Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2017:1752

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
30-03-2017
Datum publicatie
10-04-2017
Zaaknummer
16_3324
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Weigering terug te komen van afwijzing Wajong 2015-aanvraag. Verweerder heeft eerdere besluit inhoudelijk opnieuw getoetst. Ook de rechtbank toets het besluit van verweerder als ware dit het eerste besluit over die aanvraag of dat verzoek. Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende gemotiveerd dat geen sprake is van duurzaamheid. Het (wederom) afbreken van de behandeling, omdat eiseres daarin is vastgelopen, maakt nog niet dat daarmee komt vast te staan dat verbetering van de belastbaarheid is uitgesloten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 16/3324

uitspraak van de meervoudige kamer van 30 maart 2017 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. R.J. Hoogeveen),

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder

(gemachtigde: mr. drs. C.L. Schuren).

Procesverloop

Bij besluit van 10 maart 2016 (het primaire besluit) heeft verweerder besloten niet terug te komen van het besluit van 13 juli 2015, waarbij de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong 2015) is afgewezen.

Bij besluit van 28 september 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 maart 2017. Eiseres is niet verschenen. Namens eiseres is verschenen [persoon 1] , moeder van eiseres, bijgestaan door de gemachtigde van eiseres. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

  1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Eiseres is geboren op 12 april 1997. Zij heeft op 7 april 2015 bij verweerder een uitkering op grond van de Wajong 2015 aangevraagd. Bij besluit van 13 juli 2015 heeft verweerder de aanvraag afgewezen. Het daartegen gerichte bezwaar is bij besluit op bezwaar van 10 augustus 2015 ongegrond verklaard. Daartegen is geen beroep ingesteld. Verweerder heeft het tegen het besluit van 13 juli 2015 gerichte bezwaar van eiseres van 24 september 2015 opgevat als een herzieningsverzoek van dat besluit. Vervolgens heeft de besluitvorming plaatsgevonden zoals in het procesverloop vermeld.

  2. Bij het bestreden besluit heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat weliswaar sprake is van nieuwe gegevens in de zin van ontwikkelingen in de behandeling na de beoordeling van 13 juli 2015, maar dat eiseres op basis van die gegevens onveranderd geen benutbare mogelijkheden heeft wegens het ontbreken van arbeidsvermogen en dat dit vanuit medisch oogpunt niet duurzaam is te achten. Daarbij heeft verweerder zich gebaseerd op de rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (hierna: B&B) van 19 september 2016 en de arbeidsdeskundige B&B van 20 september 2016.

3. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en stelt zich op het standpunt dat uit de medische gegevens, in het bezit van verweerder, voldoende blijkt dat er wel degelijk sprake is van een duurzaam karakter van de functionele beperkingen van eiseres.

4. De rechtbank stelt vast dat verweerder naar aanleiding van het bezwaarschrift van eiseres van 24 september 2015, expliciet gericht tegen het besluit van 13 juli 2015, bij brief van 30 september 2015 aan eiseres heeft laten weten dat het niet meer mogelijk is om tegen dat besluit bezwaar te maken, omdat op 10 augustus 2015 reeds op een eerder bezwaar tegen het besluit van 13 juli 2015 (onherroepelijk) is beslist. Verweerder heeft het door eiseres meegezonden rapport van de Stichting MEE doorgestuurd naar de afdeling Wajong, om te beoordelen of deze informatie aanleiding zou kunnen zijn om van het besluit van 13 juli 2015 terug te komen. In de brief van 30 september 2015 heeft verweerder aan eiseres laten weten dat haar bezwaarschrift (enkel) wordt beschouwd als een verzoek om terug te komen van het eerdere besluit tot afwijzing van de Wajong-aanvraag.

