Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2016:1737

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
13-04-2016
Datum publicatie
13-04-2016
Zaaknummer
01/993307-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaren met aftrek voorarrest voor het opzettelijk aanwezig hebben van 200 kilo amfetamine, ongeveer 5 kilo wiet en ongeveer 1,5 kilo hasjiesj. Tevens wordt een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand ten uitvoer gelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/993307-15
Parketnummer vordering: 20/004035-10

Datum uitspraak: 13 april 2016

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1981] ,

wonende te [woonplaats 1] , [adres 1] ,

thans gedetineerd te: PI Zuid West - De Dordtse Poorten.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 6 januari 2016 en 30 maart 2016.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte/veroordeelde (hierna: verdachte) naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 30 november 2015.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1. hij op of omstreeks 22 september 2015 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 200 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2. hij op of omstreeks 22 september 2015 te Eindhoven tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand [adres 1] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 5 kilogram wiet en/of ongeveer 1,5 kilogram hasjiesj,

zijnde wiet en/of hasjiesj (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De vordering na voorwaardelijke veroordeling.

De zaak met parketnummer 20/004035-10 is aangebracht bij vordering van 14 maart 2016. Deze vordering heeft betrekking op het arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch d.d. 17 oktober 2012. Een kopie van de vordering is aan dit vonnis gehecht.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijsoverwegingen.

Het standpunt van de officier van justitie.

Het is wettig en overtuigend te bewijzen dat verdachte, samen met een ander, op 22 september 2015 te Eindhoven ongeveer tweehonderd kilogram amfetamine en vijf kilogram wiet en anderhalf kilogram hasjiesj aanwezig heeft gehad.

Het standpunt van de verdediging.

Primair heeft de verdediging betoogt dat de bevindingen naar aanleiding van de doorzoeking niet bruikbaar zijn voor het bewijs, zodat integrale vrijspraak dient te volgen.

De verdediging heeft hiertoe betoogd dat de foto’s die zijn gemaakt tijdens de doorzoeking op 22 september 2015 in de woning en garage van verdachte niet overeenkomen met de processen-verbaal die naar aanleiding van de doorzoeking zijn opgemaakt. Zo wordt – onder meer - in de kennisgeving van inbeslagneming vermeld dat de twee gsm’s, te weten de Nokia en de BlackBerry op de salontafel in de woonkamer zijn aangetroffen. Uit de foto’s die tijdens de doorzoeking zijn gemaakt, blijkt dat de gsm’s niet op de salontafel liggen maar op de schouw. Op een latere foto liggen de telefoons opeens wel op de salontafel. Voorts blijkt uit de beslaglijst waarboven ‘RC’ staat (zie beslagdossier pagina 15) dat er slechts één gsm is aangetroffen, terwijl uit een politiebeslaglijst blijkt dat er twee gsm’s tijdens de doorzoeking zijn aangetroffen (zie beslagdossier pagina 33).

De opgemaakte processen-verbaal zijn dus onbetrouwbaar, waardoor twijfel ontstaat aan de juistheid van de gehele inhoud van deze processen-verbaal.

Subsidiair heeft de verdediging verzocht om alle verbalisanten, de officier van justitie en de rechter-commissaris die bij de doorzoeking aanwezig zijn geweest als getuige te mogen horen. Daartoe is verwezen naar de onder het primaire verweer opgesomde omstandigheden en het feit dat processen-verbaal over wat waar precies is gevonden ontbreken, waardoor de noodzaak ontstaat de bij de doorzoeking betrokken personen te horen over de exacte vindplaats van de goederen.

Meer subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte, lang voordat hij over het dossier kon beschikken, een controleerbare, juiste verklaring heeft afgelegd.

Het is aannemelijk dat een ander die goederen in verdachtes woning en garage heeft gelegd, teneinde hem te belasten.

Het oordeel van de rechtbank.

