Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2016:4343

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
11-08-2016
Datum publicatie
11-08-2016
Zaaknummer
01/860082-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld voor het veroorzaken van een verkeersongeval, nadat hij een grote hoeveelheid alcohol heeft genuttigd. Verdachte heeft twee fietsers aangereden, waardoor een van de fietsers zwaar lichamelijk letsel is toegebracht.

De rechtbank legt een taakstraf van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis op en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 18 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 179 lid 6 Wegenverkeerswet 1994.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/860082-16

Datum uitspraak: 11 augustus 2016

Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,

wonende te [adresgegevens] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 28 juli 2016.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 6 juli 2016.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 06 april 2015 te Biezenmortel, gemeente Haaren, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, (Brabantsehoek), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, niet uit te wijken voor een of meer op diezelfde weg in zijn, verdachtes, rijrichting aan de rechterzijde rijdende fietsers en/of tegen een of meer van die fietsers aan te rijden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 1] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken schouderblad en/of een gebroken kuitbeen, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, terwijl hij verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994, danwel na het feit niet heeft voldaan aan een bevel gegeven krachtens artikel 163, tweede, zesde, achtste of negende lid van genoemde wet;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

A.

hij op of omstreeks 06 april 2015 te Biezenmortel, gemeente Haaren, als bestuurder van

een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 980 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;

(artikel 8 Wegenverkeerswet 1994)

B.

hij op of omstreeks 06 april 2015 te Biezenmortel, gemeente Haaren, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, (Brabantsehoek), niet is uitgeweken voor een of meer op diezelfde weg in zijn, verdachtes, rijrichting aan de rechterzijde rijdende fietsers en/of tegen een of meer van die fietsers is aangereden, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte:

(primair)

op 06 april 2015 te Biezenmortel, gemeente Haaren, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, (Brabantsehoek), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend

niet uit te wijken voor op diezelfde weg in zijn, verdachtes, rijrichting aan de rechterzijde rijdende fietsers en tegen een of meer van die fietsers aan te rijden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer 1] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken schouderblad en

een gebroken kuitbeen, werd toegebracht, terwijl hij verkeerde in de toestand als bedoeld

in artikel 8, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straffen.

De eis van de officier van justitie. (bijlage)

t.a.v. primair (aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend)

- een taakstraf van 180 subsidiair 90 dagen hechtenis;

- een rijontzegging van 2 jaar met aftrek.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende ten bezware van verdachte in aanmerking genomen.

Verdachte heeft een verkeersongeval veroorzaakt nadat hij een grote hoeveelheid alcohol had genuttigd. Van alcohol is bekend dat dit de rijvaardigheid nadelig beïnvloedt. Dat geldt zeker voor de hoeveelheid die verdachte die bewuste nacht had genuttigd; het alcohol-

gehalte bedroeg meer dan vier maal het toegestane gehalte. Desondanks is verdachte achter het stuur gekropen, met alle gevolgen van dien. In een flauwe bocht van een smalle weg is hij onvoldoende naar links uitgeweken voor een groepje fietsers, waardoor hij twee fietsers heeft aangereden. Een van hen, slachtoffer [slachtoffer 1] , heeft daardoor een gebroken - schouderblad en een gebroken kuitbeen opgelopen en is hierdoor enkele maanden uitgeschakeld geweest op diverse leefgebieden. Het slachtoffer ondervindt meer dan een

jaar na het ongeval ook nog steeds lichamelijk ongemak van het opgelopen lichamelijk letsel. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij na inname van een grote hoeveelheid drank, als hiervoor omschreven, als bestuurder van een auto is gaan optreden

en hiermee medeweggebruikers voorzienbaar in gevaar heeft gebracht.

Anderzijds heeft de rechtbank gezien dat verdachte nooit eerder met politie of justitie in aanraking is geweest en dat er sprake is van een schuldbewuste verdachte die de verant- woordelijkheid neemt voor zijn ontoelaatbare verkeersgedrag. Uit het verhandelde ter terechtzitting is ook gebleken dat hij kort na het ongeval contact heeft gezocht met

Novadic-Kentron om zijn alcoholmisbruik van die bewuste nacht te bespreken. Daarnaast

is tijdens de zitting aan de orde gekomen dat verdachte dagelijks aan het ongeval wordt herinnerd in de kleine gemeenschap waartoe zowel hij als het slachtoffer behoren. De rechtbank heeft geconstateerd dat verdachte hier zichtbaar onder gebukt gaat.

De rechtbank zal met dit alles in matigende zin rekening houden.

Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf.

Alles overwegende acht de rechtbank een taakstraf en rijontzegging van na te melden

duur op zijn plaats.

De rechtbank ziet aanleiding om de termijn van de op te leggen rijontzegging enigszins te matigen ten opzichte van de vordering van de officier van justitie, nu de rechtbank van

oordeel is dat de duur van de rijontzegging die de rechtbank zal opleggen de ernst van

het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 9, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en

de artikelen 6, 175, 178 en 179 Wegenverkeerswet 1994.

DE UITSPRAAK

De rechtbank

Verklaart het primair ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

primair overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht, terwijl de schuldige verkeerde in de toestand, bedoeld in artikel 8, tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994. Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen.

t.a.v. primair:

*Taakstraf voor de duur van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis

*Ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen (bromfietsen daaronder

begrepen) voor de duur van 18 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 179 lid

6 Wegenverkeerswet 1994

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C.P.J. Scheele, voorzitter,

mr. E.C.P.M. Valckx en mr. F. Schneider, leden,

in tegenwoordigheid van D.A. Koopmans, griffier,

en is uitgesproken op 11 augustus 2016.

De jongste rechter is buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen.