Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2016:7386

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
29-12-2016
Datum publicatie
24-01-2017
Zaaknummer
C/01/313640 / KG ZA 16-611
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

onrechtmatige vergelijkende reclame-uitingen en misleidende reclame-uitingen. Partijen verkopen voedingssupplementen en vitamineproducten. Eiseres vordert gedaagden te veroordelen zich in de toekomst te onthouden van het doen van zulke reclame-uitingen en gedaagden te veroordelen tot het verzenden van een rectificatiebrief en tot het plaatsen van deze brief op de website van gedaagden.

De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat voldoende aannemelijk is dat gedaagde LFC zich aan het doen van de door eiseres gestelde onrechtmatige reclame-uitingen schuldig heeft gemaakt en heeft de vorderingen voor zover die zijn ingesteld tegen deze gedaagde toegewezen. De vorderingen tegen de overige gedaagden zijn afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/403
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: C/01/313640 / KG ZA 16-611

Vonnis in kort geding van 29 december 2016

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] B.V.,

gevestigd te Heerlen,

eiseres,

advocaat mr. R.A.D. Blaauw te Rotterdam,

tegen

1. de coöperatie

[gedaagde sub 1] ,

gevestigd te [woonplaats] ,

2. de coöperatie

COÖPERATIE [gedaagde sub 2] U.A.,

gevestigd te [woonplaats] ,

3. de coöperatie

[gedaagde sub 3] ,

gevestigd te [woonplaats] ,

4. [gedaagde sub 4],

wonende te [woonplaats] ,

5. [gedaagde sub 5],

wonende te [woonplaats] ,

gedaagden,

advocaten mr. M.W. Wiegerinck en mr. E.A.C. Jansen te Amsterdam.

Partijen zullen hierna enerzijds [eiseres] en anderzijds [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] , [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] , dan wel [gedaagden] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 21 november 2016 met 17 producties

  • -

    de brief van [eiseres] van 25 november 2016 waarin een wijziging van de vordering onder II, III, IV en V van de dagvaarding wordt aangekondigd en waarbij productie 18 is overgelegd

  • -

    de akte in kort geding en de akte houdende overlegging producties met producties 1 tot en met 42 van de zijde van [gedaagden] , ontvangen ter griffie op 25 november 2016

  • -

    de mondelinge behandeling die plaats vond op 29 november 2016. Bij aanvang van de mondelinge behandeling heeft [gedaagden] bezwaar gemaakt tegen het late moment van de door [eiseres] ingediende eiswijziging bij brief van 25 november 2016. De voorzieningenrechter heeft de mondelinge behandeling geschorst teneinde [gedaagden] in de gelegenheid te stellen te bepalen of zij de voorkeur geven aan hervatting van de mondelinge behandeling op een andere datum boven voortzetting van de mondelinge behandeling. Na de schorsing heeft [gedaagden] medegedeeld dat zij zich niet langer verweert tegen de eiswijziging en dat zij instemt met voortzetting van de mondelinge behandeling.

Vervolgens is over gegaan tot de inhoudelijke behandeling van de zaak.

- Beide partijen hebben hun standpunt toegelicht, mede aan de hand van door hen overgelegde pleitnotities.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiseres] drijft een groothandel die door het “ [eiseres] ” in Californië, VS, ontwikkelde voedingssupplementen distribueert in Europa.

2.2.

Op 22 juli 2014 is een distributieovereenkomst tot stand gekomen tussen [eiseres] en de coöperatie [gedaagde sub 3] (waarvan [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] bestuurder zijn), waarbij [gedaagde sub 3] is aangewezen als exclusief distributeur in – aanvankelijk de gehele Benelux, later – het Nederlandssprekend gedeelte van de Benelux van de producten van [eiseres] . De producten werden ingekocht van [eiseres] en werden door [gedaagde sub 3] doorverkocht aan klanten, waarbij vanwege regelgeving in Nederland niet verkocht werd onder de merknaam [eiseres] , maar onder de merknaam Discover Your Own Health ( DYOH ).

Verkoop van de producten vond mede plaats via de coöperatie [gedaagde sub 2] waarvan [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] eveneens bestuurders zijn.

2.3.

Bij e-mailbericht van 22 maart 2016 gericht aan [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] heeft [eiseres] te kennen gegeven dat de distributieovereenkomst met onmiddellijke ingang wordt beëindigd omdat [gedaagde sub 3] volgens [eiseres] , tegen instructies van [eiseres] in, in advertenties van de DYOH -producten nog steeds verwees naar [eiseres] terwijl dat in strijd is met Nederlandse regelgeving.

De uitverkooptermijn voor de producten van [eiseres] liep op 31 mei 2016 af.

2.4.

Bij beschikking van de rechtbank Den Haag van 4 juli 2016 heeft [eiseres] toestemming gekregen voor het leggen van conservatoir beslag tot afgifte, bewijsbeslag en een ex-parte verbod ten laste van [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] wegens een gestelde inbreuk op (een) aan [eiseres] toebehorend(e) EU- en/of Beneluxmerken(en).

2.5.

Bij dagvaarding in kort geding van 18 juli 2016 hebben [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] [eiseres] betrokken in een procedure bij rechtbank Den Haag (C/09/514877 / KG ZA 16-887) tot opheffing van de beslagen en van het ex-parte verbod.

Bij vonnis van 12 augustus 2016 heeft de voorzieningenrechter in die procedure de vorderingen van [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] gedeeltelijk toegewezen. De door [eiseres] ten laste van [gedaagde sub 3] gelegde derdenbeslagen zijn opgeheven voor zover deze zijn gelegd voor een bedrag hoger dan € 5.160,71, het door [eiseres] gelegde beslag tot afgifte is opgeheven voor zover dit is gelegd wegens inbreuk op DYOH merken, en het door de voorzieningenrechter opgelegde ex-parte bevel is opgeheven voor zover dit betrekking heeft op DYOH merken.

2.6.

Enige tijd na het vonnis van 12 augustus 2016 heeft [gedaagde sub 3] haar onderneming gestaakt. [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] zijn bestuurders van een coöperatie met de naam [x] ( [gedaagde sub 1] ). [gedaagde sub 1] verkoopt voedingssupplementen en vitamineproducten onder de merknaam [x] . Deze producten worden aangetrokken van leverancier [naam] te Geleen.

2.7.

