Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2016:7510

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
22-03-2016
Datum publicatie
15-06-2017
Zaaknummer
4750965
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

Ontslag op staande voet; vernietiging? Transitievergoeding.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7 673
Burgerlijk Wetboek Boek 7 681
Burgerlijk Wetboek Boek 7 677
Burgerlijk Wetboek Boek 7 671b
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/3121
AR-Updates.nl 2017-0722
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABAnT

Zaaknummer : 4750965

EJ verz. : 16/37

Uitspraak : 22 maart 2016


DE KANTONRECHTER IN EINDHOVEN
BESCHIKKING EX BW 7:673 en 7:681 en BW 7:677 en BW 7:671b
in de zaak van

[verzoeker] ,wonend in [woonplaats] (Duitsland),

verzoeker, verweerder tegen de tegenverzoeken,

gemachtigde: mr R.E. de Vries


tegen

DAF Trucks N.V., gevestigd in Eindhoven,
verweerster, tegenverzoekster,
gemachtigde: mrs M.B. Kerkhof en S.B.W. van de Scheur.

Het verloop van het geding

Verzoeker heeft het verzoekschrift ingediend op 14 januari 2016. Van verweerster is een verweerschrift annex tegenverzoekschrift ingekomen op 19 februari 2016. Een verweerschrift tegen het tegenverzoekschrift is ingekomen op 26 februari 2016. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 1 maart 2016. Aanwezig waren, behalve de gemachtigde De Vries van verzoeker en de gemachtigde Kerkhof van verweerster/tegenverzoekster, verzoeker persoonlijk en de heer [K.] en mevrouw [V.] van verweerster/tegenverzoekster. De gemachtigden hebben gepleit aan de hand van pleitnota’s die zij hebben overgelegd.

Verzoeken en verweren

1. [verzoeker] verzoekt
primair
- de vernietiging van de hem op 17 november 2015 en 26 november 2015 gegeven ontslagen op staande voet
- een bevel aan verweerster, DAF, om hem te werk te stellen op straffe van een dwangsom van € 225,=
- een veroordeling van DAF tot doorbetaling van zijn loon ad
€ 2.358,25 bruto per vier weken vanaf 17 november 2015 respectievelijk 26 november 2016 plus de wettelijke verhoging en de wettelijke rente
subsidiair
- een veroordeling van DAF hem de transitievergoeding met wettelijke rente te betalen onder afgifte van een bruto/netto specificatie

alles met een proceskostenveroordeling ten laste van DAF.

