Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2016:2858

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
03-06-2016
Datum publicatie
03-06-2016
Zaaknummer
01/865075-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl het feit wordt begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd en

ontucht plegen met zijn minderjarig kind, meermalen gepleegd in Lieshout.

Opgelegd wordt een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Verdachte dient tevens schadevergoeding te betalen aan zijn dochter.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/865075-15

Datum uitspraak: 03 juni 2016

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1971] ,

wonende te [adres 1] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 20 mei 2016.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 14 april 2016.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 juli 2014 tot en met 31 augustus 2014 te Lieshout, gemeente Laarbeek, in elk geval in Nederland, het [slachtoffer] (geboren op [2002] ), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, (telkens) buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte (telkens) zijn penis in de vagina en/of de mond van die [slachtoffer] geduwd en/of gebracht en/of gehouden, zulks terwijl dat feit werd begaan tegen zijn, verdachtes, kind;

art 245 Wetboek van Strafrecht

art 248, tweede lid, Wetboek van Strafrecht

en/of

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 01 juli 2014 tot en met 31 augustus 2014 te Lieshout, gemeente Laarbeek, in elk geval in Nederland, het zijn minderjarig kind, genaamd [slachtoffer] (geboren op [2002] ) een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, hebbende verdachte (telkens) zijn penis door [slachtoffer] laten betasten en/of aftrekken en/of heeft hij, verdachte, bij die [slachtoffer] het haar in en/of nabij de schaamstreek geschoren;

art 249 Wetboek van Strafrecht

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de ten laste gelegde feiten bewezen kunnen worden verklaard. Het slachtoffer, [slachtoffer] , heeft verklaard dat verdachte, haar vader, haar zeven à acht keer in de zomervakantie van 2014 heeft misbruikt. Een aantal incidenten heeft zij in detail beschreven. Zij heeft consistente verklaringen afgelegd: haar verklaringen bij het informatieve gesprek en bij het latere verhoor komen nagenoeg overeen met hetgeen zij aan haar vriendje, moeder en hulpverleners heeft verteld. Verder ontbreekt ook een motief om tegen haar vader te verklaren. De officier acht de verklaring van [slachtoffer] dan ook betrouwbaar.

Het steunbewijs kan worden gevonden in de uitlatingen van vader die hij heeft gedaan in het (opgenomen) gesprek met moeder, de maatschappelijk werker en de persoonlijk begeleider van vader. In dit gesprek maakt vader opmerkingen die enkel passen bij de aard van het misbruik waar [slachtoffer] over sprak. Uit niets blijkt dat het een uit de hand gelopen seksuele voorlichting betreft, zoals vader aanvoert. Nergens heeft vader het over het incident waarbij [slachtoffer] hem zou hebben aangeraakt.

De officier van justitie vraagt partiele vrijspraak van het onderdeel dat ziet op het scheren van de schaamstreek nu dit wel grensoverschrijdend gedrag oplevert, maar niet zonder meer ontuchtig is.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft verzocht verdachte vrij te spreken van het ten laste gelegde. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de verklaring van aangeefster op vrijwel alle punten niet wordt ondersteund door enig ander objectief bewijsmiddel in het dossier en/of dat de verklaringen te weinig gedetailleerd zijn om als volledig waarheidsgetrouw te doen gelden. Volgens verdachte heeft zijn dochter aangifte gedaan vanwege een gemis aan aandacht.

Verdachte heeft het tenlastegelegde ontkend. Volgens verdachte heeft hij zijn dochter seksuele voorlichting gegeven en is hij daarin te ver gegaan. Aangeefster heeft enkel een keer kortstondig zijn penis aangeraakt toen hij uit bad stapte. Dit kan niet als ontucht gekwalificeerd worden omdat verdachte hiervan schrok en op geen enkele wijze seksuele bedoelingen had met aangeefster. Voorts heeft verdachte zijn dochter op haar verzoek eens in de twee weken in de schaamstreek geschoren. Hier was evenmin sprake van een seksuele bedoeling, zodat ook dit niet als ontucht kan worden aangemerkt

Het oordeel van de rechtbank.1

De rechtbank hanteert de volgende bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [moeder] , d.d. 9 maart 2015, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:2

