Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2016:7093

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
20-12-2016
Datum publicatie
28-12-2016
Zaaknummer
5390514
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Opzegging door werkgever om dringende reden. Voor gefixeerde schadevergoeding ex 7:677 lid 2 en lid 3 BW aangesloten bij opzegtermijn werkgever.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/4074
RAR 2017/58
AR-Updates.nl 2016-1499
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats Eindhoven

Zaaknummer: 5390514 \ EJ VERZ 16-636

Beschikking van 20 december 2016

in de zaak van:

Jumbo Supermarkten B.V.,

gevestigd te Veghel,

verzoekster,

gemachtigde: mr. W. van der Boon.

tegen:

[werknemer] ,

wonende te [woonplaats] ,

verweerster,

gemachtigde: mr. S. Mulder-Schapendonk,

Partijen worden hierna genoemd “Jumbo” en “ [werknemer] ”.

1 Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het volgende.

  1. Het verzoekschrift met producties;

  2. Het verweerschrift met producties;

  3. De mondelinge behandeling die heeft plaatsgevonden op 6 december 2016. Ter zitting hebben de gemachtigden van partijen een pleitnota overgelegd aan de hand waarvan zij de zaak hebben toegelicht.

Tot slot is een datum voor beschikking bepaald.

2 De feiten

2.1.

Tussen partijen staat het volgende vast, voor zover voor de beoordeling van belang.

2.2.

[werknemer] is in juli 2008 bij de rechtsvoorganger van Jumbo in dienst getreden. Zij was laatstelijk werkzaam in de functie van 1e Kassamedewerker/Plaatsvervangend Afdelingschef Kassa in het filiaal van Jumbo in [woonplaats] , aan de [adres] . Op de arbeidsovereenkomst was de cao voor personeel van grootwinkelbedrijven in levensmiddelen van toepassing.

2.3

De omvang van het dienstverband bedroeg 40 uur per week, laatstelijk tegen een salaris van € 2.028,00 plus 8% vakantiebijslag is € 2.190,24 bruto per maand.

2.4.

Jumbo heeft op 26 juli 2016 de arbeidsovereenkomst tussen partijen opgezegd met onmiddellijke ingang op grond van een dringende reden. Jumbo heeft de ontslagbrief van 27 juli 2016 in het geding gebracht.

2.5.

[werknemer] heeft bij brief van 2 augustus 2016 protest aangetekend tegen het ontslag op staande voet.

3 Het verzoek

3.1.

Jumbo verzoekt de veroordeling van [werknemer] tot betaling van een vergoeding op grond van artikel 7:677 lid 2 BW ter hoogte van € 4.380,48, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd en de proceskosten.

3.2.

Jumbo onderbouwt haar vordering als volgt. Indien vast komt te staan dat er sprake was van een dringende reden om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen is [werknemer] schadeplichtig op grond van artikel 7:677 lid 2 BW.

Voor zover [werknemer] zou betogen dat de schadevergoeding moet worden gematigd, geldt dat de vergoeding in dat geval op grond van artikel 7:677 lid 5 sub a BW ten minste gelijk moet zijn aan de wettelijke opzegtermijn van artikel 7:672 BW.

4 Het verweer

4.1.

[werknemer] voert het volgende aan.

Het gegeven ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig, zodat het verzoek om gefixeerde schadevergoeding primair dient te worden afgewezen. Voor verschuldigdheid is bovendien vereist dat de dringende reden door opzet of schuld is gegeven. Daar is geen sprake van.

Zoals omschreven in het verzoekschrift vreesde [werknemer] ervoor dat haar ex-vriend haar of haar familie iets zou (laten) aandoen indien hij gepakt zou worden door toedoen van [werknemer] .

Zij had zelf al ervaren dat haar ex-vriend een opvliegend persoon is die al vaker geweld heeft vertoond. [werknemer] voelde zich bedreigd door haar ex-vriend, die kennelijk tot het plegen van een gewapende overval in staat was. Zij verkeerde in een psychische noodtoestand en haar valt geen verwijt te maken van het feit dat zij de informatie niet met Jumbo heeft gedeeld.

