol in de zin dat de spierspanning wordt verhoogd en de spasmen toenemen waardoor de angst om met postoel en al om te vallen wordt vergroot. In de perioden dat eiser diarree heeft als gevolg van de darmspasmen geldt dit nog meer. Daarbij komt dat eiser niet in staat is de po (en/of het urinaal dat hij thans
’s nachts noodgedwongen gebruikt) zelfstandig te legen in verband met zijn spasmen, waardoor er sprake kan zijn van ernstige geur- en bacterievorming door het moeten laten staan van een volle ondersteek tot zijn partner - die 40 uur per week naar de dagopvang gaat - thuiskomt.
10. Verweerder heeft in het bestreden besluit (en ter zitting) erkend dat eiser meerdere medische beperkingen heeft, zodanig dat hij op de bovenverdieping een toilet tot zijn beschikking zou moeten hebben. In geschil is uitsluitend of er, gezien de medische situatie van eiser, een vaste toiletaanpassing op grond van de Wmo 2015 gerealiseerd zou moeten worden of dat een losse postoel een voldoende adequate oplossing biedt.

11. De rechtbank is, gelet op het rapport van eisers ergotherapeute van 1 november 2016, van oordeel dat een postoel in de situatie van eiser geen adequate en afdoende voorziening is. Er bestaat, blijkens het rapport van de ergotherapeute en het verhandelde ter zitting, een reëel valrisico omdat een postoel te wankel is om de spasmen van eiser te kunnen opvangen. Weliswaar kan van de partner van eiser verlangd worden dat hij eiser helpt bij het ledigen van zijn urinaal en de po, maar dat kan alleen als hij aanwezig is en uit het medisch rapport van Argonaut van 10 november 2015 blijkt dat eiser als gevolg van zijn huidaandoening soms enkele dagen - ook overdag, wanneer zijn partner naar de dagopvang is - boven in bed moet blijven. In die situatie doen zich problemen voor op het gebied van de hygiëne en bacterievorming.

12. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat een losse toiletstoel geen passende en adequate voorziening is. Het beroep is dan ook gegrond, het besluit zal worden vernietigd

12. De rechtbank ziet aanleiding zelf in de zaak te voorzien (het geschil finaal te beslechten) omdat niet valt in te zien hoe verweerder het gebrek in het bestreden besluit nu nog kan herstellen. De rechtbank herroept daarom het primaire besluit en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het te vernietigen bestreden besluit. De rechtbank draagt verweerder op om aan eiser een woonvoorziening in de vorm van een vast toilet in de badkamer op de eerste verdieping toe te kennen volgens de functie-eisen zoals geformuleerd in het rapport van 23 februari 2016 van ergotherapeut D. du Corbier. Dat wil zeggen dat het vast toilet een zithoogte van 50 cm moet hebben en dat er daarbij een beugel aan de linkerzijde van de toiletpot moet worden bevestigd op 30 cm uit het hart van de pot, die minimaal 15 cm voor de pot uitsteekt en waarvan de bovenkant zich op polshoogte van eiser bevindt.

14. De rechtbank wijst er ter instructie van partijen op dat het instellen van hoger beroep in dit geval geen schorsende werking heeft, gezien artikel 8:106 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 9 en 10 van de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak (bijlage 2 bij de Awb).

15. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.980,- (1 punt voor het indienden van het bezwaarschrift, 1 punt voor het bijwonen van de hoorzitting, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 495,- en een wegingsfactor 1).

16. Ook dient verweerder het door eiser betaalde griffierecht te vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- herroept het primaire besluit en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;

- draagt verweerder op de aanvraag van eiser van 10 oktober 2015 om een woonvoorziening voor een vast toilet op de bovenverdieping op grond van de Wmo 2015 toe te wijzen zoals omschreven in deze uitspraak;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 46,- aan eiser te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.980,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van 't Klooster, rechter, in aanwezigheid van

W.S. Hooijmans-Gottschalk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

1. juni 2017.

griffier rechter

De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak te ondertekenen.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.