Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2016:7193

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
29-12-2016
Datum publicatie
29-12-2016
Zaaknummer
01/879606-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Brigadier van politie veroordeeld voor vijfmaal: opzettelijke schending van een ambtsgeheim. Art. 272 Wetboek van Strafrecht.

Opgelegd wordt een taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis met aftrek van voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met een proeftijd van twee jaren.

Eis van de officier van justitie: gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/879606-15

Datum uitspraak: 29 december 2016

Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1970] ,

wonende te [adresgegevens] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 15 december 2016.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 18 november 2016.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 30 januari 2015 tot en met 11 februari 2015 te Eindhoven, in elk geval in Nederland,

(telkens) een of meer geheim(en) waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat hij uit hoofde van ambt, te weten ambtenaar van politie en/of wettelijk voorschrift, te weten artikel 7 van de Wet politiegegevens, verplicht was het/ze te bewaren, opzettelijk heeft geschonden,

immers heeft hij, verdachte, toen en daar met dat opzet

in het politiesysteem BVI-IB en/of een of meer andere (daaraan gekoppelde) (politie)syste(e)m(en) en/of (politie)register(s) gezocht naar politiegegevens (als bedoeld in artikel 1 van de Wet politiegegevens) met betrekking tot de personen [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en vervolgens (een deel van) die politiegegevens - onder meer betrekking hebbende op antecedenten van en/of toegepaste (vrijheidsbenemende) dwangmiddelen tegen en/of inbeslagname van goederen onder die [betrokkene 1] en [betrokkene 2] - verstrekt en/of bekend gemaakt, al dan niet via (een) derde(n), aan [betrokkene 3] , in elk geval aan (een) perso(o)n(en), die niet gerechtigd was/waren tot kennisname van die/dat geheim(en);

2.

hij in of omstreeks de periode van 14 april 2014 tot en met 8 september 2014 te Eindhoven, in elk geval in Nederland,

(telkens) een of meer geheim(en) waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat hij uit hoofde van ambt, te weten ambtenaar van politie en/of wettelijk voorschrift, te weten artikel 7 van de Wet politiegegevens, verplicht was het/ze te bewaren, opzettelijk heeft geschonden,

immers heeft hij, verdachte, toen en daar met dat opzet

in het politiesysteem BVI-IB en/of een of meer andere (daaraan gekoppelde) (politie)syste(e)m(en) en/of (politie)register(s) gezocht naar politiegegevens (als bedoeld in artikel 1 van de Wet politiegegevens) met betrekking tot de persoon [betrokkene 4] en vervolgens (een deel van) die politiegegevens - betrekking hebbende in (een) (politie)syste(e)m(en) en/of (politie)register(s) geregistreerde antecedenten (waaronder verkrachting) van die [betrokkene 4] - verstrekt en/of bekend gemaakt, al dan niet via (een) derde(n), aan [betrokkene 3] , in elk geval aan (een) perso(o)n(en), die niet gerechtigd was/waren tot kennisname van die/dat geheim(en);

3.

hij in of omstreeks de periode van 28 januari 2015 tot en met 29 januari 2015 te Eindhoven, in elk geval in Nederland,

(telkens) een of meer geheim(en) waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat hij uit hoofde van ambt, te weten ambtenaar van politie en/of wettelijk voorschrift, te weten artikel 7 van de Wet politiegegevens, verplicht was het/ze te bewaren, opzettelijk heeft geschonden,

immers heeft hij, verdachte, toen en daar met dat opzet

in het politiesysteem BVI-IB en/of een of meer andere (daaraan gekoppelde) (politie)syste(e)m(en) en/of (politie)register(s) gezocht naar politiegegevens (als bedoeld in artikel 1 van de Wet politiegegevens) met betrekking tot de persoon [betrokkene 5] en vervolgens (een deel van) die politiegegevens - betrekking hebbende op een aanhouding (op 28 januari 2015) van die [betrokkene 5] en/of een door die [betrokkene 5] na die aanhouding bij de politie afgelegde verklaring - verstrekt en/of bekend gemaakt, al dan niet via (een) derde(n), aan [betrokkene 6] , in elk geval aan (een) perso(o)n(en), die niet gerechtigd was/waren tot kennisname van die/dat geheim(en);

4.

hij in of omstreeks de periode van 6 november 2014 tot en met 25 november 2014 te Eindhoven, in elk geval in Nederland,

