Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2016:5885

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
26-10-2016
Datum publicatie
26-10-2016
Zaaknummer
01/845068-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich in een periode van enkele maanden schuldig gemaakt aan meerdere oplichtingen. Hij heeft zich voorgedaan als betrouwbare verkoper van kozijnen. Verdachte heeft zijn slachtoffers aanbetalingen laten verrichten voor opdrachten, terwijl hij wist dat hij de kozijnen niet zou leveren. De rechtbank legt een gevangenisstraf van 10 maanden met aftrek voorarrest op, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Tevens moet verdachte de schade van een aantal slachtoffers vergoeden.

De rechtbank spreekt verdachte van een aantal oplichtingen vrij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Locatie 's-Hertogenbosch

Team strafrecht

Parketnummer: 01/845068-16

Datum uitspraak: 26 oktober 2016

Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1962] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd te: PI Nieuwegein - HvB loc. Nieuwegein.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 12 oktober 2016.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 20 september 2016.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode 15 oktober 2014 tot en met 5 juni 2015 te Eindhoven en/of Helmond en/of Tilburg en/of Eersel, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedragen, hebbende verdachte toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijke en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zich als bonafide eigenaar en/of bonafide verkoper/vertegenwoordiger van het [bedrijf 1] voorgedaan en met die voornoemde [slachtoffer 1] een overeenkomst gesloten tot levering en/of plaatsing van een of meer kozijn(en) en waarvoor die persoon een (aan)betaling (van -in totaal- 2800 euro, althans een of meer geldbedrag(en)) moest doen (zaak 1) en/of

[slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedragen, hebbende verdachte toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijke en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zich als bonafide eigenaar en/of bonafide verkoper/vertegenwoordiger van het [bedrijf 1] voorgedaan en met die voornoemde [slachtoffer 2] een overeenkomst gesloten tot levering en/of plaatsing van een of meer kozijn(en) en waarvoor die persoon een (aan)betaling (van -in totaal- 700 euro, althans een of meer geldbedrag(en)) moest doen (zaak 2) en/of

[slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedragen, hebbende verdachte toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijke en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zich als bonafide eigenaar en/of bonafide verkoper/vertegenwoordiger van het [bedrijf 1] voorgedaan en met die voornoemde [slachtoffer 3] een overeenkomst gesloten tot levering en/of plaatsing van een of meer kozijn(en) en waarvoor die persoon een (aan)betaling (van -in totaal- 522 euro, althans een of meer geldbedrag(en)) moest doen (zaak 3) en/of

[slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedragen, hebbende verdachte toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijke en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid - zich als bonafide eigenaar en/of bonafide verkoper/vertegenwoordiger van het [bedrijf 1] voorgedaan en met die voornoemde [slachtoffer 1] een overeenkomst gesloten tot levering en/of plaatsing van een of meer kozijn(en) en waarvoor die persoon een (aan)betaling (van -in totaal- 1740 euro, althans een of meer geldbedrag(en)) moest doen (zaak 4),

waardoor die perso(o)n(en) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op verschillende/een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 15 oktober 2014 tot en met 5 juni 2015 te Eindhoven en/of Helmond en/of Tilburg en/of Eersel, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk een of meerdere geldbedrag(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan (respectievelijk) [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) geldbedrag(en) verdachte (telkens) anders dan door misdrijf, te weten als aanbetaling voor het leveren en/of plaatsen van (een) kozijn(en), onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.

2.

hij op enig(e) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 augustus 2014 tot en met 15 april 2015 te Nijland, gemeente Sudwest-Fryslan, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en), althans van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - zich als bonafide eigenaar en/of bonafide verkoper/vertegenwoordiger van het [bedrijf 2] voorgedaan en met die voornoemde [slachtoffer 5] een overeenkomst gesloten en/of (een) afspra(a)k(en) gemaakt tot levering en/of plaatsing van een of meer kozijn(en) en waarvoor die persoon een (aan)betaling (van - in totaal – 1000 euro, althans van een of meer geldbedrag(en)) moest voldoen, waardoor die persoon (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(zaak 1)

3. hij op enig(e) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode 02 september 2014 tot en met 8 februari 2015 te Feanwâlden, gemeente Dantumadiel,, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en) althans van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - zich als bonafide eigenaar en/of bonafide adviseur/vertegenwoordiger van het [bedrijf 2] voorgedaan en met die voornoemde [slachtoffer 6] een overeenkomst gesloten en/of afspra(a)k(en) gemaakt tot levering en/of plaatsing van een of meer kozijn(en) en waarvoor die persoon een (aan)betaling (van 500 euro, althans van een of meer geldbedrag(en)) moest voldoen, waardoor die persoon (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(zaak 2)