Op 18 augustus 2016 heeft [gedaagde sub 1] een brief/mailing verzonden op briefpapier met bovenaan het logo en de letters ‘ [x] ’ aan klanten met – voor zover van belang – de volgende inhoud.

‘(…)

(…) Wij willen wel duidelijk stellen dat deze gang van zaken absoluut niet onze keuze is. Dit is blijkbaar de manier waarop Rath Health Programs en [eiseres] persoonlijk voor hebben gekozen. Ook ik, [eiseres] , heb hier, na bijna 20 jaar samenwerking, zeer veel moeite mee.

Inmiddels is door de rechter, via een kort geding, in ons voordeel beslist en hebben we onze naam en de meeste producten terug. Momenteel kan het dus voorkomen dat u in uw bestelling nog een product met de oude DYOH naam krijgt naast producten met het nieuwe label. Deze oude labels gaan de komende tijd ook nog vervangen worden door een nieuw label. Ook de producten hebben een metamorfose ondergaan, we hebben al de overbodige vulstoffen zoveel mogelijk laten verwijderen, de zoetstoffen eruit gehaald en in sommige gevallen de werkzame stoffen verhoogd. U krijgt op deze manier een veel schoner en zuiverder product, wat prijsmatig ook nog eens voordeliger is dan wat u normaal betaalt.

(…)

U kunt er dus zeker van zijn dat u top kwaliteit producten krijgt die allemaal een verbetering ondergaan hebben ten opzichte van de eerder door ons geleverde producten.

(…)

(…)

Het support team van [x] (voorheen DYOH )’

2.8.

Op 16 september 2016 heeft mr. E.H. Hoogenraad, de toenmalig advocaat van [eiseres] , een brief aan [gedaagde sub 1] verzonden met – voor zover van belang – de volgende inhoud:

‘(…)

1.3.

U hebt vervolgens een mailing (waarvan hierboven in 2.7 een deel is geciteerd, vrzr) verzonden aan uw klantenbestand waarin u melding maakt van de nieuwe merk- en handelsnaam “ [x] ”. In deze mailing vergelijkt u uw producten met die van [eiseres] .

U stelt daarin dat al uw producten een verbetering hebben ondergaan ten opzichte van de eerder door u geleverde ( DYOH ) producten. (…) Daarnaast worden in flyers bij de geleverde producten eveneens stellingen betrokken over zogenaamde verbeteringen ten opzichte van de oude DYOH producten. (…). De boodschap die de ontvanger van de Mailing en de Flyers krijgt is dat uw nieuwe producten daarom beter zijn qua werking en samenstelling dan de producten van [eiseres] die zij eerst door u ( DYOH ) geleverd kregen.

1.4.

Dit is een vorm van vergelijkende en misleidende reclame. Als adverteerder die dergelijke reclame maakt, rust de bewijslast op u.

Ik verzoek, en zonodig sommeer ik u om voor dinsdag 20 september te 13.00 uur met behulp van deugdelijk en objectief bewijs van uw stellingen aan te tonen. Dit wordt hieronder nader toegelicht.

2 Mailing

(…)

A. Algemene vergelijking assortiment “allemaal een verbetering”

2.2.

Hiermee wordt een directe vergelijking met de [eiseres] producten gemaakt. Dat maakt dat u van alle producten die u in uw assortiment aanbiedt, steeds per afzonderlijk product, dient aan te tonen in vergelijking tot het betreffende DYOH product:

a) wat de exacte wijziging inhoudt;

b) waar de gestelde verbetering uit bestaat;

c) dat dit een voor de consument relevante, wezenlijke verbetering betreft;

d) dat en waarom deze wijziging daadwerkelijk een verbetering betreft ten opzichte van het betreffende, eerder door u op de markt gebrachte (van [eiseres] afkomstige) product.

(…)

B. Werkzame stof verhoogd?

2.4.

In de Mailing stelt u tevens:

‘ook de producten hebben een metamorfose ondergaan, we hebben (…) in sommige gevallen de werkzame stoffen verhoogd.

Deze uiting, ook in combinatie met de vorige uiting (“U kunt er dus zeker van zijn dat u topkwaliteit producten krijgt die allemaal een verbetering ondergaan hebben ten opzichte van de eerder door ons geleverde producten”) impliceert dat een verhoogde werkzame stof voor een verbetering van het product zorgt.

2.5.

[eiseres] betwist dat u met het verhogen van werkzame stoffen vanzelfsprekend tot een verbeterd product komt. (…)

C. Overbodige vulstoffen, zoetstoffen – veel schoner en zuiverder

2.6.

In de Mailing stelt u bovendien;

“ook de producten hebben een metamorfose ondergaan, we hebben al de overbodige vulstoffen zoveel mogelijk laten verwijderen, de zoetstoffen eruit gehaald (…). Op deze wijze krijgt u een veel schoner zuiverder product, wat prijsmatig ook nog eens voordeliger is dan wat u normaal betaalt.”

Deze uiting (ook in combinatie de eerste uiting onder 1.1.) impliceert dat, doordat uw producten veel schoner en zuiverder zouden zijn dan de DYOH producten, zij daarmee beter zijn en een betere werking hebben.

2.7.

[eiseres] betwist ten eerste dat de door u genoemde vulstoffen overbodig zijn. (…) De bewijslast om, per product, aan te tonen dat deze stoffen overbodig zouden zijn, rust op u.

(…)

3 Flyers

3.1.

In de Flyers worden diverse claims gemaakt, die hieronder zullen worden toegelicht. Voor deze claims geldt dat zij door de lezer in samenhang met de claims in de Mailing gelezen zullen worden.

D. Subli-Lysine C Complex

3.2.

Voorheen verkocht u als DYOH distributeur het product DYOH LyCin dat van [eiseres] afkomstig was. Nu verkoopt u ter vervanging daarvan aan uw klanten [x] Subli-Lysine C Complex. Aan de bijsluiter van dit product hebt u een flyer toegevoegd getiteld ‘Belangrijke informatie over uw nieuwe product Subli-Lysine C Complex (…)

Daarin claimt u dat:

“de aanpassingen tot stand zijn gekomen na degelijk onderzoek en gesprekken met orthomoleculaire specialisten en gebruikers”.

“door het weglaten van maltodextrine, cellulose, estevia extract en xylitol alle overbodige stoffen zijn weggelaten en dan blijven de werkzame stoffen over (…).

“uw nieuwe product wel dezelfde werking heeft”.

“Iedereen weet ondertussen welke nadelige effecten sommige zoetstoffen en andere vulmiddelen kunnen hebben”.