Ik ben de moeder van [slachtoffer] en zij is 12 jaar. Ik woon in Lieshout aan [adres 2] . Op 21 januari 2015 heb ik mijn man, [verdachte] , geconfronteerd met wat [slachtoffer] heeft verteld en ik heb hem gezegd dat ik wil gaan scheiden. Sinds 21 januari is hij niet meer thuis. [slachtoffer] wil hem niet meer zien. Op een gegeven moment (na de zomervakantie) werd ik door de mentor van [slachtoffer] gebeld. Hij vertelde dat [slachtoffer] hem had verteld dat ze zichzelf iets aan wilde doen. Op 13 december 2014 was [verdachte] thuis samen met de kinderen. Schijnbaar was er ruzie geweest om iets. [slachtoffer] is boos naar boven gelopen en heeft zich met een schaar in de polsen gesneden. Ze zei toen dat ze hulp nodig had omdat ze niet meer wist hoe ze het moest doen. Vlak na de kerstdagen kreeg ik een whatsappje van [slachtoffer] dat ik in de notities van haar telefoon moest kijken als ik haar telefoon weer bekeek. Ik zag een berichtje3 waarin stond wat er allemaal gebeurd was. Dat berichtje stuur ik door naar de politie. [verdachte] is uit zichzelf met [slachtoffer] naar de dokter gegaan voor de pil. [verdachte] heeft mij dat verteld maar toen zocht ik er niets achter. In aanwezigheid van de maatschappelijk werkster en de begeleider van [verdachte] heb ik hem verteld dat ik wilde scheiden en heb ik hem geconfronteerd met wat hij in de zomervakantie van 2014 met [slachtoffer] gedaan had. Ik heb het gesprek opgenomen.

Opmerking verbalisant:

Aangeefster laat ons het geluidsfragment van dit gesprek horen:

Aangeefster geeft in dat gesprek aan [verdachte] aan dat [slachtoffer] heeft verteld dat hij seksuele dingen bij haar heeft gedaan en daarop reageert [verdachte] door te zeggen: “Wij zijn er inderdaad de fout mee in gegaan. Dat is inderdaad aardig fout gegaan”. Verder in dat gesprek geeft hij aan dat hij inderdaad te ver is gegaan.

[slachtoffer] heeft in haar briefje geschreven dat ze door hem ontmaagd is. [slachtoffer] heeft verteld dat ze zijn penis in haar mond moest nemen. [slachtoffer] zegt dat het 7 à 8 x gebeurd is.

- Verbatim verslag van het opgenomen gesprek tussen verdachte, [moeder] en twee hulpverleners: 4

J = [verdachte] , verdachte

M = [moeder]

M: [slachtoffer] ligt met zich eigen, met zichzelf omhoog (..) En verder heeft zij ook tegen mij verteld dat jij in de zomervakantie seksuele dingen met haar hebt gedaan.

J: We zijn inderdaad daar de fout mee in gegaan, ja dat klopt.

M: En waarom?

J: Daar eh. Dat is inderdaad daar fout gegaan ja. Ja.

(..)

M: Maar kun jij niet, kun jij niet snappen als je eh. Je hoort gewoon van je kind af te blijven.

J: Ja weet ik.

(..)

M: Je hoort gewoon van je kinderen af te blijven.

J: Eh daar ben ik ook altijd de grootste voorstander van geweest (..)

M: Ja? Waarom doe je het dan niet?

(..)

J: Ja. Normaal gesproken had ’t ook nooit gebeurd kunnen zijn. Nooit.

- proces-verbaal van verhoor [slachtoffer] d.d. 17 juni 2015: 5

Ik woon nu in Veldhoven. Het ging thuis heel slecht. De band tussen mijn moeder en mij was gewoon slecht. Bij papa kon ik dan wel terecht, alleen uiteindelijk ook niet meer omdat er iets was voorgevallen. Ik wil mijn vader niet meer zien.

Ik heb geen seksuele voorlichting gehad, niet op school en thuis ook niet, althans op de verkeerde manier. De dokter zei dat ik te jong was voor voorbehoedsmiddelen. Ik moest ze gaan vragen van mijn vader. Mijn vader wilde dat, zodat hij dat dan gewoon kon doen. Met “dat hij dat dan gewoon kon doen” bedoel ik wat er meestal tussen een man en een vrouw gebeurt. Ik noem dat seks. Ik bedoel met seks dat hij met zijn penis in mijn vagina komt. Ik ben met mijn vader naar de huisarts gegaan voor de pil. Hij deed vooral het woord.

Het was zomervakantie, groep 8, toen ik naar de middelbare school ging. De ene keer was het in de slaapkamer van papa en mama, de andere keer was het in de slaapkamer van mij en dan was het in de badkamer. Het was zeven of acht keer dat hij seks met mij had. Het was als mijn moeder niet thuis was dat hij seks met mij had. Ik weet van allemaal nog wel een groot deel.

Ik lag ’s avonds in bad. De deur werd opengemaakt. Het is niet zo’n heel goed slot. Papa kwam binnen en hij kwam bij mij in bad zitten. Hij had kleren bij zich en ik dacht dat hij die even neer kwam leggen en weer weg ging. Ik moest me omdraaien. Ik snapte niet waarom en even later voelde ik zijn penis in mijn vagina. En toen? Weet ik niet. Ik heb me voorgenomen om het te vergeten. Ik moest op handen en voeten gaan zitten. Toen voelde ik zijn penis in mijn vagina. Ik wist dat het zijn penis was omdat ik het al een keer had meegemaakt. Mijn vader zat op zijn knieën. Hij begeleidde zijn ding naar mijn ding. Hij hield met zijn hand zijn penis vast en die bewoog hij in mijn vagina. Hij zette zijn handen op mijn heupen. Hij gebruikte geen voorbehoedsmiddelen omdat hij ze niet fijn vond.

Ik was toen 12. Ik wist dat het niet goed was. Ik heb ook echt heel vaak aangegeven dat ik het niet wilde maar er werd gewoon weer niet naar me geluisterd. Ik was heel bang voor een zwangerschap. Het voelde raar toen die penis in mijn vagina ging.

In mijn slaapkamer maakte hij me wakker. Hij vroeg of hij erbij mocht komen liggen. Ik was nog half aan het dromen. Hij trok mijn onderbroek uit. Hij was al naakt. Hij tilde mijn rechterbeen op. Ik lag op mijn linkerheup en toen voelde ik zijn penis weer. Nadat hij zijn penis in mijn vagina had gestopt begon ik weer te janken. Ik zei stop en al. Ik heb aangegeven dat ik het niet fijn vond. Hij luisterde niet. Hij is klaar gekomen in een zakdoekje. Het was pijnlijk. Een keer ging het fout en toen was er een scheurtje gekomen, aan de achterkant in de richting van de anus. Ik voel het nog af en toe.

In de slaapkamer van mijn ouders werd ik uitgekleed en toen ging hij dan weer heen en weer in de vagina. Hij voelde weer dat hij klaar ging komen. Hij spoot het op mijn arm. Ik zag dat straaltje.

Hij gaf mij seksuele voorlichting tussen de seks door. Dat vond hij belangrijk. Hij begon dan over een onderwerp, bijvoorbeeld klaarkomen of zo. Hij had dan seks met mij, stopte even, vertelde even wat en ging dan weer door.

Op een dag maakte ik hem wakker en ik begon meteen te janken. Ik zei dit moet echt stoppen, en toen is hij gestopt. Hij heeft thuis nog gezegd dat ik het geheim moest houden. Mama mocht het echt niet weten. Ik heb er lang mee rond gelopen. Ik heb het als eerste aan mijn vriendje [getuige 1] verteld via Whatsapp. Ik moest het van hem aan mijn moeder vertellen. [getuige 1] was toen in Oostenrijk, het was kerstvakantie. Hij is er toen mee naar mijn mentor gegaan. Uiteindelijk heb ik het via een notitie op mijn telefoon verteld.

Het is echt zo gebeurd als ik heb verteld. Ik zou over zoiets niet liegen over mijn vader. Het is mijn vader. Bij het leren aftrekken moest ik mijn hand om zijn penis doen en dan van boven naar beneden. Dat is sowieso een keer gebeurd, in de badkamer. De penis van papa zag er dan stijf uit. Ik heb nooit met iemand anders seks gehad.