Met de verdediging constateert de rechtbank dat er in het dossier tegenstrijdigheden zijn met betrekking tot het aantal gsm’s en de locatie waar deze zijn aangetroffen. De rechtbank is van oordeel dat deze constatering niet maakt dat de op ambtseed opgemaakte processen-verbaal volledig onbetrouwbaar zijn en dat dientengevolge het resultaat van de doorzoeking moet worden uitgesloten van het bewijs.

Uit het verhandelde ter terechtzitting volgt voorts dat de verdediging de bevindingen omtrent de aangetroffen (hard)drugs niet in twijfel trekt. Voorts heeft de verdediging aangegeven dat zij geen aanleiding heeft om te denken dat de in beslag genomen goederen niet in de woning aanwezig waren ten tijde van de doorzoeking. De rechtbank verwerpt het als primair gevoerde verweer.

Gelet op vorenstaande bestaat er ook geen noodzaak om de verzochte getuigen te horen. Dit verzoek wordt dan ook afgewezen.

Ten aanzien van feit 1.

Op 22 september 2015 vond in de woning en garage van verdachte, gelegen aan [adres 1] te [woonplaats 1] , een doorzoeking plaats. In de garage roken de verbalisanten de hen ambtshalve bekende amfetaminegeur en werd in de aldaar aanwezige wc-ruimte een doorzichtige tas met daarin een op amfetamine gelijkende substantie van in totaal 3,7 kilogram aangetroffen. Uit nader onderzoek door het NFI bleek het te gaan om amfetamine als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I. Voorts stond in diezelfde garage een afgesloten personenauto van het merk Audi voorzien van [kenteken 1] . De sleutel van voornoemde Audi werd in een klein houten kistje in de woonkamer van verdachte aangetroffen. In de kofferbak van voornoemde auto werden vijf zakken met daarin wit poeder aangetroffen met een totaalgewicht van ongeveer tweehonderd kilogram. Uit nader onderzoek door het NFI bleek het te gaan om amfetamine als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

In voornoemde wc-ruimte werd tevens een blauwe sporttas met daarin vier sporttassen, acht vuilniszakken en vier paar handschoenen aangetroffen. Uit onderzoek door het NFI bleek dat zich op twee van die handschoenen DNA-sporen van een man, te weten van verdachte, bevonden. De matchkans was kleiner dan één op één miljard. Voorts werden op diezelfde handschoenen sporen van amfetamine en coffeïne aangetroffen.

De eigenaar van de Audi, [medeverdachte 1] , heeft verklaard dat hij zijn auto kort vóór 22 september 2015 aan verdachte had uitgeleend. Op dat moment zat de amfetamine nog niet de auto, aldus [medeverdachte 1] .

De partner van verdachte, [medeverdachte 2] , die met verdachte samenwoonde in de woning aan [adres 1] , heeft verklaard dat zij niet wist van de aangetroffen drugs en niet wist dat de Audi in hun garage stond.

Verdachte heeft een verklaring afgelegd die er in de kern op neerkomt dat [medeverdachte 1] heeft verzocht of hij zijn auto enige tijd in de garage van verdachte mocht stallen, waarop verdachte de auto in de garage heeft gereden. Hierna is verdachte niet meer in die auto geweest, maar wel in zijn garage. De amfetamine die in de wc-ruimte is aangetroffen en de handschoenen met verdachtes DNA aan de binnenkant en - onder andere - amfetaminesporen op de buitenkant zouden daar ook door [medeverdachte 1] zijn neergelegd, toen deze de avond van de dag dat hij de auto bij verdachte had gestald nog enkele minuten in de garage is geweest om wat uit de auto te pakken. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat [medeverdachte 1] hem daarmee mogelijk een hak heeft willen zetten. Overigens heeft verdachte ook verklaard dat hij geen conflict met [medeverdachte 1] had.

Verdachte geeft naar het oordeel van de rechtbank geen aannemelijke verklaring voor de aanwezigheid van de amfetamine in zijn garage en in de in zijn garage geparkeerde Audi.

