Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2016:5427

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
03-10-2016
Datum publicatie
03-10-2016
Zaaknummer
01/845045-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor het onthouden van de nodige verzorging aan een zeer groot aantal honden en verboden wapenbezit.

Vrijspraak voor een hennep-feit en diefstal van elektriciteit en voor de opzet-variant van artikel 36 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren.

Opgelegd wordt een taakstraf van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis met aftrek van voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van twee jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/845045-14

Datum uitspraak: 03 oktober 2016

Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958,

wonende te [adresgegevens] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 28 juni 2016 en 19 september 2016.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 27 mei 2016.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 21 januari 2014 te Eersel

Zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar was, al dan niet opzettelijk bij 73, althans een of meer honden pijn en/of letsel heeft veroorzaakt en/of de gezondheid en/of het welzijn van die honden heeft benadeeld, immers heeft hij, verdachte, die hond(en):

-Niet, althans onvoldoende, voorzien van schoon en vers drinkwater, en/of

-Niet, althans onvoldoende, voorzien van het juiste voedsel, en/of

-Gehuisvest in daarvoor ongeschikte ruimtes (te weten, onvoldoende daglicht en/of ventilatie en/of onhygiënische omstandigheden), en/of

-Geen, althans onvoldoende medische zorg verstrekt of doen verstrekken;

(artikel 36 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2014 tot en met 21 januari 2014 te Eersel,

Als houder van een of meer dieren, aan dat die dier(en) de nodige verzorging heeft onthouden, immers heeft hij, verdachte, 73, althans een of meer hond(en): -Niet, althans onvoldoende, voorzien van schoon en vers drinkwater, en/of

-Niet, althans onvoldoende, voorzien van het juiste voedsel, en/of

-Gehuisvest in daarvoor ongeschikte ruimtes (te weten, onvoldoende daglicht en/of ventilatie en/of onhygiënische omstandigheden), en/of

-Geen, althans onvoldoende medische zorg verstrekt of doen verstrekken;

(artikel 37 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren)

2.

hij op of omstreeks 21 januari 2014 te Eersel, elf, althans een of meer wapens van categorie II en/of III en/of IV (te weten onder andere een kogelgeweer, een of meer geweren, hagelgeweer en/of pepperspray) en/of munitie van categorie III voorhanden heeft gehad;

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daarin in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

3.

hij in of omstreeks de periode van 12 januari 2014 tot en met 22 januari 2014 te Eersel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk een (grote) hoeveelheid (ongeveer 536) hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, (zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet) heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand gelegen aan [adres verdachte]);

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) in of omstreeks de periode van 12 januari 2014 tot en met 22 januari 2014 te Eersel, met elkaar, althans één van hen, in de uitoefening van een beroep of bedrijf, opzettelijk een (grote) hoeveelheid (ongeveer 536) hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, (zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II), heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad in een pand gelegen aan [adres verdachte], tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks de periode van 13 december 2013 tot en met 22 januari 2014 te Eersel, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen;

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2013 tot en met 22 januari 2014 te Eersel tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft weggenomen;

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

één of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) in of omstreeks de periode van 1 juni 2013 tot en met 22 januari 2014 te Eersel ,tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die onbekend gebleven perso(o)n(en) en/of aan verdachte, heeft/hebben weggenomen, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, toen daar (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door een pand gelegen aan de [adres verdachte] aan die onbekend gebleven perso(o)n(en) voor de teelt / het kweken van hennepplanten ter beschikking te stellen;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is.

Namens verdachte is het verweer gevoerd dat de dagvaarding met betrekking tot het tweede tenlastegelegde feit partieel nietig zou moeten worden verklaard. Niet duidelijk is wat verdachte nu eigenlijk wordt verweten nu in het proces-verbaal meerdere wapens zijn genoemd en in de tekst van de tenlastelegging niet staat over welke specifieke wapens verdachte een verwijt gemaakt wordt.

De rechtbank is van oordeel dat uit de tekst van de tenlastelegging in samenhang bezien met het procesdossier voldoende duidelijk blijkt wat verdachte wordt verweten. Nadere specificatie is derhalve niet nodig. De rechtbank verwerpt het verweer.

De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in haar vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder feit 1 primair, feit 3 primair, feit 3 subsidiair, feit 4 primair en feit 4 subsidiair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Meer in het bijzonder ten aanzien van feit 1 primair is de rechtbank -met de officier van justitie en de raadsman- van oordeel dat bij verdachte de opzet, gericht op het veroorzaken van pijn of letsel bij een dier dan wel het benadelen van het welzijn van een dier ontbreekt.

Meer in het bijzonder ten aanzien van feit 3 primair en subsidiair is de rechtbank van oordeel dat op grond van het dossier en het verhandelde ter zitting niet kan worden vastgesteld dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de hennepkwekerijen.

In de betreffende ruimtes is geen enkele aanwijzing of voorwerp gevonden, die/dat naar verdachte te herleiden is.

