Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2016:3604

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
06-07-2016
Datum publicatie
08-07-2016
Zaaknummer
C/01/271613 / HA ZA 13-877
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Schade aan laag gelegen perceel met woonhuis door hevige regenval. De rechtbank is van oordeel dat de gemeente haar rioleringszorgplicht en haar hemelwaterzorgplicht niet heeft geschonden. Wel heeft zij als eigenaar van het hoger gelegen erf onrechtmatig gehandeld door niet te voorkomen dat uittredend rioolwater via de openbare weg kon afstromen naar het perceel van eiser. Uittredend rioolwater is naar het oordeel van de rechtbank geen van nature aflopend water waarvoor voor lagere gelegen erven op grond van artikel 5:38 BW een ontvangstplicht geldt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2016/359
M en R 2016/127 met annotatie van Mr. Dr. P.E. Lindhout
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: C/01/271613 / HA ZA 13-877

Vonnis van 6 juli 2016

in de zaak van

1 [eiser sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [eiser sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

eisers,

advocaat mr. M. Rebel te Renswoude,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE CUIJK,

zetelend te Cuijk,

gedaagde,

advocaat mr. J.M.H.W. Bindels te Arnhem.

Partijen zullen hierna [eisers] en Gemeente Cuijk genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 25 maart 2015

  • -

    het deskundigenbericht

  • -

    de conclusie na deskundigenbericht tevens wijziging van eis van [eisers] , waarna de vordering als volgt komt te luiden:

[eisers] vordert samengevat veroordeling van Gemeente Cuijk tot:

1. betaling van de niet door de verzekering gedekte schade ad € 71.027,43, vermeerderd met rente vanaf 30 november 2012;

2. betaling van het door [eisers] gedragen eigen risico ad € 2.250,00;

3. het treffen van de navolgende maatregelen en/of het voldoen van de navolgende kosten binnen drie weken na vonnisdatum:

  1. voldoening van de kosten van plaatsing van keerwanden rond het perceel van [eisers] ad € 102.059,00 vermeerderd met BTW, subsidiair het treffen van maatregelen 1, 2 en 3 zoals vermeld in het rapport van de rechtbankdeskundige d.d. 16 december 2015 aan te vangen binnen twee maanden na vonnisdatum en te voltooien binnen zes maanden na vonnisdatum, met dien verstande dat bij maatregel 3 niet gewerkt wordt met infiltratiekratjes maar met een aantal opslagtanks;

  2. aanpassing van de hoogteligging van de kolken in de [naam wijk/straat] en het herstraten van de aansluitende bestrating;

  3. aanbrengen van terugslagkleppen in de straatkolken in de [naam wijk/straat] ;

  4. knevelen van de putdeksel van de inspectieput ter plaatse van de oprit van het perceel van [eisers] ;

4. betaling van een dwangsom van € 2.000,00 per dag of gedeelte daarvan dat Gemeente Cuijk niet aan de veroordeling tot het treffen van de onder 3 genoemde maatregelen voldoet, met een maximum van € 500.000,00;

5. betaling van buitengerechtelijke kosten ad (€ 2.775,00 + € 7.021,00 =) € 9.796,00;

6. betaling van de kosten en nakosten van de procedure;

- de antwoordconclusie na deskundigenbericht van Gemeente Cuijk.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1.

In het tussenvonnis van 25 maart 2015 heeft de rechtbank ing. R. Wentink als deskundige benoemd ter beantwoording van de navolgende vragen:

  1. Wat is/zijn naar uw mening de oorzaak/oorzaken van de wateroverlast die op 28 juli 2012 is opgetreden op het perceel van [eisers] ?

  2. Als er verschillende oorzaken zijn, kunt u dan aangeven in welke mate deze aan het ontstaan van de wateroverlast hebben bijgedragen? Wilt u daarbij expliciet aangeven of hemelwater van het wegdek van de [naam wijk/straat] en het fietspad van de [straatnaam 2] kan afvloeien naar het perceel van [eisers] ?