4. hij op enig(e) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 augustus 2014 tot en met 09 januari 2015 te Leek, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 7] heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en), althans van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - zich als bonafide eigenaar en/of bonafide verkoper/vertegenwoordiger van het [bedrijf 2] voorgedaan en met die voornoemde [slachtoffer 7] een overeenkomst gesloten en/of (een) afspra(a)k(en) gemaakt tot levering en/of plaatsing van een of meer kozijn(en) en waarvoor die persoon een (aan)betaling (van - in totaal – 750 euro, althans van een of meer geldbedrag(en)) moest voldoen, waardoor die persoon (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(zaak 3)

5. hij op enig(e) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 27 augustus 2014 tot en met 08 december 2014 te Assen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 8] heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en), althans van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - zich als bonafide eigenaar en/of bonafide verkoper/vertegenwoordiger van het [bedrijf 2] voorgedaan en met die voornoemde [slachtoffer 8] een overeenkomst gesloten en/of (een) afspra(a)k(en) gemaakt tot levering en/of plaatsing van een of meer kozijn(en) en waarvoor die persoon een (aan)betaling (van - in totaal – 1890 euro, althans van een of meer geldbedrag(en)) moest voldoen, waardoor die persoon (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(zaak 4)

6. hij op enig(e) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 oktober 2014 tot en met 15 januari 2015 te Emmen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 9] heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en) althans van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - zich als bonafide eigenaar en/of bonafide verkoper/vertegenwoordiger van het [bedrijf 2] voorgedaan en met die voornoemde [slachtoffer 9] een overeenkomst gesloten althans (een) afspra(a)k(en) gemaakt tot levering en/of plaatsing van een of meer kozijn(en) en waarvoor die persoon een (aan)betaling (van 250 euro, althans van een of meer geldbedrag(en)) moest voldoen, waardoor die persoon (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(zaak 5)

7. hij op enig(e) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 08 september 2014 tot en met 04 februari 2015 te Rucphen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 10] heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en) althans van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - zich als bonafide eigenaar en/of bonafide verkoper/vertegenwoordiger van het [bedrijf 2] voorgedaan en met die voornoemde [slachtoffer 10] een overeenkomst gesloten en/of (een) afspra(a)k(en) gemaakt tot levering en/of plaatsing van een of meer kozijn(en) en waarvoor die persoon een (aan)betaling (van 570 euro, althans van een of meer geldbedrag(en)) moest voldoen, waardoor die persoon (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(zaak 6)

8. hij op enig(e) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 07 oktober 2014 tot en met 05 januari 2015 te Almere, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 11] heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en) althans van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven) zich als bonafide eigenaar en/of bonafide verkoper/vertegenwoordiger van het [bedrijf 2] voorgedaan en met die voornoemde [slachtoffer 11] een overeenkomst gesloten en/of (een) afspra(a)k(en) gemaakt tot levering en/of plaatsing van een of meer kozijn(en) en waarvoor die persoon een (aan)betaling (van 850 euro, althans van een of meer geldbedrag(en)) moest voldoen, waardoor die persoon (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(zaak 7)

9. hij op enig(e) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 oktober 2014 tot en met 05 maart 2016 te Apeldoorn, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een anderwederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 12] heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en) althans van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (elkens) met het vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - zich als bonafide eigenaar en/of bonafide verkoper/vertegenwoordiger van het [bedrijf 2] voorgedaan en met die voornoemde [slachtoffer 12] een overeenkomst gesloten en/of (een) afspra(a)k(en) gemaakt tot levering en/of plaatsing van een of meer kozijn(en) en waarvoor die persoon een (aan)betaling (van 960 euro, althans van een of meer geldbedrag(en)) moest voldoen, waardoor die persoon (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(zaak 8)

10. hij op enig(e) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 oktober 2014 tot en met 05 maart 2015 te Groningen, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 13] heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedrag(en) althans van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - zich als bonafide eigenaar en/of bonafide verkoper/vertegenwoordiger van het [bedrijf 2] voorgedan en met die voornoemde [slachtoffer 13] een overeenkomst gesloten en/of (een) afspra(a)k(en) gemaakt tot levering en/of plaatsing van een of meer kozijn(en) en waarvoor die persoon een (aan)betaling (van 2640 euro, althans van een of meer geldbedrag(en)) moest voldoen, waardoor die persoon (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(zaak 9)

Ten gevolge van een kennelijke schrijffout in de tenlastelegging onder feit 1 begaan staat in de regelnummer 37 “ [bedrijf 1] ” en in de regelnummer 38 “ [slachtoffer 1] ” vermeld in plaats van respectievelijk “ [bedrijf 2] ” en “ [slachtoffer 4] ”. De rechtbank herstelt deze schrijffouten en leest telkens het laatste in plaats van het eerste. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak ten aanzien van feit 2 tot en met 10.

