Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2016:570

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
15-02-2016
Datum publicatie
15-02-2016
Zaaknummer
01/845624-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is slingerend met zijn auto tegen een politievoertuig gereden. Bewezenverklaring overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet. Na het ongeval is verdachte doorgereden Tevens heeft verdachte zich nog een keer schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet en diefstal in vereniging van meerdere fietsen. De rechtbank legt een gevangenisstraf van 6 weken met aftrek voorarrest en een ontzegging van de rijbevoegdheid van 6 maanden op.

Ten aanzien van de overtredingen van artikel 5 van de Wegenverkeerswet verklaart de rechtbank verdachte schuldig zonder oplegging van straf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/845624-15
Parketnummers vorderingen: 01/845527-15 en 01/275314-14

Datum uitspraak: 15 februari 2016

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1983] ,

wonende te [adres 1] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 16 november 2015 en 1 februari 2016.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte/veroordeelde naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 20 oktober 2015.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 05 augustus 2015 te Gemert, gemeente Gemert-Bakel, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met zijn, verdachtes, auto, terwijl deze met hoge, althans een aanzienlijke snelheid naast de auto van voornoemde [slachtoffer 1] reed, (meermalen) in de richting van de auto van die [slachtoffer 1] heeft gestuurd en/of slingerende bewegingen heeft gemaakt en/of (daarbij) (te) ver naar links is gereden en/of het voertuig van die [slachtoffer 1] heeft geraakt en/of (vervolgens) wederom slingerende bewegingen heeft gemaakt en/of terwijl die [slachtoffer 1] naast hem, verdachte, reed, geen snelheid geminderd en/of rechts naast die [slachtoffer 1] is gaan en/of blijven rijden waardoor beide voertuigen met elkaar in aanraking kwamen en/of van de weg zijn geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 05 augustus 2015 te Gemert, gemeente Gemert-Bakel, althans in Nederland [slachtoffer 1] , brigadier van politie Eenheid Oost Brabant heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte toen daar opzettelijk dreigend met zijn, verdachtes, auto, terwijl deze met hoge, althans een aanzienlijke snelheid naast de auto van voornoemde [slachtoffer 1] reed, (meermalen) in de richting van de auto van die [slachtoffer 1] gestuurd en/of slingerende bewegingen heeft gemaakt en/of (daarbij) (te) ver naar links is gereden en/of het voertuig van die [slachtoffer 1] heeft geraakt en/of (vervolgens) wederom slingerende bewegingen heeft gemaakt en/of terwijl die [slachtoffer 1] naast hem, verdachte, reed, geen snelheid geminderd en/of rechts naast die [slachtoffer 1] is gaan en/of blijven rijden waardoor beide voertuigen met elkaar in aanraking kwamen en/of van de weg zijn geraakt;

artikel 285 wetboek van strafrecht;

en/of

hij op of omstreeks 05 augustus 2015 te Gemert, gemeente Gemert-Bakel, althans in Nederland opzettelijk en wederrechtelijk een politievoertuig, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Politie eenheid Oost Brabant, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

artikel 350 Wetboek van strafrecht;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 05 augustus 2015 te Gemert, gemeente Gemert-Bakel, althans in Nederland als bestuurder van een voertuig (een personenauto), daarmee rijdende op de weg, de West-Om, met een hoge, althans een aanzienlijke snelheid naast de auto van voornoemde [slachtoffer 1] heeft gereden en/of, (meermalen) in de richting van de auto van die [slachtoffer 1] heeft gestuurd en/of slingerende bewegingen heeft gemaakt en/of (daarbij) (te) ver naar links is gereden en/of het voertuig van die [slachtoffer 1] heeft geraakt en/of (vervolgens) wederom slingerende bewegingen heeft gemaakt en/of terwijl die [slachtoffer 1] naast hem, verdachte, reed, geen snelheid geminderd en/of rechts naast die [slachtoffer 1] is gaan en/of blijven rijden waardoor beide voertuigen met elkaar in aanraking kwamen en/of van de weg zijn geraakt, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

2.

hij, als degene die al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in Gemert-Bakel en/of Helmond, althans in Nederland op/aan de West-OM, op of omstreeks 5 augustus 2015 de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [slachtoffer 1] en/of de politie Eenheid Oost Brabant) letsel en/of schade was toegebracht;