  3. Is uitgaande van de beschikbare neerslaginformatie op 28 juli 2012 (zie o.m. producties 2 en 3 bij dagvaarding) op die dag sprake geweest van neerslagwaarden die hoger zijn dan bij een standaard bui van type 08?

  4. Heeft de neerslag op 28 juli 2012 redelijkerwijs op de [naam wijk/straat] en/of op het fietspad van de [straatnaam 2] geleid tot een “water-op-straat-situatie”?

  5. Kunt u bij de beantwoording van vraag 4 nader aangeven waar die “water-op-straat-situatie” zich dan volgens u heeft voorgedaan, om welke hoeveelheden het schattenderwijs zal zijn gegaan en waarheen het (eventueel) uittredende rioolwater is afgestroomd?

  6. Kunnen de onderhoudstoestand van de riolering en/of de situering van de straatkolken van invloed zijn geweest op het ontstaan van de wateroverlast op het perceel van [eisers] en zo ja, in welke mate?

  7. Welke maatregelen zijn er naar uw mening nodig om het perceel van [eisers] te beschermen tegen wateroverlast en wat zijn (per maatregel) de kosten daarvan?

  8. Welke van de te treffen maatregelen zijn nodig door de lage ligging van het perceel van [eisers] ?

  9. Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis dient te nemen bij de verdere beoordeling?

2.2.

De deskundige heeft op 16 december 2015 rapport uitgebracht. Samengevat heeft hij de vragen als volgt beantwoord:

Ad 1. De neerslag die tussen 27 juli 8.00 uur en 29 juli 8.00 uur is gevallen, is van een dermate hoeveelheid en intensiteit dat deze niet zonder meer door de omgeving (infiltratie van regenwater in tuinen en openbaar groen) en het rioleringssysteem kan worden verwerkt. Met name de hevige neerslag rond 22.00 uur op 28 juli overschrijdt ruimschoots de capaciteit van het rioolstelsel. Bij hevige neerslag zoals op de avond van 28 juli zal het regenwater dat niet door het riool kan worden verwerkt, via de rijweg en tuinen afstromen richting het laagste punt. Dit laagste punt is de [adres eisers] (rb: perceel van [eisers] ). Op dit laagste punt kan ook rioolwater uit de riolering stromen via de kolken langs de weg. Geconcludeerd kan worden dat de voorgeschiedenis, de hoeveelheid en intensiteit van de neerslag op 28 juli 2012 de aanleiding is geweest voor de wateroverlast bij perceel [adres eisers] . Ook uittredend rioolwater heeft bijgedragen aan de wateroverlast.

Ad 2. Berekend volgens de methode WOLK (WaterOverlast Landschaps Kaart) is er ongeveer 107 m3 (regen)water naar de oprit en woning van [eisers] gestroomd en heeft er in de tuin circa 4 m3 water gestaan. Op het perceel van [eisers] verzamelt zich het meeste water aan de noordzijde van de woning (voor de garage). Vanaf de rijweg van de [naam wijk/straat] is 57 m3 regenwater via de inrit naar het lage deel voor de garage gestroomd. Vanaf het voet-/fietspad langs de [straatnaam 2] is 11 m3 regenwater via de tuin naar het lage deel voor de garage gestroomd. 10 m3 is daarheen afgestroomd vanuit de tuin van [eisers] zelf en 29 m3 vanuit de hoger gelegen tuinen van de buren. Op 28 juli 2012 heeft zich een situatie voorgedaan die dicht komt bij T=5 (29,4 mm neerslag in 60 minuten). Uit berekeningen van Grontmij blijkt dat in die situatie ongeveer 20 tot 40 cm rioolwater op straat staat ter hoogte van [adres eisers] . Bij deze T=5 situatie treedt er volgens de berekeningen van Grontmij circa 46 m3 rioolwater via de putten en/of kolken vlakbij [adres eisers] uit de riolering. Dit rioolwater zal naar het laagste punt van de [naam wijk/straat] zijn gestroomd en van daar het perceel [adres eisers] op. Omdat het grootste deel van dit rioolwater zich bij het regenwater op het perceel van [eisers] heeft gevoegd, zal rond diens pand ongeveer 150 m3 water hebben gestaan. De conclusie is dat de wateroverlast op het perceel [adres eisers] grotendeels is veroorzaakt door afstromend water vanaf de [naam wijk/straat] , het voet-/fietspad langs de [straatnaam 2] en de buurpercelen. Ook is uittredend rioolwater naar het perceel [adres eisers] gestroomd.

Ad 3. Op 28 juli 2012 is ’s avonds meer water in een uur gevallen (namelijk 28,4 mm) dan bij bui 08 (19,8 mm) het geval is. De neerslagwaarden (intensiteiten) waren op 28 juli gedurende de eerste 25 minuten hoger dan bij bui 08, in de volgende 35 minuten waren de neerslagwaarden lager dan bij bui 08.

Ad 4. In de avond van 28 juli 2012 was op de [naam wijk/straat] en het voet-/fietspad van de [straatnaam 2] sprake van een water-op- straat-situatie.

Ad 5. Van de [naam wijk/straat] is circa 57 m3 regenwater dat niet meer op straat geborgen kon worden afgestroomd naar perceel [adres eisers] . Op straat is ongeveer 4,6 m3 regenwater blijven staan. Op het voet-/fietspad van de [straatnaam 2] is ter plaatse van perceel [adres eisers] circa 7 m3 water op straat blijven staan. Circa 11 m3 is de tuin van perceel [adres eisers] ingelopen. Daarnaast is circa 46 m3 rioolwater naar perceel [adres eisers] afgestroomd.

Ad 6. De situering van de straatkolken en de onderhoudstoestand van de riolering zijn naar verwachting beperkt van invloed geweest op het ontstaan van de wateroverlast. Deze kunnen hoogstens er aan hebben bijgedragen dat de wateroverlast enkele minuten eerder optrad.

Ad 7. Medio september 2013 heeft Gemeente Cuijk een overstort op de berging [naam wijk/straat] / [straatnaam 3] gerealiseerd. Verder is in het najaar van 2014 het riool in de [straatnaam 4] vergroot. Naast het bestaande riool is een riool aangelegd met een diameter van 800 mm. Ook de schildmuur ter hoogte van het Kerkhof is verwijderd. Grontmij heeft het effect van deze maatregelen voor het perceel van [eisers] berekend op een afname van de kans op wateroverlast van 1 x per 2 jaar naar 1 x per 2 tot 5 jaar. Daarbij heeft Grontmij nog gerekend met een diameter van 600 mm voor het riool in de [straatnaam 4] in plaats van 800 mm. Die extra vergroting kan ertoe bijdragen dat de overlast verder afneemt. Omdat met bovenstaande maatregelen niet alle problemen voor het perceel [adres eisers] zijn opgelost, zijn aanvullende maatregelen nodig. Omdat er vele maatregelen mogelijk zijn, met daarbij weer vele subvarianten, is een eerste verkenning uitgevoerd om inzicht te krijgen in de totale kosten van de oplossingen. Bij een keuze voor één van de maatregelen zal een nadere uitwerking nodig zijn om de exacte maatregelen en kosten te bepalen. In principe zijn drie strategieën te volgen:

1. Maatregelen treffen in (hoofdzakelijk) de openbare ruimte:

Het verwijderen van de kolken op het laagste traject van de [naam wijk/straat] , het aanbrengen van drempels en lijngoten op de [naam wijk/straat] en een ondergrondse berging (bijvoorbeeld bestaande uit kunststof infiltratiekratjes) ter grootte van ongeveer 22 m3 en het knevelen van de putdeksel van de riolering in het laagste deel. Een en ander zoals weergegeven in figuur 3.6 in het rapport. De bergingscapaciteit is voldoende voor het verwerken van bui 9. Op eigen terrein moet de pompinstallatie die het regenwater van de inrit en het vuilwater van de woning verpompt van een terugslagklep worden voorzien om terugstroming van rioolwater bij een volle riolering te voorkomen.

