Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2016:4723

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
29-08-2016
Datum publicatie
29-08-2016
Zaaknummer
01/865021-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor het maken van kinderporno van vier meisjes en het plegen van seksuele handelingen met twee van hen. Veroordeling voor drie strafbare feiten.

Artt. 240b, 244, 247 en 248.

Opgelegd is een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 6 jaren met bijzondere voorwaarden.

Verdachte dient schade te vergoeden aan de slachtoffers.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2016-0229

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/865021-16

Datum uitspraak: 29 augustus 2016

Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1942,

wonende te [adresgegevens] ,

thans gedetineerd te: P.I. HvB Grave (Unit A + B).

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 2 juni 2016 en 15 augustus 2016.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 6 mei 2016.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 15 augustus 2016 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 28 april 2008 tot en met 20 juli 2015 te Eindhoven en/of te Arnhem en/of te Baexem en/of te Melick en/of te Nieuw Vennep en/of elders in Nederland, (telkens) een of meer afbeeldingen, te weten een hoeveelheid/hoeveelheden foto's en/of een hoeveelheid/hoeveelheden films/video's en/of een hoeveelheid/hoeveelheden analoge fotoafbeeldingen en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en)

heeft vervaardigd,

terwijl op die afbeelding(en) (telkens) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , in elk geval (telkens) (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had(den) bereikt was/waren betrokken of schijnbaar was/waren betrokken, welke voornoemde seksuele gedraging(en) -zakelijk weergegeven- (telkens) bestond(en) uit

het vaginaal penetreren van het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , in elk geval van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft/hebben bereikt, met zijn, verdachte's, penis en/of vinger(s)/hand(en) en/of tong/lip(pen) [bestandsnamen]

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of billen van die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , in elk geval van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, met de penis en/of vinger(s) en/of hand(en) en/of mond/tong en/of het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van verdachte met de vinger(s)/hand(en) door die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , in elk geval door (een) perso(o)n(en) die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt [bestandsnamen 2]

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , in elk geval van (een) perso(o)n(en) die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , in elk geval die perso(o)n(en) die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt poseren/poseert in een omgeving en/of met (een) voorwerp(en) en/of in een (erotisch getinte) houding die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of waarbij die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , in elk geval deze perso(o)n(en), zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose/houding en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij de afbeelding(en) (aldus) een onmiskenbare seksuele strekking heeft en/of strekt/strekken tot seksuele prikkeling) [bestandsnamen 3]

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of het lichaam van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval van een perso(o)n(en) die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval bij/naast (een) perso(o)n(en) die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, (waarbij op dat gezicht/lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is) (waarbij) de afbeelding(en) (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft/hebben en/of strekt/strekken tot seksuele prikkeling [bestandsnamen 4]

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt ;

(artikel 240b Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 1 augustus 2015 te Eindhoven en/of te Melick en/of elders in Nederland met [slachtoffer 3] die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had(den) bereikt en/of die aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid was toevertrouwd, (telkens) een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] , hebbende verdachte (telkens)

-de schaamlippen van die [slachtoffer 3] uit elkaar getrokken en/of geopend en/of zijn tong en/of lippen in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 3] gebracht en/of die vagina en/of schaamlippen gelikt en/of -(een) vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 3] gebracht en/of zijn vinger(s) in die vagina bewogen en/of gevingerd en/of

-het lichaam van die [slachtoffer 3] betast en/of gestreeld en/of gekust en/of -zijn penis tegen de vagina van die [slachtoffer 3] gebracht en/of gehouden en/of geëjaculeerd op de vagina en/of op het lichaam van die [slachtoffer 3] en/of -hebbende verdachte die [slachtoffer 3] (telkens) bewogen om zijn penis vast te houden en/of zijn penis af te trekken; artikel 244 jo 248 lid 2 Wetboek van Strafrecht;

en/of

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2013 tot en met 1 augustus 2015 te Eindhoven en/of te Melick en/of elders in Nederland met [slachtoffer 3] die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had(den) bereikt en/of die aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid was toevertrouwd, (telkens) buiten echt een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, immers heeft verdachte verdachte (telkens) -de schaamlippen van die [slachtoffer 3] uit elkaar getrokken en/of de vagina en/of schaamlippen van die [slachtoffer 3] gelikt en/of

