Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2016:7192

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
22-12-2016
Datum publicatie
28-12-2016
Zaaknummer
16/2543
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Uitspraak in een omgevingsrechtelijke zaak in ‘Klare Taal’ .

Artikel 3 van bijlage II van het Bor geldt alleen maar voor bouwwerken die niet in strijd zijn met het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan verbiedt het plaatsen van de woonwagen om er ’s-nachts te slapen. Je mag er wel een woonwagen stallen. Het bestemmingsplan verbiedt het repareren ook niet. Als de woonwagen daar slechts is geplaatst voor stalling en reparatie, wordt dus niet gehandeld in strijd met het bestemmingsplan en is er geen omgevingsvergunning voor bouwen nodig.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/104
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 16/2543

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2016 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. T. Deckwitz),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heusden, verweerder

(gemachtigde: mr. A. Verwijs).

Procesverloop

Bij besluit van 21 januari 2016 (het dwangsombesluit) heeft verweerder eiseres gelast om vóór 15 februari 2016 de woonwagen van het perceel [adres] in [vestigingsplaats] te verwijderen en verwijderd te houden of de aansluitingen van de woonwagen op gas, water, elektriciteit en riolering af te koppelen en afgekoppeld te houden. Als eiseres niet aan de last voldoet, moet zij een dwangsom betalen van € 500,00 per week, met een maximum van
€ 2.500,00.

Bij besluit van 10 mei 2016 (het invorderingsbesluit) heeft verweerder besloten tot invordering van verbeurde dwangsommen van in totaal € 2.500,00 wegens het niet naleven van het dwangsombesluit.

Bij besluit van 1 juli 2016 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen beide besluiten ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.


Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 november 2016. De vader van eiseres is verschenen en mr. L. Demon, de waarnemer van haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Feiten

1. Op 20 november 2015 heeft een ambtenaar van de gemeente Heusden gezien dat op het voorterrein van het perceel [adres] in [vestigingsplaats] een woonwagen was geplaatst. Bij controles op 23 en 29 december 2015 heeft een Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA) gezien dat deze woonwagen was aangesloten op gas, water, elektriciteit en riolering. De woonwagen had een woonkamer, een keuken en een slaapkamer. Op 25 maart 2016 heeft de BOA gezien dat de woonwagen van het perceel was verwijderd. Eiseres is eigenaar van de woonwagen en huurde het terrein waarop de woonwagen stond. Op dit terrein geldt het bestemmingsplan “Drunen, herziening 2014”. Het terrein heeft de bestemming ‘Gemengd’. Eiseres had geen toestemming gevraagd aan verweerder om de woonwagen daar neer te zetten.

Stellingen van partijen

2. Volgens eiseres mocht de woonwagen op het terrein staan en was dat niet verboden in het bestemmingsplan. Zij had de woonwagen daar in de winter alleen maar staan voor stalling en reparatie en ze woonde er niet in. Ze woonde in de winter namelijk bij haar ouders. In de rest van het jaar staat eiseres met een oliebollenkraam op kermissen en staat de woonwagen op een kermisterrein. Eiseres probeert dit aan te tonen met een brief van haar ouders en de timmerman die de reparaties uitvoerde en met foto’s van de binnenkant van de woonwagen tijdens de verbouwing. Daarnaast denkt eiseres dat het stallen van de woonwagen niet kan worden beschouwd als bouwen in de zin van de wet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

3. Volgens verweerder is het plaatsen en aansluiten van de woonwagen op gas, water, elektriciteit en riolering wel ‘bouwen’. Het gebruik van de woonwagen voor bewoning op dat terrein is in strijd met het bestemmingsplan. Op de zitting heeft verweerder gezegd dat eiseres de woonwagen daar wel mag stallen maar niet mag bewonen. De last onder dwangsom is opgelegd omdat de woonwagen was aangesloten op alle nutsvoorzieningen. Daarmee kon eiseres zo in de woonwagen wonen. Eiseres heeft geen omgevingsvergunning voor bouwen of afwijken van het bestemmingsplan gevraagd of gekregen. Dat was volgens verweerder wel vereist op grond van de Wabo. Verweerder vindt dat hij daartegen mocht optreden.

Wat staat er in de wet en wat hebben rechters hier eerder over gezegd?

