Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2016:573

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
16-02-2016
Datum publicatie
16-02-2016
Zaaknummer
01/879326-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor een woninginbraak in vereniging gepleegd, voor een in scene gezette woninginbraak en opzetheling van een dure motor.

Herkenning camerabeelden. Overtuiging van de rechtbank wordt versterkt door beroep van verdachte op zwijgrecht.

Opgelegd wordt een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek van voorarrest.

Verdachte dient schade te vergoeden (hoofdelijke veroordeling).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummers: 01/879326-13 en 01/845630-15 (ter terechtzitting gevoegd)

Datum uitspraak: 16 februari 2016

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,

wonende te [adresgegegevens] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 13 april, 7 september en 23 november 2015 en 2 februari 2016.

Op de terechtzitting van 7 september 2015 heeft de rechtbank de tegen verdachte, onder de hiervoor genoemde parketnummers, aanhangig gemaakte zaken gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van 19 maart 2015 en 18 augustus 2015.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

[incident 1:]

hij op of omstreeks 10 mei 2014 te Eindhoven,

om (ongeveer) 01:15 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een woning aan de [adres 1] , alwaar verdachte en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende(n) bevond(en), heeft weggenomen drie Apple Imac computers, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming te weten door het ingooien en / of inslaan, in elk geval verbreken, van een of meer ruit(en) van die woning en / of het (vervolgens) door een daardoor ontstane opening in de woning te klimmen;

2.

[incident 2:]

hij op of omstreeks 23 maart 2014 te Eindhoven tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (uit een woning aan de [adres 2] ) heeft weggenomen een koffer en/of een hoeveelheid geld (te weten 3.1030,00 euro) en/of een hoeveelheid kleding en/of een gsm (Apple Iphone 4), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 23 maart 2014 te Eindhoven tezamen en in vereniging, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening, in/uit een woning (van [medeverdachte 3] ) (aan de [adres 2] ), heeft/hebben weggenomen een koffer en/of een hoeveelheid geld (te weten 3.130,00 euro) en/of een hoeveelheid kleding en/of een gsm (Apple Iphone 4), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of aan verdachte,

welk feit hij, verdachte, op of omstreeks 23 maart 2014 te Eindhoven en/of elders in Nederland door beloften en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen opzettelijk heeft uitgelokt door

- die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] in kennis te stellen van het feit dat die [benadeelde 2] in voornoemde woning logeerde en/of dat zich in die woning (een of meer van) voornoemde goederen van die [benadeelde 2] bevonden en/of

- aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] een sleutel tot (een) toegangsdeur(en) van die woning ter beschikking te stellen en/of

- die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] te instrueren om die koffer en/of overige goederen weg te nemen en/of

- die [benadeelde 2] bezig te houden in het uitgaansgebied van Eindhoven (ten tijde van die diefstal);

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] op of omstreeks 23 maart 2014 te Eindhoven tezamen en in vereniging, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening, in/uit een woning (van [medeverdachte 3] ) (aan de [adres 2] ), heeft/hebben weggenomen een koffer en/of een hoeveelheid geld (te weten 3.130,00 euro) en/of een hoeveelheid kleding en/of een gsm (Apple Iphone 4), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of aan verdachte,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 23 maart 2014 te Eindhoven en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] in kennis te stellen van het feit dat die [benadeelde 2] in voornoemde woning logeerde en/of dat zich in die woning (een of meer van) voornoemde goederen van die [benadeelde 2] bevonden en/of

- aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] een sleutel tot (een) toegangsdeur(en) van die woning ter beschikking te stellen en/of

- die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] te instrueren om die koffer en/of overige goederen weg te nemen en/of

- die [benadeelde 2] bezig te houden in het uitgaansgebied van Eindhoven (ten tijde van die diefstal);

3.

[incident 13:]

hij op of omstreeks de periode van 2 juli 2014 tot en met 3 juli 2014, in elk geval in of omstreeks de maand juli 2014, te Eindhoven, althans in Nederland, een motorfiets (van het merk [merk motorfiets] ) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die motorfiets wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

art 417bis Wetboek van Strafrecht

Aan verdachte is in de tenlastelegging met parketnummer 01/845630-15 ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 05 augustus 2015 tot en met 07 augustus

2015 te Eindhoven, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een motor (van het merk [merk motorfiets 2] ) heeft verworven, voorhanden

heeft gehad en/of heeft overgedragen,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het

voorhanden krijgen van die motor wist(en), althans redelijkerwijs had(den)

moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen geldig zijn. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak.

De rechtbank acht evenals de officier van justitie en de verdediging niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder feit 3, de heling van een motorfiets KTM, is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewijs

Inleiding.

Verdachte wordt voorts verweten dat hij met een ander een woninginbraak heeft gepleegd (feit 1), dat hij als medepleger dan wel uitlokker dan wel medeplichtige betrokken is bij een in scène gezette woninginbraak (feit 2) en dat hij met anderen een [merk motorfiets 2] heeft geheeld (gevoegd feit).

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van de feiten 1 en 2 (kort gezegd medeplegen) en van het gevoegde feit, de opzetheling van de [merk motorfiets 2] .

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft tot vrijspraak gepleit van alle ten laste gelegde feiten.

Met betrekking tot feit 1 heeft de raadsman twijfels geuit over de herkenning van verdachte op camerabeelden door de betrokken verbalisanten. De kleding die de mannen droegen is bij de doorzoekingen niet aangetroffen. De raadsman heeft geconcludeerd dat het telecommunicatieonderzoek verdachte niet op de plaats delict brengt en volgens de verdediging is de inhoud van de telefoongesprekken een dag na het delict niet per se te linken aan een diefstal op de [adres 1] , nu verdachte volgens het procesdossier van het plegen van meer feiten is verdacht.

Met betrekking tot feit 2 heeft de verdediging eveneens bewijsverweer gevoerd. Specifiek is aandacht gevraagd voor de omstandigheid dat niet gebleken is van een sleuteloverdracht tussen de broers [verdachte] .

Met betrekking tot het gevoegde feit, de heling van de [merk motorfiets 2] , heeft de verdediging aangevoerd dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte wist dat het om een gestolen motor ging en dat hij dit ook niet hoefde te vermoeden. Het vluchtgedrag van verdachte wordt gerelateerd aan zijn geschorste voorlopige hechtenis en een ongewenst contact met de politie in dat verband.

