Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2016:3295

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
24-06-2016
Datum publicatie
28-06-2016
Zaaknummer
15_1100
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bepaling coördinaten emissiepunt.

De zaak betreft een beroep tegen een omgevingsvergunning. Het geschil gaat over de bepaling van de geurcontour en de coördinaten van de emissiepunten van de inrichting. Verweerder heeft dit op basis van de Gebruikershandleiding V Stacks vergunning gedaan met de GIS-applicatie. Dit is een programma waarbij op een computerbeeldscherm een locatie kan worden aangewezen op een luchtfoto met kadastrale basisinformatie. Het gebruik is reproduceerbaar in die zin dat een screenshot van de informatie op het beeldscherm kan worden gemaakt. In dit geval, waarin het al dan niet voldoen van de geurnorm afhankelijk is van een precieze bepaling van de emissiepunten en een verschil van enkele meters al tot een wezenlijk andere uitkomst kan leiden, biedt de GIS- applicatie naar het oordeel van de rechtbank niet de gewenste nauwkeurigheid en had verweerder dus niet kunnen volstaan met het gebruik van de GIS-applicatie. De rechtbank heeft aanleiding gezien om de StAB zelf de coördinaten van enkele stallen te laten bepalen en op basis hiervan de geurbelasting van de inrichting te berekenen teneinde te bezien of wordt voldaan aan de geldende geurnorm. De rechtbank heeft geen twijfel bij de bepaling door de StAB van de coördinaten van de emissiepunten van de stallen 3 en 4 en is, gelet op de bij het StAB-verslag behorende berekening van oordeel dat geen sprake is van overschrijding van de geurnorm.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 15/1100

uitspraak van de meervoudige kamer van 24 juni 2016 in de zaak tussen

[eisers] , te [woonplaats] , eisers

(gemachtigde: mr. D. van de Weerdt),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Boekel, verweerder

(gemachtigden: F. Schothuis en P. Wintjes).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [vergunninghouder], te [plaats] , vergunninghouder.

Procesverloop

Bij besluit van 3 maart 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan vergunninghouder een omgevingsvergunning voor het veranderen van een varkenshouderij gelegen aan de [adres 1] , kadastraal bekend gemeente Boekel, sectie [sectienummer] .

Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld bij de rechtbank.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Op 25 juni 2015 heeft een inlichtingencomparitie plaatsgevonden. Hiervan is een proces-verbaal opgemaakt. Van eisers is verschenen [persoon 1] , alsmede ir. A.K.M. van Hoof als vervanger van de gemachtigde van eisers. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Vergunninghouder is verschenen in persoon.

Op 17 september 2015 heeft de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak te Den Haag (StAB) verslag uitgebracht. Eisers en verweerder hebben hierop gereageerd.

De zaak is behandeld op de zitting van 16 februari 2016. Van eisers is verschenen

[persoon 1] , alsmede ir. A.K.M. van Hoof als vervanger van de gemachtigde van eisers. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Vergunninghouder is verschenen in persoon.

Na de zitting heeft de StAB op verzoek van de rechtbank een tweede advies gegeven. Eisers hebben hierop nog gereageerd. Daarna is het onderzoek met instemming van partijen gesloten.

Overwegingen

1.1

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Vergunninghouder heeft een inrichting, namelijk een varkenshouderij in het buitengebied van Boekel. Voor de inrichting is op 1 juli 1997 een milieuvergunning verleend en op 30 juli 2002 een veranderingsvergunning. Vergunninghouder heeft op 24 januari 2013 een aanvraag gedaan voor het veranderen van de inrichting. De aanvraag is nadien meermaals aangevuld. Het gaat om de volgende veranderingen van de inrichting:

- aanpassing van het huisvestingssysteem van stal 4, waarbij het aantal te houden vleesvarkens afneemt van 625 naar 220 dieren;

- De bouw van een nieuwe stal (nummer 5) voor het houden van 1.932 vleesvarkens. De stal wordt aangesloten op een gecombineerd luchtwassysteem met 85% ammoniakemissie reductie met watergordijn en biologische wasser.

1.2

Eisers wonen aan de [adres 2] . De kortste afstand tussen de (huidige) meest zuidelijk gelegen stal 4 en de woningen [adressen 2 en 3] (twee onder één kap) bedraagt circa 108 m. Na realisatie van stal 5 zal de kortste afstand tussen deze stal en de twee woningen circa 38 m bedragen.

1.3

Het ontwerpbesluit op de aanvraag is ter inzage gelegd. Eisers hebben tijdig zienswijzen ingediend.

