Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2017:2032

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
07-04-2017
Datum publicatie
07-04-2017
Zaaknummer
17/1050
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Geen voorlopig rechtmatigheidsoordeel door voorzieningenrechter omdat het geschil een omvangrijke problematiek betreft, die niet eenvoudig is omdat zij samenhangt met de waardering van toekomstige, deels nog te onderzoeken en vast te stellen feiten. Belangenafweging leidt tot oordeel dat exploitatievergunning niet wordt geschorst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/1905
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 17/1050

uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 april 2017 in de zaak tussen

Stichting stop overlast Duinoord, te Helvoirt, verzoekster,

(gemachtigden: drs. S. Wieringa en drs. M.J.A. Pulles),

en

de loco-burgemeester van de gemeente Haaren, verweerder

(gemachtigden: drs. J.A.C. Desmares, ing. R.W. van den Boom, mr. G. Martens).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: Duinoord Helvoirt B.V., te Helvoirt

(gemachtigde: mr. L. Opsteen).

Procesverloop

Bij besluit van 30 maart 2017 (het bestreden besluit) heeft verweerder de derde-partij een exploitatievergunning verleend voor de exploitatie van het horecabedrijf “Duinoord” te Helvoirt (Duinoord).

Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter van deze rechtbank verzocht om hangende dat bezwaar een voorlopige voorziening te treffen. De te treffen voorziening zou moeten inhouden dat de exploitatievergunning wordt opgeschort tot is beslist op het bezwaar en op het eventuele beroep, en dat verweerder wordt opgedragen gedurende de periode van opschorting de exploitatie van Duinoord met toepassing van bestuursdwang te verhinderen. De gronden van het verzoek dateren van 3 april 2017.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 april 2017. Verzoekster en verweerder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Namens de derde-partij is verschenen [persoon] , deze is bijgestaan door de gemachtigde van de derde-partij.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter neemt de volgende, door partijen niet betwiste, feiten als vaststaand aan.

Bij besluit van 4 september 2014 heeft de burgemeester van de gemeente Haaren (de burgemeester) de derde-partij een exploitatievergunning verleend voor de exploitatie van Duinoord. Bij uitspraak van 6 augustus 2015 heeft deze rechtbank het daartegen door verzoekster ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Hiertegen hebben de burgemeester en de derde-partij hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling).

Bij besluit van 8 september 2015 heeft de burgemeester de derde-partij opnieuw een exploitatievergunning verleend voor de exploitatie van Duinoord. Dit besluit maakt van rechtswege deel uit van het hoger beroep bij de Afdeling.

Bij uitspraak van 23 november 2016 heeft de Afdeling het hoger beroep van de derde-partij niet-ontvankelijk verklaard, de uitspraak van deze rechtbank van 6 augustus 2015 bevestigd, het beroep tegen het besluit van 8 september 2015 gegrond verklaard en dat besluit vernietigd.

Vervolgens heeft verweerder het bestreden besluit genomen. Daarbij is vermeld dat de exploitatie betreft:

a. de uitbating van een horecabedrijf dat zich bedient van een zogenaamd “all-in-concept”

waarbij de bezoeker één prijs bepaalt voor het onbeperkt deelnemen aan alle

activiteiten die het horecabedrijf aanbiedt, alsmede het gratis consumeren van eet- en

drinkwaren (met uitzondering van alcoholhoudende dranken) gedurende het

zomerseizoen (de maanden april tot en met oktober van ieder kalenderjaar);

b. het bieden van gelegenheid tot het houden van besloten feesten (zogenaamde ‘losse

activiteiten”) in de daarvoor geoutilleerde horecalokaliteiten, met name buiten het

zomerseizoen, zoals genoemd in onderdeel a.

Ook is vermeld dat de mobiele tapinstallatie deel uitmaakt van de exploitatie van Duinoord

waarvoor een exploitatievergunning wordt verleend

Om de aan Duinoord gerelateerde parkeeroverlast tegen te gaan heeft verweerder aan het bestreden besluit de volgende voorschriften verbonden:

  1. Gedurende het zomerseizoen (de maanden april tot en met oktober van ieder kalenderjaar) waarbij horecabedrijf “Duinoord” zich bedient van het “all-in-concept” zoals in deze beschikking beschreven, is het u toegestaan per dag maximaal 999 toegangskaarten te verkopen;

  2. U dient, ter waarborging en controlering van het gestelde onder punt 1 een valide ticketverkoop (dan wel een reserverings)systeem te ontwikkelen dat garandeert dat het maximale aantal toegestane dagelijkse toegangskaarten niet wordt overschreden. Dit systeem dient op een zodanige wijze te zijn ingericht dat u kunt anticiperen op de toekomstig verwachte bezoekersaantallen;

  3. Met uitsluiting van de openbare ruimte, bent u verplicht om op eigen terrein te voorzien in de parkeerbehoefte van uw bezoekers. In dit kader mogen, ten tijde van de verlening van deze vergunning, maximaal 222 parkeerplaatsen worden ingericht;