Het oordeel van de rechtbank over de feiten 1 en 2. 1

Feit 1

Er is aangifte gedaan van een woninginbraak door [benadeelde 1] : in de nacht van

10 mei 2014 tussen 1:05 uur en 1:15 uur zijn uit de woning [adres 1] te Eindhoven drie Apple Imac computers weggenomen. De toegang is verschaft door het raam aan de voorzijde van de speelkamer in te gooien met een stoeptegel. Er zijn meerdere kleine ruiten aan de voorzijde ingeslagen. Aangever is wakker geworden van glasgerinkel.2

Het proces-verbaal sporenonderzoek ter plaatse wijst het volgende uit. De linkerruit van een van de ramen met glas in lood was kapot. Meerdere ramen van de raampartij waren kapot. Er lagen glasscherven op de grond en vloer van de woonkamer. Verder was een ruit van de speelkamer kapot.3

Een bewakingscamera ter plaatse heeft beelden van de inbraak vastgelegd. Deze zijn door diverse verbalisanten bekeken. Het volgende is gerelateerd.

Verbalisant [verbalisant 1] heeft de camerabeelden bekeken naar aanleiding van de woninginbraak op de [adres 1] Eindhoven (rechtbank begrijpt [adres 1] ). Het gaat om beelden van 10 mei 2014 tussen 01:43 en 01:46 uur maar niet bekend is of de tijd op het beeldscherm de werkelijke tijd was. Om 01:43:08 uur kwam vanaf de linkerzijde een donkere snor/bromfiets in beeld rijden. Verbalisant ziet dat er twee personen op zaten en deze stapten af ter hoogte van de woning. Zij liepen richting de voordeur. Beiden droegen een petje. Beiden hielden iets vast in hun hand wat leek op een stoeptegel. Beiden stonden aan de voorzijde van woning. Er werd met kracht een voorwaartse beweging gemaakt alwaar ze stonden. Dat was ter hoogte van de voordeur. Er werd meermalen met kracht richting de voorzijde van de voordeur geslagen. Beiden lopen om de woning heen in de richting van de beveiligingscamera. Beide personen waren daardoor goed in beeld. Verbalisant herkent een van de personen als [medeverdachte 4] . Hij herkent hem aan zijn houding, manier van lopen en het gelaat. Zijn kaak en kin vallen op. Verbalisant heeft meermalen oog in oog met [medeverdachte 4] gestaan en met hem te doen gehad. Beiden personen verlaten aan de zijkant van de woning de woning. Zij renden met goederen in hun handen weg. De goederen lijken beeldschermen te zijn. Ze reden op de snor/bromfiets weg.4

Verbalisant [verbalisant 2] heeft eveneens de camerabeelden bekeken van de inbraak op 10 mei 2014. De man met de lichte pet herkent hij als de hem ambtshalve bekende [medeverdachte 4] , wonende aan [adres 3] Eindhoven. Hij herkent hem aan zijn mond, kin en opvallende huidstructuur. Ook herkent hij hem aan zijn manier van lopen. De tweede man herkent hij als [verdachte] , wonende aan de [adres 4] Eindhoven. Hij herkent hem aan zijn gelaat, neus en ogen en aan zijn manier van lopen. Verbalisant heeft beide personen meermalen gecontroleerd waarbij zij zich hebben gelegitimeerd. Ook heeft verbalisant [medeverdachte 4] een keer verhoord.5

Verbalisant [verbalisant 3] herkent van voormelde beelden [verdachte] . Hij herkent hem aan zijn gelaat, neus en ogen en aan zijn manier van lopen. Verbalisant heeft [verdachte] meermalen persoonlijk gesproken.6

Voor de betrouwbaarheid van een herkenning is onder meer de kwaliteit van de beelden en de zichtbaarheid van de daders op de beelden van belang. Voorts kan van belang zijn of herkenning heeft plaatsgevonden op basis van specifieke, onderscheidende persoonskenmerken. De rechtbank heeft ter terechtzitting van 2 februari 2016 en ook voorafgaand aan de terechtzitting geconstateerd dat de camerabeelden van voldoende kwaliteit zijn en dat daarop de gezichten van de daders duidelijk te zien zijn, evenals hun houding en manier van lopen. In casu zijn verdachten ieder door twee verschillende verbalisanten herkend op de camerabeelden en zij hebben die herkenningen bovendien gemotiveerd.
De rechtbank heeft dan ook geen reden om te twijfelen aan de door verbalisanten gedane herkenningen van de verdachten [verdachte] en [medeverdachte 4] en verwerpt het verweer van de raadsman.

De telefoon van verdachte is afgeluisterd. Zijn telefoonnummer is [telefoonnummer 1] . Op grond van een proces-verbaal stemherkenning7 stelt de rechtbank vast dat verdachte deelnemer is aan gevoerde telefoongesprekken zoals hierna weergegeven. De verdediging heeft deze stemherkenning niet betwist.

Een andere deelnemer aan de gesprekken is medeverdachte [medeverdachte 4] . Ook zijn stem is door een verbalisant herkend. Zijn telefoonnummer is [telefoonnummer 2] .8

Uit het proces-verbaal bevindingen verkoop goederen blijkt, zakelijk weergegeven, het volgende over het telefoonverkeer van [verdachte] en [medeverdachte 4] de dag na de inbraak.

Het telefoonnummer [telefoonnummer 1] van [verdachte] is afgeluisterd. Op 10 mei 2014 om 13:31:22 uur (p. 660) wordt hij gebeld en de ander (met nummer [telefoonnummer 2] , [medeverdachte 4] ) vraagt of [verdachte] vervoer heeft om die dingen op te halen. [verdachte] zegt dat hij dat wel kan fixen. [verdachte] heeft het over eentje 500 en die andere dingen 3. De ander zegt “kom maar met vervoer” en “die man geeft minimaal 500. [verdachte] zegt dat hij vervoer gaat regelen. Om 14:41:58 uur (p. 662) wordt [verdachte] gebeld door een persoon die vraagt of hij al een koper heeft. [verdachte] antwoordt hierop met “ja man”. (…) Op 11 mei om 16:08:07 uur (p. 669) wordt [verdachte] gebeld door de persoon met nummer [telefoonnummer 2] ( [medeverdachte 4] ) die tegen [verdachte] zegt dat de derde persoon het voor 750 doet. De ander zegt dat hij dat niet wil maar als [verdachte] het wil dan wordt het verkocht. [verdachte] heeft het over 800 maar de ander zegt dat die koper dat niet wil. De koper heeft een winkel. De koper moet het legen/wissen en 1 is geblokkeerd welke ontgrendeld moet worden en twee zijn kapot/beschadigd. [verdachte] zegt dat het weg kan. De ander zegt dat hij die andere stuurt als hij hem het geld heeft gegeven en dat hij dan naar [verdachte] toe komt.9

De rechtbank volgt de bevindingen van de verbalisant die de gesprekken heeft afgeluisterd (p. 659): in de gesprekken spreekt [verdachte] met [medeverdachte 4] over een geblokkeerde en dat er twee beschadigd zijn (dus over bij elkaar drie) terwijl er drie Imacs zijn weggenomen. In het spraakgebruik is het niet ongebruikelijk een computer waarbij voor de toegang een wachtwoord nodig is de term “geblokkeerd” te gebruiken. Uiteindelijk worden de spullen verkocht voor 750 euro. Hierover beslist verdachte [verdachte] .