Niet valt in te zien waarom iemand tweehonderd kilogram harddrugs, met een straatwaarde ver boven de miljoen euro, in de garage bij een ander onderbrengt en kennelijk daarna de politie tipt, om de eigenaar van die garage een hak te zetten. Dit bevreemd te meer, nu verdachte helemaal geen conflict met [medeverdachte 1] had en er geen enkele reden bestond om hem een hak te zetten.

Bovendien verklaart dat niet hoe door verdachte gedragen handschoenen aan de buitenkant sporen van amfetamine bevatten.

Voorts acht de rechtbank de verklaring van verdachte niet geloofwaardig omdat hij zegt in de garage geweest te zijn nadat de auto van [medeverdachte 1] daarin is geparkeerd en dat hij niets van de drugs gemerkt heeft. Dit is niet te verenigen met de bevindingen van de politieambtenaren die bij het betreden van de garage direct een amfetaminegeur roken.

Gelet op het voorgaande staat, buiten redelijke twijfel, vast dat verdachte wetenschap heeft gehad van de in zijn garage aanwezige amfetamine. De amfetamine bevond zich ook in verdachtes machtssfeer, nu hij de sleutel had van de aan hem toevertrouwde auto én van de aan hem toebehorende garage waarin alle amfetamine zich bevond.

Ten aanzien van feit 2. Op 22 september 2015 werd op [adres 1] te [woonplaats 1] de woning, alsmede de Renault Clio voorzien van [kenteken 2] doorzocht. De Renault Clio behoorde toe aan de partner van verdachte. Tijdens die doorzoeking roken de verbalisanten in de Renault Clio de hen ambtshalve bekende hennepgeur. Nader onderzoek leidde ertoe dat men in die Renault Clio vijf sealbags met gedroogde henneptoppen van in totaal vijf kilogram bruto aantrof. Uit nader onderzoek door het NFI bleek het te gaan om hennep, als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Tijdens diezelfde doorzoeking troffen de verbalisanten in de woning van verdachte in de woonkamer vijftien plakken hasjiesj van in totaal anderhalve kilogram bruto aan. Uit nader onderzoek door het NFI bleek het te gaan om hasjiesj, als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat voornoemde hennep en hasjiesj van hem waren. De verklaring van verdachte dat de vijf kilogram wiet afkomstig was van buitenplanten, acht de rechtbank niet relevant, gelet op de omvang van de partij aangetroffen softdrugs.

In de tenlastelegging wordt gesproken over wiet. De rechtbank merkt op dat wiet en hennep hetzelfde is.

De bewezenverklaring.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen – welke als bijlage aan dit vonnis zijn gehecht – en hetgeen hiervoor is overwogen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1. op 22 september 2015 te Eindhoven opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 200 kilogram van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2. op 22 september 2015 te Eindhoven opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 5 kilogram wiet (hennep) en ongeveer 1,5 kilogram hasjiesj, zijnde wiet (hennep) en hasjiesj middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten. Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft bij het bepalen van zijn eis aansluiting gezocht bij de richtlijnen van het openbaar ministerie. Uit die richtlijnen volgt dat voor het aanwezig hebben van 100 kilogram harddrugs een eis van 4 jaar passend is. Bij verdachte is 200 kilogram amfetamine aangetroffen. Alles overwegende eist de officier van justitie ten aanzien van feit 1 en 2 een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Voorts verzoekt de officier van justitie om de vordering na voorwaardelijke veroordeling met parketnummer 20/004035-10 integraal toe te wijzen.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft de eis van de officier van justitie buitensporig hoog genoemd. De verdediging verzoekt de rechtbank om aansluiting te zoeken bij jurisprudentie ter zake soortgelijke zaken en de LOVS-oriëntatiepunten voor wat betreft de in- en uitvoer van harddrugs, waar in geval van het opzettelijk aanwezig hebben van harddrugs 1/3 tot 2/3 van de in die punten genoemde straf dient te gelden. De straf dient volgens de verdediging aanzienlijk gematigd te worden.