2. Hij voert aan
-dat hij op 1 januari 2011 bij DAF in dienst getreden is en laatstelijk een bruto inkomen van € 2.358,25 per vier weken exclusief vakantietoeslag en emolumenten verdient
- dat hij op 17 november 2016 op staande voet ontslagen is en op 26 november 2016 voorwaardelijk op staande voet ontslagen is; de ontslagbrieven legt hij over
- dat aan het eerste ontslag op staande voet ten grondslag is gelegd dat hij zijn collega [werknemer DAF] heeft bedreigd en geïntimideerd en/of gestalkt
- dat hij twee jaar een affectieve relatie met [werknemer DAF] heeft gehad die [werknemer DAF] op 20 oktober 2015, nota bene zijn verjaardag (van [verzoeker] )en dat voordien sprake was van een intensieve e-mailcorrespondentie, die [werknemer DAF] en DAF kennelijk intimiderend vinden
- dat het privé aspect ten onrechte buiten beschouwing is gelaten
- dat hij zelf door [werknemer DAF] bedreigd is
- dat hij twee schriftelijke verklaringen óverlegt van derden, waaruit blijkt dat [werknemer DAF] zelf medeverantwoordelijkheid draagt in de gebeurtenissen
- dat het bij deze feiten en omstandigheden niet aangaat hem intimidatie en stalking te verwijten
- dat ook het voorwaardelijk ontslag van 26 november 2016 ongegrond is
- dat er een conflict in de relationele sfeer was dat is ontspoord
- dat het conflict tussen [werknemer DAF] en hem niet werkgerelateerd is
- dat het hem ernstig aangegrepen heeft, zoals ook is verwoord in het bericht van mw [B.] dat hij óverlegt
- dat hij in zware psychische problemen is geweest omdat zijn homoseksuele geaardheid niet bij familie en vrienden bekend was en moeilijk ligt in de collegiale sfeer
- dat hij in verband daarmee van 22 oktober tot 2 november 2016 ziek thuis is geweest en zich onder behandeling heeft moeten stellen; hij heeft zelfs een zelfmoordpoging gedaan
- dat de ontslagen ongegrond zijn en dat hij, als ze wel gegrond geacht worden, recht heeft op een transitievergoeding.
3. DAF stelt daar tegenover
- dat [werknemer DAF] zijn BBL-begeleiders voor het eerst eind oktober 2015 vertelde over zijn problemen met [verzoeker] en op 26 oktober 2015 aangifte bij de politie deed
- dat [werknemer DAF] zich op 5 november 2015 bij de bedrijfsbeveiliging heeft gemeld met de mededeling dat hij door [verzoeker] werd gestalkt
- dat zij in de persoon van [de heer K.] en [mevrouw V.] op 9 november 2015 met [werknemer DAF] gesproken heeft; zij legt het verslag over; er wordt in gerelateerd dat [verzoeker] in de loop van de tijd steeds meer beslag op
op [werknemer DAF] ging leggen, dat hij van het contact af wilde en dat ook tegen [verzoeker] zei, maar dat hem dat toch niet lukte; dat hij zijn telefoonnummer veranderd heeft en dat de situatie toen escaleerde; [verzoeker] dreigde te gaan praten met zijn vriendin, familie, de kerk waar hij lid van is en compromitterende foto’s en video’s te openbaren
- dat zij e-mails over de periode 21-31 oktober 2015, whatsapp-berichten, de aangifte en foto’s uit een enveloppe óverlegt tot bewijs van de stalking, de intimidaties en de bedreigingen
- dat [verzoeker] [werknemer DAF] ertoe trachtte te bewegen, bij DAF ontslag te nemen, dreigde hem op de werkvloer bij DAF ‘op te zoeken’
- dat zij na bestudering van al die stukken concludeerde dat er een dringende reden zou kunnen zijn voor ontslag op staande voet, [verzoeker] in verband daarmee op 10 november 2015 schorste, waarna zij diverse gesprekken met hem is gaan voeren, waarin [verzoeker] onder meer verklaarde dat hij door [werknemer DAF] werd bedreigd en dat hij daar getuigen van had
- dat [werknemer DAF] desgevraagd die bedreigingen ontkende en de getuigen [naam getuigen] ) ze niet bevestigden
- dat [verzoeker] ook gevraagd is of hij de afzender was van een aan [werknemer DAF] gerichte enveloppe met compromitterende foto’s en [verzoeker] dat ontkende
- dat zij [verzoeker] op 17 november 2015 op staande voet ontslagen heeft met als dringende reden ‘het feit dat u op ernstige wijze uw collega [werknemer DAF] heeft bedreigd en geïntimideerd en/of gestalkt
- dat nadien uitgevoerd grafologisch onderzoek tot de conclusie leidde dat er ‘extreem zwaarwegende steun’ bestaat voor de opvatting dat het handschrift op de bewuste enveloppe dat van [verzoeker] was
- dat zij op grond daarvan [verzoeker] ten tweede male op staande voet ontslagen heeft met als dringende redenen het verzenden van die enveloppe en het feit dat hij in het gesprek met haar een leugenachtige verklaring heeft afgelegd
- dat de ontslagen rechtsgeldig zijn; zij moet als werkgever haar werknemers een veilige werkomgeving bieden
- dat geen transitievergoeding verschuldigd is omdat de ontslagen het gevolg zijn van ernstig verwijtbare gedragingen van [verzoeker] .