(…)

3.4. (…).

Bovendien wordt betwist, zie hiervoor onder 3, dat de genoemde stoffen overbodig zouden zijn en dat, zoals in de Mailing door u gesteld, het product hiermee een verbetering heeft ondergaan.

3.5.

Het is daarnaast onrechtmatig en misleidend om te suggereren dat de zoetstoffen en vulmiddelen die in de [eiseres] producten zitten nadelige effecten hebben.

E. Groen Complex

3.6.

In de flyer bij uw nieuwe product Groen Complex (…) stelt u:

Het nieuwe product Groen Complex. Vergelijking van het nieuwe Groen Complex. (…) De door ons gebruikte groene thee extract heeft een hoger percentage Polyfenolen 98% tegenover 80%.

3.7.

Hiermee wekt u bij de gebruiker van het product de stellige indruk dat uw nieuwe product een verbetering ten aanzien van de werking heeft ondergaan ten opzichte van het product dat u voorheen leverde als DYOH Vitacom Phyto. (…) Een verhoging van het percentage polyfenolen zegt echter helemaal niets over de effectieve werking van het product. (…)

F. Subli-D3 Vloeibaar

3.8.

In de flyer bij uw nieuwe product Subli-D3 Vloeibaar dat ter vervanging van het oude product DYOH Vitacom D3 wordt aangeboden, stelt u dat:

“Belangrijke verschillen zijn dat de werkzame stoffen zijn verhoogd:

(…)”

3.9.

Hiermee insinueert u dat door de zogenaamde verhoging van de werkzame stoffen, het nieuwe product ongeveer zes keer effectiever zou zijn dan het oude DYOH product. (…) De geclaimde effectiviteitsverbetering wordt betwist omdat het hier enkel een technische keuze lijkt te betreffen: (…).

G. Subli-Altero

3.10.

In de flyer bij uw nieuwe product Subli-Altero dat er vervanging van het oude product DYOH Arteriforte wordt aangeboden, stelt u:

De stoffen Schellak en maltodextrine worden in dit nieuwe product niet meer gebruikt. De vitamine C is verhoogd van (…) De productie van Subli-Atero Complex gebeurd in Nederland en niet in de VS”.

3.11.

Met deze uiting insinueert u dat het weglaten van schellak en maltodextrine een verbetering van het product en de werking daarvan oplevert. Dit wordt betwist (…)

3.13.

Verder insinueert u ten onrechte dat productie in Nederland (in de flyer vetgedrukt) beter zou zijn dan in de VS, hetgeen betwist wordt. Er is geen enkele reden om dit te stellen, anders dan afbreuk pogen te doen aan de reputatie van [eiseres] .

H. Subli-LyPro C Complex

3.14.

In de flyer bij uw nieuwe product Subli-LyPro C Complex dat er vervanging van het oude product DYOH ProLysinc C wordt aangeboden, stelt u:

De stof Schellak wordt niet meer gebruikt, ook wordt er geen maltodextrine meer gebruikt, kleur en maat is afwijkend. Een ander verschil is dat het in Nederland wordt geproduceerd en niet in de VS”.

3.15.

Wat betreft het weglaten van schellak en maltodextrine en de productie in Nederland wordt verwezen naar paragraaf 3.11 en 3.13 hierboven.

3.16.

U insinueert wederom ten onrechte dat productie in Nederland (in de flyer vetgedrukt) beter zou zijn dan in de VS, hetgeen betwist wordt. Er is geen enkele reden om dit te stellen, anders dan afbreuk pogen te doen aan de reputatie van [eiseres] .

4 Verzoek om bewijs

4.1.

Wij nodigen u uit om mij uiterlijk (…) te voorzien van de hierboven gevraagde bewijzen ten aanzien van uitingen in de hiervoor besproken onderdelen. Als een deugdelijke onderbouwing uitblijft, dan zal [eiseres] daaruit de conclusie trekken dat de uitingen onjuist en misleidend zijn en dat de door u gemaakte vergelijkende reclame onrechtmatig is, zowel jegens consumenten als jegens health care professionals. Deze dienen dan per direct en blijvend gestaakt en gerectificeerd te worden. (…)

(…)

4.3.

[eiseres] behoudt zich het recht voor om in een eventuele procedure de vorderingen te wijzigen en uit te breiden.

(…)’.

2.9.

Bij dagvaarding van 22 september 2016 is [eiseres] de bodemprocedure bij de rechtbank Den Haag gestart in het kader van de door hem gelegde beslagen.

2.10.

Op 7 oktober 2016 hebben [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] namens [gedaagde sub 1] een onthoudingsverklaring en een rectificatie afgegeven en ondertekend met – voor zover van belang – de volgende inhoud:

‘(…)

Neemt het volgende in overweging:

a. (…)

b. De eerste weken na de start van [x] was de online verkoop van haar producten nog niet aangevangen. Zij heeft toen enkel gereageerd op directe verzoeken van klanten die haar benaderden om producten en/of vragen stelden over de gewijzigde naam. Deze klanten hebben een brief ontvangen met informatie over de gewijzigde onderneming (‘de Brief). Bij het betreffende bestelde product ontvingen zij een korte toelichting (‘Flyers’).

c. De brief is onder meer op 18 augustus jl. verzonden. Naar aanleiding van de Brief en Flyers heeft (…), hierna te noemen, [eiseres] , op 16 september 2016 [x] gesommeerd bepaalde uitingen te staken wegens misleidende vergelijkende reclame en een rectificatie te plaatsen (Bijlage I);

d. [x] heeft zich bereid verklaard door het ondertekenen van deze onthoudingsverklaring op de navolgende wijze gehoor te geven aan de sommatie.

Verklaart middels ondertekening van deze verklaring als volgt:

1. [x] verplicht zich jegens [eiseres] te onthouden van de in de sommatie genoemde misleidende vergelijkende reclame uitingen in de Brief en de Flyers en van soortgelijke mededelingen, in relatie tot de [x] producten.

2. [x] zal binnen 10 werkdagen na ondertekening van de Onthoudingsverklaring onderstaande rectificatie versturen aan de personen die de Brief dan wel de Flyers hebben ontvangen. (…)

Rectificatie wegens misleidende vergelijkende reclame

Geachte heer, mevrouw

Recentelijk hebben wij nieuwe producten op de markt gebracht.

In onze brief van 18 augustus jl. hebben wij op onrechtmatige wijze onze nieuwe producten vergeleken met de producten afkomstig van [eiseres] .

