Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2017:1104

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
07-03-2017
Datum publicatie
07-03-2017
Zaaknummer
01/997516-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte voor valsheid in geschrift begaan door een rechtspersoon terwijl zij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd ( feit 1, 2 en 3 ) tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch,

Team strafrecht

Parketnummer: 01/997516-16

Datum uitspraak: 07 maart 2017

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1973] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 21 februari 2017.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 4 januari 2017.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1:

[bedrijf 1] op één of meer verschillende tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 maart 2012 tot en met 12 maart 2015, in de gemeente(n) Eindhoven en/of Apeldoorn, althans in Nederland, en/of Kessel, althans in Duitsland,

(telkens) (elektronische) aangifte(n) inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen , te weten:

- een (elektronische) aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekering op naam van [persoon 1] over het jaar 2011 (DOC-004d, p. 635 t/m 638) en/of;

- een (elektronische) aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekering op naam van [persoon 2] over het jaar 2012 (DOC-006c, p. 727 t/m 731) en/of;

- een (elektronische) aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekering op naam van [persoon 3] over het jaar 2013 (DOC-016b, p. 1058 t/m 1061) en/of;

- een (elektronische) aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekering op naam van [persoon 4] over het jaar 2014 (DOC-010a, p. 808 t/m 813) en/of;

- een (elektronische) aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekering op naam van [persoon 5] over het jaar 2014 (DOC-018a, p. 1352 t/m 1355)

(telkens) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst,

immers heeft zij, verdachte, (telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven - :

op dat/die aangifte(n) (een) te ho(o)g(e) bedrag(en), althans (een) onjuist(e) bedrag(en) opgegeven en/of vermeld voor de uitgaven voor specifieke zorgkosten,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

tot welk(e) feit(en) zij, verdachte, (telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) zij, verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

Zij, op één of meer verschillende tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 maart 2012 tot en met 12 maart 2015, in de gemeente(n) Eindhoven en/of Apeldoorn althans, in Nederland, en/of Kessel, althans in Duitsland,

(telkens) tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen,

(telkens) (elektronische) aangifte(n) inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen , te weten:

- een (elektronische) aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekering op naam van [persoon 1] over het jaar 2011 (DOC-004d, p. 635 t/m 638) en/of;

- een (elektronische) aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekering op naam van [persoon 2] over het jaar 2012 (DOC-006c, p. 727 t/m 731) en/of;

- een (elektronische) aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekering op naam van [persoon 3] over het jaar 2013 (DOC-016b, p. 1058 t/m 1061) en/of;

- een (elektronische) aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekering op naam van [persoon 4] over het jaar 2014 (DOC-010a, p. 808 t/m 813) en/of;

- een (elektronische) aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekering op naam van [persoon 5] over het jaar 2014 (DOC-018a, p. 1352 t/m 1355),

(telkens) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst,

immers heeft/hebben zij verdachte en/of (een of meer van haar) medeverdachte(n),

(telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven - :

op dat/die aangifte(n) (een) te ho(o)g(e) bedrag(en), althans (een) onjuist(e) bedrag(en) opgegeven en/of vermeld voor de uitgaven voor specifieke zorgkosten,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

Feit 2:

[bedrijf 1] op één of meer verschillende tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 13 juli 2015 tot en met 1 september 2015, in de gemeente(n) Eindhoven en/of Apeldoorn althans in Nederland, en/of Kessel, althans in Duitsland,

(telkens) (kopie) dieetbevestiging(en) , te weten:

- een (kopie)dieetbevestiging op naam van [persoon 6] over het jaar 2014 (DOC-010, p. 807) en/of;

- een (kopie)dieetbevestiging op naam van [persoon 7] opgemaakt over het jaar 2014 (DOC-009, p. 767) en/of;

- een (kopie)dieetbevestiging op naam van [persoon 8] over het jaar 2014 (DOC-013, p. 910) en/of ;

- een (kopie)dieetbevestiging op naam van [persoon 9] over het jaar 2014 (DOC-006, p. 718) en/of;

