Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2016:572

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
15-02-2016
Datum publicatie
15-02-2016
Zaaknummer
01/993288-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt voor het aanwezig hebben van 19.769 gram MDMA en een grote hoeveelheid MDMA bevattende tabletten met een totaalgewicht van 4.793 gram veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/993288-15

Datum uitspraak: 15 februari 2016

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [1981] ,

wonende te [adres] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 10 november 2015 en 1 februari 2016.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 28 september 2015.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 10 november 2015 is gewijzigd, is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 29 juli 2015 te 's-Hertogenbosch en/of Born, gemeente Sittard-Geleen en/of een of meerdere (andere) gemeente(n) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht ongeveer 19.769 gram (bestaande uit 15 pakketten met een totaalgewicht van 14976 gram en/of 21.302 pillen/tabletten, althans een grote hoeveelheid pillen/tabletten met een totaalgewicht van 4793 gram), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (3,4-methyleendioxy-methamfetamine), in elk geval (een) middel(en) voorkomend op lijst I van de Opiumwet, zijnde MDMA (3,4-methyleendioxy-methamfetamine), in elk geval dat middel, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, immers heeft verdachte en/of zijn mededaders die MDMA (3,4-methyleendioxy-methamfetamine), in elk geval (een) middel(en) voorkomend op lijst I van de Opiumwet, opzettelijk met een voertuig richting Spanje en/of Marokko, in elk geval richting buitenland vervoerd;

en/of

hij op of omstreeks 29 juli 2015 te 's-Hertogenbosch en/of Born, gemeente Sittard-Geleen en/of een of meerdere (andere) gemeente(n) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 19.769 gram (bestaande uit 15 pakketten met een totaalgewicht van 14976 gram en/of 21.302 pillen/tabletten, althans een grote hoeveelheid pillen/tabletten met een totaalgewicht van 4793 gram), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (3,4-methyleendioxy-methamfetamine), in elk geval (een) middel(en) voorkomend op lijst I van de Opiumwet, zijnde MDMA (3,4-methyleendioxy-methamfetamine), in elk geval dat middel, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot een bewezenverklaring van het aan verdachte ten laste gelegde, te weten het medeplegen van uitvoer van verdovende middelen (MDMA).

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouwe heeft vrijspraak bepleit.

Het oordeel van de rechtbank. 1

De rechtbank baseert haar oordeel over de feitelijke gang van zaken op de navolgende bewijsmiddelen.

Op 29 juli 2015 vindt er naar aanleiding van informatie afkomstig van het Team Criminele Inlichtingen te ‘s-Hertogenbosch vanaf 15.45 uur een observatie plaats waarbij verdachte in en nabij de Mercedes gekentekend [kenteken] wordt waargenomen door verbalisanten.2 Betreffende Mercedes staat op naam van verdachte.3

Op 29 juli 2015 om 21.40 uur wordt [medeverdachte] , de neef van verdachte, als bestuurder van voornoemde Mercedes op het Esso tankstation te Born aangehouden.4

In de Mercedes wordt op voornoemde datum onder het middenconsole een toegang tot een geheime bergplaats ontdekt waarin 15 pakketten met daarin een crème/grijs kleurige substantie en 5 pakketten met tabletten worden aangetroffen.5

Het totaalgewicht van de inhoud van de 15 pakketten betrof 14.976 gram en het totaalgewicht van de aangetroffen tabletten betrof 4.793 gram.6

Uit drie onderzochte pakketten met kristallen en twee onderzochte pakketten met tabletten werden vijf monsters genomen en voorzien van SIN nummers: AADU0305NL, AADU0313NL, AADU0314NL, AADU0315NL, AADU0306NL.7

De monsters met voornoemde SIN nummers zijn door het NFI onderzocht. Uit dit onderzoek is gebleken dat deze monsters MDMA bevatten.8

Op de opening van een zak (pakket 1) waarin de verdovende middelen waren verpakt werd een vingerafdruk veiliggesteld onder SIN nummer AAHB2336NL.9

Dactyloscopisch onderzoek van deze vingerafdruk heeft geleid tot individualisatie van het spoor op een persoon geregistreerd in Havank, te weten verdachte.10

Op de binnenzijde van de vulopening van een andere zak (pakket 2) waarin de verdovende middelen waren verpakt, werd epitheel veiliggesteld onder SIN nummer AAIB6594NL.11

Dit biologische spoor met voornoemd SIN nummer is door Verilabs onderzocht en heeft een DNA mengprofiel opgeleverd van twee personen met DNA kenmerken van verdachte met een likelihood ratio (LR) van 1,4 miljard.12

Verdachte stelt dat hij niet wist dat er een partij verdovende middelen in zijn auto verborgen was en dat hij zijn auto voor onbepaalde tijd aan (de in Barcelona wonende) medeverdachte [medeverdachte] had uitgeleend. Dit in verband met het bezoek van [medeverdachte] aan zijn familie in Marokko.