(telkens) een of meer geheim(en) waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat hij uit hoofde van ambt, te weten ambtenaar van politie en/of wettelijk voorschrift, te weten artikel 7 van de Wet politiegegevens, verplicht was het/ze te bewaren, opzettelijk heeft geschonden,

immers heeft hij, verdachte, toen en daar met dat opzet

in het politiesysteem BVI-IB en/of een of meer andere (daaraan gekoppelde) (politie)syste(e)m(en) en/of (politie)register(s) gezocht naar politiegegevens (als bedoeld in artikel 1 van de Wet politiegegevens) met betrekking tot de persoon [betrokkene 7]

en vervolgens (een deel van) die politiegegevens - betrekking hebbende op geregistreerde antecedenten van die [betrokkene 7] en/of geregistreerde incidenten waarbij die [betrokkene 7] betrokken was - verstrekt en/of bekend gemaakt, al dan niet via (een) derde(n), aan [betrokkene 3] , in elk geval aan (een) perso(o)n(en) die niet gerechtigd, die niet gerechtigd was/waren tot kennisname van die/dat geheim(en);

5.

hij op of omstreeks 19 juni 2015 te Nes, gemeente Ameland, althans in de gemeente Ameland, in elk geval in Nederland,

(telkens) een of meer geheim(en) waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat hij uit hoofde van ambt, te weten ambtenaar van politie en/of wettelijk voorschrift, te weten artikel 7 van de Wet politiegegevens, verplicht was het/ze te bewaren, opzettelijk heeft geschonden,

door politiegegevens (als bedoeld in artikel 1 van de Wet politiegegevens) met betrekking tot de persoon [betrokkene 8] en betrekking hebbende op een aanhouding van voornoemde [betrokkene 8] (op 19 juni 2015) te verstrekken en/of bekend te maken aan [betrokkene 9] (zijnde een kennis van verdachte), terwijl die [betrokkene 9] niet gerechtigd was tot kennisname van die/dat geheim(en),

immers heeft hij, verdachte, toen en daar met dat opzet

een (Whatsapp)bericht verzonden aan [betrokkene 10] , ambtenaar van politie (en collega van verdachte), houdende de tekst: "Goedemorgen [betrokkene 10] [meisjesnaam] kreeg net een appje dat man van haar vriendin was opgepakt. Ik denk dronkenschap maar zou jij eens kunnen kijken waarvoor? Ergens tussen budel en soerendonk. Hij heet [betrokkene 8] . Grt"

en vervolgens, nadat hij een (Whatsapp)bericht terug ontving van voornoemde [betrokkene 10] , houdende de tekst:

"Is om 03.30 aangehouden in n schuur in Budel. Bewoners werden wakker van glasgerinkel en hebben politie gebeld. Troffen hem dronken aan in de schuur en wenste niet mee te werken aan zijn aanhouding. Van de schuur is een ruit vernield maar zijn geen goederen weg"

een (Whatsapp)bericht verzonden voornoemde [betrokkene 10] , houdende de tekst: "Is hij via da ruitje binnen gekomen anders is het ook nog gewoon inbraak.."

en vervolgens, nadat hij een (Whatsapp)bericht terug ontving van voornoemde [betrokkene 10] , houdende de tekst:

"De registratie is inbraak idd. Hij was op t bureau ok nog lastig en kutzat. Hij zit nog vast want was te zat om te horen of id staat."

een (Whatsapp)bericht heeft verzonden aan voornoemde [betrokkene 9] - over voornoemde [betrokkene 8] - houdende de tekst:

"Hoi [betrokkene 9] hij is knetterzat aangehouden ergens in een schuur. En heeft zich verzet bij zijn aanhouding. Grt";

6.

hij in of omstreeks de periode van 20 augustus 2015 tot en met 19 oktober 2015 te Eindhoven, in elk geval in Nederland,

(telkens) een of meer geheim(en) waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat hij uit hoofde van ambt, te weten ambtenaar van politie en/of wettelijk voorschrift, te weten artikel 7 van de Wet politiegegevens, verplicht was het/ze te bewaren, opzettelijk heeft geschonden,

immers heeft hij, verdachte, toen en daar met dat opzet

politiegegevens (als bedoeld in artikel 1 van de Wet politiegegevens), te weten (een deel van) de inhoud van een TCI proces-verbaal d.d. 20 augustus 2015 over bezit van gestolen kunstvoorwerpen,

verstrekt en/of bekend gemaakt, al dan niet via (een) derde(n), aan [betrokkene 6] , in elk geval aan (een) perso(o)n(en), die niet gerechtigd was/waren tot kennisname van die/dat geheim(en);

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is.

De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen.

Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bijzondere overweging over het bewijs.

Inleiding.

Op 4 december 2013 werd door de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) Oost-Brabant een proces-verbaal opgemaakt met de navolgende informatie: “De eigenaar van een spyshop te Eindhoven verkoopt vuurwapens. Deze eigenaar doet veel zaken met misdaadjournalist John van den Heuvel.” Deze informatie werd door de CIE als betrouwbaar aangemerkt.