Anders dan de raadsman heeft aangevoerd rechtvaardigen de bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang bezien de conclusie dat de telefoongesprekken de dag na de inbraak over de drie Imacs (computers met het uiterlijk van een beeldscherm-Rb) gaan.

De rechtbank acht op grond van de gedragingen van de verdachten, zoals beschreven door de verbalisanten wettig en overtuigend bewezen dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen hen. Ook hun telefoongesprekken een dag na de diefstal zijn hiertoe redengevend.

De overtuiging van de rechtbank dat verdachte een van de daders is van de woninginbraak wordt verder versterkt door het beroep van verdachte op zijn zwijgrecht. De hiervoor genoemde feiten en omstandigheden op zichzelf, maar zeker in samenhang bezien, wijzen zodanig sterk in de richting van verdachte dat deze in beginsel vragen om een redelijke verklaring van de zijde van verdachte. Verdachte heeft deze verklaring niet willen geven.

Feit 2

Aangever [benadeelde 2] heeft aangifte gedaan van kortgezegd een in scene gezette diefstal uit een woning [adres 2] Eindhoven. Hij heeft het volgende verklaard.

Op zondagmorgen 23 maart 2014 om 1:00 uur ben ik gaan stappen met [verdachte] (rechtbank begrijpt: [verdachte] ), het broertje van [medeverdachte 3] (rechtbank begrijpt: [verdachte] ) bij wie ik logeerde. Ook was [betrokkene 1] (rechtbank begrijpt: [betrokkene 1] ) mee op stap. Om 4:30 uur werd ik gebeld door [medeverdachte 3] . Hij was gebeld door de achterburen. Zij hadden gehoord dat het raam van de achterdeur was vernield. Zij hadden een getinte jongen met een muts en een half lange jas zien wegrennen met een tas bij zich. Bij de woning aangekomen zag ik dat mijn koffer met inhoud weg was. Er zat geld in de koffer. Mijn winterjas was weg en kleding, o.a. een duur shirt. Door het gat in het raam kon je onmogelijk heen. De deur was afgesloten. Ik weet zeker dat er met een sleutel is ingebroken en niet door het raam. Later ben ik gebeld door [betrokkene 2] . Hij had de buren gesproken. Volgens de buren is op beelden te zien dat om 2:47 uur een [merk motorfiets 2] aan komt rijden en een getinte man naar de achterzijde van [adres 2] liep en om 2:53 uur met mijn koffer uit de woning kwam. De eigenaar van [merk motorfiets 2] heet [medeverdachte 2] .

Weggenomen zijn o.a. een Apple Iphone 4, een koffer, kleding, geld (bijlage goederen, p. 718: 10 briefjes van 100, 40 briefjes van 50, 1 van 20 en 1 van 10 = € 3.030,-).10

[benadeelde 2] is op 9 november 2015 door de rechter-commissaris gehoord. Hij heeft toen het navolgende verklaard.

[verdachte] heeft twee Turkse jongens naar de woning van [medeverdachte 3] gestuurd. Hij wist echter niet dat ik deze jongens kende. Dit zijn [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Ik heb gezien dat [verdachte] met de jongens stond te smoezen. Ik heb gezien dat hij iets aan [medeverdachte 1] gaf. [verdachte] zei dat hij de stad in moest en de twee Turkse jongens zijn weggegaan. (…) Ik heb met de overbuurvrouw aan de achterkant gesproken en zij vertelde dat zij die nacht een jongen een raam heeft zien inslaan in de woning van [medeverdachte 3] en die jongen meteen heeft zien wegrennen. Ik heb dat gat zelf gezien. Daar kan onmogelijk een persoon doorheen. Bovendien zat bij terugkomst de deur op slot. Die heb ik zelf met de sleutel moeten openmaken. De grote tv van [medeverdachte 3] was gestolen. Die was zo groot dat deze onmogelijk door het raam kon. Van [betrokkene 2] heb ik nadien gehoord dat [verdachte] kleding van mij en schoenen aan anderen heeft aangeboden. Ik heb foto’s gezien van anderen met mijn kleren aan. Ik heb [medeverdachte 1] met mijn dierbare Monclair polo gezien op de foto. Ik heb na de diefstal op Instagram [medeverdachte 1] gezien met geld. (…) [medeverdachte 2] zei dat hij zou regelen dat ik mijn spullen terug zou krijgen. Ik moest daarvoor bij [bijnaam verdachte] zijn. [medeverdachte 2] zei ook dat [medeverdachte 1] spullen van mij bij hem thuis zou hebben.11

Onderzoek aan de woning wijst uit dat bij de woning [adres 2] Eindhoven de ruit van de achterdeur was ingegooid. Binnen lag een driehoekige straatsteen. Verbalisanten zagen dat er nog steeds stukken glas in de sponning zaten en dat inklimming niet mogelijk was zonder verwondingen, dan wel beschadiging van kleding. Er werden geen voetsporen in de woning waargenomen.12

Uit het proces-verbaal van bevindingen13 blijkt dat er een verband is tussen tapgesprekken en de woninginbraak aan de [adres 2] Eindhoven. De tapgesprekken van het telefoonnummer van [verdachte] , [telefoonnummer 1] zijn beluisterd. De stem van verdachte als gebruiker van dit telefoonnummer is herkend.

De gebruikers van de telefoonnummers met wie verdachte [verdachte] contact heeft zijn:

Telefoonnummer Gebruiker Bron

1. [benadeelde 2] Aangifte [medeverdachte 3] PL2206-2014039801

2. [telefoonnummer 3] [medeverdachte 3] Gekoppeld aan persoon in bedrijfssysteem

3. [telefoonnummer 4] [medeverdachte 3] Pv documentcode 2014.04.19.1910.82818

4. [telefoonnummer 5] [medeverdachte 1] Pv documentcode 2014.05.27.1221.82818

5. [telefoonnummer 6] [medeverdachte 2] Gekoppeld aan persoon in bedrijfssysteem

In chronologische volgorde blijkt het volgende uit deze tapgesprekken.

23 maart 2014

(p. 742) 00:45 uur [verdachte] wordt gebeld door [benadeelde 2] . Ze spreken af bij De Hoek om te gaan stappen.