- een (kopie)dieetbevestiging op naam van [persoon 10] over het jaar 2014 (DOC-005, p. 667);

(telkens) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst,

immers heeft zij, verdachte, (telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven - :

op dat/die (kopie)dieetbevestiging(en) (een) onjuiste dieetcode(s) opgegeven en/of vermeld,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

tot welk(e) feit(en) zij, verdachte, (telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) zij, verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

Zij, op één of meer verschillende tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 13 juli 2015 tot en met 1 september 2015, in de gemeente(n) Eindhoven en/of Apeldoorn althans in Nederland, en/of Kessel, althans in Duitsland,

(telkens) tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen,

(telkens) (kopie)dieetbevestiging(en), te weten:

- een (kopie)dieetbevestiging op naam van [persoon 6] over het jaar 2014 (DOC-010, p. 807) en/of;

- een (kopie)dieetbevestiging op naam van [persoon 7] opgemaakt over het jaar 2014 (DOC-009, p. 767) en/of;

- een (kopie)dieetbevestiging op naam van [persoon 8] over het jaar 2014 (DOC-013, p. 910) en/of ;

- een (kopie)dieetbevestiging op naam van [persoon 9] over het jaar 2014 (DOC-006, p. 718) en/of;

- een (kopie)dieetbevestiging op naam van [persoon 10] over het jaar 2014 (DOC-005, p. 667),

(telkens) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst,

immers heeft/hebben zij verdachte en/of (een of meer van haar) medeverdachte(n),

(telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven - :

op dat/die (kopie)dieetbevestiging(en) (een) onjuiste dieetcode(s) opgegeven en/of vermeld,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

Feit 3:

[bedrijf 1] , op één of meer verschillende tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 31 januari 2011 tot en met 28 mei 2015 , in de gemeente(n) Eindhoven, althans in Nederland en/of Kessel, althans in Duitsland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) een factuur, te weten:

- een factuur afkomstig van [bedrijf 2] gericht aan [bedrijf 3] d.d. 31 januari 2011 (DOC-022 1/2) en/of;

- een factuur afkomstig van [bedrijf 2] gericht aan [bedrijf 3] d.d. 30 april 2011 (DOC-025 1/2) en/of;

- een factuur afkomstig van [bedrijf 2] gericht aan [bedrijf 3] d.d. 30 juni 2011 (DOC-027 1/2) en/of;

- een factuur afkomstig van [bedrijf 2] gericht aan [bedrijf 3] d.d. 31 augustus 2011 (DOC-029 1/2) en/of;

- een factuur afkomstig van [bedrijf 2] gericht aan [bedrijf 3] d.d. 31 december 2011 (DOC-033 1/2 );

(telkens) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, immers heeft zij, verdachte, (telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven - :

in die factu(u)r(en) vermeld dat werkzaamheden waren verricht door [bedrijf 2] voor [bedrijf 3] , terwijl deze werkzaamheden in werkelijkheid niet hebben plaatsgevonden,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

tot welk(e) feit(en) zij, verdachte, (telkens) opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging(en) zij, verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

Zij, op één of meer verschillende tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 31 januari 2011 tot en met 28 mei 2015 , in de gemeente(n) Eindhoven, althans in Nederland, en/of Kessel, althans in Duitsland,

(telkens) tezamen en in vereniging met een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, (telkens) een factuur, te weten:

- een factuur afkomstig van [bedrijf 2] gericht aan [bedrijf 3] d.d. 31 januari 2011 (DOC-022 1/2) en/of;

- een factuur afkomstig van [bedrijf 2] gericht aan [bedrijf 3] d.d. 30 april 2011 (DOC-025 1/2) en/of;

- een factuur afkomstig van [bedrijf 2] gericht aan [bedrijf 3] d.d. 30 juni 2011 (DOC-027 1/2) en/of;

- een factuur afkomstig van [bedrijf 2] gericht aan [bedrijf 3] d.d. 31 augustus 2011 (DOC-029 1/2) en/of;