Het plaatsen van een hoge opsluitband of trottoirband (figuur 3.7 in het rapport) op openbaar of particulier terrein die zo’n 10 cm boven het voetpad-/fietspad langs de [straatnaam 2] uitsteekt om het regenwater dat afstroomt van dat pad van het perceel [adres eisers] weg te houden. Bij het bepalen van de lengte van de band moet er rekening mee gehouden worden dat deze niet te kort moet zijn omdat als alleen met perceel [adres eisers] rekening wordt gehouden het regenwater kan afstromen naar andere percelen. De totale kosten voor het treffen van maatregelen in de openbare ruimte wordt geraamd op (€ 23.564,00 [naam wijk/straat] + € 2.250,00 [straatnaam 2] =) € 25.814,00.

2. Opvang op eigen perceel:

Door een drempel vlak voor de inrit van het perceel te plaatsen kan enige (extra) waterberging op de rijweg ( [naam wijk/straat] ) gerealiseerd worden. Een tweede drempel moet voorkomen dat het water in het pand komt en zorgt ervoor dat het water geleid wordt naar een ondergrondse berging. Om een bui 9 op te vangen dient circa 150 m3 water geborgen te worden. Daarvoor is een voorziening nodig van ongeveer 5 m breed, 1,5 m diep en 20 m lang. Dit zouden kunststof infiltratiekratjes kunnen zijn. Hierin kan ook het afstromend water van de [straatnaam 2] en de buurpercelen geborgen worden. Daartoe moeten dan inloopopeningen (bijvoorbeeld straatkolken) naar de berging worden gemaakt. De berging moet waterdicht zijn om te voorkomen dat enerzijds grondwater het systeem kan binnendringen en anderzijds om te voorkomen dat opgeslagen rioolwater in de bodem infiltreert. Lediging van de berging vindt plaats door de berging met een pvc-buis aan te sluiten op de huidige pompinstallatie. De pompinstallatie moet van een terugslagklep worden voorzien en de putdeksel van de riolering bij de oprit naar het perceel moet gekneveld worden. De te treffen maatregelen zijn weergegeven in de figuren 3.8 en 3.9 in het rapport. De kosten van de opvang op eigen terrein worden geraamd op € 105.159,00.

3. Isoleren van het perceel van de omgeving:

Het perceel kan door een keerwand te plaatsen die boven het maaiveld uitsteekt geïsoleerd worden ten opzichte van de omgeving. Deze oplossing is weergegeven in figuur 3.10 in het rapport. Aan de kant van de [naam wijk/straat] moet de keerwand ongeveer 1 m boven het maaiveld uitsteken. Ter plaatse van de inrit zal dit een waterdicht schuifhek moeten zijn. Aan de overige zijden dient de keerwand minimaal 1 m boven het aangrenzende maaiveld uit te steken. De kosten van deze variant worden geraamd op € 102.059,00.

Ad 8. De lage ligging van perceel [adres eisers] maakt dat het regenwater dat niet infiltreert of niet op straat kan worden geborgen het eerst naar dit perceel afstroomt. Als het perceel een paar meter hoger had gelegen zouden de maatregelen niet voor de bescherming van dit perceel nodig zijn geweest, met uitzondering van de voorziening om het afstromen van regenwater vanaf het voetpad-/fietspad langs de [straatnaam 2] . Het probleem zou zich dan verplaatsen naar de verdiept gelegen garage op perceel [perceel/adres] en/of naar de woning van [perceel/adres] .