3.

hij op of omstreeks 05 augustus 2015 te Gemert, gemeente Gemert-Bakel en/of te gemeente Helmond en/of Beek en Donk, althans in Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de N279 en/of de N272 en/of de Rijpelbaan en./of de Wolfsputterbaan

- met (zeer) hoge, althans een aanzienlijke snelheid heeft gereden en/of

- (vervolgens) de zich op die weg bevindende auto van [slachtoffer 2] (zeer) dicht van achteren heeft genaderd en/of

- (vervolgens) krachtig heeft geremd en/of

- met hoge, althans aanzienlijke snelheid een dubbel doorgetrokken streep heeft genegeerd en/of daarbij die [slachtoffer 2] heeft ingehaald en/of

- meermalen, althans éénmaal zeer kort op voor hem rijdende voertuigen heeft gereden en/of

- meerdere, althans één voertuig rechts over de oprijstrook heeft ingehaald en/of

- (vervolgens) zijn, verdachtes voertuig de berm heeft ingereden, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

4.

hij op of omstreeks 5 augustus 2015 te Cuijk en/of Boxmeer, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, in elk geval eenmaal, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen de hierna te noemen goederen, in elk geval enig goed,

geheel of ten dele toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbenden, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s):

- een fiets (Batavus Genova), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan naam [slachtoffer 3] en/of

- een fiets (Gazelle), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of

- een fiets (Koga), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] ;

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 05 augustus 2015 te Cuijk en/of Boxmeer en/of te Gemert en/of Beek en Donk en/of Helmond, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meerdere fietsen heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die fietsen wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De vorderingen na voorwaardelijke veroordeling.

De zaak met parketnummer 01/845527-15 is aangebracht bij vordering van 1 oktober 2015. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de politierechter te Oost-Brabant d.d. 15 juli 2015. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.

De zaak met parketnummer 01/275314-14 is aangebracht bij vordering van 1 oktober 2015. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de politierechter te Oost-Brabant d.d. 9 maart 2015. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

De raadsman heeft ter terechtzitting bepleit dat het openbaar ministerie niet- ontvankelijk in de strafvervolging moet worden verklaard, omdat de rechten van verdachte op een grove wijze zijn veronachtzaamd, nu een voor verdachte ontlastende getuigenverklaring pas anderhalve maand nadat deze verklaring was afgelegd aan het dossier is toegevoegd; dit terwijl de voorlopige hechtenis van verdachte onderwijl voortduurde.

De rechtbank is van oordeel dat, nu de voor verdachte ontlastende getuigenverklaring klaarblijkelijk reeds op 14 augustus 2015 was afgelegd en deze pas na anderhalve maand aan het dossier is toegevoegd, er sprake is van een vormverzuim in het voorbereidend onderzoek, aangezien verdachte in die periode in voorlopige hechtenis verbleef.

Deze schending levert naar oordeel van de rechtbank een onherstelbaar vormverzuim op in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering.

Bij de beoordeling welk rechtsgevolg dient te worden verbonden aan het vormverzuim, dient rekening te worden gehouden met het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt.

Voorop moet worden gesteld dat niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging als een in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering voorzien rechtsgevolg slechts in uitzonderlijke gevallen in aanmerking komt. Daarvoor is alleen plaats ingeval het vormverzuim daarin bestaat dat met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekortgedaan.

Met betrekking tot de vraag welk rechtsgevolg dient te worden verbonden aan het hiervoor geconstateerd verzuim, is de rechtbank, toetsend aan voornoemd criterium, van oordeel dat , kan worden volstaan met de enkele constatering van het geconstateerde verzuim.

De officier van justitie kan aldus in de vervolging worden ontvangen.

Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak.