De eigenaar van de spyshop betreft [betrokkene 3] en met de spyshop werd bedoeld [bedrijfsnaam], gevestigd te Eindhoven. Er werd een tapbevel afgegeven voor het mobiele nummer dat bij [betrokkene 3] in gebruik was. Uit de onderzoeks- gegevens, te weten tapgesprekken en sms-berichten, bleek dat [betrokkene 3] kennelijk de beschikking had of kon krijgen over informatie uit gesloten bronnen, onder andere uit politiesystemen. Dit kon onder andere worden opgemaakt uit het volgende. Uit tapgegevens bleek dat ene [betrokkene 11] van tv-productiemaatschappij SkyHigh-tv informatie verzocht over kandidaten voor het televisieprogramma “Zo zijn we niet getrouwd” van de publieke omroep EO. In die hoedanigheid verzocht [betrokkene 11] om informatie in het kader van antecedenten. Uit een later tapgesprek bleek dat [betrokkene 11] kennelijke politie-informatie ter beschikking had en aan [betrokkene 3] uitleg vroeg over afkortingen en politieprocedures die in de betreffende informatie stond. Een onderzoek naar het mogelijke lek binnen de politieorganisatie en de rol van [betrokkene 3] hierin werd opgestart. Verschillende verdachten komen in beeld. Op 19 oktober 2015 heeft een zogenaamde actiedag plaatsgevonden en werden [betrokkene 3] , [verdachte] en [betrokkene 6] aangehouden en het kantoor van [betrokkene 3] en de woningen van [verdachte] , [betrokkene 3] en [betrokkene 6] doorzocht.

Aan verdachte is ten laste gelegd overtreding van artikel 272 eerste lid van het Wetboek van Strafrecht, meermalen gepleegd. Dit artikel stelt strafbaar het opzettelijk schenden van enig geheim waarvan men weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat men uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift verplicht is het te bewaren. Verdachte was in de periode waarin de tenlastegelegde feiten zouden zijn begaan ambtenaar van politie.

Standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot een bewezenverklaring van alle aan verdachte ten laste gelegde feiten.

Standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van de feiten 1, 2, 3, 4 en 6. Ten aanzien van feit 5 refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank.

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde op grond van het volgende.

Samenvatting van de relevante bevindingen van het politieonderzoek met betrekking tot feit 1, 2, 3, 4 en 6.

Functie verdachte en de systemen.

Verdachte werkte bij de politie Oost-Brabant in de functie van brigadier. Verdachte kon onder meer de volgende systemen raadplegen om zijn werkzaamheden uit te voeren: BHV, Summ-IT en BVI-IB. Deze systemen bevatten vertrouwelijke informatie ten behoeve van de uitoefening van de politietaak. Het is binnen de politie uitdrukkelijk verboden om deze politiesystemen anders dan voor de uitoefening van politiezakelijke doeleinden te gebruiken. Dit komt naar voren in de eed dan wel belofte die politieambtenaren ter uitvoering van hun politietaak afleggen. Ook worden gebruikers van de politiesystemen hierop nadrukkelijk gewezen bij de opleiding en toewijzing van de autorisaties. De informatie die uit de politiesystemen gehaald kan worden is zeer privacy gevoelig, geheim en mag alleen worden opgevraagd, gebruikt, geraadpleegd of verstrekt zoals beschreven in de Wet Politiegegevens.

De werkplekken en uitwisseling van wachtwoorden.

[verdachte] en [betrokkene 10] – een directe collega van [verdachte] – hebben vaste werkplekken op [politiebureau] . De computer van [verdachte] (dienstnummer BZ080428) heeft als barcode [barcode 1] en de computer van [betrokkene 10] (dienstnummer BZ0082750) heeft als barcode [barcode 2] .

[betrokkene 10] heeft verklaard dat hij diverse malen zijn wachtwoord heeft verstrekt aan [verdachte] in verband met politiezakelijke belangen. Hij heeft zelf nooit gebruik gemaakt van het wachtwoord van [verdachte] .

De bevragingen.

In het kader van de onderhavige zaak heeft de politie een onderzoek ingesteld in het raadpleegsysteem BVI-IB, naar de logginggegevens van [verdachte] en [betrokkene 10] op hun account, de kenocodes en de registratie van hun toegangspasjes. Uit dit onderzoek is gebleken dat [verdachte] niet alleen op zijn eigen account, maar ook onrechtmatig – zonder medeweten van zijn collega – gebruik heeft gemaakt van het account van [betrokkene 10] . Uit het landelijke raadpleegsysteem BVI-IB is gebleken dat door middel van deze twee accounts diverse malen is geraadpleegd op zogenaamde kenocodes van betrokkenen die in tapgesprekken tussen [betrokkene 3] en medewerkers van SkyHigh TV terugkomen.

Documenten overgedragen door SkyHigh TV.