Verdachtes verklaring ter terechtzitting houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in dat hij door een bekende van hem, [persoon 1] , is benaderd om te werken in diens bedrijf, genaamd [bedrijf 2] . [persoon 1] was verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering en verdachte was werkzaam als verkoper. In die hoedanigheid – weliswaar met gebruik van een valse naam – is hij namens [bedrijf 2] met de desbetreffende aangevers overeenkomsten aangegaan voor het leveren en plaatsen van kozijnen, waarna de aangevers aanbetalingen hebben verricht die overgemaakt werden op het rekeningnummer van het bedrijf dat door [persoon 1] beheerd werd. Door [persoon 1] werden vervolgens de kozijnen besteld bij het Duitse [bedrijf 3] . Enkele overeenkomsten zijn ook daadwerkelijk nagekomen, totdat in november 2014 problemen ontstonden tussen [bedrijf 2] en [bedrijf 3] , waardoor [bedrijf 2] zijn verplichtingen jegens de aangevers niet meer na kon komen. Verdachte wist niet beter dan dat [persoon 1] om die reden is gestopt met [bedrijf 2] en voornemens was de aangevers tegemoet te komen door de reeds in ontvangst genomen aanbetalingen terug te storten.

Hoewel er – met name gelet op het gebruik van een valse naam door verdachte en zijn strafrechtelijk verleden, waarin hij eerder voor oplichting werd veroordeeld – vraagtekens rijzen bij deze verklaring van verdachte, is de rechtbank van oordeel dat deze verklaring van verdachte niet zonder meer als ongeloofwaardig terzijde geschoven kan worden. Een belangrijke schakel in het geheel lijkt de persoon [persoon 1] te zijn. Deze persoon is echter kennelijk niet meer te traceren, waardoor van hem geen verklaring afgenomen kon worden, terwijl een door hem af te leggen verklaring meer licht op de zaak zou kunnen werpen. De rechtbank had graag door hem de vraag beantwoord zien worden wat de rolverdeling binnen het bedrijf was, maar ook over andere zaken – zoals onder meer de gestelde problemen met de leverancier van de kozijnen – had de rechtbank zich nader geïnformeerd willen zien. In ieder geval zou met een verklaring van [persoon 1] de verklaring van verdachte op betrouwbaarheid kunnen worden getoetst.

Hier tegenover staat de verklaring van verdachte die op onderdelen steun vindt in het procesdossier. Uit een in het dossier gevoegd overzicht van bij- en afschrijvingen van het rekeningnummer op naam van [persoon 1] blijkt dat het merendeel van de aanbetalingen van de in de tenlastelegging genoemde personen via de bank is geschied. Hieruit volgt dat verdachte de aanbetalingen niet contant in ontvangst heeft genomen. Dit duidt er op dat het beheer van de financiële middelen in handen was van [persoon 1] . Dit is in overeenstemming met de verklaring van verdachte. Uit voornoemd overzicht komt tevens het beeld naar voren dat andere personen dan genoemd in de tenlastelegging aanbetalingen hebben verricht, welke aanbetalingen zijn gevolgd door een vervolgbetaling van diezelfde personen. Gelet hierop en bij gebrek aan overige aangiften, kan de rechtbank niet uitsluiten dat [bedrijf 2] als een regulier bedrijf heeft gefunctioneerd en niet tekortgeschoten is in de nakoming van een aantal overeenkomsten (met anderen dan aangevers). Dat [bedrijf 2] inderdaad handel heeft gedreven met [bedrijf 3] blijkt bovendien uit het relaas van [verbalisant 1] . Voornoemde verbalisant bevestigt immers dat bij navraag is gebleken dat [bedrijf 3] een openstaande vordering heeft op [bedrijf 2] .