5. Zoals de Centrale Raad van Beroep (CRvB) in zijn uitspraken van

14 januari 2015 (ECLI:NL:CRVB:2015:1 en ECLI:NL:CRVB:2015:2) heeft overwogen moet een aanvraag om een arbeidsongeschiktheidsuitkering na een eerdere (gedeeltelijke) afwijzing of intrekking van die uitkering naar zijn strekking worden beoordeeld. Met een aanvraag kan worden beoogd dat (met ingang van de datum waarop het besluit zag) wordt teruggekomen van het eerdere besluit (artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: Awb), dat wordt bedoeld een beroep te doen op een regeling bij toegenomen arbeidsongeschiktheid (Wet Amber), of dat om herziening wordt verzocht voor de toekomst (duuraanspraak). Indien in een voorkomend geval niet (geheel) duidelijk is wat met een aanvraag wordt beoogd, ligt het op de weg van het Uwv daarover bij de aanvrager nadere informatie in te winnen. Het onderscheid in wat de belanghebbende heeft beoogd, is van belang voor de beoordeling van de aanvraag door het Uwv en de toetsing van de beslissing op die aanvraag door de bestuursrechter.

6. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in dit geval het bezwaarschrift van 24 september 2015 terecht enkel opgevat als een verzoek om herziening van het besluit van 13 juli 2015, dat inmiddels rechtens onaantastbaar was geworden. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres bevestigd dat inderdaad enkel is beoogd dat wordt teruggekomen van het eerdere besluit. Verweerder heeft het verzoek van eiseres niet, onder toepassing van artikel 4:6, tweede lid, van de Awb, afgewezen onder verwijzing naar zijn eerdere afwijzende beslissing, maar dit eerdere besluit inhoudelijk getoetst. Gelet op de uitspraak van de CRvB van 20 december 2016 (ECLI:NL:CRVB:2016:4872) toetst de rechtbank verweerders besluit op het verzoek van eiseres om terug te komen van het eerdere besluit dan ook, aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden, als ware dit het eerste besluit over die aanvraag of dat verzoek. De rechtbank beoordeelt met andere woorden dus niet ambtshalve of de door eiseres overgelegde informatie van Stichting MEE van 21 juli 2015 nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden bevat.

7. Op 1 januari 2015 is artikel III van de Invoeringswet Participatiewet (Stb. 2014, 270 en 271) in werking getreden. Met dit artikel is de Wet Wajong op onderdelen gewijzigd. Na hoofdstuk 1 van de Wet Wajong is een hoofdstuk 1a ingevoegd. Ingevolge onderdeel W is de citeertitel van de wet gewijzigd in Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong 2015). Per 1 januari 2015 is ook het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (Schattingsbesluit) aangepast. De Wajong 2015 is alleen toegankelijk voor jonggehandicapten die duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben.

8. Ingevolge artikel 1a:1, eerste lid, van de Wajong 2015 is de jonggehandicapte in de zin van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen de ingezetene die:

  1. op de dag waarop hij achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft;

  2. na de in onderdeel a bedoelde dag als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en in het jaar, onmiddellijk voorafgaand aan de dag waarop dit is ingetreden, gedurende ten minste zes maanden studerende was.

9. Ingevolge artikel 1a:1, vierde lid, van de Wajong 2015 wordt onder duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie verstaan de situatie waarin de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet kunnen ontwikkelen.

10. De beoordeling van de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie wordt ingevolge het zesde lid, van artikel 1a:1 van de Wajong 2015 gebaseerd op een verzekeringsgeneeskundig en voor zover nodig een arbeidskundig onderzoek.

11. Ingevolge artikel 1a, aanhef, eerste lid, van het Schattingsbesluit heeft betrokkene geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie als bedoeld in de artikelen 1a:1, eerste lid, van de Wajong, indien hij:

  1. geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie;

  2. niet over basale werknemersvaardigheden beschikt;

  3. niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; of

  4. niet ten minste vier uur per dag belastbaar is, tenzij hij ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur.

12. Niet in geschil is dat eiseres op de datum in geding, 13 juli 2015, geen arbeidsvermogen heeft. Partijen zijn verdeeld over de vraag of deze situatie duurzaam is.