- een factuur afkomstig van [bedrijf 2] gericht aan [bedrijf 3] d.d. 31 december 2011 (DOC-033 1/2),

(telkens) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst,

immers heeft/hebben zij verdachte en/of (een of meer van haar) medeverdachte(n), (telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven - :

in die factu(u)r(en) vermeld dat werkzaamheden waren verricht door [bedrijf 2] voor [bedrijf 3] ,terwijl deze werkzaamheden in werkelijkheid niet hebben plaatsgevonden,

zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft zich, overeenkomstig het op schrift gestelde requisitoir, op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten onder 1 primair, 2 primair en 3 primair wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft, conform zijn pleitnota, vrijspraak bepleit van het onder 1 [primair en subsidiair] ten laste gelegde feit. De raadsman heeft -zakelijk samengevat- ten verwere betoogd dat het onder 1 ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, omdat er geen sprake is geweest van opzet aan de zijde van verdachte. Verdachte heeft op grond van de informatie die aan haar is medegedeeld door haar klanten de aangiftes ingevuld en naar de Belastingdienst gezonden. Verdachte ging er van uit en mocht er van uit gaan, dat de betreffende klanten juiste informatie aan haar hadden verstrekt. Hierbij heeft verdachte aan haar klanten aangegeven dat zij niet direct bewijsstukken hoefden te verstrekken, maar dat de Belastingdienst hier op een later moment alsnog om zou kunnen vragen. Bovendien is de belastingdienst na indiening van bezwaarschriften akkoord gegaan met aftrekposten voor zorgkosten in het verleden.

Ten aanzien van het onder 2 en 3 ten laste gelegde feit heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat deze feiten wel wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

De bewijsmiddelen.

Omwille van de leesbaarheid van het vonnis wordt voor wat betreft de door de rechtbank gebezigde bewijsmiddelen verwezen naar de uitwerking daarvan. Deze is als bijlage bij dit vonnis gevoegd en de inhoud van die bijlage dient - voor zover die op deze feiten betrekking heeft - als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.

Het oordeel van de rechtbank

1 Ten aanzien van feit 1 primair

Het verweer van de raadsman, dat ten aanzien van het onder feit 1 ten laste gelegde geen sprake is geweest van opzet, dient te worden verworpen. Dienaangaande overweegt de rechtbank het volgende.

Uit de bewijsmiddelen volgt onder meer dat verdachte de door haar verzorgde aangiftes voor particulieren voor wat betreft de opgevoerde post ‘aftrek specifieke zorgkosten’ gedurende meerdere jaren op basis van louter aannames heeft gedaan en ingediend, zonder enige vorm van daadwerkelijke controle in de zin van het inzien of opvragen van stukken ter onderbouwing van bedoelde kosten. Uit de bewijsmiddelen volgt tevens dat verdachte ook kosten in aftrek heeft genomen waarvan de betreffende belastingplichtige niets wist (vide de verklaring van [persoon 1] ) en zelfs ter zake waarvan de belastingplichtige aan had gegeven dat dat niet nodig was (vide de verklaring van [persoon 10] ). Door op een dergelijke wijze te werk te gaan heeft verdachte op zijn minst de aanmerkelijke kans op de koop toe genomen dat de in de aangiftes geclaimde aftrekposten niet juist zouden zijn. Dat verdachte, zeker gezien haar professie als belastingadviseur, anders had moeten handelen was haar ook duidelijk, gezien haar verklaring ter zitting dat zij bij zakelijke klanten wél altijd onderbouwing verlangde. Van een generieke toestemming van de belastingdienst om de opgevoerde kosten in aftrek te nemen in de aangiftes van de in de tenlastelegging genoemde personen is niet gebleken.

2 Ten aanzien van feit 2 primair en feit 3 primair

Verdachte heeft deze feiten bekend.