Wij hebben in de brief en in productflyers ten onrechte gezegd dat al onze producten een verbetering zijn ten opzichte van de eerder door ons voor [eiseres] verkochte producten.

Ook hebben wij ten onrechte de indruk gewekt dat onze producten zuiverder en schoner zijn, en een betere werking hebben.

Daarom sturen wij u deze brief.

Hoogachtend,

(…)”.

3. [x] zal binnen 10 werkdagen na ondertekening een schriftelijke opgave doen van de namen en adressen van de personen die de Brief dan wel de Flyers hebben ontvangen aan het advocatenkantoor van [eiseres] (…)

4. [x] verplicht zich een onmiddellijk opeisbare boete te betalen van € 250, (…) voor iedere dag dat [x] geheel of gedeeltelijk het bedoelde onder punt 1 en/of 2 overtreedt (…).

(…)’.

2.11.

Bij brief van 31 oktober 2016 wendt mr. Blaauw zich namens [eiseres] tot [gedaagde sub 1] met – voor zover van belang – het volgende:

‘(…)

Ik treed op voor [eiseres] B.V. (…), u welbekend. Zij heeft geconstateerd dat Coöperatie [x] U.A. (hierna: [x] ) in advertenties in het blad Spiegelbeeld Magazine (editie oktober en november 2016) en op verschillende slides op de thuispagina van de eigen website adverteert met de mededeling dat [x] Producten “100% natuurlijk” zouden zijn.

(…)

(…)

Op grond van artikel 6:195 BW rust op degene die eigenschappen pretendeert ten aanzien van door hem verkochte producten de bewijslast van het bestaan van die eigenschappen.

Gelet op artikel 6:195 BW verzoek ik u om mij onderbouwd informatie te verschaffen welke onomstotelijk aantonen dat de producten 100% natuurlijk zouden zijn: meer specifiek met betrekking tot:

(…)’.

2.12.

Op 14 november 2016 hebben [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] namens [gedaagde sub 1] een tweede onthoudingsverklaring – in aanvulling op de onthoudingsverklaring van 7 oktober 2016 – uitgegeven en ondertekend met voor zover van belang – de volgende inhoud –:

‘(…)

c. [x] vervolgens op 7 oktober 2016 een onthoudingsverklaring heeft ondertekend waarin zij onder meer verklaart een rectificatie te zullen versturen en opgave te zullen doen (Bijlage A)

d. Blijkens de zitting in kort geding van 11 oktober 2016 (betreffende een andere kwestie) [eiseres] deze onthoudingsverklaring onvoldoende achtte om toe te zeggen geen kort geding procedure aanhangig te zullen maken, waarbij ter zitting als bezwaar het ontbreken van een boete op de opgave en controle van de opgave is genoemd; waarop door [x] is aangegeven dat zij bereid is hier aan tegemoet te komen ten einde een procedure te voorkomen;

(…)

k. [x] zich bereid heeft verklaard door het ondertekenen van deze onthoudingsverklaring op de navolgende wijze gehoor te geven aan het gevorderde in de concept kort geding dagvaarding van 17 oktober 2016.

Verklaart middels ondertekening van deze verklaring als volgt:

1. [x] verplicht zich jegens [eiseres] zich te onthouden van de in de concept kort geding dagvaarding van 17 oktober 2016 genoemde misleidende vergelijkende reclame uitingen in de Brief en de Flyers en van soortgelijke mededelingen, in relatie tot de [x] producten;

2. [x] heeft op 20 en 21 oktober 2016 de rectificatie gedateerd op 7 oktober jl. verstuurd aan de personen die de Brief dan wel de Flyers hebben ontvangen, conform punt 2 van de Onthoudingsverklaring van 7 oktober 2016;

3. [x] heeft op 21 oktober 2016 de schriftelijke opgave gedaan aan het advocatenkantoor van [eiseres] conform punt 3 van de Onthoudingsverklaring van 7 oktober 2016, waarvan ter controle het Proces Verbaal is opgemaakt, welke is aangehecht als Bijlage D, en waarop ter toelichting een aanvullende verklaring is afgegeven door werknemers en de accountant van [x] , aangehecht als Bijlage E;

4. [x] verplicht zich een onmiddellijk opeisbare boete te betalen van € 250 (…) voor iedere dag dat [x] geheel of gedeeltelijk het bedoelde onder punt 1 van Onthoudingsverklaring II en het bedoelde onder punt 3 van de Onthoudingsverklaring van 7 oktober 2016 overtreedt, met een maximum van € 15.000 (…);

(…)’.

2.13.

In het bij de Onthoudingsverklaring II als bijlage D gehechte op verzoek van [gedaagde sub 1] door deurwaarder J.M.A van Ras opgemaakte proces-verbaal van 20 oktober 2016 is aangegeven dat [gedaagde sub 1] een lijst heeft opgesteld die als productie 2 aan het proces-verbaal is gehecht. Op deze lijst staan de namen en adressen van 54 klanten van wie [gedaagde sub 1] tegenover de deurwaarder heeft verklaard dat zij de brief/mailing van 18 augustus 2016 en de flyers hebben ontvangen. Aan deze klanten is de door [gedaagde sub 1] opgestelde rectificatiebrief van 7 oktober 2016 verzonden.

2.14.

Op 25 november 2016 hebben [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] namens [gedaagde sub 1] een onthoudingsverklaring ondertekend met – voor zover van belang – de volgende inhoud:

‘(…)

a. [x] heeft op haar website onder de domeinnaam www. [eiseres] ’sfirstchoice.com de tekst ‘100% natuurlijk’ gebruikt ter beschrijving van haar producten. [x] heeft een advertentie geplaatst voor haar producten in het tijdschrift Spiegelbeeld Magazine die is geplaatst in de edities oktober en november 2016 waarin de tekst ‘100% Natuurlijk’ is gebruikt. (…) hierna gezamenlijk genoemd de “100% Natuurlijk Uitingen”.

(…)

e. [x] zal door middel van deze verklaring bevestigen dat zij zich van de in par. 11.7-11.14 van de Dagvaarding (bedoeld is de dagvaarding van 21 november 2016 in het onderhavig kort geding, vrzr) genoemde uitingen heeft en zal onthouden, behoudens het bepaalde in artikel 3 van de Onthoudingsverklaring.