  4. Het is u toegestaan om, binnen het van toepassing zijnde juridisch kader (met name het vigerende bestemmingsplan), de parkeerkeercapaciteit op uw eigen terrein (bestaande terrein van uw horecabedrijf dan wel een zogenaamd “overloopterrein”) te vergroten. Iedere uitbreiding van het aantal aanwezige parkeerplaatsen met één parkeerplaats, stelt u in de gelegenheid om het maximale aantal toegestane bezoekers per dag met 4,5 bezoekers te laten toenemen;

  5. Gedurende het zomerseizoen dient u dagelijks verkeersregelaars in de zin van de “Regeling verkeersregelaars 2009”, in te zetten. Het aantal verkeersregelaars dient te zijn afgestemd op het aantal bezoekers op de betreffende dag met toepassing van het onder punt 2 genoemde ticketverkoopsysteem, waarbij de inzet van 1 verkeersregelaar per 300 bezoekers verplicht wordt gesteld;

  6. De in punt 4 genoemde verkeersregelaars, dienen naast de reguliere activiteiten, de volgende structurele inzet te plegen:

a. het voorkomen dat bezoekers, die niet op de hoogte zijn van de verplichting van

“Duinoord” om het aantal dagrecreanten te begrenzen en te voorzien in parkeergelegenheid op eigen terrein, in de openbare ruimte (Duinoordseweg dan wel Giersbergsebaan) parkeren;

b. Bij het bereiken van het maximale aantal bezoekers dienen de verkeersregelaars

de aankomende bezoekers in een vroegtijdig stadium hierop te wijzen en deze te

instrueren hoe te handelen;

7. Met toepassing van het gestelde in artikel 1:6, aanhef en onderdeel b, van de APV

kan ik, naast intrekking, deze vergunning wijzigen indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na de verlening van deze exploitatievergunning, wijziging noodzakelijk is, vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan deze vergunning is vereist. Deze wijzigingsbevoegdheid pas ik, naast andere mogelijkheden die zich in de toekomst manifesteren inzake aan uw horecabedrijf gerelateerde parkeeroverlast, in ieder geval toe op de volgende aspecten:

a. aanpassing maximalisering van het aantal toegangskaarten voor dagrecreanten

indien de parkeercapaciteit op uw eigen terrein is vergroot;

b. de inzet van de verkeersregelaars;

c. de exploitatie van uw horecabedrijf wijzigen van het “all-inclusive-concept” naar

een andere exploitatievorm indien de in deze beschikking opgenomen

voorschriften niet het vereiste effect sorteren, zijnde het tegengaan van de aan

uw horecabedrijf gerelateerde parkeeroverlast;

d. Indien het te verrichten parkeeronderzoek, door een onafhankelijk

parkeeradviesbureau, zoals genoemd in paragraaf g. van deze beschikking en in

dit voorschrift herhaald, het inzicht oplevert dat, als gevolg van dit onderzoek,

deze exploitatievergunning wijziging dient te ondergaan.

Verder heeft verweerder de navolgende overige voorschriften aan de exploitatievergunning verbonden:

8. Op het gebruik van de inrichting en het terras zijn de gebruiksvoorschriften van het geldende bestemmingsplan van toepassing;

9. Het gebruik van de openbare weg als terras is niet toegestaan;

10. U dient zowel buiten de inrichting, nabij de entree, als in de inrichting zelf, voor de aanwezigheid van adequate verlichting zorg te dragen;

11. Met betrekking tot de sluitingstijden van uw horecabedrijf wordt verwezen naar het bepaalde in artikel 2:29, eerste lid, APV; uw openbare inrichting dient op grond van deze wettelijke bepaling gesloten te zijn op maandag tot en met zondag tussen 02:00 uur en 06:00 uur, met uitzondering van 1 januari van ieder jaar. Uw terras dient gesloten te zijn van zondag tot en met donderdag vanaf 23:00 uur en op vrijdagen en zaterdagen vanaf 24:00 uur;

12. Het is verboden in of vanuit de horeca-inrichting middelen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet soft —en harddrugs in welke hoeveelheden dan ook, aanwezig te hebben, te verkopen, af te leveren, te verhandelen of te verstrekken, dan wel zulks toe te staan of te gedogen;

13. U dient voor voldoende toezichthoudende medewerkers te zorgen ten behoeve van een ordelijk verloop van de exploitatie van uw horecabedrijf;

14. Deze toezichthouders dienen toe te zien op de voorkoming van (geluids)overlast en restafval;

15. U dient maximale zorg te dragen voor een ordelijk en rustig verloop van aankomst en vertrek van bezoekers zodat geluidsoverlast zoveel mogelijk wordt beperkt;

16. Activiteiten in strijd met de goede zeden zijn niet toegestaan;

17. Aanwijzingen van Politieambtenaren en gemeentelijke toezichthouders in de zin van artikel 6:2 APV dienen stipt en onmiddellijk te worden opgevolgd;

18. Deze vergunning wordt ingetrokken of dient te worden gewijzigd indien:

a. de persoon van de beheerder of ondernemer wijzigt;

b. de inrichting wijzigt;

19. Binnen één week nadat de ondernemer de exploitatie van de inrichting heeft beëindigd, doet hij daarvan melding aan de burgemeester;

19. Deze exploitatievergunning dient in de lokaliteit aanwezig te zijn en op eerste vordering van een opsporingsambtenaar, dan wel een andere bevoegde controlerende ambtenaar, te kunnen worden getoond;

19. De opstelling van het mobiele tappunt, specifiek bedoeld voor deelnemers aan de klimattractie in het zogenaamde “Klimbos”, dient niet in strijd te zijn met een geldend bestemmingsplan en is slechts in gebruik bij openstelling van het klimparcours.