Meer in het bijzonder ten aanzien van feit 4 primair en subsidiair is de rechtbank van oordeel dat niet bewezen kan worden dat verdachte het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening van de elektriciteit heeft gehad. De illegale aftakking in de meterkast zat weliswaar in de woning van verdachte, maar was op het eerste gezicht niet direct zichtbaar. Verdachte heeft verklaard dat meerdere personen de sleutel van zijn woning hadden en dat hij vaak van huis was. Niet kan worden uitgesloten dat iemand anders de illegale aftakking heeft aangelegd, zonder dat verdachte hiervan op de hoogte was. Andere bewijsmiddelen die wijzen op betrokkenheid van verdachte bij dit feit, zijn niet aanwezig.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

1.Subsidiair

in de periode van 1 januari 2014 tot en met 21 januari 2014 te Eersel,

Als houder van dieren, aan die dieren de nodige verzorging heeft onthouden, immers heeft hij, verdachte, honden: - onvoldoende voorzien van schoon en vers drinkwater en

- onvoldoende voorzien van het juiste voedsel en

- gehuisvest in daarvoor ongeschikte ruimtes (te weten, onvoldoende daglicht en/of ventilatie en/of onhygiënische omstandigheden) en

- onvoldoende medische zorg verstrekt of doen verstrekken

2. op 21 januari 2014 te Eersel, wapens van categorie II en III (te weten een kogelgeweer, meer hagelgeweren en pepperspray) en munitie van categorie III voorhanden heeft gehad

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie vordert ten aanzien van feit 1 primair vrijspraak. Zij vordertbewezenverklaring van feit 1 subsidiair, feit 2, feit 3 primair en feit 4 primair.

Hiervoor dient aan verdachte te worden opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van twaalf (12) maanden, waarvan vier (4) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek conform het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het onthouden van de nodige verzorging aan een zeer groot aantal honden en heeft zich schuldig gemaakt aan het in bezit hebben van diverse (vuur-)wapens en munitie. Verdachte heeft er onvoldoende zorg voor gedragen dat de honden, die voor hun verzorging - mede (in elk geval na de opname van zijn moeder in een verzorgingstehuis)- van verdachte afhankelijk waren, van voldoende schoon en vers drinkwater en het juiste voedsel waren voorzien. Voorts zaten de honden in daarvoor ongeschikte en onhygiënische ruimtes en is aan de honden onvoldoende medische zorg verstrekt. Dit rekent de rechtbank verdachte aan.

Voorts is onder verdachte een groot aantal wapens aangetroffen, waaronder een kogelgeweer, hagelgeweren, pepperspray en munitie.

Het ongecontroleerde bezit van (vuur-)wapens en munitie verhoogt het risico op een levensbedreigend geweldsdelict. Daarom moet streng worden opgetreden tegen het onbevoegd voorhanden hebben van dergelijke wapens. Hierbij maakt de rechtbank wel de kanttekening dat het in dit geval gaat om oude wapens die kennelijk niet meer bestemd waren om te worden gebruikt. Verdachte had zich ervan moeten vergewissen of het daadwerkelijk toegestaan was al deze wapens in huis te hebben en te houden.

Kijkend naar de persoon van verdachte, houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat de tenlastegelegde feiten dateren van ruim twee jaar geleden en dat verdachte geen strafrechtelijke documentatie (“een blanco strafblad”) heeft.

De rechtbank weegt in het voordeel van verdachte mee dat verdachte zelf is getroffen door de gevolgen van het door hem onder feit 1 subsidiair gepleegde strafbare feit in die zin dat dit feit voor hem grote financiële gevolgen heeft gehad. Verdachte moet de kosten voor het elders onderbrengen en verzorgen van de honden aan de overheid terugbetalen.

De rechtbank alles afwegend een taakstraf en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden.

De voorwaardelijke gevangenisstraf heeft mede tot doel verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt en de rechtbank minder feiten bewezen acht dan de officier van justitie.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 57

Gezondheids- en welzijnswet voor dieren art. 37, 122

Wet wapens en munitie art. 2, 26, 55.

DE UITSPRAAK

Verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder feit 1 primair, feit 3 primair, feit 3 subsidiair, feit 4 primair en feit 4 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1 subsidiair:overtreding van een voorschrift gesteld bij of krachtens artikel 37 van deGezondheids-en welzijnswet voor dierenT.a.v. feit 2:handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie enhet feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalengepleegdenhandelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie enhet feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalengepleegdenhandelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen.

T.a.v. feit 1 subsidiair, feit 2: Taakstraf voor de duur van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis

De rechtbank waardeert een in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebrachte dag op 2 uur te verrichten arbeid.

T.a.v. feit 1 subsidiair, feit 2: Gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E. Boersma, voorzitter,

mr. S.J.W. Hermans en mr. W.T.A.M. Verheggen, leden,

in tegenwoordigheid van mr. P. van Etteger-Lubbers, griffier,

en is uitgesproken op 3 oktober 2016.