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen komt de rechtbank tot het oordeel dat de verklaring van verdachte niet als onaannemelijk terzijde geschoven kan worden. Daarmee is niet buiten redelijke twijfel vast komen te staan dat verdachte zich, zoals bij de feiten 2 tot en met 10 tenlastegelegd, in strijd met de waarheid als bonafide verkoper/vertegenwoordiger heeft voorgedaan. Het enkele gebruik van een valse naam is daartoe niet voldoende. Dat verdachte zich als eigenaar van [bedrijf 2] heeft voorgedaan kan ook niet worden bewezen. Nu daarmee voor een essentieel bestanddeel van het onder 2 tot en met 10 tenlastegelegde onvoldoende bewijs aanwezig is, zal de rechtbank verdachte van die feiten vrijspreken.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 1.

De rechtbank stelt vast dat verdachte – vrij snel nadat [persoon 1] kenbaar had gemaakt dat hij ging stoppen met [bedrijf 2] – een bedrijf is gestart, genaamd [bedrijf 1] . Het bedrijf is op naam van verdachtes partner ingeschreven in de Kamer van Koophandel en van het bedrijf is een website gelanceerd. Verdachte heeft de aangevers als klanten geworven en heeft ze thuis bezocht. Tijdens die bezoeken stelde hij zich voor als [alias 1] of [alias 2] . Verdachte overhandigde folders van zijn bedrijf aan de aangevers, maakte offertes op voor en ging overeenkomsten aan met deze aangevers voor de levering en plaatsing van kozijnen, waarbij de offertes en de overeenkomsten professioneel oogden. Bij aangevers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft verdachte bovendien concrete afspraken gemaakt voor het inmeten van de kozijnen. Verdachte liet de aangevers aanbetalingen verrichten. De overeenkomsten werden echter niet nagekomen. De aangevers hebben nimmer de door hen bestelde en aanbetaalde goederen geleverd gekregen. Verdachte was verder kort na het afsluiten van de overeenkomsten en het in ontvangst nemen van de aanbetalingen van aangevers niet meer voor aangevers bereikbaar.

Op vragen van de rechtbank heeft de verdachte ter terechtzitting aangevoerd dat hij bewust een valse naam heeft gebruikt, omdat hij niet wilde dat de aangevers er achter zouden komen dat hij eerder was veroordeeld ter zake van oplichting. Dat was ook de reden waarom het bedrijf op naam stond van verdachtes partner en dat de aanbetalingen – die niet contant werden voldaan – op het rekeningnummer van zijn partner gestort dienden te worden. De reeds in ontvangst genomen aanbetalingen, welke een waarde vertegenwoordigen van ruim € 5.000,--, zijn grotendeels besteed aan privézaken in plaats van dat deze ten goede kwamen aan het bedrijf. Verdachte heeft op enig moment bij de politie verklaard dat er strubbelingen zijn ontstaan met een (beoogd) leverancier. Voorts heeft hij nog wel gezocht naar andere leveranciers, maar zonder succes. Hierdoor is verdachte zijn verplichtingen jegens de desbetreffende aangevers niet na kunnen komen. Het was volgens verdachte nimmer zijn bedoeling om de aangevers op te lichten. Gevraagd naar gegevens over deze (beoogd) leverancier, is verdachte ter terechtzitting niet verder gekomen dan de naam [naam 1] te noemen, welke gevestigd zou zijn op een industrieterrein in Nijmegen, nabij Wijchen. Verdachte heeft ook geen nadere gegevens verschaft over zijn gestelde zoektocht naar andere leveranciers.

De rechtbank acht voormelde verklaringen van verdachte over de (beoogde) leverancier uit Nijmegen ongeloofwaardig. Naast het feit dat deze informatie onvoldoende concreet en verifieerbaar is, is bovendien opvallend te noemen dat verdachte op detailniveau veel dingen weet te herinneren over de aangevers en de opdrachten die hij heeft aangenomen, maar niet weet te herinneren wie zijn leverancier was en waar deze exact is gevestigd. De rechtbank acht daarom het bestaan van deze (beoogde) leverancier in het geheel niet aannemelijk. Bij gebreke van enige concretisering of onderbouwing voor de stelling van verdachte dat hij nog naar andere leveranciers heeft gezocht, acht de rechtbank ook deze stelling niet aannemelijk. Verdachte wist dus dat hij overeenkomsten sloot die hij niet na zou gaan komen.