(p. 743) 02:00 uur [verdachte] wordt gebeld door [medeverdachte 3] . [verdachte] zegt dat hij naar de Voice gaat, een café in het centrum van Eindhoven, en dat [medeverdachte 3] hem straks maar moet bellen. [medeverdachte 3] zegt dat hij de sleutel hier heeft. [medeverdachte 3] vraagt aan [verdachte] of hij iemand kan

laten komen. Het is onverstaanbaar wat die persoon dan moet doen. [verdachte] zegt dat hij wel even gaat kijken.

(p. 743-744) 02:01 uur [verdachte] stuurt via 8008, een servicenummer, een verzoek aan [medeverdachte 1] om contact met hem op te nemen.

(p. 746) 02:08 uur [verdachte] wordt gebeld door [medeverdachte 3] . [verdachte] zegt hierin ‘wacht even’.

(p. 747) 02:09 uur [verdachte] wordt gebeld door [medeverdachte 1] . [verdachte] zegt dat [medeverdachte 1] snel naar Dubai, een horecagelegenheid in het centrum van Eindhoven, moet komen. Daarnaast vraagt [verdachte] of [medeverdachte 1] met de auto is. [medeverdachte 1] zegt dat hij met de auto is. [verdachte] zegt hierop meerdere malen dat [medeverdachte 1] snel naar Dubai moet komen. [medeverdachte 1] zegt dat hij over kwartier daar is.

(p. 748) 02:10 uur [verdachte] wordt gebeld door [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] zegt dat hij er over vijf minuten is.

(p. 748) 02:11 uur [verdachte] wordt gebeld door [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] zegt tegen [verdachte] dat als het opvallend is dat hij de auto pakt, dat hij hem wel snel met de taxi brengt. [verdachte] zegt dat hij het al heeft geregeld. [medeverdachte 3] vraagt of [verdachte] al onderweg is. [verdachte] zegt hierop dat hij dat nou fikst.

(p. 749) 02:18 uur [verdachte] wordt gebeld door [medeverdachte 3] . Het gesprek wordt niet beantwoord.

(p. 749) 02:18 uur [medeverdachte 1] probeert [verdachte] te bereiken.

(p. 750) 02:19 uur [verdachte] wordt gebeld door [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] zegt ‘breng ‘m naar de trap en laat ‘m zo’, waarop [verdachte] zegt ‘is goed’.

(p. 750) 02:19 uur [medeverdachte 1] probeert [verdachte] te bereiken. Nummer is echter in gesprek.

03:33 uur Door een getuige wordt glasgerinkel gehoord bij de woning [adres 2] te

Eindhoven. Hierop wordt door de collega’s ter plaatse gegaan en de inbraak geconstateerd.

24 maart 2014

(p. 753) 22:34 uur [verdachte] wordt gebeld door [medeverdachte 1] . In gesprek wordt gesproken over de bovengenoemde woninginbraak aan de [adres 2] te Eindhoven. [medeverdachte 1] geeft aan dat hij een derde persoon heeft gesproken. Die persoon had tegen [medeverdachte 1] vertelt hoe hij dacht dat de inbraak was gepleegd. [medeverdachte 1] zegt dat de inbraak precies zoals die persoon het schetst is gegaan. Uit dit gesprek valt op te maken dat de inbraak als volgt is gepleegd. [verdachte] , bijnaam [bijnaam verdachte] , heeft de sleutel van de woning van de [adres 2] te Eindhoven aan [medeverdachte 1] gegeven. Vervolgens hebben [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] de inbraak gepleegd. Hierbij was gebruik gemaakt van de auto van [medeverdachte 2] .

(p. 756-757) 22:59 uur [verdachte] wordt gebeld door [medeverdachte 1] . [verdachte] zegt dat ‘die ene boy’ zegt dat hij nu weet wie dat heeft gedaan en dat hij zijn spullen terug heeft. [medeverdachte 1] zegt dat [medeverdachte 2] dat nu ook tegen hem zegt. Vervolgens vraagt [verdachte] wie dat dan heeft gezegd. [medeverdachte 1] zegt dat hij dat niet weet. [verdachte] zegt hierop dat ‘hij’ dan bluft.

[verdachte] zegt dat [medeverdachte 1] gewoon moet zeggen dat er niets is gebeurd en dat [medeverdachte 2] helemaal zijn mond moet houden.

25 maart 2014

(p. 758) 00:29 uur [verdachte] wordt gebeld door [medeverdachte 2] . [verdachte] zegt direct bij aanvang van het gesprek ‘Alles ontkennen, je hebt die auto gewoon uitgeleend’. Daarnaast zegt [verdachte] ‘Gewoon het verhaal houden die je hebt gehouden’. [medeverdachte 2] zegt hierop ‘Ja,

wollah, ik zeg gewoon dat [naam 1] (fonetisch) mijn auto had, dat was het, klaar.’ [verdachte] vraagt verder ‘heeft ie geen kop gezien in de auto?’ [medeverdachte 2] zegt hierop ‘Nee, wollah, nee.’

(p. 758-759) 11:23 uur [verdachte] wordt gebeld door [medeverdachte 2] . In gesprek wordt gesproken over de bovengenoemde woninginbraak aan de [adres 2] te Eindhoven. In dit gesprek wordt hoofdzakelijk over twee onderwerpen gesproken, namelijk de weggenomen goederen en de auto van [medeverdachte 2] in combinatie met de camerabeelden. Met betrekking tot de weggenomen goederen geeft [medeverdachte 2] aan dat hij de spullen wil teruggeven.

[verdachte] zegt dat die spullen niet terug kunnen, omdat dat een drama wordt. Daarnaast zegt [verdachte] dat [medeverdachte 2] alles moet ontkennen. Daarnaast zegt [verdachte] dat het teruggeven van de goederen bekennen is. Dit zou betekenen dat men dan weet dat [verdachte] en [medeverdachte 3] ook betrokken zijn bij de inbraak. Gedurende het gesprek wordt gesproken over de locatie(s) waar de weggenomen goederen liggen. Hierin komen die locaties ter sprake, namelijk bij [medeverdachte 1] (fonetisch) en [verdachte] .

Daarnaast komt ter sprake dat een gedeelte van de goederen mogelijk al verkocht is.

Uiteindelijk wordt niet duidelijk waar de weggenomen goederen zijn. Verder wordt in dit gesprek gesproken over camerabeelden en de auto van [medeverdachte 2] die daarop te zien zou zijn. [medeverdachte 2] heeft gehoord dat zijn auto en kenteken op de beelden zou staan. [verdachte] zegt dat dit niet het geval is. [verdachte] zegt dat men bluft, dat er geen camerabeelden van de auto zijn.

(p. 762) [verdachte] zegt: eh..ik ga zo niet bekennen maat. Dat kan niet, wollah. De man met wie hij belt zegt: je hoeft niet te bekennen je hoeft niet bekennen [medeverdachte 1] heeft

zichzelf genaaid.