4. Aan dit verweer verbindt DAF twee tegenverzoeken (het verzoek tot toekenning van de gefixeerde schadevergoeding heeft zij ingetrokken)
- dat voor recht wordt verklaard dat (voor het geval de ontslagen vernietigd zouden worden) een redelijke grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst bestaat (nl BW 7:669 lid 3 e); die redelijke grond bestaat volgens DAF uit de gedragingen die tot de ontslagen op staande voet hebben geleid en de feiten die na het tweede ontslag nog aan het licht gekomen zijn; (productie 20 van DAF; de bestelling bij BolCom. de dato 10 januari 2016, compromitterende berichten aan de kerk en in de media, compromitterende foto’s, het proces-verbaal van politie)
- dat de arbeidsovereenkomst op die grond op de kortst mogelijke termijn beëindigd wordt zonder toekenning van een transitievergoeding of billijke vergoeding.

5. [verzoeker] voert tegen de tegenvorderingen verweer
- dat de arbeidsovereenkomst niet ontbonden kan worden als de ontslagen niet vernietigd worden, omdat zij dan niet meer bestaat
- dat daarom dat verzoek pas kan worden ingediend als de ontslagen worden vernietigd
- dat DAF dus geen belang heeft bij haar verzoeken.

Beoordeling

6.1.

Dat [verzoeker] de berichten waarvan DAF in haar producties 3 tot en met 6 afdrukken heeft overgelegd verstuurd heeft, heeft hij niet ontkend.

6.2.

Ze zijn intimiderend, zeker als ze in verband me elkaar worden gelezen; dat is vast te stellen door iedereen die ze leest en dus ook door de kantonrechter.

6.3.

Getuige hun datering zijn ze zó onophoudelijk gestuurd dat ze als stalking kunnen worden aangemerkt.

6.4.

Dat [werknemer DAF] er ernstig onder geleden heeft, kan worden afgeleid uit het rapport van de bedrijfsbeveiliging, de aangifte van 26 oktober 2015 en het verslag van het gesprek op 9 november 2015.


6.5. Dat de berichten ook passages bevatten die op goede bedoelingen wijzen of lijken te wijzen doet aan het kwalijke van vele andere passages niet af, omdat ze die niet wezenlijk verzachten. Ook het feit dat [verzoeker] in het verleden mooie dingen gedaan heeft voor [werknemer DAF] maakt het kwalijke van zijn latere gedrag niet minder.

7. [verzoeker] geeft drie redenen waarom ze niet als dringende reden kunnen gelden:
- dat ze privé en niet werkgerelateerd zijn
- dat [werknemer DAF] hem zelf bedreigd heeft
- dat hij van het uitgaan van de relatie met [werknemer DAF] ernstige psychische problemen ondervonden heeft, waarvoor hij zich onder behandeling heeft moeten laten stellen.

8.1.

Geen van die argumenten slaagt.

8.2.

De problemen zijn wel degelijk werkgerelateerd, niet omdat ze door het werk veroorzaakt zijn, maar wel omdat ze zich op het werk zo sterk deden gelden dat [werknemer DAF] zich er op het werk heel onveilig is gaan voelen, zodat DAF ze zich diende aan te trekken.

8.3.

Dit blijkt uit de aangifte (productie 7 van DAF): bladzijde 4 bovenaan: ‘Op het werk kwam hij naar mij toe…’ . Even verder: ‘Mijn tweede teamchef (..) is naar mij toegekomen ….’ Bladzijde 5: ‘ [verzoeker] wil nog steeds dat ik weg ga bij DAF….’ En: ‘Na de pauze liep hij weer helemaal met mij mee naar de afdeling’. Bladzijde 6 : ‘Sinds maandag 26 oktober heb ik me ziek gemeld’

8.4.

Het blijkt voorts uit het rapport van de bedrijfsbeveiliging (productie 1 van DAF) en het gespreksverslag van 9 november 2015 (productie 2 van DAF: onder andere: stoeien, ook onder werktijd, app-berichten, soms wel 50 per dag, bladzijde 3: stakingsfraude).
9.1. Er is slechts één schriftelijke verklaring (productie 7 van [verzoeker] ) die getuigt van bedreiging door [werknemer DAF] ; die verklaring weegt niet op tegen de boven aangehaalde gegevens omdat de waarachtigheid ervan en de omstandigheden waarover gerelateerd wordt, niet te beoordelen zijn, terwijl de beschreven uiting van [werknemer DAF] misschien moet worden begrepen in verband met wat er verder speelt tussen hem en [verzoeker] .