In het kader van afnemend strafnut verzoekt de verdediging om de vordering na voorwaardelijke veroordeling af te wijzen.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Op 22 september 2015 te Eindhoven werd in de garage van verdachte ongeveer tweehonderd kilogram amfetamine aangetroffen. Tijdens diezelfde zoeking werd ongeveer vijf kilo wiet en anderhalve kilogram hasjiesj aangetroffen, toebehorend aan verdachte. Het is algemeen bekend dat verdovende middelen schade toebrengen aan de gezondheid van de gebruikers van deze middelen. Bovendien bekostigen gebruikers hun drugsgebruik vaak door diefstal of ander crimineel gedrag, waardoor schade en overlast wordt toegebracht aan anderen. Ook de vervaardiging en handel van drugs gaat gepaard met strafbare feiten, die schade aan milieu, gezondheid en veiligheid van anderen teweeg kunnen brengen. Het gaat in dit geval om een hele grote partij amfetamine die een enorme straatwaarde vertegenwoordigd. Alleen dat rechtvaardigt al een hoge straf.

Kijkend naar de persoon van verdachte, houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat verdachte de onderhavige strafbare feiten heeft gepleegd tijdens de proeftijd van een eerdere veroordeling.

Bij de beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank ter indicatie gekeken naar eerdere jurisprudentie en daar aansluiting bij gezocht. De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een langdurige gevangenisstraf.

Beslag.

De officier van justitie heeft tot verbeurdverklaring van het in beslag genomen goed gerekwireerd. De rechtbank zal de teruggave gelasten van het in het dictum nader te noemen in beslag genomen voorwerp aan de rechthebbende, [medeverdachte 1] , nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van het in beslag genomen goed.

Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 20/004035-10.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Bijzondere omstandigheden die aan de tenuitvoerlegging in de weg staan zijn niet aanwezig. Dat hem al een hoge straf wordt opgelegd is geen bijzondere omstandigheid. De rechtbank zal dan ook de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 27, 57

Opiumwet art. 2, 3, 10, 11.

DE UITSPRAAK

De rechtbank:

verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven :

Ten aanzien van feit 1: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C, van de Opiumwet gegeven verbod. Ten aanzien van feit 2: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid, meermalen gepleegd.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf.

Ten aanzien van feit 1, feit 2: gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht.

Ten aanzien van feit 1: teruggave in beslag genomen goed, aan [medeverdachte 1], geboren [1971] , wonende [adres 2] te [woonplaats 2] , te weten: een blauwe personenauto, merk Audi, [kenteken 1] .

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling: Last tot tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij arrest van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch d.d. 17 oktober 2012, gewezen onder parketnummer 20/004035-10, te weten: gevangenisstraf voor de duur van 1 maand.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C.A. Mandemakers, voorzitter,

mr. J.G. Vos en mr. W.B. Kok, leden,

in tegenwoordigheid van J. Kapteijns, griffier,

en is uitgesproken op 13 april 2016.

Mr. W.B. Kok is buiten staat dit vonnis (mede) te ondertekenen.

BIJLAGE

De bewijsmiddelen.

Bronnen:

I. een algemeen dossier van de Landelijke Eenheid Dienst Landelijke Recherche,

onderzoek [onderzoeksnaam] ( [naam] ) dossiernummer [naam] -88, afgesloten 22

december 2015, aantal doorgenummerde bladzijden: 80;

II. een zaakdossier 01 van de Landelijke Eenheid Dienst Landelijke Recherche,

onderzoek [onderzoeksnaam] ( [naam] ) dossiernummer [naam] -96, afgesloten 22

december 2015, aantal doorgenummerde bladzijden: 272;

III. een zaakdossier 02 van de Landelijke Eenheid Dienst Landelijke Recherche,

onderzoek [onderzoeksnaam] ( [naam] ) dossiernummer [naam] -105, afgesloten 22

december 2015, aantal doorgenummerde bladzijden:106;

IV. de verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd, zoals blijkt uit het proces

verbaal ter terechtzitting d.d. 30 maart 2016.

De bewijsmiddelen dienen te worden gebezigd op het feit waarop zij betrekking hebben.