[verdachte] zegt: en als je teruggeeft is ook bekennen jongen Hij weet

die sleutel hij heeft met de sleutel klaar.

De andere man zegt: ja maar dat betekent toch niet dat jij ook in het spel zit dat

betekent dat [medeverdachte 1] in het spel zit.

[verdachte] zegt: nee maar dat mijn broer in het spel zit en ikke.

(p. 764) 11:40 uur [verdachte] wordt gebeld door [medeverdachte 2] . In dit gesprek zegt [medeverdachte 2] dat hij zo naar [medeverdachte 1] (fonetisch) wil gaan om kleren en een koffer op te halen. [verdachte] wil dit niet. [verdachte] wil dat [medeverdachte 2] contact opneemt met [medeverdachte 1] (fonetisch) en zorgt dat [medeverdachte 1] (fonetisch) contact met [verdachte] opneemt.

(p. 765 ev) 11:44 uur [verdachte] wordt gebeld door [medeverdachte 1] . In dit gesprek wordt gesproken over de weggenomen goederen en de auto van [medeverdachte 2] , een [merk motorfiets 2] , in combinatie met de camerabeelden. [verdachte] zegt tegen [medeverdachte 1] dat hij alles moet ontkennen. [verdachte] zegt dat [naam 2] (fonetisch) had gezegd dat [verdachte] en [medeverdachte 3] een tip hadden gegeven aan [medeverdachte 1] en dat [medeverdachte 1] naar binnen was gegaan. Volgens [naam 2] had [medeverdachte 1] dit aan [naam 2] verteld. Daarnaast zegt [verdachte] dat men zou hebben gezegd dat een koffer was gezien in de kofferbak. [verdachte] vraagt hoe dat kan. [medeverdachte 1] reageert hierop door te zeggen dat dit niet het geval was, omdat [medeverdachte 1] die voorin had gelegd. [medeverdachte 1] zegt dat hij zelf naar binnen was gegaan en dat hij heterdaad op die camerabeelden staat.

(p. 768) 11:52 uur [verdachte] wordt gebeld door [medeverdachte 2] . [verdachte] zegt dat hij dadelijk met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 1] , naar [benadeelde 2] , [benadeelde 2] , toe gaat. [verdachte] zegt dat [medeverdachte 1] niet heeft gepraat. [medeverdachte 2] zegt dat hij wel heeft gepraat. [verdachte] zegt dat [medeverdachte 1] erg vaag is en steeds meerdere opties openlaat.

(p. 769) 12:35 uur [verdachte] wordt gebeld door [medeverdachte 2] . [verdachte] zegt dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 1] , hem niet heeft ‘genaaid’ en dat [medeverdachte 1] alles heeft ontkend. [verdachte] zegt dat ze vanavond gaan praten. [medeverdachte 2] zegt dat hij gaat zeggen dat als er iets is gebeurd met zijn auto, dat dit dan achter zijn rug om moet zijn gebeurd. [benadeelde 2] had tegen [medeverdachte 2] gezegd dat hij moet zorgen de weggenomen spullen terugkomen, omdat zijn auto was gezien.

(p. 770) 13:28 uur [verdachte] wordt gebeld door [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] zegt dat hij het nummer van die [naam 3] (fonetisch) naar [verdachte] heeft gestuurd. [medeverdachte 2] zegt dat die [naam 3] hem blijft lastig vallen. [medeverdachte 2] wil dat [verdachte] dit oplost. [verdachte] zegt dat [medeverdachte 2] moet regelen dat die [naam 3] naar [verdachte] belt.

(p. 773-774) 20:15 uur [verdachte] wordt gebeld door [benadeelde 2] . [benadeelde 2] geeft in dit gesprek aan dat hij zijn spullen terug wil. Hij geeft aan dat hij anders met de camerabeelden naar de politie gaat. [benadeelde 2] zegt daarnaast dat het tijdstip van de inbraak bekend is, namelijk tussen 2:47 uur en 2:53 uur. [benadeelde 2] geeft aan dat om half vier het raam is ingegooid. Verder wordt gesproken over de auto van [medeverdachte 2] . [verdachte] zegt dat [medeverdachte 2] deze had uitgeleend. Daarnaast zegt [verdachte] dat [medeverdachte 1] , [medeverdachte 1] , niets met de inbraak te maken heeft. Verder zegt [verdachte] dat [benadeelde 2] met de camerabeelden naar de

politie moet gaan.

(p. 775) 20:54 uur [verdachte] wordt gebeld door [medeverdachte 1] . [verdachte] zegt dat ‘die boy’ niet meer wil komen. [medeverdachte 1] zegt dat hij zijn trainer heeft gesproken en dat die ‘hem’ dadelijk belt om te zeggen dat [medeverdachte 1] er niet mee te maken heeft, omdat [medeverdachte 1] zulke dingen niet doet.

(p. 776) 23:02 uur [verdachte] wordt gebeld door [medeverdachte 3] . [medeverdachte 3] zegt dat die ‘dinges’ van hem weer naar osso, huis, moet. [verdachte] zegt dat [medeverdachte 3] die gewoon moet gaan halen bij die Turk. [medeverdachte 3] vraagt of hij die gewoon kan halen. [verdachte] zegt dat [medeverdachte 3] dan gewoon die Turk moet appen. [medeverdachte 3] vraagt of ‘die’ in de kofferbak past. [verdachte] zegt dat [medeverdachte 3] dat gewoon moet proberen.

Uit het proces-verbaal stemherkenning blijkt dat de gebruiker van telefoonnummer [telefoonnummer 5] [medeverdachte 1] betreft. Verbalisant heeft op 28 augustus 2014 [medeverdachte 1] verhoord. De stem van verdachte herkent hij als de stem van de persoon die in de tapgesprekken gebruik maakt van telefoonnummer [telefoonnummer 5] . Verbalisant herkende de stem aan de manier van praten.14

[medeverdachte 1] heeft zijn betrokkenheid erkend. Hij heeft het volgende verklaard.

Over de inbraak waar jullie over hebben gevraagd weet ik wel iets. Over de [adres 2] Eindhoven. Het was op een stapavond dus vrijdag of zaterdag. Ik wilde op stap gaan met [medeverdachte 2] . We wilden parkeren bij de Dubai. Ik werd gebeld. Ik kreeg een vriend aan de telefoon. Die zei dat ik snel moest komen. (…) Ik ben met [medeverdachte 2] naar de Saturn nog iets gegaan in de auto van [medeverdachte 2] . Het is het huis van de broer van [verdachte] . Hij heet [medeverdachte 3] . (…) [medeverdachte 2] bleef in de auto.

