Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2016:2309

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
20-04-2016
Datum publicatie
26-04-2021
Zaaknummer
C-01-302925 - HA ZA 15-891
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2020:1583
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

nvt

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: C/01/302925 / HA ZA 15-891

Vonnis van 20 april 2016

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INPAK APOTHEEK TIEL B.V.,

gevestigd te Tiel,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. E.B.M. Brons-Stikkelbroeck te Zeist,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ALLIANCE HEALTHCARE NEDERLAND B.V.,

gevestigd te 's-Hertogenbosch,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SPITS B.V.,

gevestigd te 's-Hertogenbosch,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BOOTS NEDERLAND B.V.,

gevestigd te 's-Hertogenbosch,

gedaagden in conventie,

eiseressen in reconventie,

advocaat mr. Ph.C.M. van der Ven te 's-Hertogenbosch.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie.

1.2.

Vervolgens heeft de rolrechter de zaak aangehouden om te beslissen of een comparitie zal worden gelast.

2 De overwegingen

2.1.

De rechtbank zal een comparitie bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen en om te onderzoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden.

2.2.

Verweerster in reconventie heeft de gelegenheid de conclusie van antwoord in reconventie ter comparitie te nemen. Verweerster in reconventie moet een schriftelijke conclusie uiterlijk twee weken voor aanvang van de comparitie toezenden. Na de comparitie kan deze conclusie niet meer genomen worden.

2.3.

De rechtbank wijst erop dat zij uit een niet verschijnen van een partij ter comparitie de gevolgtrekkingen - ook in het nadeel van die partij - kan maken die zij geraden zal achten.

2.4.

De behandeling van de zaak ter comparitie zal in beginsel de volgende onderwerpen bevatten. De rechter zal beginnen met een aantal formaliteiten. Vervolgens zal de rechter zo nodig vragen stellen over de feiten en over de standpunten van partijen waarin inzicht moet bestaan om tot een oordeel te kunnen komen.

2.5.

In beginsel wordt ter comparitie aan de raadslieden van partijen de gelegenheid geboden de juridische standpunten van partijen nader toe te lichten. Daarbij mag gebruik worden gemaakt van beknopte spreekaantekeningen. Uitgebreide mondelinge en schriftelijke uiteenzettingen zullen echter niet worden toegestaan.

2.6.

Op de comparitie zal, eventueel aan de hand van een voorlopig oordeel over de zaak, worden nagegaan hoe de verdere gang van de procedure moet zijn. Daarbij kan ook de mogelijkheid van een schikking of inschakeling van een mediator aan de orde komen. De zitting eindigt met een aantal formaliteiten.

3 De beslissing

De rechtbank

in conventie en in reconventie

3.1.

beveelt een verschijning van partijen, bijgestaan door hun advocaten, voor het geven van inlichtingen en ter beproeving van een minnelijke regeling op de terechtzitting van mr. E.J. Spoor, mr. J.K.B. van Daalen en mr. A. de Boer, in het gerechtsgebouw te 's-Hertogenbosch aan de Leeghwaterlaan 8 op een door de rechtbank vast te stellen datum en tijd,

3.2.

bepaalt dat de partijen dan vertegenwoordigd moeten zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en hetzij rechtens hetzij op grond van een bijzondere schriftelijke volmacht bevoegd is haar te vertegenwoordigen,

3.3.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 4 mei 2016 voor het opgeven van de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden juli tot en met oktober 2016, waarna dag en uur van de comparitie zullen worden bepaald,

3.4.

bepaalt dat bij gebreke van de gevraagde opgave(n) de rechtbank het tijdstip van de comparitie zelfstandig zal bepalen,

3.5.

bepaalt dat na de vaststelling van het tijdstip van de comparitie dit in beginsel niet zal worden gewijzigd,

3.6.

wijst partijen er op, dat voor de zitting 3 uur zal worden uitgetrokken,

3.7.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2016.