II. ZD01-32,33 doorzoeking en inbeslagneming

Op 22.9.15 woning [adres 1] te [woonplaats 1] . In de garage hing een sterke amfetaminegeur. In het toilet in de garage lag een doorzichtige plastic zak met daarin een op amfetamine gelijkende substantie. In de Stonden in garage tevens jerrycans.

I. AD-23, 24 doorzoeking en inbeslagneming

Op 22 september 2015 werd in de Renault Clio een hennepgeur geroken, in de kofferbak werd een bigshoppertas met 5 doorzichtige sealbags met henneptoppen aangetroffen.

II. ZD01-54 tijdens de doorzoeking en inbeslagneming

Op 22 september 2015 werd in de garage bij de woning een Audi type 4 [kenteken 1] , welke was afgesloten, aangetroffen. [verdachte] zei dat hij niet wist waar de autosleutels van de Audi lagen. Tijdens de doorzoeking van de woning gelegen aan [adres 1] te [woonplaats 1] werd in een klein houten kistje de autosleutel van de Audi aangetroffen.

II. ZD01, 40, 41 legenda zoeking

BA002.01.01 > woonkamer, salontafel

BA002.01.02 > woonkamer, kast naast televisie

BA002.01.03 > woonkamer, garage

BA002.01.04 > woonkamer, rekje

BA002.01.05 > woonkamer, rekje in hoek

BA002.01.06 > woonkamer, dressoir

BA002.01.07 > woonkamer, op grond naast dressoir

[kenteken 1] .01 > voertuig Audi A4 [kenteken 1]

III. ZD02-30 resultaten zoeking voertuig Renault Clio [kenteken 2] (kentekenhoudster [medeverdachte 2] , zie ZD02-03)

Op 22 september 2015 lag de sleutelbos van voornoemde Clio in de woning gelegen aan [adres 1] te [woonplaats 1] . In de auto hing een henneplucht en in de kofferbak lag een bigshopper welke niet was afgesloten. In die bigshopper lagen vijf sealbags met gedroogde henneptoppen, totaal 5 kg bruto IBN code 96LBG.01.001, zie ZD02-4 ).

II. ZD01-44 resultaten zoeking

In de Audi A4, voorzien van [kenteken 1] , werd op 22 september 2015 aangetroffen:

[kenteken 1] .01.02 zwarte zak met wit poeder vermoedelijk amfetamine, omstreeks 40 kg bruto

[kenteken 1] .01.03 zwarte zak met wit poeder vermoedelijk amfetamine, omstreeks 40 kg bruto

[kenteken 1] .01.04 zwarte zak met wit poeder vermoedelijk amfetamine, omstreeks 40 kg bruto

[kenteken 1] .01.05 zwarte zak met wit poeder vermoedelijk amfetamine, omstreeks 40 kg bruto

[kenteken 1] .01.06 zwarte zak met wit poeder vermoedelijk amfetamine, omstreeks 40 kg bruto

II. ZD01-44, 45 resultaten zoeking

In de woning gelegen aan [adres 1] te [woonplaats 1] werd op 22 september 2015 in beslag genomen:

BA002.01.02.001 15 plakken hasjiesj in zwart tasje, totaal 1,5 kg bruto

BA002.01.03.001 plastic kan met vloeistof, vermoedelijk amfetamineolie

BA002.01.03.002 blauwe plastic kan met vloeistof, indicatief getest, resultaat amfetamineolie

BA002.01.03.003 monster van plastic kan met vloeistof, vermoedelijk amfetamineolie

BA002.01.03.004 monster van blauwe plastic kan met vloeistof, indicatief getest, resultaat amfetamineolie

BA002.01.03.006 zakje weed, 100 gram bruto

BA002.01.03.010 zwarte plastic zak met weed, 650 gram bruto

BA002.01.03.011 zak met amfetamine, bruto gewicht 3,7 kg

II. ZD01-46, 47 resultaten zoeking

In de woning gelegen aan [adres 1] te [woonplaats 1] werd op 22 september 2015 aangetroffen:

BA002.01.03.012 verpakkingsmateriaal en gebruikte handschoenen.