2. Het bestreden besluit betreft een omgevingsvergunning eerste fase zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, en artikel 2.6 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

3.1

Eisers voeren aan dat uit onderzoek van de provincie Noord-Brabant is gebleken dat het rekenmodel V-stacks vergunning onbetrouwbare resultaten oplevert. Deze zijn het gevolg van de vereenvoudigingen die in het programma zijn uitgevoerd ten opzichte van het Nieuw Nationaal Model (Stacks-het LTFD-model) waarvan het is afgeleid. Verwezen wordt naar een brief van Gedeputeerde Staten d.d. 22 april 2014 aan de Minister van Infrastructuur en Milieu. Deze brief geeft voeding aan de vrees dat de geurbelasting vanwege de onderhavige inrichting, waarin het grootste deel van de geuremissie veroorzaakt wordt vanuit lage emissiepunten, door het programma V-stacks vergunning in ernstige mate wordt onderschat. Ter onderbouwing hebben zij een berekening van de geurbelasting met toepassing van het Nieuw Nationaal Model aangeleverd. Daaruit blijkt dat de geldende geurnorm van 10 OU/m3 ruimschoots wordt overschreden

3.2

Verweerder wijst op rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), in het bijzonder op uitspraken van 15 oktober 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:3726) en 13 mei 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:1530). Indien op basis van de V-Stacks berekening blijkt dat aan de geurnorm wordt voldaan kan tot vergunningverlening worden overgegaan.

3.3

Ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv), wordt de geurbelasting vanwege een veehouderij berekend met inachtneming van het verspreidingsmodel V-Stacks vergunning 2010.

3.4

De Afdeling heeft in genoemde uitspraken (kort samengevat) overwogen dat de geurnorm in de Wet geurhinder en veehouderij (Wvg) geen betrekking heeft op de werkelijke geurbelasting, maar op de geurbelasting, berekend met toepassing van het op grond van artikel 10, aanhef en onder a, van de Wgv en artikel 2, eerste lid, van de Rgv voorgeschreven model V-Stacks vergunning. Indien juiste toepassing van V-Stacks vergunning leidt tot een resultaat dat afwijkt van de werkelijke geurbelasting, dan kan dat dan ook geen reden zijn om op dat resultaat een correctie aan te brengen. Dat, zoals het college (in die zaak) heeft opgemerkt, is aangekondigd dat aan V-Stacks vergunning een gebouwmodule zal worden toegevoegd, laat verder onverlet dat het college gehouden was V-Stacks toe te passen, zoals dat ten tijde van het nemen van het bestreden besluit was voorgeschreven.

3.5

De rechtbank verstaat eisers’ beroepsgrond aldus dat zij stellen dat de Rgv buiten toepassing moet worden gelaten. De rechtbank stelt in dit kader voorop dat exceptieve toetsing inhoudt dat aan een algemeen verbindend voorschrift slechts verbindende kracht kan worden ontzegd, indien het in strijd is met een hoger wettelijk voorschrift, dan wel indien het in strijd is met een algemeen rechtsbeginsel. Het is aan het regelgevend bevoegd gezag om de verschillende belangen die bij het nemen van een besluit inhoudende algemeen verbindende voorschriften betrokken zijn, tegen elkaar af te wegen. De rechter heeft daarbij niet tot taak om de waarde of het maatschappelijk gewicht dat aan de betrokken belangen moet worden toegekend naar eigen inzicht vast te stellen en heeft ook overigens daarbij terughoudendheid te betrachten.

3.6

De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat de Rgv in strijd is met enig wettelijk voorschrift of een algemeen rechtsbeginsel. De door eisers overgelegde berekening doet daaraan niet af. Onder verwijzing naar de door verweerder genoemde uitspraken van de Afdeling is de rechtbank van oordeel dat verweerder de geurbelasting terecht heeft berekend met toepassing van het V-stacksmodel in plaats van een ander model.

4.1

Eisers voeren aan dat de V-Stacks berekening in Bijlage V bij het bestreden besluit niet juist is. De berekening zou onjuist zijn, omdat is uitgegaan van onjuiste coördinaten van emissiepunten. Er is voorts aangevoerd dat sprake is van een verschil tussen de plattegrondtekening en de kaart in bijlage V bij het bestreden besluit. Eisers gaan uit van de plattegrondtekening ten aanzien van de coördinaten van stal 5. Volgens eisers zijn in de berekening van de geurbelasting in het bestreden besluit de coördinaten van stallen 3 en 5 te ver naar het westen geplaatst. Eisers wijzen er op dat stal 3 een bestaande stal is waarvan te controleren valt waar de ventilatoren zich bevinden. Dan kan ook het geometrisch middelpunt van deze ventilatoren worden genomen. Door het hanteren van de onjuiste coördinaten stelt verweerder volgens eisers ten onrechte dat de norm van 10 OU/m3 niet overschreden wordt.

