Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2017:1324

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
09-03-2017
Datum publicatie
14-03-2017
Zaaknummer
16-038 (2)
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

eindbeschikking wraking, wrakingsverzoek afgewezen, omdat de rechter zich alsnog bereid heeft verklaard het verzoek van de vereffenaar en de beschikking van 26 oktober 2016 over te leggen aan verzoeker.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JERF 2017/94
JERF 2017/93
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Wrakingskamer

Zaaknummer : WR 16/038 (2)

Eindbeschikking van 9 maart 2017

in de zaak van

[verzoeker],

verzoeker,

tegen

mr. P.M. Knaapen,

in de hoedanigheid van kantonrechter van deze rechtbank bij de behandeling van de zaak die betrekking heeft op de beneficiaire afwikkeling van de nalatenschappen van [ouders van verzoeker].

Partijen zullen hierna respectievelijk de ‘verzoeker’ en de ‘rechter’ worden genoemd.

1 Procesverloop

1.1.

De wrakingskamer heeft kennisgenomen van:

- de tussenbeschikking van 2 februari 2017 en de daarin genoemde stukken,

- de schriftelijke reactie van 14 februari 2017 van de rechter op de tussenbeschikking.

1.2

Bij tussenbeschikking van 2 februari 2017 heeft de wrakingskamer het wrakingsverzoek van verzoeker aangehouden en bepaald dat de voortzetting van de behandeling van het wrakingsverzoek op een nader te bepalen datum plaats zal vinden.

1.3

De voortzetting van de behandeling van het wrakingsverzoek heeft plaatsgevonden op 21 februari 2017. Verzoeker is verschenen en heeft aan de hand van een door hem overgelegde pleitnota het wrakingsverzoek nader toegelicht. De rechter is verschenen en heeft zijn standpunt mondeling nader toegelicht.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Op het moment dat verzoeker de correspondentie tussen de rechter en de vereffenaar betreffende de nalatenschap van zijn ouders bij de rechter opvroeg, heeft hij niet aan de rechter kenbaar gemaakt waarom hij zijn verzoek deed, zodat het voor de rechter niet duidelijk was welke specifieke achtergrond dit had. Dat is eerst in het wrakingsverzoek nader geconcretiseerd. Bij voornoemde tussenbeschikking is de rechter in de gelegenheid gesteld zich daarover uit te laten. De rechter heeft zich alsnog bereid verklaard het verzoek van de vereffenaar en de beschikking van 26 oktober 2016 over te leggen aan verzoeker.

2.2.

Nu de rechter niet in zijn weigering heeft volhard, heeft de wrakingskamer, mede gelet op hetgeen in de tussenbeschikking is overwogen, geen aanleiding aan te nemen dat de handelswijze van de rechter een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat de bij verzoeker bestaande vrees dat de rechter jegens hem een vooringenomenheid koestert objectief gerechtvaardigd is.

2.3

Het wrakingsverzoek zal, gelet op het hiervoor overwogene, worden afgewezen.

3 De beslissing

De wrakingskamer,

wijst af het verzoek tot wraking van mr. P.M. Knaapen, in de hoedanigheid van kantonrechter van deze rechtbank bij de behandeling van de zaak die betrekking heeft op de beneficiaire afwikkeling van de nalatenschappen van [ouders van verzoeker].

Deze beschikking is gegeven door mr. J. Bik, voorzitter, mr. M.L.W.M. Viering en

mr. M.E. Bartels, leden, en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.