[werknemer] heeft geen schuld aan het achterhouden van de informatie die zij had over de overval.

[werknemer] heeft ook niet actief geprobeerd te voorkomen dat bruikbare informatie bij de politie terecht zou komen, door anderen de opdracht te geven hun mond te houden.

Subsidiair verzoekt [werknemer] om matiging van de door Jumbo verzochte schadevergoeding. Tekst en commentaar bij artikel 7:677 lid 3 BW bepaalt dat de vergoeding in geval van een opzegging van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gelijk is aan de termijn van opzegging die de dringende reden gevende partij in acht had moeten nemen, indien hij op de datum van opzegging wegens een dringende reden, zijnde 26 juli 2016, zelf zou hebben opgezegd. Dat zou dus de opzegtermijn zijn die geldt voor [werknemer] . Die is conform de cao (die verwijst naar artikel 7:672) één maand.

5 De beoordeling

5.1.

Ingevolge art. 7:686a lid 4 BW vervalt de bevoegdheid om een op art. 7:677 BW gegrond verzoekschrift bij de kantonrechter in te dienen twee maanden nadat de arbeidsovereenkomst is geëindigd. De gemachtigde van [werknemer] heeft geen beroep op deze vervaltermijn gedaan. De kantonrechter dient evenwel ambtshalve te toetsen of de vervaltermijn is verstreken.

De arbeidsovereenkomst tussen partijen is geëindigd op 26 juli 2016. Het verzoek van Jumbo is 23 september 2016 en derhalve binnen de hiervoor vermelde vervaltermijn ingediend. Jumbo is ontvankelijk in haar vordering.

5.2.

Op grond van artikel 7:677 lid 3 BW is een partij die door opzet of schuld aan de wederpartij een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen schadeplichtig, indien de wederpartij van die bevoegdheid gebruik heeft gemaakt. In de beschikking van heden met zaaknummers [zaaknummers] is vastgesteld dat er sprake is van een dringende reden en ernstige verwijtbaarheid aan de zijde van [werknemer] . Dat betekent dat [werknemer] door haar schuld aan Jumbo een dringende reden heeft gegeven voor het ontslag. Nu daaruit volgt dat Jumbo om een dringende reden de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd, is [werknemer] aan Jumbo een vergoeding verschuldigd.

5.3.

Tussen partijen is in geschil welke opzegtermijn krachtens artikel 7:677 lid 3 sub a BW dient te worden gehanteerd. Volgens Jumbo bedraagt deze twee maanden, omdat zij de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd. [werknemer] daarentegen stelt dat uitgegaan moet worden van de opzegtermijn die voor haar geldt, namelijk één maand. Zij verwijst naar Tekst en Commentaar bij artikel 7:677 lid 3 BW, waarin is opgenomen dat de vergoeding in geval van een opzegging van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gelijk is aan de termijn van de opzegging die de dringende reden gevende partij in acht had moeten nemen indien hij op de datum van opzegging wegens een dringende reden, zijnde 26 juli 2016, zelf zou hebben opgezegd. Dat zou betekenen dat aangesloten dient te worden bij de opzegtermijn van [werknemer] , zijnde één maand.

De kantonrechter oordeelt met Jumbo dat sprake is van opzegging door de werkgever en gelet op de wettekst meer in de rede ligt dat wordt aangesloten bij diens termijn van opzegging; te meer waar als achtergrond van de regeling beschouwd moet worden dat de opzeggende partij de opzegtermijn wordt ontnomen.

Zodoende wordt aan gefixeerde schadevergoeding een bedrag toegewezen ter hoogte van twee maandsalarissen, zijnde € 4.380,48.

5.4.

[werknemer] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

6 De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [werknemer] tot betaling van een vergoeding op grond van artikel 7:677 lid 2 ter hoogte van € 4.380,48, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd tot aan de dag der voldoening;

veroordeelt [werknemer] in de kosten van de procedure, aan de zijde van Jumbo tot op heden vastgesteld € 117,00 aan griffierecht en € 400,00 als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast);

verklaart het verzoek, voor wat de veroordeling betreft, uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders gevorderde.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.J. Godrie, kantonrechter en op 20 december 2016 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.