Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2016:4345

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
11-08-2016
Datum publicatie
11-08-2016
Zaaknummer
01/845845-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt poging tot afpersing, opzetheling, drie diefstallen, en het telen van 119 hennepplanten, veroordeeld tot een gevangenisstraf van 531 dagen met aftrek waarvan 360 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met daaraan verbonden de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich klinisch laat behandelen bij Novadic-Kentron.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummers: 01/845845-15, 01/845687-15 en 01/820204-16 (ter terechtzitting gevoegd)
Parketnummer vordering TUL: 01/270901-14

Datum uitspraak: 11 augustus 2016

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,

thans verblijvende te [adresgegevens] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 14 januari 2016 en van 28 juli 2016.

Op deze zittingen heeft de rechtbank de tegen verdachte, onder de hiervoor genoemde parketnummers, aanhangig gemaakte zaken gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van 14 december 2015 en 1 juli 2016.

Aan verdachte is in de tenlastelegging met parketnummer 01/845845-15 ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 13 oktober 2015 te Boxmeer, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] , medewerkster bij [winkel] , te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [winkel] voornoemd, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, met voormeld oogmerk die lingeriezaak is binnengegaan en/of (vervolgens) dreigend een handzaag(blad) aan die [slachtoffer 1] getoond en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] de woorden: "Geld, geld, geld !, althans soortgelijke woorden, heeft toegevoegd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Aan verdachte is in de tenlastelegging met parketnummer 01/845687-15 ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 22 augustus 2015 te Boxmeer, althans in Nederland, een motorrijtuig (personenauto, merk Hyundai Atos) heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat motorrijtuig wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

2.

hij op of omstreeks 19 augustus 2015, althans in of omstreeks de periode van 19 augustus 2015 tot en met 22 augustus 2015, te Sambeek, gemeente Boxmeer, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

3.

hij op een tijdstip in of omstreeks de periode van 21 augustus 2015 tot 23 augustus 2015, te Boxmeer, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een kentekenplaat, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

Aan verdachte is in de tenlastelegging met parketnummer 01/820204-16 ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 2 mei 2015 tot en met 2 juli 2015 te

Boxmeer opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt,

in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres 1] ) een hoeveelheid van ongeveer 119 hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

een of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 2 mei 2015 tot en met 2 juli 2015 te Boxmeer met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan [adres 1] ) een hoeveelheid van ongeveer 119 hennepplanten, in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of

omstreeks de periode van 2 mei 2015 tot en met 2 juli 2015 te Boxmeer, in elk

geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemd pand voor de teelt/het kweken van

hennepplanten ter beschikking te stellen;

2.

hij in of omstreeks de periode van 2 mei 2015 tot en met 2 juli 2015 te

Boxmeer tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen stroom/ energie, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders;

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

een of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 2 mei

2015 tot en met 2 juli 2015 te Boxmeer met elkaar, althans één van hen, met

het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen stroom/

energie, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die een of meer onbekend gebleven personen en/of aan verdachte, tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode van 2 mei 2015 tot en met 2 juli 2015 te Boxmeer en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen het pand [adres 1] voor voornoemde diefstal(len) ter beschikking te stellen.

De vordering na voorwaardelijke veroordeling.

De zaak met parketnummer 01/270901-14 is aangebracht bij vordering van 14 juni 2016. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de politierechter van deze rechtbank d.d. 26 februari 2015. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen geldig zijn. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 01/845845-15 het ten laste gelegde bewezen te verklaren. Met betrekking tot de dagvaarding met parketnummer 01/845687-15 heeft hij gevorderd de feiten 1, 2 en 3 bewezen te verklaren en ten aanzien van de dagvaarding met parketnummer 01/820204-16 heeft de officier van justitie gevorderd de feiten 1 primair en 2 primair bewezen te verklaren.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman van verdachte heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank.

Evenals de officier van justitie acht de rechtbank alle ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen en ten aanzien van parketnummer 01/820204-16 telkens de primaire variant. Omdat de verdachte ter terechtzitting van 14 januari 2016 en van 28 juli 2016 alle feiten heeft bekend en zijn raadsman geen bewijsverweer heeft gevoerd, volstaat de rechtbank met een opgave van de bewijsmiddelen.