Ad 9. Door de klimaatontwikkelingen zal de intensiteit van de neerslag (met name in de zomerperiode) ten eerste heviger worden. Er zullen meer buien gaan vallen die op zich kort duren (maximaal 1-2 uur), maar waarin veel neerslag valt. Als alleen op of direct rond perceel [adres eisers] maatregelen getroffen worden op basis van de huidige uitgangspunten (bui 8 of bui 9), kan het bij een volgende bui weer mis gaan. Alleen een (hoge) keerwand rond het perceel of het aanbrengen van meer berging op het perceel kan dan voldoende bescherming bieden. Ten tweede geldt dat als de toestroom van water naar perceel [adres eisers] wordt geweerd een andere plek in de buurt het laagste punt wordt en daar problemen zullen gaan optreden. Ten derde ligt een groot deel van het probleem bij de tuinen van de buren. Volgens de berekeningen komt een aanzienlijke hoeveelheid water daar vandaan. Nagegaan moet worden of dit thans ook werkelijk nog zo is. Mogelijk hebben de buren na 28 juli 2012 al maatregelen getroffen of anderszins wijzigingen aangebracht die van invloed zijn op de hoeveelheid afstromend regenwater.

2.3.

De rechtbank stelt voorop, dat op Gemeente Cuijk vanuit het publiek recht een rioleringszorgplicht en een hemelwaterzorgplicht rust. Deze zorgplichten zijn neergelegd in de navolgende bepalingen van de Wet Milieubeheer en de Waterwet.

In artikel 10.33, lid 1 Wet Milieubeheer is bepaald:

1. De gemeenteraad of burgemeester en wethouders dragen zorg voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater dat vrijkomt bij de binnen het grondgebied van de gemeente gelegen percelen, door middel van een openbaar vuilwaterriool naar een inrichting als bedoeld in artikel 3.4 van de Waterwet (rb: een rioolwaterzuiveringsinstallatie).

In artikel 3.5 Waterwet is bepaald:

  1. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen zorg voor een doelmatige inzameling van het afvloeiend hemelwater, voor zover van degene die zich daarvan ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen, redelijkerwijs niet kan worden gevergd het afvloeiend hemelwater op of in de bodem of in het oppervlaktewater te brengen.

  2. De gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders dragen tevens zorg voor een doelmatige verwerking van het ingezamelde hemelwater. Onder het verwerken van hemelwater kunnen in ieder geval de volgende maatregelen worden begrepen: de berging, het transport, de nuttige toepassing, het, al dan niet na zuivering, terugbrengen op of in de bodem of in het oppervlaktewater van ingezameld hemelwater, en het afvoeren naar een zuiveringtechnisch werk.

Uit de wetsgeschiedenis van artikel 3.5 Waterwet blijkt, dat de gemeentelijke hemelwaterzorgplicht in beginsel niet meer omvat dan het door de gemeente aanbieden van een voorziening, waarin het hemelwater kan worden geloosd. Beleidsmatig bestaat er een voorkeur dat dit een van het rioolstelsel gescheiden voorziening (een openbaar hemelwaterstelsel) is, maar ook een gemengd riool (rb: dit is hier het geval) is mogelijk. Het ingezamelde hemelwater zal vervolgens ook moeten worden verwerkt. Daarop ziet het tweede lid van artikel 3.5. Het is aan de gemeente te kiezen hoe, bijvoorbeeld door bergen, transporteren en elders nuttig toepassen (bijvoorbeeld ten behoeve van de bestrijding van verdroging of paalrot), of het al dan niet na zuivering terugbrengen op of in de bodem of het oppervlaktewater. Verder is van belang, zoals ook uit het begrip ‘doelmatig’ in artikel 3.5 blijkt, dat de gemeentelijke taak het karakter heeft van een inspanningsverplichting. Bij de invulling van haar taak heeft de gemeente derhalve een beleidsvrijheid om, afgestemd op de lokale problematiek, een integrale afweging te maken hoe om te gaan met het afvloeiende hemelwater.