-het lichaam van die [slachtoffer 3] betast en/of gestreeld en/of gekust en/of -zijn penis tegen de vagina van die [slachtoffer 3] gebracht en/of gehouden en/of geëjaculeerd op de vagina en/of op het lichaam van die [slachtoffer 3] en/of -hebbende verdachte die [slachtoffer 3] (telkens) bewogen om zijn penis vast te houden en/of zijn penis af te trekken; artikel 247 jo 248 lid 2 Wetboek van Strafrecht;

3.

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 2013 tot en met 1 augustus 2015 te Arnhem en/of elders in Nederland met [slachtoffer 2] ,

die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had(den) bereikt en/of die aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid was toevertrouwd, (telkens) een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2] , hebbende verdachte (telkens)

-zijn penis in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 2] gebracht en/of -op de vagina en/of op het lichaam van die [slachtoffer 2] geëjaculeerd en/of -zijn penis tegen de schaamstreek van die [slachtoffer 2] gebracht en/of zijn penis (met kracht) tegen die schaamstreek gedrukt en/of op en neer gaande bewegingen gemaakt en/of - die [slachtoffer 2] op schoot genomen en/of haar benen gespreid en/of zijn penis tegen haar lichaam gedrukt en/of (daarbij) haar vagina/schaamstreek betast en/of de billen en/of andere lichaamsdelen van die [slachtoffer 2] betast en/of gestreeld;

artikel 244 jo 248 lid 2 Wetboek van Strafrecht;

en/of

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 november 2013 tot en met 1 augustus 2015 te Arnhem en/of elders in Nederland met [slachtoffer 2] ,

die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had(den) bereikt en/of die aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid was toevertrouwd, (telkens) buiten echt een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, immers heeft verdachte verdachte (telkens) - zijn penis (met kracht) tegen de schaamstreek van die [slachtoffer 2] geduwd en/of op en neer gaande bewegingen gemaakt en/of - op de schaamstreek, in elk geval op het lichaam van die [slachtoffer 2] geëjaculeerd en/of - die [slachtoffer 2] op schoot genomen en/of haar benen gespreid en/of zijn penis tegen haar lichaam gedrukt en/of (daarbij) haar vagina/schaamstreek betast en/of de billen en/of andere lichaamsdelen van die [slachtoffer 2] betast en/of gestreeld;

artikel 247 jo 248 lid 2 Wetboek van Strafrecht;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

1.

op tijdstippen in de periode van 28 april 2008 tot en met 20 juli 2015 in Nederland, afbeeldingen, te weten foto’s en films/video's heeft vervaardigd, terwijl op die afbeeldingen telkens (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] , was/waren betrokken, welke voornoemde seksuele gedraging(en) –zakelijk weergegeven- bestond(en) uit

het vaginaal penetreren van het lichaam van die [slachtoffer 3] , met zijn, verdachte’s, vinger(s) en tong en

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of billen van die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , met de penis en/of vinger(s) en/of tong en/of het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van verdachte met de handen door die [slachtoffer 3] ,

en

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , waarbij van die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] door het camerastandpunt en/of de uitsnede van de foto's/films nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij de afbeelding(en) (aldus) een onmiskenbare seksuele strekking heeft/hebben en/of strekt/strekken tot seksuele prikkeling) en

het ejaculeren op het lichaam van die [slachtoffer 2] en het houden van een (stijve) penis bij/naast het lichaam van die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 2] , (waarbij op dat lichaam een op sperma gelijkende substantie zichtbaar is) (waarbij) de afbeelding(en) (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft/hebben en/of strekt/strekken tot seksuele prikkeling

van welk misdrijf hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

2.

op tijdstippen in de periode van 1 januari 2013 tot en met 1 augustus 2015 in Nederland met [slachtoffer 3] , die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt en die aan zijn zorg en/of waakzaamheid was toevertrouwd, telkens een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 3] , hebbende verdachte

