Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2016:5951

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
27-10-2016
Datum publicatie
02-11-2016
Zaaknummer
5279983
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

“Verzoek tot vermindering arbeidsduur ex artikel 2 van de Wet flexibel werken (Wfw) toegewezen. Wg heeft niet tijdig op het verzoek van wn beslist, zodat het wg niet meer vrijstond om het verzoek o.g.v. zwaarwegende bedrijfsbelangen af te wijzen.

Uit de omstandigheid dat wn heeft opengestaan voor overleg kan niet worden afgeleid dat wn afstand heeft gedaan van haar recht ex art. 2, twaalfde lid van de Wfw.

Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat wg niet aannemelijk heeft gemaakt dat zwaarwegende bedrijfsbelangen zich tegen toewijzing van het verzoek verzetten.”

Wetsverwijzingen
Wet flexibel werken
Wet flexibel werken 2
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2016-1250
JAR 2016/293
AR 2016/3160
Prg. 2016/328
JAR 2016/293

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch

Zaaknummer: 5279983

Rolnummer: 16-458

Beschikking van 27 oktober 2016

in de zaak van:

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekster,

gemachtigde: mr. G.P. Oberman,

tegen

de besloten vennootschap Dirinco B.V.,

gevestigd te Oss,

verweerster,

gemachtigde: mr. E.J.B. Mennega.

Partijen zullen in het vervolg worden aangeduid als “ [verzoekster] ” en “Dirinco”.

1 De procedure

1.1.

[verzoekster] heeft een verzoek gedaan tot vermindering arbeidsduur ex artikel 2 van de Wet flexibel werken (Wfw). Dirinco heeft een verweerschrift ingediend. Op 13 september 2016 heeft Dirinco nog twee nadere producties in het geding gebracht.
Op 19 september 2016 heeft de mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden. Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling hun standpunten doen toelichten bij monde van hun gemachtigden, voornoemd. Beide gemachtigde hebben daartoe pleitaantekeningen gehanteerd die aan de kantonrechter zijn overgelegd. Van het ter zitting verhandelde heeft de griffier aantekening gehouden.

Op verzoek van partijen is de procedure aangehouden tot 10 oktober 2016.
Daarna is beschikking bepaald op heden.

2 De vaststaande feiten

In deze procedure wordt uitgegaan van de volgende feiten.

2.1.

Dirinco is leverancier van dialyseapparatuur en dialysebenodigdheden. Dirinco levert aan en onderhoudt machines bij intensive care afdelingen in ziekenhuizen en dialysecentra, maar ook bij mensen thuis die met een kleine machine dagelijks thuisdialyse ondergaan.

2.2.

[verzoekster] is op 2 december 1996 bij Dirinco in dienst getreden als medewerker administratie. Per 1 augustus 2003 is [verzoekster] officemanager geworden. Per 1 januari 2008 is [verzoekster] de functie van inkoopmanager gaan vervullen. De arbeidsduur voor [verzoekster] bedraagt 40 uur per week.

2.3.

In september 2014 is [verzoekster] geconfronteerd met een burn-out. Als gevolg daarvan heeft zij drie maanden in het geheel niet gewerkt. [verzoekster] werkt in het kader van haar re-integratietraject sinds mei 2016 vier dagen per week (32 uur).

2.4.

Tijdens haar re-integratietraject is het [verzoekster] duidelijk geworden dat haar ideale werk-privébalans bereikt werd indien zij 32 uur per week zou werken.

[verzoekster] heeft tijdens haar beoordelingsgesprek op 29 januari 2016 haar idee van een kortere werktijd aan de orde gesteld. De leidinggevende van [verzoekster] , de heer [naam leidinggevende] , heeft toegezegd daarop terug te komen. Na een reminder van [verzoekster] op 26 februari 2016, hebben [naam leidinggevende] en [verzoekster] elkaar gesproken op 1 maart 2016. In dat gesprek gaf [naam leidinggevende] aan dat een externe HR-adviseur, de heer [naam HR adviseur] , was ingeschakeld. Het gesprek met [naam HR adviseur] vond plaats op 3 maart 2016. Tijdens dit gesprek heeft [verzoekster] een plan van aanpak overgelegd dat zij had opgesteld ten behoeve van de onderbouwing van haar vraag om de arbeidsduur te verminderen. Op 22 maart 2016 heeft [naam HR adviseur] in een gesprek aangegeven dat Dirinco van mening is dat de functie van inkoopmanager wordt gezien als een fulltime baan.