3 De aansprakelijkheid van de rechtspersoon

Voor de beoordeling van de vraag of bovengenoemde strafbare feiten zijn begaan door de rechtspersoon [bedrijf 1] , neemt de rechtbank de door de Hoge Raad benoemde criteria als uitgangspunt.1 Uit de criteria volgt dat voor de beantwoording van de vraag of een strafbare gedraging is begaan door een rechtspersoon, beslissend is of de gedraging redelijkerwijs toegerekend kan worden aan de rechtspersoon. Dat is, aldus de Hoge Raad, in het bijzonder het geval als deze binnen de sfeer van de rechtspersoon hebben plaatsgevonden. De rechtbank overweegt in dit verband als volgt.

Artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht richt zich tot een ieder, dus ook tot rechtspersonen. Dit brengt mee dat de rechtspersoon [bedrijf 1] aan te merken is als geadresseerde van de overtreden norm. [bedrijf 1] is een administratiekantoor dat zich bezighoudt met het voeren van administraties voor het midden- en kleinbedrijf, het verzorgen van belastingaangiftes en het verlenen van adviezen met betrekking tot het vorenstaande. Aldus passen de verboden gedragingen binnen de normale bedrijfsvoering en taakuitoefening van de rechtspersoon. De gedragingen zijn feitelijk verricht door [verdachte] . Zij was niet alleen bestuurder/directeur van de vennootschap, maar zij was ook werkzaam als belastingadviseur/boekhouder voor de rechtspersoon. Derhalve is sprake van een handelen van iemand die werkzaam is binnen de rechtspersoon.

Gezien het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verboden gedragingen hebben plaatsgevonden binnen de sfeer van de rechtspersoon, waardoor de verboden gedragingen redelijkerwijs kunnen worden toegerekend aan de rechtspersoon.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde feiten zijn begaan door de rechtspersoon [bedrijf 1]

4 De aansprakelijkheid van verdachte als feitelijk leidinggever

Verdachte was directeur/enig aandeelhouder van [bedrijf 1] en tevens werkzaam als belastingadviseur/boekhouder voor de B.V.; feitelijk verrichte enkel verdachte de betreffende werkzaamheden en was sprake van een ‘eenmans-vennootschap’.

Onder die omstandigheden, is de rechtbank van oordeel dat verdachte feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedragingen die zijn begaan door [bedrijf 1] , als bedoeld in artikel 51, tweede lid onder 2 van het Wetboek van Strafrecht.

De bewezenverklaring.

Op grond van het voorgaande en de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de (in de bewijsmiddelenbijlage opgenomen) bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat:

Feit 1, primair:

[bedrijf 1] op tijdstippen in de periode van 15 maart 2012 tot en met 12 maart 2015, in Nederland,

telkens (elektronische) aangiften inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, te weten:

- een (elektronische) aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekering op naam van [persoon 1] over het jaar 2011 en

- een (elektronische) aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekering op naam van [persoon 2] over het jaar 2012 en

- een (elektronische) aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekering op naam van [persoon 3] over het jaar 2013 en

- een (elektronische) aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekering op naam van [persoon 4] over het jaar 2014 en

- een (elektronische) aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekering op naam van [persoon 5] over het jaar 2014,

telkens zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt,

immers heeft zij, verdachte, telkens opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven - :

op die aangiften onjuiste bedragen opgegeven en/of vermeld voor de uitgaven voor specifieke zorgkosten,

zulks met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

aan welke verboden gedragingen zij, verdachte, feitelijke leiding heeft gegeven.

Feit 2, primair:

[bedrijf 1] op tijdstippen in de periode van 13 juli 2015 tot en met 1 september 2015, in Nederland,

telkens (kopie) dieetbevestigingen, te weten:

- een (kopie)dieetbevestiging op naam van [persoon 6] over het jaar 2014 en

- een (kopie)dieetbevestiging op naam van [persoon 7] opgemaakt over het jaar 2014 en

- een (kopie)dieetbevestiging op naam van [persoon 8] over het jaar 2014 en

- een (kopie)dieetbevestiging op naam van [persoon 9] over het jaar 2014 en

- een (kopie)dieetbevestiging op naam van [persoon 10] over het jaar 2014,

telkens zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst,

immers heeft zij, verdachte, telkens opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven - :

op die (kopie)dieetbevestigingen (een) onjuiste dieetcode(s) opgegeven en/of vermeld,

zulks met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken,

aan welke verboden gedragingen zij, verdachte feitelijke leiding heeft gegeven.