-de schaamlippen van die [slachtoffer 3] gespreid en zijn tong in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 3] gebracht en/of die vagina en/of schaamlippen gelikt en/of -een vinger in de vagina van die [slachtoffer 3] gebracht en/of zijn vinger in die vagina bewogen en/of

-zijn penis tegen de vagina van die [slachtoffer 3] gebracht en/of gehouden en/of geëjaculeerd op de vagina en/of op het lichaam van die [slachtoffer 3] en/of -hebbende verdachte die [slachtoffer 3] bewogen om zijn penis vast te houden en/of zijn penis af te trekken;

3.

op tijdstippen in de periode van 1 november 2013 tot en met 1 augustus 2015 in Nederland met [slachtoffer 2] , die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt en die aan zijn zorg en/of waakzaamheid was toevertrouwd, telkens buiten echt een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, immers heeft verdachte

- zijn penis tegen de schaamstreek van die [slachtoffer 2] geduwd en/of op en neer gaande bewegingen gemaakt en/of - op het lichaam van die [slachtoffer 2] geëjaculeerd en/of - die [slachtoffer 2] op schoot genomen en haar benen gespreid en zijn penis tegen haar lichaam gedrukt en (daarbij) haar vagina/schaamstreek betast en de billen van die [slachtoffer 2] betast en/of gestreeld.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

  • -

    Bewezenverklaring van feit 1, feit 2 primair en feit 3 primair;

  • -

    Een gevangenisstraf van 4 jaar waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 6 jaar en de bijzondere voorwaarden zoals genoemd in het reclasseringsrapport van 16 juni 2016;

  • -

    Onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen harde schijven zoals genoemd in de kennisgevingen van inbeslagneming op p. 412 en 432;

  • -

    Toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4] tot een bedrag van € 6.000,-- plus wettelijke rente met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en niet-ontvankelijk verklaring van het overige deel van de vorderingen;

  • -

    Toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] tot een bedrag van € 14.000,-- plus wettelijke rente met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en niet-ontvankelijk verklaring in het overige deel van de vorderingen.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in het nadeel van verdachte in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ongeveer 7 jaar schuldig gemaakt aan het maken van kinderporno van vier meisjes door deze meisjes te fotograferen en te filmen waarbij de nadruk voornamelijk evident op de geslachtsdelen werd gericht. Bij twee van de vier meisjes pleegde hij bovendien zelf seksuele handelingen. Veel van deze handelingen werden door de verdachte op film vastgelegd. Naast het feit dat dit het vervaardigen van kinderporno oplevert, pleegde hij dus ook ontucht met twee meisjes. Dit gebeurde op verschillende momenten gedurende ongeveer 2 à 2 ½ jaar. Bij één meisje was ook sprake van seksueel binnendringen.

Het gaat hier om zeer jonge slachtoffertjes in de leeftijd van ongeveer 2 tot 4 jaar oud. Verdachte heeft enkel zijn eigen gerief nagejaagd en zich daarbij niet laten weerhouden door de kwetsbare positie waarin de slachtoffertjes zich bevonden. Zij konden op geen enkele wijze weerstand bieden tegen het handelen van verdachte en uit het verhandelde ter terechtzitting is ook aannemelijk geworden dat dit feit in belangrijke mate meewoog bij de beslissing van verdachte om met hun seksuele handelingen te verrichten. Verdachte heeft een grote inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de meisjes en in ernstige mate hun lichamelijke integriteit aangetast. Hoewel dit zich vaak pas later, soms ettelijke jaren na het misbruik, voor het eerst openbaart, is het een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dit soort ernstige feiten daar vaak jarenlang last van hebben en dat de herinnering aan het misbruik hen in hun dagelijks bestaan lange tijd hindert. Ook is het bekend dat seksueel misbruik vaak nadelige gevolgen op emotioneel en seksueel gebied voor de slachtoffers met zich brengt.