2.5.

Vervolgens heeft [verzoekster] op 24 maart 2016 een formeel verzoek om arbeidsduur-vermindering ingediend bij Dirinco, ingaande 1 mei 2016 dan wel uiterlijk 1 juni 2016.

2.6.

Op 23 mei 2016 heeft er – hangende het verzoek – nog een gesprek plaatsgevonden met [naam HR adviseur] waarbij deze de optie om drie dagen te werken (nog eens) aan de orde stelde. [verzoekster] zou in dat kader een duobaan gaan verrichten.

2.7.

Op 20 juni 2016 heeft er gesprek tussen [verzoekster] en Dirinco plaatsgevonden met betrekking tot het verzoek om arbeidsduurvermindering. Op 21 juni 2016 is het verzoek van [verzoekster] door Dirinco afgewezen, waarbij Dirinco [verzoekster] als alternatief heeft geboden om de functie van [verzoekster] op te splitsen in een duo baan, waarbij [verzoekster] een dienstverband aangaat voor 0,6 fte, oftewel 3 dagen per week en haar arbeidsvoorwaarden naar rato van haar werkuren worden aangepast.

2.8.

Op 29 juni 2016 heeft [verzoekster] aan Dirinco laten weten dat een driedaagse werkweek financieel niet haalbaar is voor haar en dat zij daarom een verzoek bij de rechtbank zal indienen op grond van artikel 2 Wfw.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

[verzoekster] verzoekt om haar arbeidsduur met ingang van 1 juni 2016 te bepalen op 32 uur per week in plaats van 40 uur per week

[verzoekster] legt aan haar verzoek het volgende ten grondslag.

Op grond van artikel 2 lid 12 Wfw wordt de arbeidsduur en of de werktijd aangepast overeenkomstig het verzoek van de werknemer indien de werkgever niet een maand voor het beoogde tijdstip van ingang van de aanpassing op het verzoek heeft beslist. Het verzoek is ingediend op 24 maart 2016 waarbij is verzocht om de vermindering arbeidsduur uiterlijk per 1 juni 2016 door te voeren. Dit betekent dat Dirinco tot 1 mei 2016 de gelegenheid had om een beslissing te nemen op het verzoek bij gebreke waarvan de aanpassing van rechtswege zou worden doorgevoerd. De afwijzing van het verzoek van [verzoekster] dateert van 21 juni 2016 zodat de vermindering van de arbeidsuren van rechtswege is ingegaan per 1 juni 2016.

Op grond van artikel 2 lid 5 Wfw is Dirinco gehouden het verzoek van [verzoekster] in te willigen, tenzij zwaarwegende bedrijfsbelangen zich daartegen verzetten. [verzoekster] betwist dat er sprake is van zwaarwegende bedrijfsbelangen. Zij constateert dat de belangen van Dirinco door de verkorting van de arbeidsduur mede aan de hand van het door haar opgestelde plan van aanpak voldoende gewaarborgd zijn. Zij zal weliswaar één dag minder werken, maar zal voor noodgevallen op die dag wel bereikbaar zijn. Tot op heden heeft de thans gehanteerde werkwijze geen enkel probleem opgeleverd, aldus [verzoekster] .

3.2.

Dirinco voert – kort weergegeven en voor zover van belang voor de beoordeling van het verzoek - ten verwere aan dat er zwaarwegende bedrijfsbelangen zijn op grond waarvan de gevraagde vermindering van de arbeidsduur leidt tot ernstige problemen voor de bedrijfsvoering bij de herbezetting van de vrijgekomen uren.
Dirinco is te typeren is als een hoogwaardige en kennisintensieve onderneming waarbinnen de voortdurende (24/7) beschikbaarheid en betrouwbaarheid van producten en diensten cruciaal is. De organisatie van Dirinco is ingericht met overwegend hoogwaardige ‘eenmansfuncties’ (één formatieplaats per functie), vanwege de hoge en specifieke kennis en ervaring die gevergd wordt om de functies te kunnen vervullen en de (tijds-)investering die het met zich meebrengt om de specifieke kennis en ervaring te verwerven en te behouden. Dit brengt met zich dat fulltime werken organisatorisch onvermijdelijk is, enerzijds omdat het bestaande werkvolume correspondeert met de fulltime bezetting, anderzijds omdat de eenmansfuncties nopen tot een zodanige capaciteit dat zowel planbare alsook niet planbare, incidentele afwezigheid van elkaar met voldoende kennis van zaken kan worden opgevangen.