2.4.

Het rioolstelsel waar het in deze zaak om gaat is een gemengd rioolstelsel. Het dient zowel voor de inzameling en transport van afvalwater als voor de inzameling en transport van hemelwater. Het rioolstelsel fungeert derhalve als instrument om invulling te geven aan beide hiervoor vermelde zorgplichten. De rechtbank begrijpt de stellingen van [eisers] aldus, dat Gemeente Cuijk (onder meer) onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld door een voor de inzameling en afvoer van hemelwater ontoereikend riool in stand te laten en daarmee haar publiekrechtelijke hemelwaterzorgplicht te verzaken.

2.5.

De rechtbank stelt op grond van de bevindingen van de deskundige vast, dat op 28 juli 2012 sprake is geweest van neerslagwaarden die hoger waren dan bij een standaard bui van type 08. Nu de bevindingen op dat punt niet zijn betwist, zal daar in rechte verder van worden uitgegaan. Daarmee staat vast dat de regenval op 28 juli 2012 heviger was dan waarvoor het rioolstelsel ter plaatse in de jaren 70 naar destijds geldende normering was ontworpen. Uitgaande van het antwoord van de deskundige op vraag 6 is er geen aanleiding te veronderstellen dat de onderhoudstoestand van de riolering en/of de situering van de straatkolken van wezenlijke invloed zijn geweest op het ontstaan van de water-op-straat-situatie ter plaatse van het perceel van [eisers] . In zoverre is noch gerelateerd aan de ontwerpnormen noch gerelateerd aan de staat van onderhoud reden om een tekortschieten van Gemeente Cuijk in haar zorgplicht als beheerder van het rioolstelsel aan te nemen. Voorts is van belang dat Gemeente Cuijk, zoals (onder meer) uit de beantwoording van vraag 7 door de deskundige kan worden afgeleid, zich niet beperkt tot de instandhouding van het bestaande stelsel maar ook actief rekening houdt met de gevolgen van de toename van extreme regenval en werkt aan capaciteitsvergroting. Dat de genomen maatregelen er niet toe leiden dat bij extreme regenval sprake kan zijn van uittredend rioolwater (zoals volgens nadere informatie van partijen kennelijk op 30 mei 2016 het geval was) leidt niet tot de conclusie dat reeds daarom een schending van de zorgplicht moet worden aangenomen. De zorgplicht heeft immers niet het karakter van een resultaatverplichting. De stelling van [eisers] dat de schade op 28 juli 2012 (mede) is ontstaan doordat het rioolstelsel niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen wordt dan ook verworpen.

2.6.

Het geschil spitst zich er vervolgens op toe of Gemeente Cuijk had moeten voorkomen c.q. voor de toekomst moet voorkomen dat hemelwater en/of uittredend rioolwater afstroomt van de openbare ruimte naar het lager gelegen perceel van [eisers] .

2.7.