Ten aanzien van parketnummer 01/845845-15 1 :

- het proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 1]2;

- de bekennende verklaring van verdachte bij de politie3 en ter terechtzitting van 14 januari 20164.

Ten aanzien van parketnummer 01/845687-15 5 :

Feit 1:

- het proces-verbaal aangifte van [aangever 1]6;

- de bekennende verklaring van verdachte bij de politie7 en ter terechtzitting van 14 januari 20168.

Feit 2:

- het proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 2]9;

- de bekennende verklaring van verdachte bij de politie10 en ter terechtzitting van 14 januari 201611.

Feit 3:

- het proces-verbaal aangifte van [slachtoffer 3]12;

- de bekennende verklaring van verdachte bij de politie13 en ter terechtzitting van 14 januari 201614.

Ten aanzien van parketnummer 01/820204-16 15 :

Feit 1 primair:

- het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij16;

- de bekennende verklaring van verdachte bij de politie17 en ter terechtzitting van 28 juli 2016.

Feit 2 primair:

- het proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij18;

- de aangifte van [bedrijf] B.V.19;

- de bekennende verklaring van verdachte bij de politie20 en ter terechtzitting van 28 juli 2016.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

Ten aanzien van parketnummer 01/845845-15:

op 13 oktober 2015 te Boxmeer ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] , medewerkster bij [winkel] , te dwingen tot de afgifte van een hoeveelheid geld toebehorende aan [winkel] voornoemd, met voormeld oogmerk die lingeriezaak is binnengegaan en dreigend een handzaagblad aan die [slachtoffer 1] heeft getoond en die [slachtoffer 1] de woorden: "Geld, geld, geld!” heeft toegevoegd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Ten aanzien van parketnummer 01/845687-15:

Feit 1:

op 22 augustus 2015 te Boxmeer een motorrijtuig (personenauto, merk Hyundai Atos) voorhanden heeft gehad terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van dat motorrijtuig wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Feit 2:

op 19 augustus 2015 te Sambeek met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid geld toebehorende aan [slachtoffer 2] .

Feit 3:

in de periode van 21 augustus 2015 tot 23 augustus 2015 te Boxmeer met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een kentekenplaat toebehorende aan [slachtoffer 3] .

Ten aanzien van parketnummer 01/820204-16:

Feit 1 primair:

in de periode van 2 mei 2015 tot en met 2 juli 2015 te Boxmeer opzettelijk heeft geteeld

(in een pand aan de [adres 1] ) een hoeveelheid van 119 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Feit 2 primair:

in de periode van 2 mei 2015 tot en met 2 juli 2015 te Boxmeer met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen stroom toebehorende aan [bedrijf] .

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 531 dagen, met aftrek als bedoeld in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 360 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd de bijzondere voorwaarden aan verdachte op te leggen zoals benoemd in het reclasseringsadvies van 2 december 2015, met uitzondering van het locatieverbod en met toevoeging van het volgen van ambulante behandeling nadat de klinische behandeling is voltooid. Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman van verdachte heeft verzocht om de eis van de officier van justitie te volgen.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op 13 oktober 2015 schuldig gemaakt aan een poging tot een winkeloverval. Verdachte heeft door zijn handelen een grote inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer [slachtoffer 1] . Het moet voor het slachtoffer een zeer beangstigende en bedreigende situatie zijn geweest. Uit de ter terechtzitting voorgedragen slachtofferverklaring blijkt ook dat het hele gebeuren een grote impact op het slachtoffer heeft gehad en dat zij de gevolgen nog dagelijks met zich draagt. Niet alleen het slachtoffer voelt zich niet langer veilig, maar een feit als dit zorgt ook in de samenleving als geheel voor gevoelens van onrust en onveiligheid. Verdachte heeft zich van dit alles niets aangetrokken toen hij besloot op een gewelddadige manier snel aan geld te willen komen. Hij heeft zich enkel laten leiden door financiële motieven.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan opzetheling van een personenauto, diefstal van een hoeveelheid geld en diefstal van een kentekenplaat. Diefstallen leveren niet alleen financiële schade op voor de eigenaren, maar daarnaast ook veel overlast en ergernis. Dankzij de helers blijft voorts het stelen van goederen lucratief. Het criminele circuit wordt door de heling in stand gehouden en verdachte heeft hieraan bijgedragen.