De omvang van haar huidige verzoek tot vermindering van de arbeidsduur leidt tot ernstige problemen voor de bedrijfsvoering bij de herbezetting van de vrijgekomen uren: zowel qua inhoud als ook qua volume. De taken die [verzoekster] thans niet vervuld vanwege haar re-integratie kunnen binnen de organisatie niet structureel worden belegd bij de waarnemende collega’s. Een open te stellen vacature dient een minimale arbeidsduur te hebben van 3 dagen (24 uur) om zodoende twee volwaardige functies te creëren, waarmee onderlinge werkoverdracht gewaarborgd blijft en kennis en ervaring aanwezig is en blijft. In samenhang hiermee mag van [verzoekster] gevergd worden haar arbeidsduur te verminderen naar 3 dagen (24 uur). Een vacature van 1 dag of 8 uur biedt geen enkel reëel perspectief op herbezetting.

Verder zijn er twee trajecten naast elkaar gaan lopen, die volgens Dirinco onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden: de ziekte/arbeidsongeschiktheid van [verzoekster] enerzijds en het verzoek van [verzoekster] om haar arbeidsduur te verminderen anderzijds. [verzoekster] verricht in het kader van haar re-integratie thans passende werkzaamheden. In het geval een volledige terugkeer in de eigen functie mogelijk wordt geoordeeld en [verzoekster] feitelijk ook in haar eigen functie is teruggekeerd dan staat het [verzoekster] (pas) vrij om een verzoek bij Dirinco neer te leggen om haar arbeidsduur te verminderen. Het formaliseren van de huidige situatie zal namelijk tot gevolg hebben dat de taken die [verzoekster] nog steeds niet verricht (maar wel tot haar functiebeschrijving behoren) structureel herbezet moeten worden. De tactisch-strategische activiteiten die door [verzoekster] in de huidige situatie niet worden uitgevoerd zijn: markt-verkenningen, het bezoeken van beurzen, audits van toeleveranciers, meer strategisch georiënteerde contractonderhandelingen en prijsafspraken en tactisch-strategische collegiale afstemming (regierol). Het verzoek van [verzoekster] reikt dan ook verder dan het verminderen van de arbeidsduur als zodanig, het gaat feitelijk om het eenzijdig wijzigen van (de essentie van) haar functie-inhoud.

Tot slot is volgens Dirinco het beroep van [verzoekster] op artikel 2 lid 12 Wfw oneigenlijk en dient derhalve niet ontvankelijk te worden verklaard, althans dit beroep dient haar ontzegd te worden. [verzoekster] is zelf in overleg met [naam HR adviseur] expliciet akkoord gegaan met het verloop van het overlegproces. Verder is [verzoekster] in de periode tussen 24 maart 2016 en medio mei 2016 eveneens akkoord gegaan met uitstel in verband met het verblijf van één van de managing directors in het buitenland en daarna vanaf 27 mei 2016, de dag waarop een gesprek geagendeerd stond in verband met ingrijpende persoonlijke omstandigheden waarmee [naam leidinggevende] op dat moment geconfronteerd is. Daarbij wordt opgemerkt dat [verzoekster] in financiële zin geen enkel nadeel heeft ondervonden van het niet ingaan van de arbeidsurenvermindering per 1 mei 2016 of 1 juni 2016.

4 De beoordeling

4.1.

Omdat [verzoekster] sedert 2 december 1996 bij Dirinco in dienst is en het verzoek – dat strekt tot vermindering van de arbeidsduur tot 32 uur per week met ingang van 1 juni 2016 - op 24 maart 2016 is gedaan, is zij ex art. 2 lid 1 jo art. 3 onder a Wfw ontvankelijk in haar verzoek.

4.2.

Gelet op het bepaalde in artikel 2, twaalfde lid van de Wfw, diende Dirinco uiterlijk op 1 mei 2016 een beslissing te nemen op het verzoek.

4.3.