4.2

Verweerder heeft in zijn visie de geurbelasting wel berekend met inachtneming van de Gebruikershandleiding versie 2010.1(Gebruikershandleiding). De emissiepunten van de stallen zijn vastgesteld aan de hand van de gegevens op de plattegrondtekening bij de aanvraag die onderdeel uitmaakt van de vergunning. Op de plattegrondtekening zijn de locaties van de ventilatoren aangegeven. Bovendien zijn de coördinaten in bijlage 5 van het bestreden besluit aangegeven en handelt vergunninghouder in strijd met deze bijlage (en daarmee met het bestreden besluit) als de ventilatoren zich in werkelijkheid ergens anders bevinden. Eisers hebben nergens onderbouwd op grond waarvan de door hen gehanteerde coördinaten in de door hen bijgevoegde geurberekening juist zijn. Op basis van de gebruikershandleiding V-stacks vergunning is voor stal 3 bepaald dat op 15,8 m van de oostzijde van de stal het geometrisch middelpunt van de ventilatoren is gelegen. De hierbij behorende coördinaten komen overeen met de in het bestreden besluit opgenomen geurberekening. Op de kaart in Bijlage V is af te lezen dat de door eisers gebruikte coördinaten voor het emissiepunt van stal 3 buiten de stal zijn gelegen. Gelet op de op de plattegrond ingetekende ventilatoren op de stal is dit onjuist. Het geometrisch middelpunt van het emissiepunt van deze stal is niet buiten de stal gelegen.

4.3

De rechtbank heeft na de inlichtingencomparitie de volgende vraagstelling voorgelegd aan de StAB:

 Zijn bij stal 3 en stal 5 de juiste emissiepunten ingevoerd ? (hierbij is de inrichtingstekening bepalend).

 Zo nee, wat is de geuremissie vanwege de inrichting in de vergunde situatie op basis van de situatie op de inrichtingstekening op [adressen 2 en 3] ?

4.4

De StAB heeft in het eerste verslag aangegeven dat bij de stallen 3 en 5 de juiste emissiepunten in de verspreidingsmodel V-stacks vergunningen zijn ingevoerd met toepassing van de Gebruikershandleiding. De geurbelasting op de woningen [adressen 2 en 3] is op juiste wijze vastgesteld. Uit de berekening volgt dat aan de lokaal geldende geurnorm wordt voldaan. Uit het verslag blijkt dat de StAB is afgegaan op verweerders aanduiding van de coördinaten met behulp van een zogenoemde GIS-applicatie. De StAB heeft de coördinaten niet zelf bepaald, maar heeft volstaan met een beoordeling van de door verweerder overgelegde screenshots van het gebruik van de GIS-applicatie. Desgevraagd heeft de StAB de rechtbank medegedeeld dat zij niet aanwezig was bij het gebruik van de GIS-applicatie.

4.5

In reactie op het eerste verslag merken eisers op dat de StAB niet gecontroleerd heeft of het centrale emissiepunt stal 5 goed is ingetekend. De door verweerder overgelegde tekening met het centrale emissiepunt van stal 5 wijkt af van de plattegrondtekening van de inrichting. Ook in stal 3 zijn de coördinaten op verkeerde wijze bepaald. Eisers onderbouwen hun stelling door middel van een berekening van de coördinaten op basis van de plattegrondtekening waar ook de woning [adres 3] is aangegeven.

4.6

Verweerder heeft in reactie hierop aangegeven dat de screenshots, zoals overhandigd aan de StAB, uitgaan van de luchtwasser zoals aangegeven op de plattegrondtekening. Dit is overeenkomstig de Gebruikshandleiding.

4.7

In de Gebruikershandleiding is het volgende vermeld: ”In V-Stacks vergunning worden de X- en Y-coördinaten van de bronnen van de bedrijven ingevoerd. Met deze coördinaten worden de rijksdriehoeks- of Amersfoortse coördinaten bedoeld. Voor het achterhalen van de coördinaten is een extra hulpmiddel met geografische informatie nodig, bijvoorbeeld een GIS-applicatie (zoals ArcGis) of een kaart met het grondgebied in een coördinatenraster, zoals verkrijgbaar bij het kadaster.”

De rechtbank leidt hieruit af dat de Gebruikershandleiding het gebruik van de GIS-applicatie niet dwingend voorschrijft.