Door zijn handelen heeft de verdachte niet alleen de slachtoffers leed berokkend, maar in het verlengde daarvan ook hun ouders en naaste familie. Uit de toelichtingen op de vorderingen van de benadeelde partijen en de namens hen afgelegde slachtofferverklaringen blijkt dat dit ook in deze zaak het geval is.

Verdachte was jarenlang een huisvriend van de families van de slachtoffers en werd door hen als lid van de familie beschouwd. Zowel de slachtoffers als hun ouders kenden verdachte al hun hele leven en vertrouwden hem. Verdachte heeft de ontuchtige handelingen meestal gepleegd in de ouderlijke woning waar de kinderen woonden en terwijl hij op hen paste, juist de plek bij uitstek waar zij zich veilig moesten wanen. Verdachte heeft ernstig misbruik gemaakt van het vertrouwen dat de kwetsbare en weinig weerbare meisjes en hun ouders in hem stelden. De rechtbank is van oordeel dat verdachte louter en alleen oog heeft gehad voor zijn eigen directe behoeftebevrediging en zich in het geheel niet heeft bekommerd om het recht van de slachtoffers op een ongestoorde (seksuele) ontwikkeling.

Uit een oogpunt van vergelding is gelet op de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de gevolgen daarvan voor de slachtoffers alleen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur passend.

De rechtbank weegt in het voordeel van verdachte mee dat uit een omtrent de geestvermogens van verdachte uitgebracht psychiatrisch rapport door A.H.A.C. van Bakel, psychiater, i.s.m. C.C. van den Heuvel, psychiater in opleiding, van 17 mei 2016 blijkt, dat de door hem gepleegde strafbare feiten in verminderde mate aan hem kunnen worden toegerekend. Uit een omtrent de geestvermogen van verdachte uitgebracht psychologisch rapport door dr. B.J.M. Jogems-Kosterman, gezondheidszorgpsycholoog en drs. M.M.F. van Casteren, gezondheidszorgpsycholoog (supervisor), van 13 mei 2016, blijkt dat de door hem gepleegde strafbare feiten in enigszins verminderde mate aan hem kunnen worden toegerekend.

Voorts weegt de rechtbank in het voordeel van verdachte mee dat hij ter terechtzitting zijn verantwoordelijkheid heeft genomen en openheid van zaken heeft gegeven over de tenlastgelegde feiten, dat hij geprobeerd heeft om een begin van inzicht te verschaffen in de beweegredenen die hem tot het plegen van de feiten hebben gebracht en dat hij uitdrukkelijk en meermaals spijt heeft betuigd in de richting van de slachtoffers en hun ouders en dat hij daarin – voor zover hij daar volgens de gedragsdeskundigen toe in staat moet worden

geacht – oprecht overkomt. Ter terechtzitting is de verdachte er evenwel niet in geslaagd om de rechtbank ervan te overtuigen dat hij de nadelige gevolgen van zijn handelen voor de slachtoffers in volle omvang beseft.

Bij haar beslissing over de hoogte van de straf heeft de rechtbank vooral aansluiting gezocht bij hetgeen in gevallen grosso modo vergelijkbaar met de onderhavige door rechterlijke colleges wordt opgelegd.

De rechtbank is alles afwegende van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van voorarrest. De redenen die voor deze lange duur in aanmerking zijn genomen liggen vooral in de lange periode waarbinnen de bewezenverklaarde feiten hebben plaatsgevonden, het feit dat het misbruik zich vele keren heeft voorgedaan, dat het hier vier verschillende slachtoffertjes betreft allen met een zeer jonge leeftijd ten tijde van het misbruik en de vertrouwelijke omgeving waarin het misbruik plaatsvond.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt. Bovendien is de officier van justitie bij het bepalen van haar eis uitgegaan van meer seksueel binnendringende handelingen dan de rechtbank heeft bewezenverklaard, zodat een lichtere straf dan gevorderd in de rede ligt. Tot een matiging van meer dan zes maanden op het onvoorwaardelijke strafdeel is geen aanleiding.