Gelet op alle voormelde feiten en omstandigheden staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat verdachte zich valselijk heeft gepresenteerd als bonafide eigenaar/verkoper/vertegenwoordiger. Verdachte heeft op onverdachte wijze goederen aangeboden en heeft door gebruikmaking van normale namen – niet zijnde verdachtes werkelijke naam – de indruk gewekt dat hij traceerbaar was, hetgeen van belang is in geval van niet nakoming. De desbetreffende aangevers werden door het geheel van handelingen van verdachte, zo volgt ook uit de aangiftes, telkens bewogen een overeenkomst te sluiten en een aanbetaling te doen. Verdachte heeft aldus op valse wijze gebruik gemaakt van een gangbaar handelspatroon, op basis van welk patroon de aangevers mochten verwachten dat verdachte de goederen voor de afgesproken prijs en op de afgesproken wijze zou leveren. In die verwachting hebben zij de aanbetalingen gedaan. Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat verdachte deze overeenkomsten is aangegaan met het enkele doel om aanbetalingen te innen.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich heeft voorgedaan als bonafide eigenaar/verkoper/vertegenwoordiger van het [bedrijf 1] , met het oogmerk om zichzelf te bevoordelen.

Ten aanzien van de ten laste gelegde oplichting van [slachtoffer 4] overweegt de rechtbank, in aanvulling op het voorgaande, dat verdachte zich bij het aangaan van de overeenkomst nog heeft uitgegeven voor een verkoper van [bedrijf 2] . Anders dan bij de ten laste gelegde feiten 2 tot en met 10 zijn de aanbetalingen echter wel aantoonbaar ten goede van verdachte gekomen. Verdachte heeft ter terechtzitting ook verklaard dat hij deze overeenkomst heeft overgenomen nadat hij had vernomen dat [bedrijf 2] zijn bedrijfsactiviteiten beëindigde. Ook is verdachte degene geweest die contacten heeft gehad met [slachtoffer 4] toen de overeenkomst niet nagekomen werd. Dat maakt dat deze zaak, anders dan de feiten 2 tot en met 10, wel een bewijsbare oplichting oplevert.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank het onder 1 primair tenlastegelegde in al zijn onderdelen wettig en overtuigend bewezen. De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

1. op tijdstippen in de periode 15 oktober 2014 tot en met 5 juni 2015 in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid

[slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedragen, hebbende verdachte toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk - zich als bonafide eigenaar en/of bonafide verkoper/vertegenwoordiger van het [bedrijf 1] voorgedaan en met die voornoemde [slachtoffer 1] een overeenkomst gesloten tot levering en/of plaatsing van kozijnen en waarvoor die persoon een (aan)betaling van -in totaal- 2800 euro moest doen

en

[slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedragen, hebbende verdachte toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven – valselijk - zich als bonafide eigenaar en/of bonafide verkoper/vertegenwoordiger van het [bedrijf 1] voorgedaan en met die voornoemde [slachtoffer 2] een overeenkomst gesloten tot levering en/of plaatsing van kozijnen en waarvoor die persoon een (aan)betaling van -in totaal- 700 euro moest doen

en

[slachtoffer 3] heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedragen, hebbende verdachte toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven – valselijk zich als bonafide eigenaar en/of bonafide verkoper/vertegenwoordiger van het [bedrijf 1] voorgedaan en met die voornoemde [slachtoffer 3] een overeenkomst gesloten tot levering en/of plaatsing van kozijnen en waarvoor die persoon een (aan)betaling van -in totaal- 522 euro moest doen

en

[slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van een of meer geldbedragen, hebbende verdachte toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk zich als bonafide eigenaar en/of bonafide verkoper/vertegenwoordiger van het [bedrijf 2] voorgedaan en met die voornoemde [slachtoffer 4] een overeenkomst gesloten tot levering en/of plaatsing van kozijnen en waarvoor die persoon een (aan)betaling van -in totaal- 1740 euro moest doen,

waardoor die personen telkens werden bewogen tot bovenomschreven afgifte.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit. Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De vordering van de officier van justitie strekt tot veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 jaar met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht [bijlage 1].