4.8

De rechtbank stelt op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting vast dat de GIS-applicatie een programma is waarbij op een computerbeeldscherm een locatie kan worden aangewezen op een luchtfoto met kadastrale basisinformatie. Het gebruik is reproduceerbaar in die zin dat een screenshot van de informatie op het beeldscherm kan worden gemaakt. De luchtfoto op de screenshot is echter niet erg duidelijk. De ventilatoren van stal 3 zijn niet zichtbaar. Stal 5 is nog niet gebouwd. In dit geval, waarin het al dan niet voldoen van de geurnorm afhankelijk is van een precieze bepaling van de emissiepunten en een verschil van enkele meters al tot een wezenlijk andere uitkomst kan leiden, biedt de GIS- applicatie naar het oordeel van de rechtbank niet de gewenste nauwkeurigheid. In dit geval had verweerder dus niet kunnen volstaan met het gebruik van de GIS-applicatie. In het StAB-verslag ziet de rechtbank geen aanleiding voor een ander oordeel nu de StAB niet zelf de coördinaten met de GIS-applicatie heeft bepaald. Het bestreden besluit is daarom onvoldoende zorgvuldig voorbereid.

4.9

De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder niet kan volstaan met een verwijzing naar de bijlage 5 van het bestreden besluit. Indien sprake is van een verschil tussen deze bijlage 5 en de plattegrondtekening van de inrichting, prevaleert naar het oordeel van de rechtbank de plattegrondtekening. Deze tekening van de inrichting vormt namelijk de basis voor de beschrijving van de werking van de inrichting. Indien verweerder bijlage 5 van het bestreden besluit zou willen laten prevaleren, had het op de weg van verweerder gelegen om dit in het bestreden besluit te bepalen door middel van een voorschrift. Dat heeft verweerder nagelaten.

5. De rechtbank concludeert dat deze beroepsgrond slaagt en dat daarom het bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking komt.

6.1

De rechtbank heeft naar aanleiding van de behandeling ter zitting aanleiding gezien om de StAB zelf de coördinaten van stal 3 en (op verzoek van eisers) ook stal 4 te bepalen en op basis hiervan de geurbelasting van de inrichting te berekenen teneinde te bezien of wordt voldaan aan de geldende geurnorm. In het tweede verslag heeft de StAB beschreven hoe zij de coördinaten van stallen 3 en 4 zelf heeft bepaald. Hierbij is het kadastraal veldwerk opgevraagd (de stallen staan namelijk niet op de kadastrale kaart). Vervolgens is dit gecontroleerd aan de maatvoering van de woning [adres 1] en is van de website Ruimtelijke Plannen een drietal hoekpunten geselecteerd waarvan de rijksdriehoekscoördinaten zijn afgelezen. Daarmee is een nulpunt van de kaart bepaald en vanuit dat nulpunt zijn de coördinaten van de hoekpunten van de stallen 3 en 4 bepaald. Daarna zijn door middel van metingen ter plaatse de emissiepunten van stallen 3 en 4 bepaald door deze vanaf een hoek van de stal in te meten. Deze emissiepunten zijn op de kaart ingetekend en vervolgens is met toepassing van de Gebruikershandleiding het geometrisch middelpunt bepaald. Tot slot is met het V-Stacks programma de geurbelasting berekend. Hierbij is uitgegaan van de eerdere coördinaten van de geurgevoelige objecten aan de [adressen 2 en 3] . De StAB concludeert dat wordt voldaan aan de geldende geurnorm.

6.2

Volgens eisers is de StAB uit het oog verloren dat de feitelijke ligging van de ventilatoren niet per definitie gelijk is aan de vergunde ligging van de ventilatoren. De StAB heeft ook verzuimd de coördinaten van het maatgevende geurgevoelig object (de woning [adres 3] ) te controleren. Eisers wijzen er op dat zij de coördinaten van deze woning als uitgangspunt hebben beschouwd en de emissiepunten van de vergunning hebben vastgesteld op basis van het bij de vergunning behorende kaartmateriaal.

6.3

De reactie van eisers geeft de rechtbank geen aanleiding om het StAB-advies niet te volgen. De rechtbank stelt voorop dat de vraagstelling ten behoeve van het tweede advies aan de StAB met partijen ter zitting is besproken. Op verzoek van eisers is de StAB ook verzocht de ligging van het emissiepunt van stal 4 te controleren ofschoon dat eerder niet in geding was. Het inbrengen van een nieuwe grief inzake de juistheid van de coördinaten van de woning [adres 3] acht de rechtbank in dit stadium van de procedure op gespannen voet staan met een goede procesorde onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 29 februari 2012 (ECLI:NL:RVS:2012:BV7287). Ook anderszins ziet de rechtbank in eisers reactie geen aanleiding om voor twijfel aan de juistheid van het StAB-advies. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat eisers weliswaar niet stellen dat verweerder de locatie van de woning [adres 3] correct heeft vastgesteld, maar evenmin stellen dat dat dit niet correct is gebeurd. De rechtbank gaat daarom uit van de juistheid van de coördinaten van de locatie van de woning [adres 3] .