De door SkyHigh aan de rechter-commissaris overgedragen documenten hebben de lay-out van het politiesysteem BVI-IB (Integrale bevraging) van de politie in Nederland. Aan de hand van de documenten is niet te zien door wie deze gegevens zijn bevraagd, aangezien de bovenkant er telkens vanaf is gescheurd. Voor de BVI-IB-bevragingen geldt dat aan de bovenkant van dergelijke bevragingen staat vermeld het dienstnummer, dat wil zeggen welke politieman of -vrouw de betreffende bevraging heeft verricht.

De betreffende documenten zien op bevragingen ter zake van de volgende personen: [betrokkene 7] , [betrokkene 4] en [betrokkene 2] . Dit betreffen allen kandidaten voor televisieprogramma’s. [betrokkene 11] , eindredacteur bij SkyHigh TV, heeft verklaard dat Skyhigh recherchebureaus inhuurt om personen – (mogelijke) kandidaten – na te trekken. Zij vermoedt dat deze informatie van politie of justitie afkomstig is. De recherchebureaus moeten volgens haar zelf de grens van het toelaatbare aangeven.

De bevragingen in combinatie met de tapgesprekken en mailwisselingen per feit:

- feit 1:

Uit een tapgesprek van 27 januari 2015 volgt dat [betrokkene 11] aan [betrokkene 3] om informatie verzoekt. Ze geeft daarbij aan dat ze bezig is met het tv-programma “Zo zijn we niet getrouwd” en dat ze graag de antecedenten van twee mensen nagetrokken willen hebben door hem. [betrokkene 11] geeft aan dat ze de voorletters, achternaam en geboortedatum van deze twee personen heeft. Op 9 februari 2015 vindt er sms-contact plaats tussen [betrokkene 11] en [betrokkene 3] , waarbij [betrokkene 11] vraagt of hij al informatie heeft over [betrokkene 1] en [betrokkene 2] . [betrokkene 3] geeft daarbij aan dat het druk was en dat hij “het” vandaag krijgt aangeleverd. In een gesprek op 11 februari 2015 geeft [betrokkene 3] aan [betrokkene 11] uitgebreid uitleg over het politiejargon in documenten waarover [betrokkene 11] dan kennelijk beschikt. Er wordt onder andere gesproken over arresten, delicten en inbeslaggenomen goederen. Op 30 januari 2015 is met het account van [betrokkene 10] binnen de politiesystemen gezocht op de kenocodes van [betrokkene 1] en [betrokkene 2] . Een politiezakelijk doel voor deze bevragingen is niet gevonden. Bovendien is gebleken dat in de periode waarin de tapgesprekken tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 11] hebben plaatsgevonden in het hele land enkel door middel van het account van [betrokkene 10] is gezocht op beide personen.

- feit 2:

In de onder [betrokkene 3] inbeslaggenomen laptop zijn mailwisselingen aangetroffen, waaruit blijkt dat [betrokkene 3] op 8 april 2014 van SkyHigh TV het verzoek krijgt om een kandidaat te checken (met bijlage waarin de namen van [betrokkene 12] en [betrokkene 4] genoemd zijn). [betrokkene 3] heeft deze mail aan zijn toenmalige werkpartner gestuurd met de vraag of hij dit aan “onze vriend” kan vragen. Met het account van [verdachte] is het politiesysteem geraadpleegd op [betrokkene 12] en [betrokkene 4] op 14 en 25 april 2014. Ook hier is geen logische verklaring voor de raadpleging gevonden. Op 1 september 2014 heeft [betrokkene 11] een mail aan [betrokkene 3] gestuurd met als onderwerp “RE vragen over [betrokkene 4] ” waarin zij vragen stelt aan [betrokkene 3] over antecedenten. [betrokkene 11] wil weten of [betrokkene 4] voor verkrachting heeft gezeten. [betrokkene 3] zegt dat er dan een pv nummer nodig is en politie-informatie over de inhoud van de zaak. Hij zegt daarbij “Niet gemakkelijk te krijgen en kostbaar.” Op 8 september 2014 stuurt [betrokkene 11] aan [betrokkene 3] een mail en zegt daarin: “Jij zou mij het strafblad van [betrokkene 4] nog even via de mail sturen. Wil je dat svp nog doen?” [betrokkene 3] stuurt een mail terug met bijlage. Deze bijlage is niet aangetroffen bij digitaal onderzoek. In een tapgesprek van 17 november 2014 praten [betrokkene 11] en [betrokkene 3] na over [betrokkene 12] en [betrokkene 4] die meededen aan de pilot van het EO-programma “Zo zijn we niet getrouwd”. In een tapgesprek van 11 februari 2015 heeft [betrokkene 11] het over de toestand die ze hebben gehad met [betrokkene 12] en [betrokkene 4] en dat [betrokkene 4] een verkrachting op zijn naam heeft staan. De opnames van de aflevering waarin [betrokkene 12] en [betrokkene 4] meededen zijn gemaakt in mei 2014.