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende ten nadele van verdachte in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in een periode van enkele maanden schuldig gemaakt aan meerdere oplichtingen. Hij heeft zich voorgedaan als een betrouwbare verkoper van kozijnen en heeft klanten geworven en aannemingsovereenkomsten aangegaan tot levering en plaatsing van kozijnen. Verdachte heeft zijn slachtoffers aanbetalingen laten verrichten voor deze opdrachten, terwijl hij wist dat hij deze kozijnen niet zou leveren. De op deze manier ontvangen aanbetalingen, besteedde verdachte grotendeels privé. Op het moment dat de slachtoffers wederom in contact traden met verdachte, maakte hij nieuwe afspraken die hij evenmin nakwam. Uiteindelijk was verdachte niet meer bereikbaar voor de desbetreffende slachtoffers. Door op voornoemde wijze te handelen heeft verdachte ernstig misbruik gemaakt van het vertrouwen dat de slachtoffers in hem stelden en heeft hij het vertrouwen in het bedrijfsleven in het algemeen geschaad. Door zijn slinkse en berekenende wijze van handelen, heeft verdachte zijn slachtoffers bovendien financieel benadeeld. Bij het plegen van de feiten heeft verdachte uit puur winstbejag gehandeld en heeft zich niets aangetrokken van de belangen van de slachtoffers. De rechtbank rekent verdachte dit alles zwaar aan.

Kijkend naar de persoon van verdachte, hecht de rechtbank veel gewicht aan de omstandigheid dat verdachte in 2012 voor soortgelijke feiten werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk. Kennelijk heeft deze veroordeling, tot een forse gevangenisstraf, verdachte er niet van weten te weerhouden om opnieuw soortgelijke strafbare feiten te plegen.

De raadsman heeft bepleit dat, bij een veroordeling van verdachte ter zake van deze strafbare feiten, volstaan dient te worden met oplegging van een taakstraf, eventueel in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf. Daarbij heeft de raadsman aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten voor straftoemeting die gelden ter zake van fraude tot een benadelingsbedrag van € 10.000.

In de toelichting behorende bij de oriëntatiepunten voor fraude wordt benoemd ter zake van welke strafbare feiten deze oriëntatiepunten dienen te gelden. Het strafbaar feit “oplichting” is niet als zodanig opgenomen in die opsomming. De rechtbank is daarom van oordeel dat de oriëntatiepunten voor fraude niet als vertrekpunt kunnen gelden bij de bepaling van de straf in deze zaak. Bovendien is bij het door de raadsman genoemde oriëntatiepunt geen rekening gehouden met recidive, terwijl daarvan bij verdachte wel sprake is.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur als na te melden. De rechtbank zal deze gevangenisstraf voor een gedeelte voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen, alsmede om de ernst van het bewezenverklaarde te benadrukken.

De rechtbank zal met de op te leggen straf een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank tot een bewezenverklaring komt van een aanzienlijk kleiner aantal feiten dan waar de officier van justitie bij het formuleren van zijn eis voor ogen stond en zij van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd om de vordering van de benadeelde partij integraal toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat gelet op de bepleite vrijspraak de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank. De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 februari 2015 tot de dag der algehele voldoening. Daartoe overweegt de rechtbank dat bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte onder feit 1 primair bewezen verklaarde feit.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd om de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen tot een bedrag van € 400,-- vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Naar het oordeel van de officier van justitie is het gevorderde schadebedrag ter zake van de buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente onvoldoende onderbouwd en komen dientengevolge niet voor vergoeding in aanmerking. De officier van justitie heeft gevorderd om de benadeelde partij voor dat deel van de vordering niet ontvankelijk te verklaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat gelet op de bepleite vrijspraak de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, behoudens voor zover het de gevorderde buitengerechtelijke kosten betreft nu die onvoldoende zijn onderbouwd.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte onder feit 1 primair bewezen verklaarde feit. De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat slechts een bedrag van € 400,-- voor toewijzing vatbaar is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 januari 2015 tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren ten aanzien van de gevorderde buitengerechtelijke kosten. Van dit gedeelte van de vordering is niet eenvoudig vast te stellen of en in hoeverre deze kosten zijn gemaakt en of (al) deze kosten in directe relatie staan tot het bewezen verklaarde feit. Nader onderzoek naar de juistheid en omvang van de vordering (in zoverre) zou een nadere behandeling vereisen. De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van dit deel van de vordering daarmee een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan dit onderdeel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Het afzonderlijk gevorderde schadebedrag van € 50,51 ter zake van de wettelijke rente is inbegrepen in de veroordeling tot betaling van wettelijke rente die de rechtbank zal uitspreken, zodat de rechtbank op dit afzonderlijk gevorderde bedrag als zodanig geen uitspraak zal doen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd om de vordering van de benadeelde partij integraal toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat gelet op de bepleite vrijspraak de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, behoudens voor zover het de gevorderde reiskosten betreft nu die niet in causaal verband staan met het tenlastegelegde.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 februari 2015 ten aanzien van de post ‘aanbetaling’ en vanaf 9 maart 2016 (zijnde de datum van indienen van de vordering) ten aanzien van de post ‘reiskosten’, telkens tot de dag der algehele voldoening. Daartoe overweegt de rechtbank dat bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat de benadeelde partij, ook voor wat betreft de post reiskosten, rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte onder feit 1 primair bewezen verklaarde feit.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd om de vordering van de benadeelde partij integraal toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat gelet op de bepleite vrijspraak de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren. Subsidiair heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 november 2014 (als de door de rechtbank vastgestelde dag waarop door de benadeelde uiterlijk de aanbetaling aan verdachte is gedaan en derhalve de schade is ontstaan) tot de dag der algehele voldoening. Daartoe overweegt de rechtbank dat bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte onder feit 1 primair bewezen verklaarde feit.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd om de vordering van de benadeelde partij integraal toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat gelet op de bepleite vrijspraak de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verdachte wordt vrijgesproken van het feit waarop de vordering van de benadeelde partij betrekking heeft.