Verklaart middels ondertekening van deze verklaring als volgt:

1. [x] zal zich onthouden van de in de Dagvaarding in par. 11.7-11.14 omschreven mededelingen bestaande uit de tekst ‘100% Natuurlijk’ ter beschrijving van het huidige assortiment [x] producten, behoudens het bepaalde in artikel 3.

2. [x] verplicht zich jegens [eiseres] een onmiddellijk opeisbare boete te betalen van € 250 (…) voor iedere dag dat [x] geheel of gedeeltelijk het bedoelde onder punt 1 van de Onthoudingsverklaring overtreedt met een maximum van € 15.000 (…).

3. Artikel 1 laat onverlet de mogelijke toekomstige situatie dat [x] de beschrijving 100% Natuurlijk gebruikt ter beschrijving van één of meerdere [x] producten en zij ten aanzien van die mededeling(en) en betreffend(e) product(en) de juistheid kan bewijzen in de zin van art. 6:195 BW.

(…)’.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] heeft zijn eis gewijzigd en vordert thans samengevat -:

I. [gedaagden] te veroordelen zich met onmiddellijke ingang te onthouden van het openbaar maken of laten maken van een of meer van de in het lichaam van de dagvaarding genoemde onrechtmatige claims met nummers 1 tot en met 7, en/of 8 en/of 9 en/of 10: “100% natuurlijk” en/of soortgelijke mededelingen van gelijke strekking of inhoud, in relatie tot de [gedaagde sub 1] producten;

II. [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] te bevelen binnen 48 uur na betekening van dit vonnis aan haar gehele adressenbestand, inclusief aan het gehele klantenbestand dat door [eiseres] aan gedaagden is verstrekt in het kader van de distributie van de [eiseres] producten een rectificatiebrief te (laten) verzenden, op eigen kosten, zonder begeleidend commentaar, zonder nadere bijschriften/afbeeldingen, op het gebruikelijke briefpapier van [gedaagde sub 1] , en voorzien van de naam en handtekening van [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] , met de volgende inhoud:

Rectificatie wegens misleidende reclame

In het recente verleden hebt u producten van ons bedrijf gekocht of hebt u advertenties voor onze producten gezien en gelezen. In onze brochures, de flyers, brieven, op de labels van onze producten, in advertenties en op onze website hebben wij beweerd dat onze producten verschillende voordelen opleveren – waaronder gezondheidsvoordelen – ten opzichte van producten van andere producenten.

Met deze brief informeren wij u dat meerderde van onze beweringen niet juist zijn en dat het misleidend is om deze te gebruiken. De rechtbank heeft geoordeeld dat wij hiermee onrechtmatig hebben gehandeld en heeft ons bevolen om deze onjuiste beweringen te rectificeren:

Ten onrechte hebben wij beweerd:

- dat onze producten beter en effectiever zijn dan soortgelijke producten van andere producenten. Deze bewering is niet juist, aangezien we dit niet hebben geverifieerd met enig onderzoek.

- dat onze producten het resultaat zijn van degelijk onderzoek. Wij hebben de onjuiste indruk gewekt dat onze producten zijn gevalideerd door wetenschappelijk onderzoek. Wij hebben geen enkel wetenschappelijk onderzoek laten uitvoeren met betrekking tot onze producten.

- dat onze producten zuiverder en schoner zouden zijn dan de producten van andere producenten. Wij hebben geen enkel bewijs om deze bewering te staven.

- dat onze producten ‘100% natuurlijk’ zouden zijn. Wij maken gebruik van synthetisch geproduceerde ingrediënten en wij passen kunstmatige processen toe om onze producten te produceren. Onze producten zijn dus niet ‘100% natuurlijk’.

Wij hebben deze onjuiste en onrechtmatige beweringen ook geuit tijdens telefonische verkoopacties naar potentiele klanten, om te proberen hen ervan te overtuigen om over te stappen van hun gebruikelijke producten naar onze producten.

Wij nemen al deze bovenstaande beweringen terug, omdat ze ongegrond en niet juist zijn en misleidend zijn voor het publiek, afnemers en potentiele klanten.

Hoogachtend,

[x] U.A.

[eiseres] [gedaagde sub 4]

[gedaagde sub 5] ”

danwel een rectificatiebrief met een tekst die de voorzieningenrechter passend acht, en daarbij een direct afschrift te sturen aan mr. Blaauw;

III. [gedaagde sub 1] , [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] te bevelen binnen 7 dagen na betekening van dit vonnis aan de advocaat van [eiseres] een volledig overzicht te verstrekken – op volledigheid en juistheid ten aanzien van alle reclame-uitingen door een extern accountant gecontroleerd – aan wie de bovengenoemde mailing en/of flyers met een of meer van de boven omschreven misleidende mededelingen is verzonden;

IV. [gedaagde sub 1] te bevelen binnen 24 uur na betekening van dit vonnis een rectificatietekst met de inhoud van de rectificatiebrief zoals hierboven onder II is weergegeven, openbaar te maken op de openingspagina van de website [x] gedurende een onafgebroken periode van drie maanden, bovenaan de pagina, goed leesbaar (zonder te scrollen), gecentreerd, in zwarte letters met lettertype Arial 12 tegen een witte achtergrond, met een duidelijke rand geëncadreerd in een vlak van minstens 10 bij 10 centimeter bemeten op een 17 inch beeldscherm en bij een resolutie van 1024 x 768 picels, met vetgedrukt kopje, zonder begeleidend commentaar of weglatingen en zonder nadere bijschriften/afbeeldingen, en zonder een andere [x] of [gedaagde sub 2] of [Z] advertentie in nabijheid;

V. Binnen 1 week na betekening van dit vonnis de rectificatie zoals weergegeven onder II zonder begeleidend commentaar,zonder nadere bijschriften/afbeeldingen, goed leesbaar, in zwarte letters, in een soortgelijke opmaak als de oorspronkelijke advertentie, en voorzien van het [x] woordbeeldmerk met logo met lettertype van minimaal Arial 14 tegen een witte achtergrond, met een duidelijke rand geëncadreerd, op een hele pagina op de achterzijde van het eerstvolgende nummer van Spiegelbeeld magazine;

VI. Een en ander op straffe van de in de dagvaarding genoemde dwangsom en met veroordeling van [gedaagden] in de kosten van deze procedure.

3.2.