- feit 3:

In een tapgesprek op 28 januari 2015 tussen [betrokkene 6] en ene [betrokkene 13] gaat het over een [betrokkene 5] van de sportschool die is aangehouden. Op 29 januari 2015 voert [betrokkene 6] een telefoongesprek met ene [betrokkene 14] waarin [betrokkene 6] vraagt of er al meer bekend is over [betrokkene 5] , waarop die [betrokkene 14] zegt dat ze nog geen nadere informatie hebben.

[betrokkene 6] zegt dan: “helemaal niets, dus invrijheidstelling nog niets over bekend. … In Eindhoven heb ik een kennis zitten op de Mathildelaan. En ik heb het een en ander al gelezen. Ik weet niet of u de verklaring van haar al in handen heeft? … ja nou kijk die

betrokkene die mij die stukken gaf die zei ook dit slaat helemaal nergens op. Hij snapt er ook niks van”. Met het account van [betrokkene 10] is op de computer van [verdachte] op 29 januari 2015 te 7:29 uur het politiesysteem BVI-IB geraadpleegd op [betrokkene 5] . Op 30 januari 2015 heeft er wederom een bevraging op [betrokkene 5] via het account van [betrokkene 10] op de computer van [verdachte] plaatsgevonden. Voor al deze bevragingen geldt dat er geen politiezakelijke doelen konden worden vastgesteld.

- feit 4:

In een tapgesprek van 25 november 2014 komt naar voren dat [betrokkene 15] , eindredactrice van het tv-programma “Gestalkt” van SkyHigh TV, een gesprek voert met [betrokkene 3] over de antecedenten van [betrokkene 7] die [betrokkene 15] in haar bezit heeft. In de onder [betrokkene 3] inbeslaggenomen laptop zijn mailwisselingen aangetroffen, waaruit blijkt dat [betrokkene 3] op 3 november 2014 een mail krijgt van SkyHigh TV waarin wordt gevraagd wanneer ze het antecedentenonderzoek van [betrokkene 7] kunnen verwachten. [betrokkene 3] antwoordt dat hij dit deze week krijgt en dat de kosten zijn gestegen (EUR 300,- ex BTW). Op 6 november 2014 vraagt SkyHigh TV in een mail aan [betrokkene 3] in een “P.S.” of hij al iets heeft gehoord van [betrokkene 7] . Diezelfde dag is met het account van [verdachte] binnen het politiesysteem BVI-IB gezocht op de kenocode van [betrokkene 7] . Voor deze bevraging is geen verklaarbaar politiedoel gebleken. Uit logginggegevens is gebleken dat in de periode van 5 juli tot 2 december 2014 enkel met het account van [verdachte] op de persoon [betrokkene 7] is geraadpleegd. [betrokkene 15] heeft bij de politie verklaard dat zij de antecedenten van [betrokkene 7] had opgevraagd, omdat deze mogelijk gevaarlijk was.

- feit 6:

Bij de doorzoeking in de woning van [betrokkene 6] is in zijn nachtkastje een TCI-proces-verbaal inzake gestolen kunstvoorwerpen aangetroffen. Het document bevatte informatie dat ene [betrokkene 16] in het bezit zou zijn van gestolen kunstvoorwerpen. De boven- en onderzijde van het document waren eraf geknipt. Gebleken is dat dit proces-verbaal onder andere is besproken binnen het rechercheteam waarvan [verdachte] deel uitmaakte. Er waren drie versies van dit proces-verbaal in omloop waaronder een ongetekende kopie. Die kopie lijkt qua opmaak sterk op de aangetroffen versie in de woning van [betrokkene 6] (verticale lijnen, donkere vlekken en punten). Uit nader onderzoek is gebleken dat [verdachte] dit proces-verbaal per mail heeft ontvangen en uitgedraaid en op 20 augustus 2015 aan een parketsecretaris heeft doorgemaild.. In september 2015 is met het account van [verdachte] het politiesysteem BVI-IB meermalen bevraagd op de kenocode van [betrokkene 16] zonder aantoonbaar politiezakelijk doel. Op het in de woning van [betrokkene 6] aangetroffen document zijn vingerafdrukken van [verdachte] aangetroffen. [betrokkene 10] heeft verklaard dat destijds door het rechercheteam op grond van het TCI-proces-verbaal geen verdere actie is ondernomen, omdat de informatie niet specifiek genoeg was.

Conclusies van de rechtbank met betrekking tot feit 1, 2, 3, 4 en 6:

De rechtbank ziet bij feit 1, 2 en 4 een telkens terugkerend patroon.

SkyHigh verzoekt [betrokkene 3] om politie-informatie (met name antecedenten) over personen.