Dit brengt met zich dat het Dirinco door op 21 juni 2016 op het verzoek te beslissen niet tijdig heeft beslist en het haar niet meer vrijstond om het verzoek op grond van zwaarwegende bedrijfsbelangen af te wijzen. Nu Dirinco niet vóór 1 mei 2016 een beslissing heeft genomen, dient Dirinco de arbeidsduur aan te passen in overeenstemming met het verzoek van [verzoekster] .

4.4.

Het verweer van Dirinco in dit verband dat [verzoekster] akkoord is gegaan met het verloop van het overlegproces in deze, zodat de omstandigheid dat niet tijdig is beslist op het verzoek van [verzoekster] voor rekening van [verzoekster] dient te komen, in de zin dat Dirinco alsnog met een beroep op een zwaarwegend belang het verzoek mag weigeren, wordt door de kantonrechter niet gevolgd. Uit de omstandigheid dat [verzoekster] heeft opengestaan voor overleg en begrip heeft getoond voor het feit dat een gesprek dat op 27 mei 2016 geagendeerd stond niet door kon gaan, kan niet worden afgeleid dat [verzoekster] afstand heeft gedaan van haar recht ex artikel 2, twaalfde lid van de Wfw.

Met artikel 2, twaalfde lid van de Wfw is immers beoogd te voorkomen dat een werkgever een verzoek om aanpassing van de arbeidsduur naast zich neerlegt, of dat hij, door tot het laatste moment te wachten met een beslissing, de werknemer lange tijd in onzekerheid laat over zijn beslissing.

Verder dient de werkgever het verzoek van werknemer serieus in overweging te nemen en daarop beargumenteerd te beslissen. Hierbij past een open gesprek, dat in dit geval niet, althans onvoldoende heeft plaatsgevonden.

4.5.

Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat Dirinco niet aannemelijk heeft gemaakt dat zwaarwegende bedrijfsbelangen zich tegen toewijzing van het verzoek verzetten. Zij heeft niet of onvoldoende gedocumenteerd dat fulltime werken organisatorisch onvermijdelijk is. Dat deze stelling niet juist is, blijkt ook uit het voorstel van Dirico dat [verzoekster] 24 uur per week zou kunnen werken. Voor zover Dirinco in deze procedure als verweer heeft aangevoerd dat het verzoek van [verzoekster] dient te worden afgewezen omdat [verzoekster] in het kader van haar re-integratie passende arbeid verricht en dat het een illusie is om te stellen dat [verzoekster] al haar taken die Dirinco aan [verzoekster] (mogelijkerwijs) zou willen opdragen binnen het tijdsbestek van 4 dagen zou kunnen verrichten, hetgeen door [verzoekster] (gemotiveerd) wordt betwist, oordeelt de kantonrechter dat het thans aan partijen is om in de lijn van de Wfw (nadere) invulling te geven aan het takenpakket van [verzoekster] dat past binnen haar functie-inhoud en binnen het tijdsbestek van 4 dagen per week. Het plan van aanpak dat [verzoekster] aan Dirinco heeft overhandigd op 3 maart 2016 kan hiervoor (als discussiestuk) als uitgangspunt dienen.

4.6.

Tot slot merkt de kantonrechter op dat van Dirinco redelijkerwijs mag worden verwacht dat zij binnen hetgeen voor haar haalbaar is, investeringen of een organisatorische aanpassing pleegt in haar bedrijfsvoering. Uit de jurisprudentie blijkt dat een verzoek om vermindering van de arbeidsduur, volgend op een periode waarin feitelijk niet of minder uren is gewerkt, vaak wordt toegewezen, indien deze periode zonder noemenswaardige problemen is verlopen. Dit is bij [verzoekster] het geval is geweest. [verzoekster] heeft hiermee een sterk argument om aan te tonen dat het goed mogelijk is minder te werken.

4.7.

Dirinco zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

5 De beslissing

De kantonrechter:

bepaalt de arbeidsduur van [verzoekster] met ingang van 1 juni 2016 op 32 uur per week;

veroordeelt Dirinco in de kosten van deze procedure tot op heden begroot op € 79,00 wegens griffierecht en € 400,00 wegens gemachtigdensalaris.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad

Deze beschikking is gegeven door mr. E. Loesberg, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 27 oktober 2016.