Feit 3, primair:

[bedrijf 1] , op tijdstippen in de periode van 31 januari 2011 tot en met 28 mei 2015, in Nederland, meermalen, een factuur, te weten:

- een factuur afkomstig van [bedrijf 2] gericht aan [bedrijf 3] d.d. 31 januari 2011 en

- een factuur afkomstig van [bedrijf 2] gericht aan [bedrijf 3] d.d. 30 april 2011 en

- een factuur afkomstig van [bedrijf 2] gericht aan [bedrijf 3] d.d. 30 juni 2011 en

- een factuur afkomstig van [bedrijf 2] gericht aan [bedrijf 3] d.d. 31 augustus 2011 en

- een factuur afkomstig van [bedrijf 2] gericht aan [bedrijf 3] d.d. 31 december 2011,

telkens zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, immers heeft zij, verdachte, telkens opzettelijk valselijk en in strijd met de waarheid - zakelijk weergegeven - :

in die facturen vermeld dat werkzaamheden waren verricht door [bedrijf 2] voor [bedrijf 3] , terwijl deze werkzaamheden in werkelijkheid niet hebben plaatsgevonden,

zulks met het oogmerk om die geschriften als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

aan welke verboden gedragingen zij, verdachte telkens feitelijke leiding heeft gegeven.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten. Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte wordt opgelegd een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat hieraan tevens - naar de rechtbank begrijpt op grond van artikel 14c, tweede lid, sub 14, van het Wetboek van Strafrecht - een gedragsvoorwaarde als bijzondere voorwaarde verbonden dient te worden, inhoudende een verbod tot het uitoefenen van het beroep van belastingadviseur/boekhouder en daarmee een verbod tot het indienen van belastingaangiften voor zowel particuliere als zakelijke klanten gedurende de proeftijd.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft, op de in de pleitnota genoemde gronden, verweer gevoerd ten aanzien van het benadelingsbedrag waarop de eis van de officier van justitie is gebaseerd. Voorts heeft de raadsman, onder verwijzing naar de persoonlijke omstandigheden van verdachte, de rechtbank verzocht af te zien van het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Aan verdachte dient een taakstraf opgelegd te worden, zo nodig aangevuld met een voorwaardelijke gevangenisstraf. Gelet op de grote financiële consequenties die een beroepsverbod met zich meebrengt, is verzocht dit niet als bijzondere voorwaarde aan een voorwaardelijk strafdeel te koppelen.

Het oordeel van de rechtbank.

Algemeen

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Voorts houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank tevens aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten.

Strafverzwarende omstandigheden

Door de handelswijze van verdachte heeft zij de Belastingdienst en daarmee de Staat der Nederlanden en de samenleving voor een aanzienlijk geldbedrag benadeeld. Voorts heeft zij het vertrouwen dat moet kunnen worden gesteld in een professionele belastingadviseur/ boekhouder ernstig geschaad. Daarnaast rekent de rechtbank het verdachte aan dat zij misbruik heeft gemaakt van het vertrouwen dat haar klanten in haar stelden. Inmiddels zijn door de Belastingdienst de nodige naheffingen opgelegd aan deze klanten. Verdachte heeft mitsdien uiteindelijk ook haar klanten gedupeerd. Wat verdachte in het bijzonder valt te verwijten is dat zij, op het moment waarop door de belastingdienst nadere stukken werden opgevraagd bij verdachtes klanten, er toe is overgegaan om zelf actief stukken te vervalsen teneinde de onjuistheid van de eerder door haar gedane aangiften te bemantelen. Dit heeft mede tot gevolg gehad dat op de desbetreffende klanten de verdenking is komen te rusten van betrokkenheid bij dit vervalsen.