Ik heb de penis van mijn vader een keer in mijn mond gehad. Het voelde sowieso niet fijn. Ik haalde mijn mond weer terug dus er is niet echt veel gebeurd daarmee. Het was in de badkamer, ik zat op mijn knieën. Hij stond.

Ik heb wel eens met de kindertelefoon geappt. Ze zeiden dat ik ermee naar mijn moeder moest gaan en dat was de laatste stap die ik nodig had om naar haar toe te gaan.

- Proces-verbaal [getuige 1] d.d. 1 juni 2015 6

[slachtoffer] is een meisje dat bij ons in de klas zit. Wij hebben in november 2014 verkering gekregen.

Toen zij mij vertelde dat zij verkracht was door haar vader, was ik haar vriendje. Zij vertelde het mij op kerstavond via Whatsapp, ik was toen op vakantie in Oostenrijk. Zij vertelde dat zij een duister geheim had. Ik drong bij haar aan om mij dit te vertellen. Toen zei zij zoiets van dat haar vader haar ontmaagd had. Haar beste vriendin heeft het ook van [slachtoffer] te horen gekregen. Toen zijn ik en haar beste vriendin ermee naar onze mentor gegaan.

- Extractie whatsapp gesprek tussen [getuige 1] en [slachtoffer] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:7

24 december 2014

[slachtoffer] : T gaat over mn vader

[getuige 1] : Heeft ie aan je gezeten?

[slachtoffer] : Ja nou wel meer dan da

(..)

[slachtoffer] : Da was toen k net 12 werd ofzo

[slachtoffer] : T was nie 1 keer

(..)

[getuige 1] : Vertel

[getuige 1] : Anaal vaginaal oraal

(..)

[slachtoffer] : Ja, oke dan vaginaal

(..)

[slachtoffer] : Ja k moes pijpe

(..)

[getuige 1] : Wnr was de laatste keer da ie je heeft misbruikt?

(..)

[slachtoffer] : Erges in de zomervakantie

25 december 2014

[getuige 1] : Ja hoevaak heeft ie t gedaan

(..)

[slachtoffer] : Hoevaak euhmmm 7 a 8 keer denk ik

- Proces-verbaal [getuige 2] d.d. 20 april 2015 8

Ik ben sociaal psychiatrisch verpleegkundige. Het eerste contact met [slachtoffer] had ik op 20 januari 2015, na verwijzing door de huisarts. [slachtoffer] zei dat haar vader bij haar seksuele dingen had gedaan die niet konden. Volgens mij voegde ze er aan toe dat ze door haar vader ontmaagd was. Ze heeft verteld dat het een achttal keren plaatsgevonden heeft in de maand augustus, dat het in september gestopt was op nadrukkelijk aangeven van haarzelf. Ze heeft genoemd dat het op de ouderlijke slaapkamer of op de badkamer plaatsvond. Moeder was bijna altijd werken. Ik merkte aan [slachtoffer] op het moment dat ze dat vertelde, ze een angstige indruk maakte. Ze was heel emotioneel. Ze schoot vol met tranen, rood doorlopen ogen en boos. Ik heb [slachtoffer] de vraag gesteld wat zij bedoelde met ontmaagden, of zij daar meer over kon vertellen. Toen schoot ze vol.

- proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 6 juli 20159

[slachtoffer] heeft mijn penis wel eens aangeraakt. Het aanraken vond ik ook geen probleem. Ik vond ook dat ze het mocht voelen.

- akte van geboorte van [slachtoffer]10

Geslachtsnaam: [slachtoffer]

Voornamen: [slachtoffer]

Dag van geboorte: [2002]

De rechtbank stelt het volgende voorop. Volgens het tweede lid van artikel 342 Sv en de op die bepaling betrekking hebbende jurisprudentie van de Hoge Raad mag het bewijs dat de verdachte een ten laste gelegd feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij eraan in de weg staat dat de rechter tot een bewezenverklaring komt ingeval de door één getuige gereleveerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander (wettig) bewijsmateriaal (Hoge Raad 30 juni 2009, ECLI:NL:2009:BG7746, NJ 2009/496).