BA002.01.04.001 autosleutel Audi

II. ZD01-138 t/m 143 (+ ZD01-145, herstel) onderzoek verdovende middelen:

SIN AAHZ7324NL relatie met SIN AAHU7394NL 590 gram hennep (BA002.01.03.010)

SIN AAHU7402NL “ SIN AAHU7395NL 1510 gram hasjiesj(BA002.01.02.001)

SIN AAHU7401NL “ SIN AAHU7396NL 100 gram hennep (BA002.01.03.006)

SIN AAHU7400NL “ SIN AAHU7397NL 5160 gram hennep (96LB6.01.001)

SIN AAHU7399NL “ SIN AAHU7398NL 3580 gram witte amfetamine (BA002.01.03.011)

SIN AAHZ7375NL “ SIN AAHO9151NL, AAHO9149NL, AAHO9148NL,

AAHO915ONL, AAHO9152NL = 41.18 kg amfetamine

[kenteken 1] .003)

SINAAHZ7376NL “ SIN AAHO9131NL, AAHO9133NL, AAHO9135NL,

AAHO9132NL, AAHO9134NKL = 40,46 kg amfetamine [kenteken 1] .006)

SIN AAHZ7379NL “ SIN AAHO9126NL, AAHO9130NL, AAHO9128NL,

AAHO9129NL, AAHO9127NL =40,46 kg amfetamine [kenteken 1] .005)

SIN AAHZ7381NL “ SIN AAHO9158NL, AAHO9155NL, AAHO9153NL,

AAHO9154NL, AAHO9156NL = 40,46 kg amfetamine

[kenteken 1] .002)

SIN AAHZ7382NL ” SIN AAHO9123NL, AAHO9124NL, AAHO9125NL,

AAHO9122NL, AAHO9157NL = 40,74 kg amfetamine

[kenteken 1] .004)

Totaal 5850 gram hennep; positief getest.

Totaal 1510 gram hasjiesj: positief getest.

Totaal 206,88 kg amfetamine: positief getest.

Bemonsterd en verstuurd naar NFI.