Verdachte heeft verklaard dat zijn sporen mogelijk op de verpakkingsmaterialen terecht zijn gekomen omdat deze verpakkingsmaterialen afkomstig lijken te zijn uit zijn keukenlade, waartoe ook anderen (waaronder [medeverdachte] ) toegang hadden. In zijn keukenlade bewaart verdachte namelijk plastic zakken bestemd voor het invriezen van vlees, die lijken op de plastic zakken die zijn gebruikt voor het verpakken van de pakketten met verdovende middelen.

De rechtbank acht deze verklaring onaannemelijk, in het bijzonder omdat het DNA-spoor en de vingerafdruk van verdachte zich aan de binnenzijde van de verpakking bevonden.

De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk 19.769 gram MDMA aanwezig heeft gehad.

Naar het oordeel van de rechtbank kan op basis van de bewijsmiddelen in het dossier niet worden vastgesteld dat medeverdachte [medeverdachte] wetenschap had van de aanwezigheid van de verdovende middelen in de Mercedes, zodat verdachte van het deel van de tenlastelegging dat ziet op het medeplegen, het buiten het grondgebied van Nederland brengen en het vervoeren van de MDMA wordt vrijgesproken.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1.

op 29 juli 2015 te 's-Hertogenbosch opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 19.769 gram (bestaande uit 15 pakketten met een totaalgewicht van 14.976 gram en een grote hoeveelheid tabletten met een totaalgewicht van 4.793 gram), van een materiaal bevattende MDMA (3,4-methyleendioxy-methamfetamine), zijnde MDMA (3,4-methyleendioxy-methamfetamine), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

Een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsvrouwe heeft geen standpunt ingenomen omtrent de strafmaat, aangezien zij vrijspraak heeft bepleit.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft een grote hoeveelheid MDMA opzettelijk aanwezig gehad. Het is algemeen bekend dat die verdovende middelen schade toebrengen aan de gezondheid van de gebruikers van deze middelen. Bovendien bekostigen gebruikers hun drugsgebruik vaak door diefstal of ander crimineel gedrag, waardoor schade en overlast wordt toegebracht aan anderen. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf van na te melden duur.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank komt tot een andere bewezenverklaring dan waarop de officier van justitie haar eis heeft gebaseerd.

Beslag.De rechtbank is van oordeel dat het in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerp vatbaar is voor verbeurdverklaring, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting - dit een voorwerp is met betrekking tot welke het feit is begaan en dit voorwerp ten tijde van het begaan van het feit aan verdachte toebehoorde.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 27, 33 en 33a van het Wetboek van Strafrecht en op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen.

Gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het

Wetboek van Strafrecht.

Verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen, te weten: een personenauto Mercedes B 200 CDI, kenteken [kenteken] .

Dit vonnis is gewezen door:

mr. H.M. Hettinga, voorzitter,

mr. H.A. van Gameren en mr. J.J.A. Donkersloot, leden,

in tegenwoordigheid van mr. A.J.H.L. Coppens, griffier,

en is uitgesproken op 15 februari 2016.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie eenheid Oost- Brabant, documentcode: OBRAA15222-Haruku, aantal doorgenummerde pagina’s 213.

2 Proces-verbaal observeren d.d. 29 juli 2015, proces-verbaal pag. 32-35.

3 Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 1 februari 2016.

4 Proces-verbaal aanhouding d.d. 30 juli 2015, proces-verbaal pag. 155.

5 Proces-verbaal onderzoek personenauto [kenteken] d.d. 31 juli 2015, proces-verbaal pag. 52-53.

6 Proces-verbaal testen en wegen verdovende middelen d.d. 31 juli 2015, proces-verbaal pag. 107.

7 Proces-verbaal testen en wegen verdovende middelen d.d. 31 juli 2015, proces-verbaal pag. 108.

8 Rapport identificatie van drugs en precursoren van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 21 augustus 2015, proces-verbaal pag. 120.

9 Proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 22 oktober 2015, proces-verbaalnummer PL2100-2015170081-24, pag. 4-5.

10 Rapport dactyloscopisch onderzoek d.d. 14 september 2015, pag. 1-4.

11 Proces-verbaal sporenonderzoek d.d. 22 oktober 2015, proces-verbaalnummer PL2100-2015170081-24, pag. 5-6.

12 Forensisch DNA rapport van Verilabs d.d. 5 november 2015, pag. 3.