De rechtbank overweegt dat in casu, anders dan de raadsman heeft betoogd, voldaan is aan het bewijsminimum zoals dat is verwoord in artikel 342 lid 2 Sv. Dienaangaande wordt het volgende overwogen.

[slachtoffer] heeft bij de politie gedetailleerd en consistent verklaard over de handelingen die haar vader heeft verricht in de zomervakantie van 2014 in haar ouderlijk huis. Haar verklaring komt qua aard en het aantal keer van het misbruik ook overeen met hetgeen zij aan haar moeder, haar vriend [getuige 1] en hulpverlener [getuige 2] heeft verteld. Dat, in combinatie met het feit dat zij belastend verklaard over haar vader met wie zij juist een sterke band had, maakt haar verklaring betrouwbaar.

De belastende verklaring van [slachtoffer] vindt ook steun in andere bewijsmiddelen, te weten de eigen verklaringen van verdachte, met name zoals blijkend uit het opgenomen gesprek.

Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan hetgeen door [slachtoffer] in haar verklaring is gesteld, wordt deze verklaring voldoende ondersteund en acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte:

op tijdstippen in de periode van 01 juli 2014 tot en met 31 augustus 2014 te Lieshout, gemeente Laarbeek, met [slachtoffer] (geboren op [2002] ), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, telkens buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die telkens bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte telkens zijn penis in de vagina en/of de mond van die [slachtoffer] geduwd en/of gebracht en/of gehouden, zulks terwijl dat feit werd begaan tegen zijn, verdachtes, kind;

en

op tijdstippen in de periode van 01 juli 2014 tot en met 31 augustus 2014 te Lieshout, gemeente Laarbeek, met zijn minderjarig kind, genaamd [slachtoffer] (geboren op [2002] ) een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, hebbende verdachte telkens zijn penis door [slachtoffer] laten betasten en/of aftrekken.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie vordert ten aanzien van het ten laste gelegde:

een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van de tijd doorgebracht in verzekering en voorlopige hechtenis.

Ten aanzien van de vordering benadeelde partij:

Toewijzing van de vordering voor een totaalbedrag van € 7.937,99 met daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex. artikel 36f Wetboek van Strafrecht subsidiair 61 dagen vervangende hechtenis.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman heeft primair aangevoerd verdachte van beide feiten vrij te spreken. Indien de rechtbank zich hierin niet kan vinden dan verzoekt de raadsman om de door de officier van justitie geëiste straf aanzienlijk te matigen en aansluiting te zoeken bij hetgeen in vergelijkbare zaken wordt opgelegd, te weten een taakstraf met daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf met als voorwaarde dat verdachte een ambulante behandeling gaat volgen.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verrichten van ontuchtige handelingen bij zijn toen 12-jarige dochter. Deze handelingen bestonden uit het binnendringen van het lichaam van zijn dochter en uit het door haar laten betasten en/of aftrekken van zijn penis. Verdachte heeft zijn dochter een (vrijwel) onherstelbaar leed aangedaan. Hij heeft een grote inbreuk gemaakt op haar persoonlijke levenssfeer en hij heeft haar lichamelijke integriteit aangetast. Slachtoffers van dit soort ernstige feiten ondervinden daar vaak nog jarenlang last van en de herinnering eraan hindert hen in hun dagelijks bestaan. Uit de toelichting op de vordering benadeelde partij/slachtofferverklaring blijkt dat dit ook in deze zaak het geval is.

Voor het slachtoffer was verdachte, als haar vader zijnde, een steunpilaar, een persoon waar zij zich veilig bij had moeten voelen. Dit vertrouwen is nu op zeer ernstige wijze geschaad. De rechtbank is van oordeel dat verdachte louter en alleen oog heeft gehad voor zijn eigen directe behoeftebevrediging en zich in het geheel niet heeft bekommerd om de (seksuele) ontwikkeling van zijn dochter.

Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest. De rechtbank zal deze gevangenisstraf voor een deel, te weten 6 maanden, voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie vordert toewijzing van de vordering van de benadeelde partij met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman stelt primair dat de vordering van de benadeelde partij, gelet op de bepleite vrijspraak, dient te worden afgewezen.