II. ZD01-183 t/m 185 NFI rapport identificatie drugs en precursoren d.d. 16 oktober 2015

Resultaten en conclusie Nederlands Forensisch Instituut

Kenmerk Omschrijving Conclusie

AADN5468NL monster gele vloeistof bevat amfetamine

AADN5469NL monster gele vloeistof bevat amfetamine

AAHO9158NL monster cremekl. geklonterd poeder bevat amfetamine

AAHO9151NL monster crèmekl. geklonterd poeder bevat amfetamine

AAHO9131NL monster crèmekl. geklonterd poeder bevat amfetamine

AAHO9126NL monster crèmekl. geklonterd poeder bevat amfetamine

AAHO9155NL monster crèmekl geklonterd poeder bevat amfetamine

AAHO9153NL monster crèmekl. geklonterd poeder bevat amfetamine

AAHO9123NL monster crèmekl. geklonterd poeder bevat amfetamine

AAHO9124NL monster crèmekl. geklonterd poeder bevat amfetamine

AAHU7394NL monster groen plantaardig materiaal is hennep

AAHO913ONL monster crèmekl. geklonterd poeder bevat amfetamine

AAHO9149NL monster crèmekl. geklonterd poeder bevat amfetamine

AAHO9133NL monster crèmekl. geklonterd poeder bevat amfetamine

AAHO9135NL monster crèmekl. geklonterd poeder bevat amfetamine

AAHO9128NL monster crèmekl. geklonterd poeder bevat amfetamine

AAHO9154NL monster crèmekl. geklonterd poeder bevat amfetamine

AAHO9125NL monster crèmekl. geklonterd poeder bevat amfetamine

AAHO9122NL monster crèmekl. geklonterd poeder bevat amfetamine

AAHO9148NL monster crèmekl. geklonterd poeder bevat amfetamine

AAHO915ONL monster crèmekl. geklonterd poeder bevat amfetamine

AAHO9152NL monster crèmekl. geklonterd poeder bevat amfetamine

AAHO9132NL monster crèmekl. geklonterd poeder bevat amfetamine

AAHO9134NL monster crèmekl. geklonterd poeder bevat amfetamine

AAHO9129NL monster crèmekl. geklonterd poeder bevat amfetamine

AAHO9127NL monster crèmekl. geklonterd poeder bevat amfetamine

AAHO9156NL monster crèmekl. geklonterd poeder bevat amfetamine

AAHO9157NL monster crèmekl. geklonterd poeder bevat amfetamine

AAHU7395NL monster bruin brokje is hasjiesj

AAHU7396NL monster groen plantaardig materiaal is hennep

AAHU7397NL monster groen plantaardig materiaal is hennep

AAHU7398NL monster crèmekl. geklonterd poeder bevat amfetamine

Amfetamine is vermeld op lijst I behorende bij de Opiumwet.

Hennep is vermeld op lijst II behorende bij de Opiumwet.

Hasjiesj is vermeld op lijst II behorende bij de Opiumwet.

II. ZD01-150 bemonstering sporendrager (afkomstig uit garage)

SIN registratienummer object

AAHZ7330NL BA002.01.03.012 blauwe sporttas inhoud 4

sporttassen, 8 vuilniszakken en 4

paar handschoenen

II. ZD01-163 de handschoenen afkomstig uit de hierboven genoemde blauwe sporttas zijn

veiliggesteld en gewaarmerkt met SIN: AAHZ7384NL

De zwarte sporttas (bevond zich in blauwe sporttas) is gewaarmerkt als SIN:AAHU6004NL.

In die tas zaten twee paar handschoenen. Die zijn veiliggesteld en gewaarmerkt als SIN

AAHZ7387NL.

II. ZD01-177 onderzoek stuk van overtuiging

SIN AAHU6004NL sporttas inhoud twee handschoenen komend uit de tas AAHZ7330NL.

II. ZD01-180, 181 onderzoek verdovende middelen

Op de vuilniszak in de sporttas zat een witte substantie welke positief reageerde op de

indicatieve MMC test deze witte substantie is veiliggesteld en gewaarmerkt met SIN

AAFE8043NL.

II. ZD01-187 t/m 191 NFI rapport onderzoek biologische sporen en DNA onderzoek d.d. 11 november 2015

AAHZ7384NL#01 bemonstering van de binnenzijde van een linkerhandschoen

AAHZ7384NL#02 bemonstering van de binnenzijde van een rechterhandschoen

AAHZ7387NL#01 bemonstering van de binnenzijde van een linkerhandschoen

Resultaten

AAHZ7384NL#01 onvolledig DNA profiel van minimaal één man [verdachte]

(matchkans niet berekend)

AAHZ7387NL#01 DNA profiel van een man [verdachte] matchkans kleiner

dan één op één miljard

AAHZ7387NL#02 DNA mengprofiel van minimaal twee personen waarvan

minimaal één man [verdachte] (matchkans niet berekend.)

II. ZD01-191 bijlage DNA identiteitszegel AAHZ7387NL#01 DNA profiel van een man

[verdachte] matchkans kleiner dan één op één miljard profielcluster 34058.

II. ZD01-196 onderzoek naar sporen verdovende middelen op zwarte handschoenen

Kenmerk omschrijving resultaat

AAHZ7387NL in totaal ca. 0,05 gram crèmekleurig poeder bevat amfetamine en coffeïne

op 2 zwarte handschoenen (links en rechts)

AAHZ7384NL in totaal ca. 0,27 gram crèmekleurig poeder bevat amfetamine en coffeïne en brokjes op twee zwarte handschoenen

links en rechts

IV. verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 30 maart 2016:

Ik had vijf kilogram buitenhennep in de Renault Clio. Dat was van mij. De anderhalve kilo hasjiesj welke op 22 september 2015 in mijn woning is aangetroffen, was ook van mij.