Aan bovenstaande vorderingen legt [eiseres] – zakelijk weergegeven – het volgende ten grondslag. [gedaagden] heeft de consument misleid over de kwaliteiten van haar eigen producten ten opzichte van die van [eiseres] . Zij heeft zich bovendien ten onrechte negatief en onnodig denigrerend uit gelaten over de producten van [eiseres] . Ook al heeft [gedaagde sub 1] deze uitlatingen inmiddels gestaakt, [eiseres] heeft nog steeds belang bij haar vordering aan [gedaagden] een verbod op te leggen, zodat zij zich in de toekomst niet meer schuldig maakt aan dergelijke onrechtmatige uitlatingen, en het is van belang klanten een rectificatiebrief toe te sturen zodat zij ervan kennis kunnen nemen dat door [gedaagden] in het verleden onjuiste en misleidende reclame naar buiten is gebracht.

[eiseres] licht deze grondslag nader toe aan de hand van tien in de dagvaarding genoemde ‘claims’.

3.3.

[gedaagde sub 1] voert verweer waarop hierna, voor zover van belang, nader zal worden ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Vragen die in dit kort geding moeten worden beantwoord zijn, of [gedaagden] zich tegenover [eiseres] schuldig heeft gemaakt aan misleidende en/of onrechtmatige vergelijkende reclame-uitingen, zij moet worden veroordeeld tot het bekend maken van de door [eiseres] voorgestelde rectificatie-tekst en tot het zich onthouden van het openbaar maken van de door [eiseres] in de dagvaarding genoemde claims.

4.2.

Tussen partijen staat niet ter discussie dat [gedaagde sub 1] zich in een mailing en op een flyer over haar producten naar klanten toe heeft geuit in een vorm van vergelijkende reclame (producten van [gedaagde sub 1] tegenover die van [eiseres] ) in de zin van artikel 6:194a BW. Een dergelijke vorm van reclame is slechts geoorloofd indien daarbij wordt voldaan aan de in het tweede lid van artikel 6:194a BW onder sub a tot en met h genoemde voorwaarden. De reclame mag, kort gezegd, niet misleidend zijn en dient op objectieve wijze één of meer wezenlijke, relevante, controleerbare en representatieve kenmerken van de vergeleken goederen of diensten met elkaar te vergelijken, het mag bij de gemiddeld geïnformeerde, omzichtige en oplettende afnemer van de betrokken systemen en / of producten niet tot verwarring tussen concurrenten leiden, het mag geen oneerlijk voordeel opleveren ten gevolge van de bekendheid van een concurrent en de reclame mag niet de goede naam schaden van een concurrent of zich kleinerend uitlaten over de concurrent.

4.3.

De inhoud van de Mailing van [gedaagde sub 1] (in bovenstaande feiten onder 2.7 deels geciteerd) voldoet naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet aan de in bovenstaande overweging 4.2. weergegeven voorwaarden waaronder er sprake zou zijn van geoorloofde vergelijkende reclame.

De informatie over de [gedaagde sub 1] -producten op de Flyers is kennelijk correct weergegeven in de brief van 16 september 2016 van [eiseres] (bovenstaand in 2.8. van feiten deels geciteerd) aangezien [gedaagden] deze weergave niet heeft betwist. Eén van de stellingen in de Flyers die [eiseres] in de brief noemt is de stelling dat de nieuwe producten dezelfde werking hebben als de oude, terwijl ‘overbodige stoffen’ zijn weggelaten. Van deze stelling heeft [eiseres] in de brief bewijs gevraagd, maar dit bewijs heeft [gedaagde sub 1] niet geleverd, zodat ook deze reclameuitingen als ongeoorloofd vergelijkend dan wel misleidend kunnen worden aangemerkt.

Kennelijk geeft [gedaagde sub 1] ook toe dat de Mailing en de Flyers bij haar producten ongeoorloofde vergelijkende reclame en misleidende mededelingen bevatten aangezien zij stelt dat zij, in reactie op de sommatiebrief van [eiseres] van 16 september 2016, direct heeft aangeboden een rectificatie te sturen. Op 7 oktober 2016 heeft [gedaagde sub 1] ook daadwerkelijk de (eerste) onthoudingsverklaring en de daarbij gegeven rectificatie opgesteld en ondertekend.

Deze reactie impliceert naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat [gedaagde sub 1] de juistheid erkent van de in de sommatiebrief van 16 september 2016 door middel van de in die brief genoemde onderwerpen aan haar geadresseerde aantijgingen. De voorzieningenrechter constateert voorts dat de eerste acht van de tien in de dagvaarding genoemde ‘claims’ overeenkomen met de onderwerpen onder A t/m H, die zijn genoemd in de brief van 16 september 2016 van [eiseres] .

Bovenstaande overwegingen leiden er in het kader van het onderhavige geschil toe dat als uitgangspunt geldt dat de eerste acht in de dagvaarding genoemde ‘claims’terecht aan [gedaagden] verweten worden, zodat met toepassing van artikel 6:196 BW de door [eiseres] gevraagde rectificatie en onthoudingsverklaring voor zover het die claims betreft in beginsel kunnen worden toegewezen.

4.4.

[gedaagde sub 1] heeft aangevoerd, dat zij met de twee onthoudingsverklaringen en de in het kader van die verklaringen opgestelde en verzonden rectificatiebrief reeds tegemoet is gekomen aan de eisen van [eiseres] zoals die in eerste instantie bij de dagvaarding zijn ingesteld, zodat [eiseres] geen belang heeft bij zijn vordering. De voorzieningenrechter volgt [gedaagde sub 1] niet in haar stelling. De rectificatiebrief die met de onthoudingsverklaringen is verzonden, is opgesteld door [gedaagden] zelf en wijkt af van de inhoud van de rectificatie zoals die volgens [eiseres] ’s gewijzigde eis moet komen te luiden. Verder vordert [eiseres] [gedaagden] te veroordelen deze brief te verzenden naar het hele klantenbestand, terwijl de door [gedaagde sub 1] opgestelde rectificatiebrief is verzonden naar de door haar opgegeven 54 klanten in de lijst in het proces-verbaal bij de tweede onthoudingsverklaring. Ook de vordering ten aanzien van de onthoudingsverklaringen wijkt, reeds ten aanzien van de gevorderde dwangsom, af van de boete die [gedaagde sub 1] in haar onthoudingsverklaringen heeft toegezegd.

[eiseres] heeft dus belang bij de beoordeling van zijn vorderingen die afwijken van hetgeen [gedaagde sub 1] tot op heden heeft ondernomen.