De rechtbank zal de kosten van partijen als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering compenseren aldus dat elke partij haar eigen kosten draagt.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 7] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd om de vordering van de benadeelde partij integraal toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat gelet op de bepleite vrijspraak de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verdachte wordt vrijgesproken van het feit waarop de vordering van de benadeelde partij betrekking heeft.

De rechtbank zal de kosten van partijen als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering compenseren aldus dat elke partij haar eigen kosten draagt.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd om de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen tot een bedrag van € 1890,-- vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Naar het oordeel van de officier van justitie is het ter terechtzitting gevorderde schade ter zake van de reiskosten onvoldoende onderbouwd en komen dientengevolge niet voor vergoeding in aanmerking. De officier van justitie heeft gevorderd om de benadeelde partij voor dat deel van de vordering niet ontvankelijk te verklaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat gelet op de bepleite vrijspraak de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verdachte wordt vrijgesproken van het feit waarop de vordering van de benadeelde partij betrekking heeft.

De rechtbank zal de kosten van partijen als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering compenseren aldus dat elke partij haar eigen kosten draagt.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 9] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd om de vordering van de benadeelde partij integraal toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat gelet op de bepleite vrijspraak de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verdachte wordt vrijgesproken van het feit waarop de vordering van de benadeelde partij betrekking heeft.

De rechtbank zal de kosten van partijen als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering compenseren aldus dat elke partij haar eigen kosten draagt.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 10] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd om de vordering van de benadeelde partij integraal toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat gelet op de bepleite vrijspraak de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verdachte wordt vrijgesproken van het feit waarop de vordering van de benadeelde partij betrekking heeft.

De rechtbank zal de kosten van partijen als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering compenseren aldus dat elke partij haar eigen kosten draagt.

De schadevergoedingsmaatregel.

De raadsman heeft bepleit dat er gronden aanwezig zijn om de door de officier van justitie gevorderde schadevergoedingsmaatregel niet op te leggen. Aangevoerd is dat verdachte geen draagkracht heeft om een schadevergoeding te voldoen, hetgeen er op neer zal komen dat verdachte uiteindelijk de vervangende hechtenis dient uit te zitten. Nu aan het doel van de schadevergoedingsmaatregel (herstel van de rechtmatige toestand) en het doel van de vervangende hechtenis (stimulans tot betaling door verdachte) in het onderhavige geval niet wordt voldaan, dient de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel achterwege gelaten te worden. In subsidiaire zin heeft de raadsman bepleit dat de schadevergoedingsmaatregel tot het minimale beperkt dient te worden of op nihil gesteld moet worden.

De rechtbank stelt vast dat verdachte bij arrest van het gerechtshof Leeuwarden van 4 mei 2012 is veroordeeld ter zake van oplichting, waarbij aan hem naast een deels voorwaardelijke gevangenisstraf ook een betalingsverplichting is opgelegd tot bedragen van in totaal ruim € 50.000,--. Uit het verhandelde ter terechtzitting is het de rechtbank gebleken dat verdachte reeds vanaf 29 januari 2016 de vervangende hechtenis uitzit van deze betalingsverplichting en dat deze detentie voorshands zal voortduren tot 27 januari 2017.

De vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] in de onderhavige zaak zullen – zoals hiervoor weergegeven – (deels) toegewezen worden tot een totaalbedrag van ongeveer € 5.000,--. Daarmee zullen de schulden van verdachte toenemen, terwijl er binnen afzienbare termijn, zo acht de rechtbank aannemelijk geworden, geen perspectief is dat verdachte inkomsten zal genereren en zal kunnen voldoen aan deze betalingsverplichtingen. Onder de gegeven omstandigheden is het niet onaannemelijk dat verdachte bij oplegging van de schadevergoedingsmaatrel de vervangende hechtenis dient uit te zitten. Om te voorkomen dat – in het geval van toepassing van vervangende hechtenis – de oplegging van het totaal van deze maatregelen een punitief karakter zou krijgen, hetgeen niet strookt met het doel van oplegging van deze maatregel, ziet de rechtbank grond om de duur van de vervangende hechtenis per benadeelde partij tot het wettelijk minimum te beperken. De rechtbank zal derhalve ten aanzien van iedere toegewezen vordering de schadevergoedingsmaatregel opleggen, telkens vermeerderd met de wettelijke rente zoals hiervoor onder de bespreking van de vorderingen weergegeven, tot aan de dag der algehele voldoening, doch de duur van de vervangende hechtenis steeds beperken tot één dag per benadeelde partij.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 24c, 27, 36f, 57, 60a en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

ten aanzien van feit 2, feit 3, feit 4, feit 5, feit 6, feit 7, feit 8, feit 9, feit 10: vrijspraak

Verklaart het ten laste gelegde onder feit 1 bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

ten aanzien van feit 1 primair:oplichting, meermalen gepleegd Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en maatregelen.

ten aanzien van feit 1 primair:

 een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren

ten aanzien van feit 1 primair:

maatregel van schadevergoeding van EUR 2800,00 subsidiair 1 dag hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van een bedrag van EUR 2800,-- (zegge: tweeduizendachthonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 dag hechtenis. Het bedrag bestaat uit een materiële schadevergoeding.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 februari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] , van een bedrag van EUR 2800,-- (zegge: tweeduizendachthonderd euro), bestaande uit een materiële schadevergoeding.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 februari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

ten aanzien van feit 1 primair:

maatregel van schadevergoeding van EUR 400,00 subsidiair 1 dag hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] van een bedrag van EUR 400,-- (zegge: vierhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 dag hechtenis. Het bedrag bestaat uit een materiële schadevergoeding.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 januari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] , van een bedrag van EUR 400,-- (zegge: vierhonderd euro), bestaande uit een materiële schadevergoeding.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 januari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering (betreffende de post “buitengerechtelijke kosten”) niet ontvankelijk is.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

ten aanzien van feit primair:

maatregel van schadevergoeding van EUR 272,00 subsidiair 1 dag hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] van een bedrag van EUR 272,-- (zegge: tweehonderdtweeënzeventig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 dag hechtenis. Het bedrag bestaat uit een materiële schadevergoeding.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 februari 2015 ten aanzien van de post ‘aanbetaling’ en vanaf 9 maart 2016 ten aanzien van de post ‘reiskosten’ tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] , van een bedrag van EUR 272,-- (zegge: tweehonderdtweeënzeventig euro), bestaande uit een materiële schadevergoeding.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 februari 2015 ten aanzien van de post ‘aanbetaling’ en vanaf 9 maart 2016 ten aanzien van de post ‘reiskosten’ tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

ten aanzien van feit 1 primair:

maatregel van schadevergoeding van EUR 1340,00 subsidiair 1 dag hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] van een bedrag van EUR 1340,-- (zegge: éénduizenddriehonderdveertig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 dag hechtenis. Het bedrag bestaat uit een materiële schadevergoeding.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 november 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] , van een bedrag van EUR 1340,-- (zegge: één duizenddriehonderdveertig euro), bestaande uit een materiële schadevergoeding.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 november 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

ten aanzien van feit 3:Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 6] , in de vordering.

Compenseert de kosten van partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt.

ten aanzien van feit 4:Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 7] , in de vordering.

Compenseert de kosten van partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt.

ten aanzien van feit 5:Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 8] , in de vordering.

Compenseert de kosten van partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt.

ten aanzien van feit 6:Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 9] , in de vordering.

Compenseert de kosten van partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt.

ten aanzien van feit 7:Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 10] , in de vordering.

Compenseert de kosten van partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. T. van de Woestijne, voorzitter,

mr. C.A. Mandemakers en mr. B. Poelert, leden,

in tegenwoordigheid van Ş. Altun, griffier,

en is uitgesproken op 26 oktober 2016.

mr. B. Poelert is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.