Strafmatigende omstandigheden.

De rechtbank houdt bij de bepaling van de strafmaat in het voordeel van verdachte rekening met de omstandigheid dat zij blijkens het haar betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie als first offender dient te worden beschouwd. Hoewel niet expliciet duidelijk is geworden wat verdachte ertoe gedreven heeft de strafbare feiten te plegen, blijkt uit het verhandelde ter terechtzitting wel dat verdachte niet uit eigen winstbejag heeft gehandeld. Verdachte heeft zelf ook geen direct financieel voordeel genoten van de strafbare gedragingen. Voorts heeft verdachte er blijk van gegeven dat zij de ernst van de feiten inziet.

De strafsoort, strafmaat en strafmodaliteit

De raadsman heeft verzocht aan verdachte een taakstraf en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De rechtbank is echter van oordeel dat oplegging van een taakstraf geen recht zou doen aan de ernst van het bewezen verklaarde. In verband met een juiste normhandhaving kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een [deels] onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Desalniettemin zal de rechtbank een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De rechtbank volgt de officier van justitie niet in haar eis om de gevorderde bijzondere gedragsvoorwaarde te verbinden aan het voorwaardelijk strafdeel. Een dergelijke gedragsvoorwaarde komt feitelijk neer op (tijdelijke en partiële) stillegging van de onderneming van verdachte, zoals bedoeld in artikel 7 onder c van de in casu niet van toepassing zijnde WED. Nog daargelaten dat met de voorgestelde proeftijd van drie jaar de ingevolge voornoemde wet voorziene maximale termijn van deze bijkomende straf, namelijk één jaar, omzeild wordt, is de rechtbank van oordeel dat een dergelijke gedragsmaatregel in het onderhavige geval een (te) zware wissel trekt op het vermogen van verdachte om – als enige kostwinner binnen het gezin – een inkomen te verwerven.

De rechtbank is van oordeel dat een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, met daaraan de algemene voorwaarde gekoppeld dat verdachte zich onthoudt van het plegen van strafbare feiten, passend en geboden is. De rechtbank wil daarmee enerzijds de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten tot uitdrukking brengen en anderzijds beoogt zij daarmee invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte gericht op het voorkomen van nieuwe strafbare feiten. Daartoe bestaat te meer aanleiding nu verdachte het bedrijf wil blijven voortzetten en daarin werkzaam wenst te blijven als belastingadviseur/boekhouder.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 27, 51, 57, 225.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart het ten laste gelegde onder 1 primair, 2 primair en 3 primair bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1 primair:

valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl zij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd

T.a.v. feit 2 primair:

valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl zij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd

T.a.v. feit 3 primair:

valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, terwijl zij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf.

T.a.v. feit 1 primair, feit 2 primair, feit 3 primair:

Gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren

Stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. W. Schoorlemmer, voorzitter,

mr. M. Senden en mr. J.D. Streefkerk, leden,

in tegenwoordigheid van mr. F.E.M. de Haas, griffier,

en is uitgesproken op 7 maart 2017.

BIJLAGE MET - ZAKELIJK WEERGEGEVEN - BEWIJSMIDDELEN VOOR DE BEWEZEN VERKLAARDE FEITEN 2

1 Hoge Raad HR 23 februari 1954, NJ 1954, 378 (zgn. IJzerdraad-arrest) en HR 21 oktober 2003, LJN AF7938 (zgn. Drijfmest-arrest).

2 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de FIOD, dossiernummer: 57521, gesloten op 26 juli 2016, aantal doorgenummerde pagina’s: 1 t/m 1999; een proces-verbaal van de FIOD betreffende conservatoir beslag onder een derde (model B), dossiernummer: 57521, gesloten op 27 juli 2016, aantal doorgenummerde pagina’s: 2000 t/m 2009; en een aanvullend proces-verbaal van de FIOD, dossiernummer: 57521, gesloten op 1 februari 2017, aantal doorgenummerde pagina’s: 2010 t/m 2026.