Op de vraag in hoeverre [gedaagde sub 1] , dan wel [gedaagden] zal worden veroordeeld de tekst van de rectificatie zoals [eiseres] die heeft opgesteld in zijn gewijzigde eis geheel over te nemen en naar welke klanten deze zal moeten worden verzonden, en op straffe van welke dwangsom, wordt hierna in gegaan.

4.5.

Naast de in de dagvaarding genoemde claims 1 t/m 8, heeft [eiseres] gesteld dat [gedaagde sub 1] een groot aantal gebruikers van de [eiseres] producten telefonisch heeft benaderd en daarbij heeft getracht deze gebruikers over te doen stappen naar producten van [gedaagde sub 1] . Volgens [eiseres] heeft [gedaagde sub 1] in deze telefoongesprekken hetzelfde standpunt ingenomen als in de brief en de flyers, namelijk dat de producten beter en goedkoper waren dan de producten die DYOH als distributeur (van de producten van [eiseres] ) leverde.

[gedaagden] heeft betwist dat zij klanten op deze manier en met zulke mededelingen benaderd heeft.

De voorzieningenrechter is van oordeel dat deze stelling, voor zover al zou komen vast te staan dat [gedaagden] telefonisch klanten van [eiseres] heeft benaderd, voor de vraag of de in dit kort geding voorliggende vorderingen zullen worden toegewezen, niet relevant is. De vorderingen die ter beoordeling voorliggen zien immers op een verbod op en op het rectificeren van misleidende en onrechtmatige vergelijkende reclame-uitingen in advertenties, brochures, flyers, brieven en labels of op de website ex artikel 6:194 lid 1 BW en artikel 6:194a BW. Deze wettelijke bepalingen zien niet op uitingen voor zover deze zijn gericht op een indvidu, zodat eventuele telefonische contacten van [gedaagden] met klanten niet met toepassing van artikel 6:196 BW kunnen worden verboden dan wel gerectificeerd.

4.6.

De laatste ‘claim’ ziet op de, volgens [eiseres] onterechte, mededeling van [gedaagde sub 1] over haar producten in advertenties in het blad ‘Spiegelbeeld Magazine’ en op de homepage van haar eigen website, dat deze ‘100% natuurlijk’ zijn. Hiervan heeft [eiseres] gesteld dat deze reclameuiting misleidend is omdat deze uiting niet klopt en [gedaagde sub 1] niet kan bewijzen dat haar producten daadwerkelijk volledig natuurlijk zijn.

In artikel 6:194 BW is bepaald, dat iemand door het openbaar (doen) maken van een reclamemededeling onrechtmatig handelt jegens een ander in de uitoefening van zijn bedrijf, indien deze mededeling in een of meer opzichten misleidend is, zoals ten aanzien van: a. de aard, samenstelling, hoeveelheid, hoedanigheid, eigenschappen of gebruiksmogelijkheden.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het aannemelijk dat de vermelding door [gedaagde sub 1] bij haar producten van de term ‘100% natuurlijk’ door de gemiddelde consument zal worden opgevat als dat de producten van [gedaagde sub 1] zuiver natuurlijke producten zijn. Nu [gedaagde sub 1] zich heeft bediend van deze term, terwijl [eiseres] aan de juistheid daarvan twijfelt, dient [gedaagde sub 1] te bewijzen dat haar producten 100% natuurlijk zijn.

[gedaagden] heeft aangevoerd dat de term ‘100% natuurlijk’ door meerdere verkopers van voedingssuplementen wordt gebruikt, maar heeft de stelling van [eiseres] , dat de term 100% natuurlijk voor alle in de advertentie vermelde [gedaagde sub 1] -producten werd gebruikt, terwijl zij niet kan bewijzen dat de producten daadwerkelijk 100% natuurlijk zijn, niet betwist.

Ook gelet op de inhoud van de derde onthoudingsverklaring van [gedaagden] , die betrekking heeft op de uiting ‘100% natuurlijk’ en met name gelet op de laatste overweging in deze verklaring, dat [gedaagde sub 1] zich het recht voorbehoudt om gebruik te maken van deze uiting indien zij de juistheid van die mededeling kan bewijzen in de zin van artikel 6:195 BW, geeft [gedaagden] toe dat de mededeling dat haar producten ‘100% natuurlijk’ zijn, (voorshands) misleidend is en dat zij de juistheid van deze mededeling (vooralsnog) niet kan bewijzen.

4.7.

Gelet op bovenstaande overwegingen zal de voorzieningenrechter op grond van artikel 6:196 BW het door [eiseres] gevorderde verbod en de rectificatie ten aanzien van claims 1 t/m 8 en de uiting ‘100% natuurlijk’ opleggen.

De vorderingen worden dan ook toegewezen, met inachtneming van het hiernavolgende.

De vorderingen voor zover die zijn gericht tegen [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2] worden afgewezen, nu niet is gebleken dat deze gedaagden de ongeoorloofde vergelijkende en misleidende reclame-uitingen hebben gedaan.

Voor de veroordeling van [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] in privé bestaat voorshands geen aanleiding aangezien alle uitingen van ongeoorloofde vergelijkende reclame en misleidende reclame zijn gedaan door en namens de rechtspersoon [gedaagde sub 1] en niet door [gedaagde sub 4] en [gedaagde sub 5] in privé.

4.8.

De voorzieningenrechter ziet aanleiding de tekst van de door [eiseres] voorgestelde rectificatiebrief enigszins aan te passen en zal [gedaagde sub 1] veroordelen tot het verzenden van een rectificatiebrief met de volgende inhoud:

rectificatie wegens misleidende vergelijkende reclame

In het recente verleden hebt u producten van ons bedrijf gekocht of hebt u (mogelijk) advertenties voor onze producten gezien en gelezen. In onze brochures, de flyers, brieven, op de labels van onze producten, in advertenties en op onze website hebben wij beweerd dat onze producten verschillende voordelen opleveren – waaronder gezondheidsvoordelen – ten opzichte van producten van andere producenten.

Met deze brief informeren wij u dat meerdere van onze beweringen niet juist zijn en dat de rechtbank heeft geoordeeld dat het misleidend is om deze te gebruiken. De rechtbank heeft geoordeeld dat wij hiermee onrechtmatig hebben gehandeld en heeft ons bevolen om deze onjuiste beweringen te rectificeren:

Ten onrechte hebben wij beweerd:

- dat onze producten beter en effectiever zijn dan soortgelijke producten van andere producenten.