9.2.

Maar bovenal: als [werknemer DAF] [verzoeker] eenmaal bedreigd zou hebben, doet dat niet af aan alle boven genoemde uitingen: ook dan had [verzoeker] zich daarvan moeten onthouden.

10. De ernstige psychische problemen van [verzoeker] zelf: voor zover die invloed op zijn handelen zouden hebben gehad ziet de kantonrechter niet in waarom [werknemer DAF] alle gevolgen van die psychische problemen zou hebben te aanvaarden.

11. Het eerste ontslag moet daarom niet worden vernietigd.

12. Voor zover dan nog van belang overweegt de kantonrechter over het tweede ontslag, dat [verzoeker] de feiten die daaraan ten grondslag zijn gelegd (het verzenden van de enveloppe en het leugenachtig verklaren daarover) niet bestrijdt en dat die ernstig genoeg zijn om als dringende reden te gelden.

13. Het verzoek tot toekenning van de transitievergoeding wordt afgewezen, omdat de gedragingen waarvoor [verzoeker] is ontslagen ernstig verwijtbaar zijn.

14. Als in het ongelijk gestelde partij dient [verzoeker] de proceskosten te dragen.

Op de verzoeken van DAF

15. Hoewel ervan uit mag worden gegaan dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd door het eerste ontslag op staande voet, heeft DAF er belang bij haar recht uit te oefenen om de arbeidsovereenkomst voor ontbinding voor te dragen, voor het geval later nog mocht blijken dat zij niet als geëindigd mag worden beschouwd.

16.1.

Omdat de gedragingen die als dringende reden voor ontslag dienen, feitelijk niet bestreden zijn kunnen ze mede als grond voor een ontbindingsverzoek in aanmerking worden gebracht.

16.2.

Van de als productie 20 overgelegde stukken is niet steeds vast te stellen van wanneer ze dateren, maar [verzoeker]
heeft er geen aandacht aan besteed en ze dus niet bestreden, zodat kan worden aangenomen dat ze van later datum zijn. Een aanvullend feitencomplex derhalve.

16.3.

Het proces-verbaal moet buiten beschouwing blijven omdat het een te zwakke verdenking jegens [verzoeker] behelst, maar voor het overige tellen die stukken als extra belastend, waarbij met name opvalt dat [verzoeker] , zoals door DAF nog op de zitting opgemerkt, met zijn [werknemer DAF] -belastende acties is blijven doorgaan nadat hij er al tweemaal voor op staande voet ontslagen was.

17. De kantonrechter is van oordeel dat de reeks gedragingen
van [verzoeker] die uit die stukken blijken, omdat die gedragingen beoordeeld moeten worden in samenhang met de gedragingen waarvoor [verzoeker] ontslag op staande voet heeft gekregen, als ernstig verwijtbaar moet gelden.


18. De verzoeken kunnen daarom toegewezen worden.

19. De aard van de zaak brengt mee dat de kosten worden gecompenseerd als na te melden.

BESLISSING


De kantonrechter

Op de verzoeken van [verzoeker]


Wijst de verzoeken af;

Veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten van DAF, gesteld op € 500,= wegens gemachtigdensalaris;

Op de tegenverzoeken

Verklaart voor recht dat zich de redelijke grond van BW 7:6698 lid 3 e voordoet voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen [verzoeker] en DAF;

Ontbindt die arbeidsovereenkomst, voor over zij mocht blijken nog te bestaan, per 1 mei 2016;

Compenseert de proceskosten met dien verstande dat beide partijen hun eigen kosten dragen.

Deze beschikking is gegeven door mr P.M. Knaapen, kantonrechter in Eindhoven, en door hem in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 22 maart 2016.