De rechtbank zal de gevangenisstraf voor een gedeelte voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen en om het mogelijk te maken dat de verdachte onder toezicht komt van de reclassering en hij een klinische en ambulante behandeling voor zijn problematiek kan ondergaan, waarmee naar het oordeel van de rechtbank de kans dat het tot een herhaling van strafbare zedendelicten komt zo klein mogelijk wordt gemaakt. Deze voorwaardelijke gevangenisstraf zal worden bepaald op zes maanden. Aan deze voorwaardelijke straf zullen na te noemen bijzondere voorwaarden worden gekoppeld. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat een lange proeftijd noodzakelijk is. Aanleiding hiervoor vindt de rechtbank in de rapportage van voormelde psychiater. Volgens de vigerende risicotaxatie-instrumenten is de kans op recidive laag, maar anderzijds zou het risico op seksueel delictgedrag beduidend hoger kunnen zijn dan die instrumenten aangeven. Dit gelet op de persoon van verdachte en de - kort gezegd- ervaren band met een klein kind enerzijds en anderzijds het gegeven dat hij in zijn beleving thans zo goed als alles kwijt is. De rechtbank neemt om voornoemde redenen het advies tot het opleggen van een lange proeftijd over en zal deze bepalen op zes jaren.

De vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4] . De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, het volgende onderdeel van de vordering te weten immateriële schadevergoeding tot een bedrag van € 500,-- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Door het maken van afbeeldingen van seksuele gedragingen met een kind is inbreuk gemaakt op het recht op het privéleven van het kind dat wordt beschermd in artikel 8 EVRM. De rechtbank begroot deze schade op een bedrag van € 500,--. Van het verspreiden van het kinderpornografisch materiaal is niet gebleken uit het dossier.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de door gevraagde materiële schadevergoeding van de vordering, aangezien in zoverre geen sprake is van rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade. Deze kosten zijn door de ouders van de slachtoffers gemaakt en zij niet kunnen worden aangemerkt als slachtoffers in de zin van artikel 51a e.v. Wetboek van Strafvordering.

De rechtbank zal de benadeelde partij ook niet-ontvankelijk verklaren in het hoger gevorderde bedrag aan immateriële schade, omdat de rechtbank van oordeel is dat dit gedeelte van de vordering niet eenvoudig is vast te stellen en een nader onderzoek zou vereisen. De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De benadeelde partij kan dit onderdeel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 3] en [slachtoffer 2] . De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, het volgende onderdeel van de vordering te weten immateriële schadevergoeding tot een bedrag van € 2.500,-- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank maakt daarbij onderscheid tussen schadevergoeding op grond van schending van de lichamelijke integriteit van de slachtoffers en schadevergoeding wegens schending van het recht op privacy.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de stukken in het dossier en (de beschrijving van) de beelden van het seksueel misbruik kan worden aangenomen dat de zeer jeugdige kinderen door het seksuele misbruik door verdachte in hun persoon zijn aangetast en als gevolg daarvan leed hebben ondervonden. Het is evident dat verdachte de lichamelijke integriteit van de kinderen op grove wijze heeft geschonden.

De rechtbank begroot deze schade op een bedrag van € 2.000,--.

Door het maken van afbeeldingen van seksuele gedragingen met een kind is inbreuk gemaakt op het recht op het privéleven van het kind dat wordt beschermd in artikel 8 EVRM. De rechtbank begroot deze schade op een bedrag van € 500,--. Van het verspreiden van het kinderpornografisch materiaal is niet gebleken uit het dossier.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de door gevraagde materiële schadevergoeding van de vordering, aangezien in zoverre geen sprake is van rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade. Deze kosten zijn door de ouders van de slachtoffers gemaakt en zij niet kunnen worden aangemerkt als slachtoffers in de zin van artikel 51a e.v. Wetboek van Strafvordering.