6.4

De rechtbank stelt hierbij wel vast dat de door de StAB bepaalde coördinaten van stallen 3, 4 en 5 iets afwijken van bijlage 5 bij het bestreden besluit. Deze bijlage maakt wel deel uit van het bestreden besluit. Daarom is het nog steeds de vraag welke coördinaten nu zijn vergund en is het onzeker of de inrichting in werking is conform de bestreden vergunning. De rechtbank ziet daarom aanleiding zelf in de zaak te voorzien en ten aanzien van de niet gebouwde stal 5 te bepalen dat het emissiepunt bij deze stal dient te worden gerealiseerd op de coördinaten als aangegeven in bijlage 5 van het tweede verslag van de StAB. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat de beschikking tweede fase van de omgevingsvergunning weliswaar is aangevraagd maar ten tijde van de behandeling ter zitting nog niet was verleend en dat verweerder (blijkens de door eisers overgelegde mailwisseling) voornemens is om een voorschrift van dezelfde strekking aan de beschikking tweede fase te verbinden. De rechtbank zal verder bepalen dat voor zover de feitelijke ligging van de ventilatoren van de stallen 3 en 4 afwijkt van de ligging in de bijlagen bij het bestreden besluit, de ligging van de emissiepunten die is bepaald in het StAB-advies prevaleert. De rechtbank volstaat daarom met de vernietiging van het bestreden besluit voor zover daarbij geen voorschriften zijn verbonden ter vastlegging van de emissiepunten van de stallen 3, 4 en 5. De rechtbank zal bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit voor zover dat wordt vernietigd.

7. De rechtbank zal bepalen dat verweerder het door eisers betaalde griffierecht voldoet.

De rechtbank ziet aanleiding verweerder te veroordelen in de proceskosten van eisers. Deze kosten worden begroot op in totaal € 1.736,00 voor kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (1 punt voor het indienen van een beroepschrift, ½ punt voor het bijwonen van de inlichtingencomparitie, 1 punt voor bijwonen van een zitting, 1 punt voor het indienen van twee schriftelijke reacties op de StAB-adviezen, met een waarde per punt van € 496,00 en een wegingsfactor 1). De kosten van een deskundige op grond van artikel 8:75 van de Awb komen voor vergoeding in aanmerking, als het inschakelen van de deskundige redelijk is en de deskundigenkosten zelf redelijk zijn. Gelet op het verzoek van de rechtbank bij de inlichtingencomparitie acht de rechtbank het inschakelen van een deskundige, in dit geval De Roever omgevingsadvies, redelijk. De rechtbank acht ook de hoogte van de in rekening gebrachte kosten redelijk, zodat een bedrag van € 1.573,00 voor vergoeding in aanmerking komt.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    vernietigt het bestreden besluit voor zover hierbij geen voorschriften zijn verbonden ter vastlegging van de emissiepunten van de stallen 3, 4 en 5;

  • -

    verbindt de volgende voorschriften aan het bestreden besluit:

5.1.2 Het middelpunt van de uitstroomopening van de luchtwasser van stal 5 moet zijn gelegen op de Rijksdriehoekcoördinaat X=176 411 en Y=403 529;

5.1.3 Het geometrisch middelpunt van de emissiepunten van stal 3 ligt op Rijksdriehoekcoördinaat X=176.416 en Y=403.566. Het geometrisch middelpunt van de emissiepunten van stal 4 ligt op Rijksdriehoekcoördinaat X=176.402 en Y=403.546. Voor zover deze coördinaten afwijken van de inrichtingstekening of de bij het besluit behorende bijlagen prevaleren de coördinaten in dit voorschrift.

  • -

    bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit voor zover dat is vernietigd en laat het bestreden besluit voor het overige in stand;

  • -

    draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 167,00 aan eisers te vergoeden;

  • -

    veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 3.309,00 te betalen aan eisers.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.J.H.M. Verhoeven, voorzitter, en mr. J. Heijerman en mr. J.H.G. van den Broek, leden, in aanwezigheid van A.J.H. van der Donk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2016.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.