Op grond van artikel 5:38 BW moeten lagere erven het water ontvangen dat van hoger gelegen erven van nature afloopt. Op grond van artikel 5:39 BW mag de eigenaar van een erf -voor zover hier van belang - niet in een mate of op een wijze die volgens artikel 6:162 BW onrechtmatig is aan eigenaars van andere erven hinder toebrengen door wijziging te brengen in de loop, hoeveelheid of hoedanigheid van over zijn erf stromend water. Uit het rapport van de deskundige blijkt dat de wateroverlast op 28 juli 2012 ontstond door afstromend regenwater van het verharde oppervlak van de [naam wijk/straat] en de [straatnaam 2] , vanuit de tuin van [eisers] zelf en vanuit de hoger gelegen tuinen van de buren. Zoals uit de beantwoording van vraag 5 blijkt, heeft volgens de deskundige op het perceel van [eisers] afgerond 150 m3 (de optelling komt uit op 153 m3) water gestaan. Daarvan was 114 m3 afkomstig van de openbare ruimte. Voor zover het daarbij ging op hemelwater van het verhard oppervlak van de [naam wijk/straat] en de [straatnaam 2] heeft [eisers] geen feiten gesteld waaruit zou kunnen volgen dat het hier niet om van nature aflopend regenwater zou gaan. Gesteld noch gebleken is dat als gevolg van wijziging van het straatprofiel of door ingrijpen anderszins sinds de bouw van de woning van [eisers] wijziging in de belasting van het perceel van [eisers] met aflopend hemelwater is ontstaan. Naar het oordeel van de rechtbank kan het via putten en/of kolken nabij het perceel van [eisers] uitgetreden en vervolgens naar zijn perceel afgestroomde (met hemelwater verdund) rioolwater echter niet gelijk gesteld worden met van nature aflopend water. Bij het rioolwater gaat het (hoofdzakelijk) om water dat actief door Gemeente Cuijk van elders is aangevoerd naar de [naam wijk/straat] om vandaar verder te worden getransporteerd naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie. Voor dit rioolwater geldt de in artikel 5:38 BW geregelde ontvangstplicht naar het oordeel van de rechtbank niet. Van [eisers] kan niet worden gevergd dat hij voorzieningen treft om de schade en hinder die hij als eigenaar van het lager gelegen erf als gevolg van het afstromen van dit rioolwater te voorkomen. Als eigenaar van het hoger gelegen erf rust die taak naar het oordeel van de rechtbank op Gemeente Cuijk. De omstandigheid dat Gemeente Cuijk het afstromen van het rioolwater op 28 juli 2012 niet heeft voorkomen, is onrechtmatig jegens [eisers] .

2.8.

Het voorgaande brengt met zich dat Gemeente Cuijk gehouden is de schade die het gevolg is van het afstromen van het rioolwater naar zijn perceel op 28 juli 2012 te vergoeden. De bijdrage van het rioolwater in het ontstaan van de totale schade kan uitgaande van het volume op 30% van de totale kosten worden geraamd. [eisers] heeft aangevoerd dat de totale schade aan de tuin € 87.316,79 heeft bedragen. Naar zijn zeggen is 20% daarvan door de verzekering gedekt, zodat de schade voor hem € 73.375,45 bedraagt. Daarvan uitgaande zou het door Gemeente Cuijk te vergoeden bedrag begroot kunnen worden op (30% van € 73.375,45 =) € 22.012,65. Gemeente Cuijk heeft de hoogte van de schade echter bij gebrek aan wetenschap betwist. Met Gemeente Cuijk is de rechtbank van oordeel, dat thans onvoldoende inzicht bestaat in de daadwerkelijk door [eisers] geleden schade. [eisers] zal in de gelegenheid worden gesteld stukken in het geding te brengen waaruit blijkt:

  1. dat de schade aan de tuin slechts voor 20% van de verzekerde som werd gedekt;

  2. de hoogte van het door de verzekeraar uitgekeerde bedrag;

  3. de hoogte van de kosten van de uitgevoerde herstelwerkzaamheden (offertes en facturen)

  4. e betaling voor het uitgevoerde herstel.

Tevens zal hij in de gelegenheid worden gesteld nader te onderbouwen waaruit blijkt, dat hij een totaalbedrag van € 2.250,00 aan eigen risico als gevolg van het voorval van 28 juli 2012 voor zijn rekening heeft moeten nemen. Hiertoe zal de zaak naar de rol worden verwezen voor het nemen van een akte aan de zijde van [eisers] .

2.9.