Kort na de datum van zo’n verzoek vindt een bevraging in de politiesystemen met het account van [verdachte] of [betrokkene 10] plaats op de kenocodes van die personen, waarbij van een politiezakelijk doel niet is gebleken. Uit tapgesprekken en de onder Skyhigh in beslag genomen documenten blijkt dat medewerkers van Skyhigh enige tijd later inderdaad in het

bezit zijn van stukken en kennis, afkomstig uit gesloten politiesystemen, over de bevraagde personen. De bevindingen van het onderzoek wijzen zozeer naar verdachte als degene die met zijn eigen account en met het account van collega [betrokkene 10] de bevragingen van de politiesystemen heeft gedaan, dat van verdachte tekst en uitleg mag worden verwacht om deze aanname te ontzenuwen. Verdachte heeft echter, geconfronteerd met de onderzoeksresultaten, geen verklaring willen afleggen. Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank bewezen dat het verdachte is geweest die de systemen heeft geraadpleegd en de resultaten van die raadplegingen, al dan niet via een derde, aan [betrokkene 3] heeft verstrekt.

Met betrekking tot feit 3 is een vergelijkbaar patroon zichtbaar, waarbij de geheime informatie niet in handen van [betrokkene 3] , maar in handen van [betrokkene 6] (een goede bekende van [verdachte] ) terecht is gekomen.

Met betrekking tot feit 6 overweegt de rechtbank dat verdachte het in de woning van [betrokkene 6] aangetroffen TCI-proces-verbaal feitelijk in handen heeft gehad. Zijn vingerafdruk is hierop immers aangetroffen. Ook hier heeft weer een niet-zakelijke bevraging plaatsgevonden met het account van [verdachte] in de periode tussen het beschikbaar komen van het TCI-proces-verbaal en het aantreffen hiervan bij [betrokkene 6] .

[verdachte] heeft al eerder geheime informatie aan [betrokkene 6] verstrekt (feit 4). Ook hier had een verklaring van verdachte voor de hand gelegen, maar heeft hij zich op zijn zwijgrecht beroepen, terwijl ook [betrokkene 6] niet heeft willen verklaren hoe hij aan het TCI-proces-verbaal is gekomen.

Hoewel de rechtbank niet kan vaststellen hoe de informatieverstrekking aan derden precies is verlopen en of hierbij al dan niet gebruik is gemaakt van tussenpersonen, kan de rechtbank wel vaststellen dat door [verdachte] telkens bevragingen in de politiesystemen zijn gedaan zonder aannemelijk politiedoel en dat deze gegevens telkens in handen zijn gekomen van onbevoegde derden.

Gelet op het vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank het onder feit 1, 2, 3, 4 en 6 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Overweging over feit 5:

Verdachte heeft het ten laste gelegde onder 5 integraal bekend. Gelet op die bekentenis en de bevindingen van het onderzoek acht de rechtbank ook dit feit wettig en overtuigend bewezen.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

1.

in de periode van 30 januari 2015 tot en met 11 februari 2015 in Nederland,

geheimen waarvan hij wist dat hij uit hoofde van ambt, te weten ambtenaar van politie en wettelijk voorschrift, te weten artikel 7 van de Wet politiegegevens, verplicht was ze te bewaren, opzettelijk heeft geschonden,

immers heeft hij, verdachte, toen en daar met dat opzet in het politiesysteem BVI-IB en/of andere politiesystemen gezocht naar politiegegevens (als bedoeld in artikel 1 van de Wet politiegegevens) met betrekking tot de personen [betrokkene 1] en [betrokkene 2] en vervolgens die politiegegevens - onder meer betrekking hebbende op antecedenten van en toegepaste (vrijheidsbenemende) dwangmiddelen tegen en inbeslagname van goederen onder die [betrokkene 1] en [betrokkene 2]

- verstrekt, al dan niet via (een) derde(n), aan [betrokkene 3] , die niet gerechtigd was tot kennisname van die geheimen.

2.

in de periode van 14 april 2014 tot en met 8 september 2014 in Nederland,

geheimen waarvan hij wist dat hij uit hoofde van ambt, te weten ambtenaar van politie en wettelijk voorschrift, te weten artikel 7 van de Wet politiegegevens, verplicht was ze te bewaren, opzettelijk heeft geschonden,

immers heeft hij, verdachte, toen en daar met dat opzet in het politiesysteem BVI-IB en/of andere politiesystemen gezocht naar politiegegevens (als bedoeld in artikel 1 van de Wet politiegegevens) met betrekking tot de persoon [betrokkene 4] en vervolgens die politiegegevens - betrekking hebbende in politiesystemen en/of politieregisters geregistreerde antecedenten (waaronder verkrachting) van die [betrokkene 4]

- verstrekt, al dan niet via (een) derde(n), aan [betrokkene 3] , die niet gerechtigd was tot kennisname van die geheimen.