13. Verweerder heeft zijn oordeel gebaseerd op een medisch onderzoek door zowel de primaire verzekeringsarts als de verzekeringsarts B&B. Volgens de primaire arts is ook in de nieuwe situatie (van intensieve begeleiding) nog steeds sprake van een situatie van GBM en is de behandeling gericht op een verbetering van de belastbaarheid waardoor de huidige gezondheidssituatie niet duurzaam is te achten. Ten tijde van het onderzoek door de verzekeringsarts B&B was de medische situatie van eiseres wederom gewijzigd, maar was nog steeds sprake van een intensieve behandeling, waardoor onveranderd sprake was van een situatie van GBM en het ontbreken van arbeidsvermogen. Ter beoordeling van de duurzaamheid hiervan heeft de verzekeringsarts B&B gebruik gemaakt van het beoordelingskader Duurzaamheid van het ontbreken van arbeidsvermogen, zoals vervat in bijlage 1 bij het Compendium Participatiewet. In dit verband heeft de verzekeringsarts B&B gesteld dat bij eiseres deels sprake is van een stabiel beeld, waarbij ten aanzien van de PTSS verbetering kan komen met therapie, maar in de ontwikkelingsstoornis of het intelligentieniveau niet of nauwelijks verandering zal komen. Omdat uit het overgelegde behandelplan van De La Salle blijkt dat met de behandeling afname van beperkingen in activiteiten mag worden verwacht en eiseres minder begeleiding nodig zal hebben, zal het voor haar mogelijk zijn om een uur aaneen een taak uit te voeren. Wanneer eiseres niet langer opgenomen is, is zij ook weer beschikbaar en is er geen reden om op basis van de medische problematiek aan te nemen dat zij geen vier uur per dag belastbaar is.

14. Ook de arbeidskundige B&B heeft beoordeeld of er mogelijkheden tot verbetering van de belastbaarheid zijn. Omdat eiseres in het verleden certificaten op VMBO-niveau heeft behaald, heeft zij daarmee volgens de arbeidsdeskundige B&B aangetoond over bekwaamheden en basale werknemersvaardigheden te beschikken. Zij kan bijvoorbeeld ergens op tijd komen, luisteren en communiceren en instructies/informatie opnemen, onthouden en uitvoeren. Hoewel thans, vanwege opname en intensieve behandeling, arbeidsvermogen ontbreekt, acht de arbeidsdeskundige B&B het niet uitgesloten dat veel van de eerder ontwikkelde vaardigheden en bekwaamheden zullen terugkomen en, daar waar nog aanwezig, zullen verbeteren. Ook kan eiseres zich nog nieuwe vaardigheden eigen maken op het gebied van de acceptatie van gezag en zelfstandigheid. Daarmee wordt verbetering van de belastbaarheid en ook functionele mogelijkheden verwacht, waardoor arbeidsvermogen zal ontstaan waarmee eiseres op termijn een taak kan uitoefenen in een arbeidsorganisatie.

15. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder hiermee voldoende gemotiveerd dat het ontbreken van arbeidsvermogen bij eiseres niet duurzaam is te achten.

16. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres aangegeven dat hij over recente informatie van De la Salle beschikt, waaruit blijkt dat de intensieve behandeling die eiseres volgde, wederom is afgebroken omdat eiseres weer is vastgelopen. De rechtbank ziet geen aanleiding eiseres in de gelegenheid te stellen deze nadere informatie alsnog te overleggen. Het vastlopen van eiseres in de behandeling maakt immers nog niet dat daarmee komt vast te staan dat verbetering van de belastbaarheid is uitgesloten, omdat er geen enkele behandelmogelijkheid (meer) is, noch een behandeling gericht op het ziektebeeld (of de stoornis) als zodanig, noch een behandeling gericht op verbetering van het functioneren. Evenmin volgt daaruit dat de aandoening zodanig ernstig is, dat geen enkele toename van bekwaamheden mag worden verwacht.

17. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L. Soeteman, voorzitter, en mr. F.M. Rijnbeek en

mr. S. Croes, leden, in aanwezigheid van mr. P.M. de Kruif, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 maart 2017.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.