[eisers] heeft behalve schadevergoeding ook gevorderd dat Gemeente Cuijk specifieke maatregelen treft om wateroverlast op zijn perceel te voorkomen. De deskundige heeft in zijn rapport beschreven welke maatregelen mogelijk zijn. Aangezien zoals hiervoor is overwogen [eisers] op grond van artikel 5:38 BW het van nature aflopende water van hoger gelegen erven op zijn perceel moet ontvangen, blijft het risico van wateroverlast op zijn perceel bestaan zolang hij geen adequate maatregelen treft om het van nature aflopende water te bergen. Uitgaande van de door de deskundige vermelde hoeveelheden aflopend water op 28 juli 2012 zou immers ook zonder de bijdrage van het afstromend rioolwater wateroverlast op het perceel van [eisers] zijn ontstaan. Om de risico’s van wateroverlast zoals op 28 juli 2012 en (naar partijen de rechtbank hebben bericht) recent op 30 mei 2016 is opgetreden tegen te gaan, kan derhalve niet volstaan worden met het opleggen van de verplichting aan Gemeente Cuijk om al dan niet concreet benoemde maatregelen te treffen om het afstromen van uittredend rioolwater naar het perceel van [eisers] te voorkomen. Zolang geen duidelijkheid bestaat omtrent de maatregelen die [eisers] -uitgaande van het door de rechtbank geschetste juridische kader – zelf gaat nemen, blijft het risico op wateroverlast bestaan en komt het eenzijdig opleggen van de verplichting aan Gemeente Cuijk om maatregelen te treffen ten aanzien van het rioolwater de rechtbank vooralsnog weinig zinvol voor. Als de huidige impasse voor het treffen van specifieke maatregelen voor het perceel van [eisers] blijft bestaan, zou de consequentie kunnen zijn dat in de toekomst per schadevoorval berekend moet worden wat de bijdrage van het rioolwater in de totale schade is. Mede ter vermijding van het ontstaan van zo’n situatie zal de rechtbank [eisers] in de gelegenheid stellen zich ook over de door hem te nemen maatregelen bij (de ingevolge 2.8 reeds te nemen) akte uit te laten. Daarbij gaat het om de door de deskundige beschreven maatregelen voor berging en kering van het van nature naar het perceel van [eisers] aflopende (hemel)water. Ook de terugslagklep bij de pomp is een voorziening die naar het oordeel van de rechtbank voor rekening van [eisers] zou moeten komen. De pomp is immers door [eisers] c.q. zijn rechtsvoorganger aangelegd om het mogelijk te maken dat afvalwater van het laag gelegen perceel van [eisers] aan Gemeente Cuijk kan worden aangeboden om verder afgevoerd te worden via het gemeentelijk rioolstelsel. De terugslagklep is in wezen een veiligheidsvoorziening die moet voorkomen dat een omgekeerde stroom van afvalwater ontstaat en is in zoverre een onderdeel van de (voor rekening van [eisers] komende) pompvoorziening. Derhalve ligt het in de rede dat ook de eventuele plaatsing van een terugslagklep voor rekening van [eisers] komt. Gemeente Cuijk heeft verzocht (antwoordconclusie Gemeente Cuijk d.d. 9 maart 2016 randnummer 63) om, indien het op het treffen van maatregelen zou aankomen, nader te mogen reageren. De rechtbank zal haar in de gelegenheid stellen om dat in de door haar te nemen antwoordakte te doen. Indien Gemeente Cuijk van die gelegenheid gebruik maakt, zal [eisers] daar bij nadere akte op mogen reageren.

2.10.

Resumerend is de rechtbank van oordeel, dat Gemeente Cuijk aansprakelijk voor de door [eisers] op 28 juli 2012 geleden schade doch uitsluitend voor zover deze veroorzaakt is door het naar zijn perceel afgestroomde rioolwater. In afwachting van de onder 2.8 en 2.9 vermelde akten wordt iedere verdere beslissing aangehouden.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 17 augustus 2016 voor het nemen van een akte door [eisers] over hetgeen is vermeld onder 2.8 en 2.9.,

3.2.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.K.B. van Daalen en in het openbaar uitgesproken op 6 juli 2016.