3.

in de periode van 28 januari 2015 tot en met 29 januari 2015 in Nederland,

geheimen waarvan hij wist dat hij uit hoofde van ambt, te weten ambtenaar van politie en wettelijk voorschrift, te weten artikel 7 van de Wet politiegegevens, verplicht was ze te bewaren, opzettelijk heeft geschonden,

immers heeft hij, verdachte, toen en daar met dat opzet in het politiesysteem BVI-IB en andere politiesystemen gezocht naar politiegegevens (als bedoeld in artikel 1 van de Wet politiegegevens) met betrekking tot de persoon [betrokkene 5] en vervolgens die politiegegevens - betrekking hebbende op een aanhouding (op 28 januari 2015) van die [betrokkene 5] en een door die [betrokkene 5] na die aanhouding bij de politie afgelegde verklaring

- - verstrekt, al dan niet via (een) derde(n), aan [betrokkene 6] , die niet gerechtigd was tot kennisname van die geheimen.

4.

in de periode van 6 november 2014 tot en met 25 november 2014 in Nederland,

geheimen waarvan hij wist dat hij uit hoofde van ambt, te weten ambtenaar van politie

en wettelijk voorschrift, te weten artikel 7 van de Wet politiegegevens, verplicht was ze

te bewaren, opzettelijk heeft geschonden,

immers heeft hij, verdachte, toen en daar met dat opzet in het politiesysteem BVI-IB en

andere politiesystemen, gezocht naar politiegegevens (als bedoeld in artikel 1 van de Wet politiegegevens) met betrekking tot de persoon [betrokkene 7] en vervolgens die politiegegevens - betrekking hebbende op geregistreerde antecedenten van die [betrokkene 7] en geregistreerde incidenten waarbij die [betrokkene 7] betrokken was

- verstrekt, al dan niet via (een) derde(n), aan [betrokkene 3] , die niet gerechtigd was tot kennisname van die geheimen.

5.

op 19 juni 2015 te Nes, gemeente Ameland, geheimen waarvan hij wist dat hij uit hoofde van ambt, te weten ambtenaar van politie en wettelijk voorschrift, te weten artikel 7 van de Wet politiegegevens, verplicht was ze te bewaren, opzettelijk heeft geschonden,

door politiegegevens (als bedoeld in artikel 1 van de Wet politiegegevens) met betrekking tot de persoon [betrokkene 8] en betrekking hebbende op een aanhouding van voornoemde [betrokkene 8] (op 19 juni 2015) te verstrekken aan [betrokkene 9] (zijnde een kennis van verdachte), terwijl die [betrokkene 9] niet gerechtigd was tot kennisname van die geheimen

immers heeft hij, verdachte, toen en daar met dat opzet

een whatsapp bericht verzonden aan [betrokkene 10] , ambtenaar van politie (en collega van verdachte), houdende de tekst: "Goedemorgen [betrokkene 10] [meisjesnaam] kreeg net een appje dat man van haar vriendin was opgepakt. Ik denk dronkenschap maar zou jij eens kunnen kijken waarvoor? Ergens tussen budel en soerendonk. Hij heet [betrokkene 8] . Grt"

en vervolgens, nadat hij een whatsapp bericht terug ontving van voornoemde [betrokkene 10] , houdende de tekst:

"Is om 03.30 aangehouden in n schuur in Budel. Bewoners werden wakker van glasgerinkel en hebben politie gebeld. Troffen hem dronken aan in de schuur en wenste niet mee te werken aan zijn aanhouding. Van de schuur is een ruit vernield maar zijn geen goederen weg"

een whatsapp bericht verzonden voornoemde [betrokkene 10] , houdende de tekst: "Is hij via da ruitje binnen gekomen anders is het ook nog gewoon inbraak.."

en vervolgens, nadat hij een whatsapp bericht terug ontving van voornoemde [betrokkene 10] , houdende de tekst:

"De registratie is inbraak idd. Hij was op t bureau ok nog lastig en kutzat. Hij zit nog vast want was te zat om te horen of id staat."

Een whatsapp bericht heeft verzonden aan voornoemde [betrokkene 9] - over voornoemde [betrokkene 8] - houdende de tekst:

"Hoi [betrokkene 9] hij is knetterzat aangehouden ergens in een schuur. En heeft zich verzet bij zijn aanhouding. Grt".

6.

in de periode van 20 augustus 2015 tot en met 19 oktober 2015 in Nederland,

geheimen waarvan hij wist dat hij uit hoofde van ambt, te weten ambtenaar van politie en wettelijk voorschrift, te weten artikel 7 van de Wet politiegegevens, verplicht was ze te bewaren, opzettelijk heeft geschonden,

immers heeft hij, verdachte, toen en daar met dat opzet politiegegevens (als bedoeld in artikel 1 van de Wet politiegegevens), te weten de inhoud van een TCI proces-verbaal

d.d. 20 augustus 2015 over bezit van gestolen kunstvoorwerpen, verstrekt, al dan niet via (een) derde(n), aan [betrokkene 6] , die niet gerechtigd was tot kennisname van die geheimen.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Motivering van de beslissing.