De rechtbank acht met de officier van justitie en de verdediging niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder feit 1 primair en onder feit 1 subsidiair (voor zover dit betrekking heeft op vernieling) is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De rechtbank acht evenmin bewezen hetgeen onder feit 1 subsidiair (voor zover dit betrekking heeft op bedreiging) is ten laste gelegd, aangezien uit de gedragingen en de verklaringen van verdachte hieromtrent naar oordeel van de rechtbank niet kan worden afgeleid dat verdachte opzet had (al dan niet in voorwaardelijke zin) om verbalisant te bedreigen met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling. De rechtbank neemt daarbij uitdrukkelijk in aanmerking dat verbalisant [slachtoffer 1] ten aanzien van de eerste botsing heeft gerelateerd dat de auto van verdachte weliswaar van links naar rechts slingerde en verdachte daarbij te ver naar links stuurde waardoor hij tegen het dienstvoertuig van [slachtoffer 1] , die op dat moment links naast verdachte reed, botste, maar dat verdachte dit volgens hem leek te doen om te kijken of er een gat was waardoor hij de auto voor hem kon inhalen. Ten aanzien van de tweede botsing, waarvan de officier van justitie overigens ook vrijspraak heeft gevorderd, heeft verbalisant [slachtoffer 1] gerelateerd dat deze botsing is ontstaan toen hij weer naar rechts stuurde nadat hij dacht dat hij verdachte links had ingehaald, maar dat toen bleek dat de auto van verdachte zich opeens weer naast zijn dienstvoertuig bevond.

De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van dit deel van de tenlastelegging.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:

1. meer subsidiair:

op 05 augustus 2015 te Gemert, gemeente Gemert-Bakel, als bestuurder van een voertuig (een personenauto), daarmee rijdende op de weg, de West-Om, met een hoge snelheid naast de auto van voornoemde [slachtoffer 1] heeft gereden en meermalen slingerende bewegingen heeft gemaakt en daarbij te ver naar links is gereden en het voertuig van die [slachtoffer 1] heeft geraakt en vervolgens terwijl die [slachtoffer 1] naast hem, verdachte, reed rechts naast die [slachtoffer 1] is gaan rijden waardoor beide voertuigen met elkaar in aanraking kwamen en van de weg zijn geraakt, door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt;

2.

als degene die als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in Gemert-Bakel aan de West-OM, op 5 augustus 2015 voornoemde plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist aan een ander (te weten [slachtoffer 1] en/of de politie Eenheid Oost Brabant) letsel en/of schade was toegebracht;

3.

op 05 augustus 2015 te Gemert in Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, de N279 en de N272 en de Rijpelbaan en de Wolfsputterbaan

- met hoge snelheid heeft gereden en

- vervolgens de zich op die weg bevindende auto van [slachtoffer 2] zeer dicht van achteren heeft genaderd en

- vervolgens krachtig heeft geremd en

- met hoge snelheid een dubbel doorgetrokken streep heeft genegeerd en daarbij die [slachtoffer 2] heeft ingehaald en

- meermalen zeer kort op voor hem rijdende voertuigen heeft gereden en

- meerdere voertuigen rechts over de oprijstrook heeft ingehaald en

- vervolgens zijn, verdachtes voertuig, de berm heeft ingereden,

door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt en het verkeer op die weg werd gehinderd;

4.

op 5 augustus 2015 te Cuijk en Boxmeer, tezamen en in vereniging met een ander,

meermalen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

de hierna te noemen goederen, toebehorende aan de hierna te noemen

rechthebbenden:

- een fiets (Batavus Genova), toebehorende aan naam [slachtoffer 3] en

- een fiets (Gazelle), toebehorende aan [slachtoffer 4] en

- een fiets (Koga), toebehorende aan [slachtoffer 5] ;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Ten aanzien van feit 2:

De raadsman heeft ten aanzien van feit 2 aangevoerd dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging, omdat er ten tijde van het voorval sprake was van psychische overmacht of afwezigheid van alle schuld (avas). Door de panieksituatie waarin verdachte verkeerde, kon hij volgens de raadsman niet anders reageren dan de wijze waarop hij dat op dat moment heeft gedaan, namelijk vluchten. Vanwege zijn onmachtige toestand kan verdachte evenmin schuld worden verweten.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman. Naar het oordeel van de rechtbank biedt het dossier geen aanknopingspunten voor de stelling van de raadsman dat verdachte handelde als gevolg van een zodanig paniekgevoel, dat er sprake zou zijn van psychische overmacht of avas. Verdachte is dan ook strafbaar voor hetgeen onder feit 2 bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

Ten aanzien van feit 1 primair, feit 2 subsidiair (voor zover dit betrekking heeft op de ten laste gelegde vernieling):

Vrijspraak.