Subsidiair stelt de raadsman dat de vordering voor wat betreft het materiele deel, de reiskosten, dient te worden afgewezen, dan wel niet-ontvankelijk verklaard dan wel gematigd, nu niet eenduidig is vast te stellen dat deze kosten zijn toe te schrijven aan verdachte. Wat betreft het immateriële deel is de raadsman van oordeel dat de vordering niet ontvankelijk dient te worden verklaard, nu niet eenvoudig is vast te stellen in hoeverre het vermeende misbruik psychische schade heeft veroorzaakt, dan wel dient te worden gematigd.

Beoordeling. De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, de volgende onderdelen van de vordering te weten immateriële schadevergoeding ten bedrage van € 5.000,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der voldoening, en materiële schadevergoeding ter zake de post reiskosten [slachtoffer] voor een bedrag van € 217,50, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van de vordering (17 mei 2016) tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal het onderdeel reiskosten moeder ten bedrage van € 2.720,49 afwijzen,

nu deze schade niet rechtstreeks voortvloeit uit hetgeen bewezen is verklaard.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf - voor wat betreft het toegewezen immateriële deel ad € 5000,00 - datum delict tot de dag der algehele voldoening en - voor wat betreft het toegewezen materiele deel van de vordering ad € 217,50 - datum vordering (17 mei 2016) tot de dag der algehele voldoening.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 24c, 27, 36f, 57, 245, 248, 249.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jarenheeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit ofmede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, terwijl het feit wordt begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd

en

ontucht plegen met zijn minderjarig kind, meermalen gepleegd

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en maatregel(en).

Gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Maatregel van schadevergoeding van € 5.217,50 subsidiair 61 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het [slachtoffer] van een bedrag van € 5.217,50 (zegge: vijfduizend tweehonderd zeventien euro en vijftig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 61 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van € 5.000,-- immateriële schadevergoeding en een bedrag terzake materiële schadevergoeding ten bedrage van € 217,50, (post reiskosten [slachtoffer] ).

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het bedrag aan immateriële schadevergoeding ad € 5000,-- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Het bedrag aan materiële schadevergoeding ad € 217,50 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van de vordering tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer] van een bedrag van € 5.217,50 (zegge vijfduizend tweehonderd zeventien euro en vijftig cent), te weten € 5.000,-- immateriële schadevergoeding en een bedrag van € 217,50 materiële schadevergoeding (post reiskosten [slachtoffer] ).

Het toegewezen bedrag ter zake van immateriële schadevergoeding ad € 5000,-- te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

Het toegewezen bedrag ter zake van materiele schadevergoeding ad € 217,50 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van de vordering (17 mei 2016) tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Wijst de vordering betreffende de reiskosten van moeder ad € 2.720,49 af.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. L.G.J.M. van Ekert, voorzitter,

mr. M. Senden en mr. A.M. Bossink, leden,

in tegenwoordigheid van drs. B.C. van Wijmen, griffier,

en is uitgesproken op 3 juni 2016.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar bijlagen betreffen dit de bijlagen bij het proces-verbaal van de politie Eenheid Oost-Brabant, Dienst Regionale Recherche, registratienummer PL2100-2015006273, aantal doorgenummerde pagina’s 320.

2 Pv. van aangifte [moeder] , pag. 29 e.v.

3 Bericht van [slachtoffer] aan [moeder] d.d. 27 december 2014 , pag. 36

4 Verbatim verslag opgenomen gesprek tussen verdachte, [moeder] en twee hulpverleners, p. 41, 42, 43, 51

5 Proces-verbaal van verhoor [slachtoffer] , pag. 90 e.v.

6 Proces-verbaal van verhoor [getuige 1] , pag. 84 e.v.

7 Extractie whatsapp gesprek tussen [getuige 1] en [slachtoffer] , p. 113 e.v.

8 Proces-verbaal van verhoor [getuige 2] , pag. 70 t/m 74

9 Proces-verbaal van verhoor verdachte, pag. 314-315

10 Akte van geboorte [slachtoffer] , pag. 112A