De eis van de officier van justitie.

Een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan.

Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte was in de periode dat hij de hem ten laste gelegde feiten pleegde als brigadier van politie werkzaam bij de regiopolitie te Eindhoven. Uit hoofde van die functie had hij de mogelijkheid tot het raadplegen van verschillende gesloten geautomatiseerde politiesystemen. Het is duidelijk dat in dergelijke systemen voorkomende informatie bedoeld is om te worden geraadpleegd wanneer dit noodzakelijk is uit hoofde van de functie en uitdrukkelijk niet bedoeld is om in handen te komen van onbevoegde derden.

Verdachte heeft gedurende een langere periode structureel gegevens uit één van de systemen geraadpleegd voor onbevoegde derden en de verkregen informatie aan die derden meegedeeld, wetende dat hij hiermee telkens zijn ambtsgeheim schond. Dat zijn ernstige feiten. De politie beschikt over vertrouwelijke informatie over personen om haar publieke taak te kunnen uitvoeren. Verdachte diende uit hoofde van zijn ambt en wettelijk voorschrift vertrouwelijk en integer met deze informatie om te gaan. Een politieambtenaar neemt, gelet op zijn taak en functie, een bijzondere plaats in de samenleving in. Om die reden wordt van hem volledige integriteit en onkreukbaarheid verwacht. Verdachte heeft met zijn handelen dan ook een grote inbreuk gemaakt op het vertrouwen dat de maatschappij in medewerkers van de politie mag hebben. Het ongeoorloofd verstrekken van gegevens uit een politieregister ziet de rechtbank als een feit dat niet alleen het belang van de rechtstreeks betrokkene (de bevraagde persoon) raakt, maar ook schadelijk is voor het vertrouwen in de integriteit van de politie in het algemeen. Daarnaast heeft verdachte met zijn handelwijze het vertrouwen van zijn collega’s ernstig beschaamd. Verdachte heeft zijn collega [betrokkene 10] , die verdachte blindelings vertrouwde, in de problemen gebracht door zonder diens medeweten illegale bevragingen te doen met zijn account. Verdachte heeft zich vervolgens, ook nadat [betrokkene 10] als verdachte was gehoord, consequent op zijn zwijgrecht beroepen en geen voor zijn collega ontlastende verklaring afgelegd.

De rechtbank rekent verdachte zijn handelen dan ook zwaar aan.

Het wettelijk strafmaximum dat is gesteld op overtreding van artikel 272 Wetboek van Strafrecht is één jaar gevangenisstraf. Voor het bewezenverklaarde (overtreding van artikel 272 Wetboek van Strafrecht) zijn geen landelijke oriëntatiepunten vastgesteld. De rechtbank heeft zich bij de strafoplegging daarom georiënteerd op uitspraken van rechterlijke colleges in vergelijkbare zaken.

Gelet op de aard en de ernst van het bewezenverklaarde komt naar het oordeel van de rechtbank in beginsel een gevangenisstraf als passende sanctie in aanmerking.

De rechtbank komt evenwel tot oplegging van een andere straf dan door de officier van justitie is gevorderd. Daarbij is van belang wat omtrent de persoon van verdachte is aangevoerd. In het bijzonder houdt de rechtbank ten voordele van verdachte rekening met het oneervol ontslag van verdachte, de gevolgen daarvan voor verdachte en zijn gezin en de nagenoeg uitgesloten kans op recidive. Eveneens heeft de rechtbank in haar afweging betrokken dat verdachte geen informatie heeft gedeeld die zijn collega’s in gevaar had kunnen brengen of waardoor lopende politie-onderzoeken konden worden gefrustreerd.

Alles afwegende, is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf van het maximaal aantal uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te noemen duur moeten worden opgelegd om verdachte het verkeerde van zijn handelen te laten inzien en hem en anderen duidelijk te maken dat de samenleving dit gedrag niet tolereert.

De toegepaste wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 57 en 272 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

De rechtbank.

Verklaart het onder 1, 2, 3, 4 5, en 6 en laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

feit 1: opzettelijke schending van een ambtsgeheim. feit 2: opzettelijke schending van een ambtsgeheim. feit 3: opzettelijke schending van een ambtsgeheim. feit 4: opzettelijke schending van een ambtsgeheim.

feit 5: opzettelijke schending van een ambtsgeheim. feit 6: opzettelijke schending van een ambtsgeheim.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen.

- Taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank waardeert een in verzekering doorgebrachte dag op 2 uur te verrichten arbeid.

- Gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. S.J.W. Hermans, voorzitter,

mr. A.M. Bossink en mr. F.A. te Water Mulder, leden,

in tegenwoordigheid van M.P.M. van Goethem, griffier,

en is uitgesproken op 29 december 2016.

Mr. A.M. Bossink is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.