- dat onze producten het resultaat zijn van degelijk onderzoek.

- dat onze producten zuiverder en schoner zouden zijn dan de producten van andere producenten.

- dat onze producten ‘100% natuurlijk’ zouden zijn. Wij maken gebruik van synthetisch geproduceerde ingrediënten en wij passen kunstmatige processen toe om onze producten te produceren. Onze producten zijn dus niet ‘100% natuurlijk’.

Hoogachtend,

[x] U.A.

[eiseres] [gedaagde sub 4]

[gedaagde sub 5] ”

4.9.

De vordering van [eiseres] om [gedaagden] te veroordelen deze brief aan haar gehele klantenbestand te verzenden wordt afgewezen omdat niet aannemelijk is dat [gedaagde sub 1] de mailing en de flyers waarin de ongeoorloofde vergelijkende reclame-uitingen werden gedaan aan haar volledige klantenbestand heeft verzonden.

[eiseres] heeft gevorderd [gedaagden] te veroordelen aan de advocaten van [eiseres] een – op volledigheid en juistheid ten aanzien van alle reclame-uitingen door een extern accountant gecontroleerd – overzicht te verstrekken van de klanten aan wie de mailing en/of de flyers met de vergelijkende reclame-uitingen zijn verzonden. Deze vordering zal voor zover het [gedaagde sub 1] betreft worden toegewezen. De voorzieningenrechter zal voorts [gedaagde sub 1] veroordelen tot het verzenden van de rectificatiebrief aan de klanten op het hiervoor bedoelde overzicht, tot het plaatsen van deze rectificatiebrief op haar website en tot het plaatsen van deze rectificatiebrief op de achterzijde van het eerstvolgende nummer van Spiegelbeeld magazine, een en ander zoals gevorderd.

Ook het door [eiseres] gevorderde verbod aan [gedaagden] om zich te onthouden van het openbaar maken van de misleidende en/of ongeoorloofde vergelijkende reclame-uitingen in relatie tot de [gedaagde sub 1] -producten wordt toegewezen ten aanzien van [gedaagde sub 1] .

De gevorderde dwangsom zal worden gematigd en aan een maximum worden gebonden zoals hierna bepaald.

4.10.

[gedaagde sub 1] zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [eiseres] begroot op:

dagvaardingskosten € 98,01

salaris advocaat € 816,00

griffiegeld € 619,00

Totaal € 1.533,01

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1.

gebiedt [gedaagde sub 1] zich te onthouden van het openbaar (laten) maken van een of meer van de in de dagvaarding genoemde claims 1 tot en met 8 en/of van de claim ‘100% natuurlijk’ en/of van soortgelijke mededelingen van gelijke strekking of inhoud in relatie tot de [gedaagde sub 1] - producten;

5.2.

bepaalt dat [gedaagde sub 1] een dwangsom verbeurt van € 10.000,- voor iedere keer dat zij in strijd handelt met het gebod onder 5.1,

5.3.

gebiedt [gedaagde sub 1] om binnen 21 dagen na betekening van dit vonnis aan de advocaat van [eiseres] een door een extern accountant gecontroleerd overzicht te verstrekken met daarop de namen van de klanten aan wie de mailing van 18 augustus 2016 en/of de flyers met de ongeoorloofde vergelijkende reclame-uitingen zoals bedoeld in claims 1 tot en met 8 zijn geuit;

5.4.

bepaalt dat [gedaagde sub 1] een dwangsom verbeurt van € 500,- voor iedere dag dat zij geen gevolg geeft aan het gebod in 5.3., tot een maximum van € 50.000,-;

5.5.

gebiedt [gedaagde sub 1] binnen 5 dagen na betekening van dit vonnis een rectificatie brief met de inhoud zoals hierboven in overweging 4.8 is weergegeven, zonder begeleidend commentaar, zonder nadere bijschriften/afbeeldingen, op het gebruikelijke briefpapier van [x] en voorzien van de naam en handtekening van [gedaagde sub 5] en [gedaagde sub 4] op eigen kosten te (laten) verzenden naar de klanten die de mailing van 18 augustus 2016 en/of de flyer hebben ontvangen;

5.6.

bepaalt dat [gedaagde sub 1] een dwangsom verbeurt van € 500,- voor iedere dag dat zij geen gevolg geeft aan het gebod in 5.5. tot een maximum van € 50.000,-;

5.7.

gebiedt [gedaagde sub 1] binnen 5 dagen na betekening van dit vonnis de rectificatiebrief zoals hierboven in overweging 4.8 is weergegeven, openbaar te maken op de openingspagina van de website www.lizzysfirstchoice.nl gedurende een onafgebroken periode van drie maanden, bovenaan de pagina, goed leesbaar (zonder te scrollen), gecentreerd, in zwarte letters met lettertype Arial 12 tegen een witte achtergrond, met een duidelijke rand geëncadreerd in een vlak van minstens 10 bij 10 centimeter bemeten op een 17 inch beeldscherm en bij een resolutie van 1024 x 768 pixels, met vetgedrukt kopje, zonder begeleidend commentaar of weglatingen en zonder nadere bijschriften/afbeeldingen, en zonder een andere [x] of [gedaagde sub 2] of [Z] advertentie in de nabijheid;

5.8.

bepaalt dat [gedaagde sub 1] een dwangsom verbeurt van € 500,- voor iedere dag dat zij geen gevolg geeft aan het gebod in 5.7. tot een maximum van € 50.000,-;

5.9.

gebiedt [gedaagde sub 1] de rectificatiebrief zoals weergegeven onder overweging 4.8 na betekening van dit vonnis zonder begeleidend commentaar, zonder nadere bijschriften/afbeeldingen, goed leesbaar, in zwarte letters, in een soortgelijke opmaak als de oorspronkelijke advertentie, en voorzien van het [x] woordbeeldmerk met logo met lettertype van minimaal Arial 14 tegen een witte achtergrond, met een duidelijke rand geëncadreerd, op een hele pagina op de achterzijde van het eerstvolgende nummer van Spiegelbeeld magazine te (doen) plaatsen;

5.10.

bepaalt dat [gedaagde sub 1] een dwangsom verbeurt van € 20.000,- in het geval zij geen gevolg geeft aan het gebod in 5.9;

5.11.

veroordeelt [gedaagde sub 1] in de proceskosten van deze procedure, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 1.533,01;

5.12.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

5.13.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Loesberg en in het openbaar uitgesproken op

29 december 2016.