Verzoekster heeft bij brief van 3 april 2017 bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit.

Ter zitting heeft verweerder meegedeeld dat zo spoedig mogelijk nadat de bezwaartermijn van zes weken is verstreken een hoorzitting zal worden gepland door de bezwarencommissie van verweerder.

2. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat met de aan de exploitatievergunning verbonden voorschriften is voldaan aan de door de Afdeling in haar uitspraak van 23 november 2016 gegeven opdracht en dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van Duinoord niet (meer) op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed. Mocht in de toekomst blijken dat de exploitatievergunning wijziging behoeft, dan kan dit op grond van de (inherente) wijzigingsbevoegdheid plaatsvinden.

3. Als tegen een besluit bezwaar is gemaakt, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank op geen enkele wijze in een eventuele bodemprocedure.

4. De voorzieningenrechter acht het belang van verzoekster bij het treffen van de gevraagde voorziening onder de gegeven omstandigheden voldoende spoedeisend.

5. Verzoekster heeft aangevoerd dat met het bestreden besluit de door Duinoord veroorzaakte ontoelaatbare parkeeroverlast niet wordt voorkomen. De aan de exploitatievergunning gekoppelde voorschriften leiden niet tot vermindering van de verkeersaantrekking en het parkeren.

6. Verzoekster heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopig rechtmatigheids-oordeel te geven over het bestreden besluit. Het geschil betreft een omvangrijke problematiek, die niet eenvoudig is omdat zij samenhangt met de waardering van toekomstige, deels nog te onderzoeken en vast te stellen feiten. Daarom ziet de voorzieningenrechter geen mogelijkheid om binnen het korte tijdsbestek als hier aan de orde een dergelijk oordeel te geven. Een beoordeling van de inhoudelijke kanten van deze zaak vergt een gedegen onderzoek waarvoor in deze spoedprocedure geen plaats is. Er moet immers op zeer korte termijn uitspraak worden gedaan. Gelet hierop zal de voorzieningenrechter geen voorlopig rechtmatigheidsoordeel geven over het bestreden besluit.

7. Het voorgaande maakt echter niet dat het bestreden besluit in de bezwaarprocedure zonder meer (geheel) in stand zal blijven. Dit is dan ook op dit moment een onzekere gebeurtenis in de toekomst. Mocht de bezwaarprocedure leiden tot een vernietiging van het bestreden besluit dan zou dat betekenen dat de omwonenden van Duinoord mogelijk in meer of mindere mate (parkeer)overlast vanwege de exploitatie van Duinoord hebben ondervonden tijdens de periode waarin sprake was van een (deels) onrechtmatige exploitatievergunning. Dit kan worden aangemerkt als een nadeel voor verzoekster (de omwonenden van Duinoord). De voorzieningenrechter is er echter niet van overtuigd dat het hier om een onoverkomelijke nadeel gaat. Hierbij heeft de voorzieningenrechter betrokken dat verweerder ter voorkoming van de bedoelde (parkeer)overlast talrijke voorschriften aan de exploitatievergunning heeft verbonden, waarvan verweerder heeft aangegeven dat hij deze actief zal handhaven. Verder is gebleken dat de derde-partij op haar website duidelijk heeft gemaakt dat verweerder aan de exploitatievergunning voorschriften heeft verbonden voor het aanstaande seizoen 2017, wat de consequenties daarvan zijn en hoe potentiele bezoekers van Duinoord overeenkomstig die voorschriften moeten handelen. Verzoekster heeft niet aannemelijk gemaakt dat de exploitatie van Duinoord, in de relatief korte periode tot verweerder zal hebben beslist op het bezwaar, tot een dermate ontoelaatbare wijze van beïnvloeding van de woon- en leefsituatie in de omgeving van Duinoord zal leiden, dat de daardoor mogelijk ontstane schade nooit meer kan worden hersteld.

8. Tegenover het belang van verzoekster staat het gerechtvaardigde (financiële) belang van de derde-partij om Duinoord te mogen exploiteren zolang nog geen beslissing op het bezwaar is genomen. Na een afweging van alle belangen ziet de voorzieningenrechter op dit moment geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen met het oog op de onzekere uitkomst van de bezwaarprocedure.

9. De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening daarom af.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.L.W.M. Viering, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van P.L.M.M. Mulders, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 april 2017.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.