[medeverdachte 1] heeft zakelijk weergegeven verklaard dat hij een koffer heeft meegenomen en dat hij daar € 1.000,- voor zou krijgen.(…) Later belde een jongen die bij [medeverdachte 3] logeerde.

Ze hadden tegen hem gezegd dat hij ongeveer een derde deel, ongeveer 1000 euro, zou krijgen voor de koffer.15

Getuige [getuige 1] die op bezoek was bij haar vriendin [getuige 2] aan de [adres 2] , hoorde op 24 maart 2014 omstreeks 3:30 uur twee keer een harde tik op een raam. Haar vriendin en zij zagen een persoon hard wegrennen uit een poort in de richting van het veldje. De persoon had een bruine te grote jas, tot aan de bovenbenen. Hij hield zijn rechterhand onder zijn jas.16 Getuige [getuige 2] heeft overeenkomstig verklaard.17

Een vriend van aangever, getuige [getuige 3], heeft verklaard dat de bewoner die over camerabeelden beschikte had gezegd dat op de beelden een jongen te zien is die naar een auto liep met een koffer in zijn handen.18

De bestuurder van de [merk motorfiets 2] , medeverdachte [medeverdachte 2], heeft het volgende verklaard.

“Tussen zaterdag en zondag 24 maart werd [medeverdachte 1] gebeld door [verdachte] . Hij vroeg of we naar Dubai lounge konden komen. [medeverdachte 1] heeft daar met [verdachte] gesproken en stapte daarna bij mij in de auto, de auto van mijn vader, een [merk motorfiets 2] . [medeverdachte 1] zei dat hij ergens iets moest ophalen. Het was een woning in de buurt van het Johan Cruijf veldje. Achteraf bleek het te gaan om de woning van [medeverdachte 3] . Ik heb de auto bij het veldje neergezet. [medeverdachte 1] was 5 minuten weg en kwam terug met een koffer in zijn hand. Ik zag dat hij sleutels in zijn zak stopte. Wij zijn naar de woning van [medeverdachte 1] gereden en hij is zijn woning ingelopen met de koffer. Achteraf hoorde ik van [betrokkene 4] dat er geld en kleding in de koffer zat. Achteraf heb ik gehoord dat [verdachte] de sleutel heeft gekregen van [medeverdachte 3] , dat [medeverdachte 1] deze bij [verdachte] heeft opgehaald, dat [medeverdachte 1] met de sleutel naar de woning is gegaan en terugkwam met een koffer. [verdachte] heeft gezegd dat daar een koffer zou liggen.”19

Bij de rechter-commissaris heeft deze [medeverdachte 2] als getuige nog verklaard dat hij achteraf heeft gehoord dat [verdachte] de sleutel van [medeverdachte 3] had gekregen. Achteraf heeft hij begrepen dat sprake was van een opgezet spel. De vriend van wie de koffer uit de woning van [medeverdachte 3] is gestolen heeft verteld dat zijn koffer daar was gestolen. Ik heb van [medeverdachte 2] begrepen dat hij iets moest ophalen uit die woning. Ik ben naar die woning gereden met [medeverdachte 2] , [medeverdachte 2] is uitgestapt en is teruggekomen met een koffer.20

Getuige [getuige 4] heeft op 14 oktober 2015 bij de rechter-commissaris verklaard dat zijn ouders op de [adres 2] in Eindhoven wonen en dat zij camerabeelden hadden van de inbraak bij de buren. Hij heeft de beelden bekeken en daarop was te zien dat een jongen via de achterdeur naar buiten kwam met in zijn armen een koffer of een tv. Een uur later was een knal gevolgd en toen was op de beelden een jongen te zien die weer vanuit de achterdeur vanaf de [adres 2] kwam en naar een auto rende die wegreed. De persoon had toen niets in zijn handen.21

De rechtbank volgt de politie in de conclusies over de toedracht, uitgaande ook van de weergegeven telefoongesprekken.

[medeverdachte 3] heeft de sleutel van zijn woning, [adres 2] te Eindhoven, aan [verdachte] gegeven, zodat de diefstal kon worden gepleegd. [benadeelde 2] verbleef daar op dat moment en had daar in een koffer met kleding ook een geldbedrag van ruim € 3.000 liggen. [verdachte] heeft de sleutel van de woning aan [medeverdachte 1] gegeven. Vervolgens heeft [medeverdachte 1] de diefstal gepleegd. Hierbij werd gebruik gemaakt van de auto, een [merk motorfiets 2] , van [medeverdachte 2] . Na de diefstal is de ruit vernield. [verdachte] was die nacht samen met [benadeelde 2] uit in het centrum van Eindhoven.

De overtuiging van de rechtbank dat verdachte een van de daders is van de diefstal uit de woning van zijn broer wordt verder versterkt door het beroep van verdachte op zijn zwijgrecht. De hiervoor genoemde feiten en omstandigheden op zichzelf, maar zeker in samenhang bezien, wijzen zodanig sterk in de richting van verdachte dat deze in beginsel vragen om een redelijke verklaring van de zijde van verdachte. Verdachte heeft deze verklaring niet willen geven.

De rechtbank is van oordeel dat de intellectuele bijdrage die [verdachte] heeft geleverd aan dit feit van voldoende gewicht is om bewezen te verklaren dat hij dit feit tezamen en in vereniging heeft gepleegd. Verdachte is zeer intensief (telefonisch) in contact geweest met [medeverdachte 1] en heeft hem en ook anderen de nodige instructies gegeven.

Het oordeel van de rechtbank over het gevoegde feit, de [merk motorfiets 2] . 22

Aangever [aangever 1] heeft in zijn aangifte verklaard: “Op 5 augustus 2015 om 20:00 uur parkeerde ik mijn motor op het voetpad aan de [adres 6] in Eindhoven, ter hoogte van [adres 6] . De motor was deugdelijk afgesloten. Op 6 augustus 2015 om 3:00 uur wilde ik de motor gebruiken maar zag dat deze was weggenomen. In de motor lag kleding en gereedschap. Er stond op een koffer “ [bedrijf] ”. De motor is een [merk motorfiets 2] .”23

De getuige [getuige 5] heeft het volgende verklaard: “Ik kwam op 7 augustus 2015

’s avonds thuis en had mijn auto geparkeerd op de parkeerplaats achter de Kloosterdreef. Toen ik door het steegje liep dat de Monseigneur Swinkelstraat met de Kloosterdreef verbind, zag ik twee mannen staan. Ik zag dat ze bij een motor stonden met van die grijze bakken achterop. Ik geloof dat het iets met fotografie was. Zij hadden geen helmen en droegen geen motorkleding. Ik zag toen ik passeerde dat ze iets aan het doen waren met de motorfiets. Er stond een derde jongen die gebaren maakte aan de twee andere mannen. Ik zag daarop dat dader 1 de motorfiets vooruit duwde en dat dader 2 naast hem liep. Er kwam een politieauto mijn kant in rijden en ik heb gezegd wat ik had gezien. Dader 3 had een korte blauwe spijkerbroek en een licht geel t-shirt.24