Ten aanzien van feit 1 subsidiair (voor zover dit betrekking heeft op de ten laste gelegde bedreiging), feit 2 en feit 4 primair:

Een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van feit 1 subsidiair (voor zover dit betrekking heeft op de ten laste gelegde bedreiging):

Een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen (bromfietsen daaronder begrepen) voor de duur van 6 maanden.

Ten aanzien van feit 3:

Een geldboete ter hoogte van € 500,- subsidiair 10 dagen hechtenis.

Verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen, te weten: een personenauto Chrysler Voyager, kenteken [kenteken]

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan gevaarlijk rijgedrag en heeft de plaats van een ongeval verlaten waarbij hij als bestuurder betrokken was. Ondanks de ernst van het gevaarscheppend verkeersgedrag van verdachte zal de rechtbank verdachte voor feit 1 en feit 3 geen geldboete opleggen, maar schuldig verklaren zonder oplegging van straf of maatregel. Dit vanwege het feit dat de duur van de voorlopige hechtenis langer is geweest dan de onvoorwaardelijke vrijheidsstraf die voor feit 2 en 4 aan verdachte wordt opgelegd.

Tevens heeft hij samen met een ander drie fietsen gestolen. Diefstallen veroorzaken, zoals ook uit de verklaringen van aangevers blijkt, overlast en schade. Uit verdachtes handelen spreekt minachting voor andermans eigendom.

De rechtbank rekent dit verdachte aan.

Kijkend naar de persoon van verdachte houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat verdachte eerder voor vermogensdelicten werd veroordeeld.

Bovendien heeft verdachte de onderhavige strafbare feiten heeft gepleegd tijdens de proeftijden van eerdere veroordelingen.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen van na te melden duur.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank komt tot een andere bewezenverklaring dan waarop de officier van justitie haar eis heeft gebaseerd.

De vordering van [slachtoffer 4] .

Beoordeling. De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Beslag.De rechtbank is van oordeel dat het in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerp vatbaar is voor verbeurdverklaring, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting - dit een voorwerp is met betrekking tot welke de feiten zijn begaan; en dit voorwerp ten tijde van het begaan van de feiten aan verdachte toebehoorde

Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 01/845527-15.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bijzondere omstandigheden die aan de tenuitvoerlegging in de weg staan zijn niet aanwezig. De rechtbank zal dan ook de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 01/275314-14.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bijzondere omstandigheden die aan de tenuitvoerlegging in de weg staan zijn niet aanwezig. De rechtbank zal dan ook de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 9a, 24c, 27, 33, 33a, 36f, 57, 62, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en op de artikelen 5, 7, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 1 primair en onder feit 1 subsidiair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven en overtredingen:

T.a.v. feit 1 meer subsidiair: Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. T.a.v. feit 2: overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. T.a.v. feit 3: Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. T.a.v. feit 4 primair: diefstal door twee of meer verenigde personen. Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen en/of maatregel.

T.a.v. feit 2, feit 4 primair: Gevangenisstraf voor de duur van 6 weken met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. feit 2: Ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen (bromfietsen daaronder begrepen) voor de duur van 6 maanden.

T.a.v. feit 1 meer subsidiair, feit 3: Schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel.

Verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen, te weten: een personenauto Chrysler Voyager, kenteken [kenteken] T.a.v. feit 4 primair: Maatregel van schadevergoeding van € 21,17 subsidiair 1 dag hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 4] van een bedrag van € 21,17, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 1 dag hechtenis. Het bedrag bestaat uit materiële schadevergoeding (post reiskosten woonadres- naar [gemeente 1] ).

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 augustus 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan [slachtoffer 4] , van een bedrag van € 21,17, te weten materiële schadevergoeding (post reiskosten woonadres- naar [gemeente 2] ).

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 augustus 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling:

Last tot tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Oost-Brabant d.d. 15 juli 2015, gewezen onder parketnummer 01/845527-15, te weten:

Een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling:

Last tot tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Oost-Brabant d.d. 9 maart 2015, gewezen onder parketnummer 01/275314-14, te weten:

Een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.J.A. Donkersloot, voorzitter,

mr. H.A. van Gameren en mr. H.M. Hettinga, leden,

in tegenwoordigheid van mr. A.J.H.L. Coppens, griffier,

en is uitgesproken op 15 februari 2016.