Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2016:398

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
03-02-2016
Datum publicatie
03-02-2016
Zaaknummer
01/993312-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt voor het bezit van semi-automatische vuurwapens, een grote hoeveelheid daarbij behorende munitie en een antitankbrisantgranaatraketwerper veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 15 maanden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/993312-15

Datum uitspraak: 03 februari 2016

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1957,

ingeschreven te [inschrijfadres] ,

thans gedetineerd te: P.I. HvB Grave (Unit A + B).

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 20 januari 2016.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 15 december 2015.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 09 oktober 2015 te Valkenswaard

een of meer wapens van categorie III en/of munitie van van categorie III, te weten

- een semi automatisch pistool van het merk Glock, model 17, van het kaliber 9x19 mm , met een bijbehorend patroonmagazijn gevuld met:

- 14 kogelpatronen, kaliber 9 mm Luger (geschikt om te worden afgeschoten met voornoemd vuurwapen, Glock 17 ) en/of - 1 kogelpatroon kaliber .40S&W

en/of

- een patroonmagazijn van het merk Glock, kaliber 9 mm , gevuld met:

- 25 kogelpatronen, kaliber 9 mm Luger (geschikt om te worden afgeschoten met voornoemd vuurwapen, Glock 17 )

en/of

- (een zakje gevuld met) 14 kogelpatronen, kaliber 9 mm Luger (geschikt om te worden afgeschoten met voornoemd vuurwapen, Glock 17 )

en/of

- een semi automatisch pistool van het merk Walther, model P22, van het kaliber .22 LR met twee bijbehorende patroonmagazijnen, gevuld met:

- (eerste patroonmagazijn) 10 kogelpatronen, kaliber .22 LR van het merk Federal (geschikt om te worden afgeschoten met voornoemd vuurwapen, Walther P22 ) en/of

-(tweede patroonmagazijn) 10 kogelpatronen, kaliber .22 LR van het merk Federal (geschikt om te worden afgeschoten met voornoemd vuurwapen, Walther P22 )

en/of

- (een zakje gevuld met twee doosjes met) 72 kogelpatronen van het merk Federal (geschikt om te worden afgeschoten met voornoemd vuurwapen, Walther P22 ) en 7 kogelpatronen van het merk Remington , kaliber .22 LR (geschikt om te worden afgeschoten met voornoemd vuurwapen, Walther P22 )

en/of

- (een zakje gevuld met) 2 hagelpatronen van het merk RC Exlmport srl, kaliber 12

en/of

een wapen van categorie II en/of munitie van categorie II, te weten - een antitankbrisantgranaatraketwerper van het model M80 , zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing,

bestaande uit een antitankbrisantgranaatraket in bijbehorende lanceerinrichting (lanceerkoker),

voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

2.

hij op of omstreeks 09 oktober 2015 te Valkenswaard, een wapen van categorie I, onder 3°, te weten een ploertendoder, voorhanden heeft gehad.

De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat beide feiten wettig en overtuigend zijn bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging refereert zich ten aanzien van de bewezenverklaring van beide feiten aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank. 1

Op grond van het verslag tot binnentreden 2, de kennisgevingen van inbeslagneming 3, het proces-verbaal Wet wapens en munitie 4 en de bekennende verklaring die verdachte ter terechtzitting d.d. 20 januari 2016 5 heeft afgelegd, acht de rechtbank hetgeen hierna onder ‘de bewezenverklaring’ is verwoord wettig en overtuigend bewezen.

Gelet op het bepaalde in artikel 359 derde lid van het Wetboek van Strafvordering zijn de hiervoor genoemde bewijsmiddelen niet uitgewerkt.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1. op 09 oktober 2015 te Valkenswaard wapens van categorie III en munitie van categorie III, te weten - een semi automatisch pistool van het merk Glock, model 17, van het kaliber 9x19 mm , met

een bijbehorend patroonmagazijn gevuld met:

- 14 kogelpatronen, kaliber 9 mm Luger (geschikt om te worden afgeschoten met

voornoemd vuurwapen, Glock 17 ) en - 1 kogelpatroon kaliber .40S&W en

- een patroonmagazijn van het merk Glock, kaliber 9 mm , gevuld met:

- 25 kogelpatronen, kaliber 9 mm Luger (geschikt om te worden afgeschoten met

voornoemd vuurwapen, Glock 17 ) en

- (een zakje gevuld met) 14 kogelpatronen, kaliber 9 mm Luger (geschikt om te worden

afgeschoten met voornoemd vuurwapen, Glock 17 ) en

- een semi automatisch pistool van het merk Walther, model P22, van het kaliber .22 LR

met twee bijbehorende patroonmagazijnen, gevuld met:

- (eerste patroonmagazijn) 10 kogelpatronen, kaliber .22 LR van het merk Federal (geschikt

om te worden afgeschoten met voornoemd vuurwapen, Walther P22 ) en

-(tweede patroonmagazijn) 10 kogelpatronen, kaliber .22 LR van het merk Federal (geschikt

om te worden afgeschoten met voornoemd vuurwapen, Walther P22 ) en

- (een zakje gevuld met twee doosjes met) 72 kogelpatronen van het merk Federal (geschikt

om te worden afgeschoten met voornoemd vuurwapen, Walther P22 ) en 7 kogelpatronen

van het merk Remington , kaliber .22 LR (geschikt om te worden afgeschoten met

voornoemd vuurwapen, Walther P22 ) en

- (een zakje gevuld met) 2 hagelpatronen van het merk RC Exlmport srl, kaliber 12 en

een wapen van categorie II en munitie van categorie II, te weten

- een antitankbrisantgranaatraketwerper van het model M80 , zijnde een voorwerp bestemd

voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing,

bestaande uit een antitankbrisantgranaatraket in bijbehorende lanceerinrichting

(lanceerkoker), voorhanden heeft gehad;

2. op 09 oktober 2015 te Valkenswaard, een wapen van categorie I, onder 3°, te weten een ploertendoder, voorhanden heeft gehad.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten. Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf.

De eis van de officier van justitie.

Ten aanzien van feit 1 en 2: gevangenisstraf voor de duur van 2 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

Verdachte is van meet af aan open en eerlijk geweest en heeft alle medewerking aan het onderzoek verleend. Bij het bepalen van de straf dient voorts in zijn voordeel mee te worden gewogen dat verdachte geen criminele intenties had met de wapens, alsmede dat er geen sprake was van bedenkelijke omstandigheden, zoals de aanwezigheid van drugs of grote hoeveelheden geld. Tevens verzoekt de verdediging de rechtbank om, in matigende zin, rekening te houden met de fysieke gesteldheid van verdachte, waardoor hij niet in staat is om de wapens te gebruiken, maar waardoor voor hem de detentie ook zwaarder valt. Tot slot verzoekt de verdediging aansluiting te zoeken bij de oriëntatiepunten van het LOVS.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Op 9 oktober 2015 werd in de woning van verdachte te Valkenswaard een aantal vuurwapens, grote hoeveelheden munitie en een geladen antitankbrisantgranaatraketwerper, aangetroffen. Verdachte heeft zich daardoor schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van (zware) vuurwapens en bijbehorende munitie. Delicten als deze veroorzaken veel maatschappelijke onrust en leiden tot toename van gevoelens van angst en onveiligheid onder burgers. Het ongecontroleerde bezit van dit soort en deze hoeveelheden vuurwapens en munitie verhoogt het risico op levensbedreigende geweldsdelicten. Daarom moet streng worden opgetreden tegen het onbevoegd voorhanden hebben van dit soort vuurwapens en munitie.

Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten die meer specifiek zien op het voorhanden hebben van twee pistolen en explosieven dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden, meer bepaald de fysieke gesteldheid van verdachte, reden om aansluiting te zoeken bij de ondergrens van voornoemde oriëntatiepunten en voorts geen strafverhoging toe te passen voor de aanwezigheid van de munitie van categorie III en de ploertendoder.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf. De rechtbank zal echter een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, gelet op het vorenstaande en nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 27, 57,

Wet wapens en munitie art. 2, 13, 26, 55.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

Ten aanzien van feit 1:handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegdenhandelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegdenhandelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie IITen aanzien van feit 2:handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf.

Ten aanzien van feit 1, feit 2:gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E.M.J. Raeijmaekers, voorzitter,

mr. C.A. Mandemakers en mr. V. van Emstede, leden,

in tegenwoordigheid van J. Kapteijns, griffier,

en is uitgesproken op 3 februari 2016.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces- verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie Team Rechtshulp 2 (DLR), genummerd LEDLR15049-0025 genaamd onderzoek 26Tolnegen, aantal doorgenummerde pagina’s: 111;

2 verslag tot binnentreden opgemaakt en ondertekend door verbalisanten d.d. 9 oktober 2015 p. 21, 22;

3 kennisgevingen van inbeslagneming opgemaakt en ondertekend door verbalisant d.d. 9 oktober 2015 (p. 58 t/m 61);

4 proces-verbaal Wet wapens en munitie opgemaakt en ondertekend door verbalisant d.d. 11 oktober 2015 (p. 64 t/m 67);

5 verklaring verdachte ter terechtzitting van 20 januari 2016 afgelegd.