Medeverdachte [medeverdachte 5] heeft verklaard: “Gisteren was ik op het veldje in de Generalenbuurt. Ik kwam een jongen tegen die [bijnaam verdachte] wordt genoemd. Hij vroeg of ik hem wilde helpen met het starten van zijn motor en of ik die dan ergens naar toe wilde brengen. Ik zei dat ik dat wel wilde doen. We liepen naar de parkeerplaats in de buurt van de Rooijpannen en daar zag ik de motor staan. Ik denk dat het een [merk motorfiets 2] was. Bovenop het stuur lag een witte kist en achterop had hij grijze kisten. [bijnaam verdachte] pakte de motor bij het stuur vast en ik pakte deze bij de achterkant vast. Ik zag dat [bijnaam verdachte] iets deed bij het stuur waardoor het stuurslot eraf ging. Ik zag dat het stuur recht stond. Wij liepen het poortje uit en ter hoogte van de kruising hoorde ik dat [bijnaam verdachte] zei dat er politie aan kwam. Ik zag dat hij de motor los liet, deze nog op de standaard zette en weg rende. Ik liet de motor ook los en rende achter hem aan. (…) Er was nog een derde persoon, [betrokkene 1] . Hij was al op het veldje met [bijnaam verdachte] . [betrokkene 1] bleef op de Kloosterdreef wachten op ons totdat wij met de motor aan zouden komen lopen. [bijnaam verdachte] droeg een roze korte broek en grijs shirt en licht grijze pet, baseball model. [bijnaam verdachte] zei dat de motor kapot was en dat het zijn motor was.25

Volgens [medeverdachte 5] stond er geen sleutel op het slot van de motor.26

[medeverdachte 5] herkent verdachte [verdachte] van de ID-staat foto als zijnde [bijnaam verdachte] .27

Op camerabeelden van Residentie Petruspark nabij de Monsieur Swinkelsstraat ziet verbalisant op 7 augustus 2015 om 20:11:07 uur twee personen de doorgang in komen rennen. Voorop liep een persoon die verbalisant herkent als verdachte [verdachte] . Verbalisant herkent ook het grijze shirt en roze korte broek en donkerkleurig petje. Achter hem loopt een persoon met donkere kleding. Dit betreft [medeverdachte 5] . Zij verdwijnen in de richting van de tuin. Om 20:12:11 uur komen beiden weer in beeld gerend en rennen richting Monseigneur Swinkelsstraat. [bijnaam verdachte] gaat rechtsaf en [medeverdachte 5] links.28

Verbalisanten reden op 7 augustus 2015 over de Kloosterdreef en zagen [betrokkene 1] staan die een korte spijkerbroek droeg en een geel poloshirt. [betrokkene 1] keek in de richting van de school Rooijpannen. Een vrouw kwam naar verbalisanten toe en zij verklaarde dat zij twee jongens had gezien die bezig waren geweest met een motor. Zij wees in de richting van de Monseigneur Swinkelsstraat. Volgens haar waren de jongens weggerend bij het zien van verbalisanten. Verbalisanten zien aan de zijde van de Rooijpannen tussen een flat en een hekwerk een zwarte motor staan. (…) Verbalisant [medeverdachte 5] wordt aangesproken door een vrouw die twee jongens had zien sjouwen met de motor. De jongens waren weggerend. Volgens de vrouw waren de jongens het steegje naar Residentie Petruspark in gerend. Verbalisant [medeverdachte 5] gaf over de ether het signalement door: een jongen gekleed in een donker t-shirt en een in een knalroze zwembroek met een grijze polo en een grijs petje. (…) De verdachte met het grijze shirt en roze korte broek wordt aangehouden. Het betrof [verdachte] en hij zei dat hij geen ID bij zich had. (…) Ook verdachte [medeverdachte 5] wordt aangehouden.

Een andere politie-eenheid is bij de motor gaan kijken. Verbalisanten hoorden dat het slot van de motor was uitgeboord en dat het kenteken was: [merk motorfiets 2] .29

De rechtbank oordeelt dat de gedragingen van de verdachten met betrekking tot de motor waarvan het stuurslot was uitgeboord, zoals deze uit de bewijsmiddelen zijn gebleken, de conclusie rechtvaardigen dat verdachten bezig waren een gestolen motor veilig te stellen. Dit oordeel impliceert tevens het bij verdachte aanwezige opzet om de van diefstal afkomstige motor voorhanden te hebben, en zijn wetenschap van de criminele herkomst ervan.

De overtuiging van de rechtbank dat er sprake is geweest van opzetheling wordt versterkt door het beroep van verdachte op zijn zwijgrecht. De hiervoor genoemde feiten

en omstandigheden op zichzelf, maar zeker in samenhang bezien, wijzen zodanig sterk op betrokkenheid van verdachte bij opzetheling van de motor dat deze in beginsel vragen om een redelijke verklaring van de zijde van verdachte. Verdachte heeft deze echter niet willen geven.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1.

op 10 mei 2014 te Eindhoven, om (ongeveer) 01:15 uur, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de [adres 1] , alwaar verdachte en zijn mededader zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende(n) bevonden, heeft weggenomen drie Apple Imac computers, toebehorende aan [benadeelde 1] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak, te weten door het ingooien en/of inslaan van ruiten van die woning;

2.

op 23 maart 2014 te Eindhoven tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening (uit een woning aan de [adres 2] ) heeft weggenomen een koffer en een hoeveelheid geld (te weten 3.030,00 euro) en een hoeveelheid kleding en een gsm (Apple Iphone 4), toebehorende aan [benadeelde 2] ;

Onder parketnummer 01/845630-15:

in de periode van 05 augustus 2015 tot en met 07 augustus 2015 te Eindhoven,

tezamen en in vereniging met anderen, een motor (van het merk [merk motorfiets 2] ) voorhanden heeft gehad, terwijl hij en zijn mededaders ten tijde van het voorhanden krijgen van die motor wisten, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 11 maanden voor de feiten 1 en 2 en het gevoegde feit.

De officier van justitie heeft tevens gevorderd dat de damesfiets Batavus zal worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

Namens verdachte is gewezen op de beslissing tot opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis in verband met de situatie van artikel 67a lid 3 Sv. Voorts is verzocht rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte 40 dagen in beperkingen heeft doorgebracht en dat hij 3 maanden een enkelband heeft gedragen in het kader van een schorsing van de voorlopige hechtenis.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een woninginbraak in vereniging gepleegd in de nachtelijke uren terwijl de bewoners in de woning sliepen. De woning is bij uitstek de plaats waar men zich veilig moet kunnen voelen. Een inbraak in de woning veroorzaakt gevoelens van angst en onveiligheid bij de bewoners in het bijzonder en in de samenleving in het algemeen. Daarnaast brengt een woninginbraak voor de benadeelden materiële schade en overlast met zich mee. Verdachte heeft zich van dit alles niets aangetrokken. Hij heeft zich enkel laten leiden door financiële motieven.

Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een in scène gezette woninginbraak bij zijn broer waarbij een aanzienlijk geldbedrag is gestolen van een logé van zijn broer. Het vertrouwen dat de logé in zijn gastheer stelde is door verdachte en zijn medeverdachten op grove wijze misbruikt. Diefstallen veroorzaken overlast en schade. Uit het handelen van verdachte spreekt minachting voor andermans eigendom.

Ook opzetheling, zeker van een dure motor, is een ernstig strafbaar feit. Heling bevordert diefstal en zorgt bovendien voor een illegaal circuit van vaak relatief goedkoop aangeboden goederen, waardoor de reguliere, eerlijke (detail)handel wordt verstoord en schade wordt toegebracht.

Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.

De rechtbank houdt geen rekening met de omstandigheid dat verdachte een enkelband heeft gedragen gedurende de schorsing van zijn voorlopige hechtenis, noch met de omstandigheid dat hij onder beperkingen heeft vastgezeten. Het vastzitten onder beperkingen en het dragen van een enkelband is niet zo uitzonderlijk in strafzaken dat die omstandigheden aanleiding zijn voor strafvermindering. Door verdachte is ook niet aangegeven dat hij heeft geleden onder die beperkende maatregelen.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht de vordering van deze benadeelde partij integraal toewijsbaar.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft tot vrijspraak gepleit zodat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering. Mocht de rechtbank wel tot bewezenverklaring komen dan verzoekt de raadsman eveneens niet-ontvankelijkverklaring omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd en onduidelijk is. Tot slot heeft de raadsman matiging van de vordering verzocht.

Beoordeling. De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de volgende onderdelen van de vordering te weten de materiële schade, de post geldbedrag zoals is bewezen verklaard, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening. Dat een dergelijk geldbedrag zou zijn weggenomen past bij de verklaring van verdachte dat hij een derde deel, te weten € 1.000,-- zou krijgen en er sprake is van drie daders.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren ten aanzien van de overige posten van de vordering. Van dit gedeelte van de vordering is niet eenvoudig vast te stellen waaruit de schade exact bestaat, onder meer omdat de bewijstukken ontbreken. Wel is komen vast te staan dat kleding en schoenen zijn weggenomen. Nader onderzoek naar de juistheid en omvang van de vordering (in zoverre) zou een uitgebreide nadere behandeling vereisen. De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van (dit deel van) de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De benadeelde partij kan deze onderdelen van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Motivering van de hoofdelijkheid.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Beslag.

De rechtbank zal de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten van het in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerp nu de rechtbank onvoldoende aanknopingspunten heeft om aan te nemen dat dit goed aan verdachte toebehoort, te meer verdachte zijn stelling op zitting ook niet heeft onderbouwd.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 24c, 27, 36f, 47, 57, 63, 310, 311, 416.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Acht het onder parketnummer 01/879326-13 onder feit 3 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het ten laste gelegde voor het overige bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. 01/879326-13 feit 1: diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak; T.a.v. 01/879326-13 feit 2 primair: diefstal door twee of meer verenigde personen; T.a.v. 01/845630-15 primair: medeplegen van opzetheling. Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en maatregel.

T.a.v. 01/879326-13 feit 1, feit 2 primair, 01/845630-15 primair:Gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. 01/879326-13 feit 2 primair: Maatregel van schadevergoeding van EUR 3.030,00 subsidiair 40 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde 2] van een bedrag van EUR 3.030,00 (zegge: drieduizenddertig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 40 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit materiële schade (post gestolen geld).

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van) zijn mededaders is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde 2] van een bedrag van EUR 3.030,00 (zegge: drieduizenddertig euro), te weten materiële schade (post gestolen geld).

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van) zijn mededaders is betaald.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk is.

De rechtbank gelast de bewaring van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten een damesfiets Batavus ten behoeve van de rechthebbende.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. I.L.A. Boer, voorzitter,

mr. J.G. Vos en mr. M.T. van Vliet, leden,

in tegenwoordigheid van mr. H.J.G. de Bruijn-van der Sluijs, griffier,

en is uitgesproken op 16 februari 2016.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie eenheid Oost-Brabant, Gezamenlijke Recherche Eindhoven, genummerd BHV2014062954.

2 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 1] , p. 635.

3 Proces-verbaal sporenonderzoek, p. 639.

4 Proces-verbaal van bevindingen, p. 644-645.

5 Proces-verbaal van bevindingen, p. 647.

6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 649.

7 Proces-verbaal bevindingen stemherkenning, p. 670 ev.

8 Proces-verbaal bevindingen stemherkenning, p. 670 ev.

9 Proces-verbaal bevindingen verkoop goederen, p. 655 ev.

10 Proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 2] , p. 715 ev.

11 Proces-verbaal van de rechter-commissaris, getuigenverhoor [benadeelde 2] .

12 Proces-verbaal van bevindingen, p. 721.

13 Proces-verbaal van bevindingen, p. 722 ev.

14 Proces-verbaal bevindingen stemherkenning, p. 792 ev.

15 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 794 ev.

16 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 1] , p. 809.

17 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 2] , p. 811

18 Proces-verbaal verhoor getuige [getuige 3] , p. 817.

19 Proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 2] , p. 834 ev.

20 Proces-verbaal van de rechter-commissaris, getuigenverhoor [medeverdachte 2] .

21 Proces-verbaal van de rechter-commissaris, getuigenverhoor van [getuige 4] .

22 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie eenheid Oost-Brabant, Basisteam Eindhoven-Noord, genummerd PL2100-2015176622.

23 Proces-verbaal van aangifte door [aangever 1] , p. 55.

24 Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5] , p. 59 ev.

25 Proces-verbaal van verhoor minderjarige verdachte [medeverdachte 5] dd 8 augustus 2015, p. 75.

26 Proces-verbaal van verhoor minderjarige verdachte [medeverdachte 5] , p. 83

27 Proces-verbaal van bevindingen, p. 71.

28 proces-verbaal van bevindingen, p. 72.

29 proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 augustus 2015, p. 64.