4. Op grond van artikel 2.1, eerste lid, van de Wabo is het verboden zonder omgevingsvergunning een bouwwerk te bouwen of te gebruiken in strijd met een bestemmingsplan. Dit verbod geldt niet voor de bouwwerken die zijn genoemd in artikelen 2 en 3 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht (Bor).

5. Op grond van artikel 3, tweede lid, van bijlage II van het Bor is een omgevingsvergunning voor bouwen niet vereist voor een op de grond staand bouwwerk voor recreatief nachtverblijf. Hiermee wordt een uitzondering gemaakt voor bijvoorbeeld caravans.

6. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) legt het woord ‘bouwwerk’ in de Wabo als volgt uit: “elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren” (zie de uitspraak van 12 september 2012, ECLI:NL:RVS:2012: BX7117). Ook een woonwagen kan een ‘bouwwerk’ zijn als deze wat langer op dezelfde plek staat en dit ook de bedoeling is. Dit blijkt ook uit de uitspraak van de Afdeling van 16 oktober 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:1574).

Het oordeel van de rechtbank

7. Uit de controlerapporten en de foto’s blijkt dat de woonwagen tussen 20 november 2015 en 21 maart 2016 op het terrein stond. Eiseres heeft gezegd dat de woonwagen ook enige tijd is aangesloten op gas, water, elektriciteit en riolering. Dat was de bedoeling en daarom is de woonwagen een ‘bouwwerk’. Je hebt er dus een omgevingsvergunning voor nodig tenzij de woonwagen is uitgezonderd van de vergunningplicht.

8. Artikel 3 van bijlage II van het Bor geldt alleen maar voor bouwwerken die niet in strijd zijn met het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan verbiedt het plaatsen van de woonwagen om er ’s-nachts te slapen. Je mag er wel een woonwagen stallen. Het bestemmingsplan verbiedt het repareren ook niet. Als de woonwagen daar slechts is geplaatst voor stalling en reparatie, wordt dus niet gehandeld in strijd met het bestemmingsplan. Dan is de uitzondering in artikel 3 van bijlage II van het Bor wel van toepassing en is er geen omgevingsvergunning voor bouwen nodig.

9. In deze zaak had verweerder dus eigenlijk moeten nagaan of de woonwagen daar was geplaatst om er in te (kunnen) slapen. De BOA heeft echter niet gezien dat in de woonwagen wordt geslapen of gewoond. Het staat niet in de processen-verbaal. Het blijkt niet uit de gemaakte foto’s. Als de rechtbank kijkt naar de foto’s van de binnenkant van de woonwagen, vindt de rechtbank zelfs dat er helemaal niet kan worden gewoond in de woonwagen. In zo’n puinhoop wil niemand wonen of slapen. De woonwagen was wel aangesloten op alle voorzieningen, maar eiseres heeft gezegd dat dit alleen maar was gedaan voor de reparatie van de woonwagen. Gelet op de foto’s van de binnenkant en de uitleg van de vader van eiseres op zitting over de verbouwing en de situatie ter plaatse, gelooft de rechtbank eiseres.

10. Omdat (ook verder) geen sprake was van strijd met het bestemmingsplan, was er geen omgevingsvergunning nodig. Eiseres handelde dus niet in strijd met het verbod van artikel 2.1, eerste lid van de Wabo. Verweerder mocht daarom geen last onder dwangsom op leggen. Daarom zal de rechtbank het bestreden besluit vernietigen. De rechtbank zal doen wat verweerder eigenlijk had moeten doen en trekt het dwangsombesluit in. Daarmee is ook de basis voor het invorderingsbesluit weg. Daarom trekt de rechtbank ook dat besluit in.

11. Het beroep van eiseres slaagt. Daarom moet verweerder haar het griffierecht terugbetalen. Verweerder moet ook de kosten van de advocaat van eiseres betalen die zijn gemaakt in de bezwaarfase en in de beroepsfase. De rechtbank bepaalt deze kosten volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht op € 1.488,00.

Beslissing

De rechtbank

 verklaart het beroep gegrond;

 vernietigt het bestreden besluit;

 herroept het dwangsombesluit en het invorderingsbesluit;

 bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit;

 draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 168,00, aan eiseres te vergoeden;

 veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.488,00.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.H.M. Verhoeven, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.G.M. Willems, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
22 december 2016.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.