Tevens heeft verdachte 119 hennepplanten geteeld. Daarnaast heeft verdachte de voor de hennepkwekerij benodigde elektriciteit weggenomen en daardoor de elektriciteitsmaatschappij [bedrijf] benadeeld. Verdachte heeft zich hierbij ogenschijnlijk enkel laten leiden door de wens in korte tijd veel geld te verdienen en heeft deze wens laten prevaleren boven de door de samenleving in wetten vastgelegde regels. De rechtbank rekent dit alles verdachte aan.

Verdachte is in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis klinisch opgenomen bij de afdeling forensisch klinische zorg, van Novadic-Kentron te Vught. Ter terechtzitting van 28 juli 2016 is gebleken dat deze behandeling overwegend positief verloopt. De rechtbank heeft de indruk gekregen dat verdachte op een keerpunt in zijn leven is gekomen en dat hij zijn leven nu echt wil beteren en op de rit wil krijgen. De rechtbank ziet in het voorgaande, ondanks de ernst van de feiten en het omvangrijke strafblad van verdachte, reden om verdachte niet meer terug naar de gevangenis te sturen. De rechtbank zal daarom het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf die zij aan verdachte gaat opleggen beperken tot de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

De rechtbank legt aan verdachte op, conform de eis van de officier van justitie, een gevangenisstraf voor de duur van 531 dagen, met aftrek als bedoeld in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 360 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals genoemd in het reclasseringsadvies van 2 december 2015, met uitzondering van het locatieverbod en met toevoeging van het volgen van ambulante behandeling nadat de klinische behandeling is voltooid. Op deze manier heeft verdachte een stok achter de deur om geen nieuwe strafbare feiten te plegen en krijgt hij voorts de hulp en begeleiding die hij nodig heeft.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .

De vordering van de benadeelde partij.

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 3.758,-, bestaande uit € 3.158,- aan materiële schade en € 600,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, ter zake van het ten laste gelegde onder parketnummer 01/845845-15.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] integraal toe te wijzen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde kosten met betrekking tot de bril van de benadeelde partij niet geheel voor vergoeding in aanmerking komen, nu uit de aangifte enkel blijkt dat het montuur kapot is gegaan en niet de glazen van de bril. Ten aanzien van het verlies van arbeidsvermogen heeft de raadsman aangevoerd dat de benadeelde partij een contract voor acht uren per week heeft. Nu zij de maanden na het feit meer uren heeft gewerkt dan in haar contract staan, verzoekt de raadsman om deze reden de schadepost af te wijzen dan wel niet-ontvankelijk te verklaren.

Het oordeel van de rechtbank. Het gevorderde bedrag van € 3.758,- is voldoende onderbouwd.

Anders dan de raadsman is de rechtbank van oordeel dat zowel het montuur als de glazen van de bril voor vergoeding in aanmerking komen, nu is gebleken dat door het feit het montuur van de bril van de benadeelde partij kapot is gegaan, waardoor zij een nieuwe bril moest aanschaffen en daarbij horen ook nieuwe glazen.

Ook het verweer met betrekking tot het verlies van arbeidsvermogen verwerpt de rechtbank, omdat voor de vaststelling hiervan het niet gaat om het aantal contracturen, maar om het aantal feitelijk gewerkte uren. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de benadeelde partij genoegzaam aangetoond dat zij in de maanden voorafgaand aan het feit gemiddeld 136,7 uren per maand werkte en zij na het feit gemiddeld 53,75 uren per maand heeft gewerkt en derhalve verlies van arbeidsvermogen heeft geleden. Het gevorderde bedrag van € 2.357,93 aan verlies van arbeidsvermogen komt daarom volledig voor vergoeding in aanmerking.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade.