De rechtbank zal de benadeelde partij ook niet-ontvankelijk verklaren in het hoger gevorderde bedrag aan immateriële schade, omdat de rechtbank van oordeel is dat dit gedeelte van de vordering niet eenvoudig is vast te stellen en een nader onderzoek zou vereisen. De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De benadeelde partij kan dit onderdeel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor de toegewezen bedragen tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan de slachtoffers bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Beslag.De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit voorwerpen zijn met betrekking tot welke de feiten zijn begaan en deze van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36b, 36c, 36f, 57 60a, 240b, 244, 247, 248.

DE UITSPRAAK

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1: een gewoonte maken van het vervaardigen van een afbeelding van een seksuele gedraging waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken T.a.v. feit 2: met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd T.a.v. feit 3: met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren ontuchtige handelingen plegen, terwijl de schuldige het feit begaat tegen een aan zijn zorg of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf(fen) en/of maatregel(en).

T.a.v. feit 1, feit 2, feit 3: Gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 6 jaren.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt en

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door de reclassering, ook indien dit inhoudt het deelnemen aan het COSA-traject;

- zich zal melden bij Reclassering Nederland, zolang en zo frequent als de reclassering dit noodzakelijk acht;

- zich gedurende maximaal 9 maanden of zoveel korter als zijn behandelaars in overleg met de reclassering nodig achten, zal laten opnemen in FPA Almelo of een soortgelijke intramurale instelling, waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die veroordeelde in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling zullen worden gegeven;

- zich, na zijn klinsche opname, onder ambulante behandeling zal stellen van forensisch psychiatrische polikliniek GGz De Omslag te Eindhoven, of een soortgelijke instelling, waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die veroordeelde in het kader van die behandeling door of namens die instelling zullen worden gegeven, zolang de behandelaars/instelling dit nodig achten, in overleg met Reclassering Nederland;

- op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met de slachtoffers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 4] en hun ouders en grootouders, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

waarbij de Reclassering Nederland, Regio's-Hertogenbosch, Eekbrouwersweg 6, 5233 VG te 's-Hertogenbosch,opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen, te weten: - een interne harde schijf, merk Seagate, met [voorwerpnummer harde schijf] (kennisgeving van inbeslagneming, p. 412 van het dossier);

- een externe harde schijf, merk Verbatin, met [voorwerpnummer harde schrijf 2] (kennisgeving van inbeslagneming, p. 432 van het dossier).

T.a.v. feit 1: Maatregel van schadevergoeding van EUR 500,00 subsidiair 10 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van een bedrag van EUR 500,-- (zegge: vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit immateriële schadevergoeding (post 4B).

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] , van een bedrag van EUR 500,-- (zegge: vijfhonderd euro), te weten immateriële schadevergoeding (post 4B).

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

T.a.v. feit 1: Maatregel van schadevergoeding van EUR 500,00 subsidiair 10 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 4] van een bedrag van EUR 500,-- (zegge: vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit immateriële schadevergoeding (post 4B).

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] , van een bedrag van EUR 500,-- (zegge: vijfhonderd euro), te weten immateriële schadevergoeding (post 4B).

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

T.a.v. feit 1, feit 2: Maatregel van schadevergoeding van EUR 2.500,00 subsidiair 35 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] van een bedrag van EUR 2.500,-- (zegge: tweeduizendvijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 35 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit immateriële schadevergoeding (post 4B).

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] , van een bedrag van EUR 2.500,-- (zegge: tweeduizendvijfhonderd euro), te weten immateriële schadevergoeding (post 4B).

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

T.a.v. feit 1, feit 3: Maatregel van schadevergoeding van EUR 2.500,00 subsidiair 35 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] van een bedrag van EUR 2.500,-- (zegge: tweeduizendvijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 35 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit immateriële schadevergoeding (post 4B).

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] , van een bedrag van EUR 2.500,-- (zegge: tweeduizendvijfhonderd euro), te weten immateriële schadevergoeding (post 4B).

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. I.L.A. Boer, voorzitter,

mr. M.Th. van Vliet en mr. C.P.J. Scheele, leden,

in tegenwoordigheid van mr. E. de Dooij, griffier,

en is uitgesproken op 29 augustus 2016.

Mr. M.Th. van Vliet is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.