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij ten behoeve van de vordering tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.

De vordering van de benadeelde partij [bedrijf]

De vordering van de benadeelde partij.

De benadeelde partij [bedrijf] vordert een schadevergoeding van € 1.778,38, bestaande uit materiële schade te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, ter zake van het ten laste gelegde onder feit 2 primair onder parketnummer 01/820204-16. Daarnaast vordert de benadeelde partij een bedrag van € 768,- aan proceskosten.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [bedrijf] integraal toe te wijzen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel, te vermeerderen met de wettelijke rente en met toewijzing van de proceskosten.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft ten aanzien van de proceskosten verzocht om aansluiting te zoeken bij het liquidatietarief kanton. Voor het overige heeft hij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank. Het gevorderde bedrag van € 1.778,38 is niet betwist en voldoende onderbouwd.

Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor deze schade.

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 mei 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte tevens veroordelen in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken. Bij de begroting hiervan zal de rechtbank, in tegenstelling tot de vordering van [bedrijf] , uitgaan van het liquidatietarief kanton, nu de vordering een bedrag van € 25.000,- niet te boven gaat en de rechtbank ook anderszins geen aanleiding ziet tot toepassing van het liquidatietarief voor rechtbanken en gerechtshoven. Bij een vordering tot en met € 2.500,- geldt als tarief een salaris van € 150,- per punt met een maximum van 5 punten. De rechtbank zal voor het opstellen van de vordering en de toelichting daarop ter terechtzitting 2 punten toekennen. Derhalve is een bedrag van € 300,- aan proceskosten toewijsbaar. De rechtbank zal betaling van de overige gevorderde proceskosten afwijzen.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag van € 1.778,38 tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf

2 mei 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.

De motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 01/270901-14.

De standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank zal gelasten dat de proeftijd van de bij vonnis van de politierechter van deze rechtbank van 26 februari 2015 aan de veroordeelde opgelegde straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd, met één jaar wordt verlengd, op grond van het feit dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan strafbaar feiten.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman van verdachte heeft primair verzocht om de vordering af te wijzen, gelet op de gewijzigde omstandigheden onder meer inhoudende dat verdachte thans klinisch wordt behandeld. Subsidiair heeft hij gevraagd om verlenging van de proeftijd met één jaar.

Het oordeel van de rechtbank.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Verdachte is bij vonnis van de politierechter van deze rechtbank van 26 februari 2015 veroordeeld tot onder meer een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 13 maart 2015. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan misdrijven, te weten de hiervoor bewezen verklaarde strafbare feiten. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om de vordering af te wijzen. In hetgeen ter terechtzitting aan de orde is gekomen ziet de rechtbank echter wel aanleiding thans geen tenuitvoerlegging te gelasten, doch de vastgestelde proeftijd te verlengen met één jaar, nu zij het reeds ingezette hulptraject van verdachte niet wil doorkruisen met een gevangenisstraf.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

14a, 14b, 14c, 24c, 27, 36f, 45, 57, 60a, 310, 317 en 416 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

Ten aanzien van parketnummer 01/845845-15: poging tot afpersing Ten aanzien van parketnummer 01/845687-15:

Feit 1: opzetheling Feit 2: diefstal Feit 3: diefstal Ten aanzien van parketnummer 01/820204-16:

Feit 1 primair:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod

Feit 2 primair: diefstal

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en maatregelen:

Ten aanzien van het ten laste gelegde onder parketnummer 01/845845-15, het onder feit 1, feit 2 en feit 3 ten laste gelegde onder parketnummer 01/845687-15 en het onder feit 1 primair en feit 2 primair ten laste gelegde onder parketnummer 01/820204-16:

Een gevangenisstraf voor de duur van 531 dagen, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 360 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde

  • -

    zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en;

  • -

    ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt en;

  • -

    medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde

  • -

    zich gedurende de proeftijd meldt bij de reclassering zolang en zo frequent als de reclassering dit noodzakelijk acht;

  • -

    wordt verplicht zich klinisch te laten behandelen bij de afdeling forensisch klinische zorg, van Novadic-Kentron te Vught, voor een maximale termijn van de proeftijd, of zoveel korter als de behandelaars van de genoemde inrichting in overleg met de reclassering nodig achten;

  • -

    zich na de klinische behandeling aansluitend gedurende de resterende proeftijd binnen een voorziening van Novadic-Kentron, dan wel een soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, ambulant laat behandelen;

  • -

    medewerking verleent aan een begeleid/beschermd woontraject in een nader te bepalen instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering.

Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis, dat reeds op 16 maart 2016 is geschorst.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] :

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] inzake het ten laste gelegde onder parketnummer 01/845845-15 van een bedrag van € 3.758,-, bestaande uit € 3.158,- aan materiële schade en € 600,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij in het kader van deze vordering gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Maatregel van schadevergoeding:

Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van [slachtoffer 1] voornoemd van een bedrag van € 3.758,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 47 dagen hechtenis;

Bepaalt dat de toepassing van deze vervangende hechtenis de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet opheft;

Bepaalt dat verdachte van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [bedrijf] :

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [bedrijf] inzake het onder feit 2 primair ten laste gelegde onder parketnummer 01/820204-16 van een bedrag van € 1.778,38 bestaande uit materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 mei 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij in het kader van deze vordering gemaakt, tot op heden begroot op € 300,-.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Maatregel van schadevergoeding:

Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van [bedrijf] voornoemd van een bedrag van € 1.778,38 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 2 mei 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 27 dagen hechtenis;

Bepaalt dat de toepassing van deze vervangende hechtenis de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet opheft;

Bepaalt dat verdachte van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 01/270901-14:

Verlengt de proeftijd met één jaar.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. S.J.W. Hermans, voorzitter,

mr. C.J. Sangers- de Jong en mr. V.G.T. van Emstede, leden,

in tegenwoordigheid van mr. M.M.A. Akkers, griffier,

en is uitgesproken op 11 augustus 2016.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie eenheid Oost-Brabant, District ’s-Hertogenbosch, districtsrecherche ‘s-Hertogenbosch, genummerd PL2100-2015228205.

2 Proces-verbaal aangifte d.d. 13 oktober 2015, pagina 44-46.

3 Proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte d.d. 13 oktober 2015, pagina 31-32 en proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte d.d. 14 oktober 2015, pagina 33-43.

4 Proces-verbaal ter terechtzitting van 14 januari 2016.

5 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie eenheid Oost-Brabant, District ’s-Hertogenbosch, Basisteam Maas en Leijgraaf, genummerd PL2100-2015188837.

6 Proces-verbaal aangifte d.d. 6 augustus 2015, pagina 6-11.

7 Proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte d.d. 23 augustus 2015, pagina 39-43.

8 Proces-verbaal ter terechtzitting van 14 januari 2016.

9 Proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 20 augustus 2015, pagina 30-31.

10 Proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte d.d. 23 augustus 2015, pagina 39-43.

11 Proces-verbaal ter terechtzitting van 14 januari 2016.

12 Proces-verbaal aangifte d.d. 23 augustus 2015, pagina 20-22.

13 Proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte d.d. 23 augustus 2015, pagina 39-43.

14 Proces-verbaal ter terechtzitting van 14 januari 2016.

15 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie eenheid Oost-Brabant, District ’s-Hertogenbosch, Basisteam Maas en Leijgraaf, genummerd PL2100-2015146874.

16 Proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij d.d. 15 juli 2015, pagina 13-24.

17 Proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte d.d. 2 juli 2015, pagina 46-49.

18 Proces-verbaal van aantreffen hennepkwekerij d.d. 15 juli 2015, pagina 13-24.

19 Een geschrift inhoudende de aangifte van [bedrijf] , d.d. 3 augustus 2015, pagina 69-88.

20 Proces-verbaal van verhoor meerderjarige verdachte d.d. 2 juli 2015, pagina 46-49.