Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2016:1720

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
12-04-2016
Datum publicatie
12-04-2016
Zaaknummer
01/993207-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte wordt veroordeeld tot 11 maanden gevangenisstraf voor het in bezit hebben van kinderporno en het voorhanden hebben van een wapen met bijbehorende munitie. Onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen laptop en Ipad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/993207-16

Datum uitspraak: 12 april 2016

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1963] ,

wonende te [adres 1] ,

thans gedetineerd te: P.I. HvB Grave (Unit A + B).

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 29 maart 2016.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 25 februari 2016.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1. hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 28 september 2014 tot en met 23 september 2015 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal (telkens)

14.469 afbeeldingen, althans een groot aantal afbeeldingen, te weten (9.307) foto('s) en/of (5.236) video's en/of films - en/of (een) gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en) te weten één of meer computer(s) en/of een laptop en/of een Ipad -

heeft verworven en/of in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar is/zijn, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedraging(en) - zakelijk weergegeven - (telkens) bestonden uit:

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren (met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) en/of de mond/tong) van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en/of

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) en/of de mond/tong)

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt (met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) en/of de mond/tong) en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billenen/of de borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt (eventueel aanvullen met: met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) en/of de mond/tong)

en/of

het door een persoon die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt likken en/of in de mond nemen en/of betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een dier

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze perso(o)n(en) gekleed is/zijn en/of opgemaakt is/zijn en/of poseert/poseren in een omgeving en/of met (een) voorwerp(en) en/of in (een)(erotisch getinte) houding(en) (op een wijze) die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt

en/of

het spuiten/zichtbaar maken van sperma op het lichaam van een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt, (waarbij) de afbeelding(en) (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft/hebben en/of strekt/strekken tot seksuele prikkeling,

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

(art. 240b Wetboek van Strafrecht)

2. hij op of omstreeks 23 september 2015 te Eindhoven, in elk geval in Nederland, een of meer wapens van categorie III, te weten een pistool, merk Glock, en/of munitie van categorie III, te weten 100 patronen, in elk geval een aantal patronen, voorhanden heeft gehad.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht beide ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft aangevoerd dat er op 23 september 2015 en 25 september 2015 onrechtmatig is binnengetreden bij het pand aan [adres 2] te [gemeente] en dat het aldus verkregen bewijsmateriaal als onrechtmatig verkregen moet worden uitgesloten van bewijs. Op 23 september 2015 is er onrechtmatig binnengetreden, omdat er ten aanzien van het pand aan [adres 2] geen redelijk vermoeden van overtreding van de Opiumwet was. Op 25 september 2015 is er onrechtmatig binnengetreden, omdat er geen machtiging voor het binnentreden was terwijl de politie wist dat het pand aan [adres 2] ook een woongedeelte kent, aldus de verdediging.

Met betrekking tot feit 1 heeft de verdediging voorts aangevoerd dat meerdere personen toegang hadden tot het pand aan [adres 2] en dat de gegevensdragers waarop de kinderporno is aangetroffen ook door andere personen dan verdachte werden gebruikt. Verdachte had geen weet van en geen opzet op het verwerven en/of bezitten van kinderpornografisch materiaal, aldus de verdediging. Subsidiair is aangevoerd dat niet de volledige ten laste gelegde periode kan worden bewezen.

Met betrekking tot feit 2 heeft de verdediging aangevoerd dat ook andere personen toegang hadden tot de loods waarin het wapen en de munitie zijn aangetroffen en dat verdachte niet wist dat deze spullen zich in de loods bevonden. Tussen hem en het wapen bestond evenmin een machtsrelatie.

Het oordeel van de rechtbank. 1

Ten aanzien van het verweer inzake onrechtmatig binnentreden

Ten aanzien van het verweer dat er op 23 september 2015 onrechtmatig zou zijn binnengetreden, overweegt de rechtbank als volgt.

In verband met mogelijke betrokkenheid bij de productie van synthetische drugs, werd [medeverdachte 1] (hierna: [medeverdachte 1] ) geobserveerd door de politie. Op 27 juli 2015 hebben verbalisanten het volgende waargenomen.2 [medeverdachte 1] rijdt met een Peugeot 307 met [kenteken 1] (hierna: de Peugeot) naar een parkeerterrein in Tilburg. Aldaar maakt hij contact met een onbekende man met een Volkswagen Crafter met [kenteken 2] (hierna: de Volkswagen). [medeverdachte 1] vertrekt vervolgens als enige inzittende met de Volkswagen. Enige tijd later rijdt [medeverdachte 1] met de Volkswagen terug naar de parkeerplaats, stapt uit en maakt wederom contact met de onbekende man. De onbekende man stapt weer in de Volkswagen en vertrekt als enige inzittende. De Volkswagen is daarbij kennelijk zwaar beladen. De Volkswagen rijdt een parkeerplaats in naast [adres 3] te [gemeente] . De onbekende man loopt het terrein van [adres 2] op.

Op 22 september 2015 nemen verbalisanten het volgende waar.3 Omstreeks 22.50 uur, als zij zich ter hoogte van het toegangshek van het [adres 3] bevinden, ruiken zij een sterke chemische lucht uit de richting van dit perceel. Deze lucht herkennen zij ambtshalve als een geur die ontstaat bij het productieproces van synthetische drugs.

Gelet op het voorgaande en nu de panden aan [adres 3] en [adres 2] aan elkaar grenzen en beide aan [verdachte] te linken zijn, is de rechtbank van oordeel dat er ook ten aanzien van het pand aan [adres 2] een redelijk vermoeden van overtreding van de Opiumwet bestond. Het te dien aanzien opgeworpen verweer wordt derhalve verworpen.

Ten aanzien van het verweer dat er op 25 september 2015 onrechtmatig zou zijn binnengetreden, overweegt de rechtbank als volgt.

Op 25 september 2015 heeft de Belastingdienst beslag gelegd op een aantal goederen in en bij de loods aan [adres 2] . Eén van die goederen betrof een motorboot die buiten de loods stond. In die boot werd een granaat (anti-tank raket) aangetroffen. Daarom werd een Teamleider Explosieven Veiligheid (hierna: de TEV) ingeschakeld. De TEV is vervolgens ter plaatse gegaan en heeft de loods onderzocht op de aanwezigheid van explosieven. Hierbij zijn in de loods een pistool en munitie aangetroffen.4

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat er op grond van artikel 49 van de Wet Wapens en Munitie een bevoegdheid tot het betreden en doorzoeken ter inbeslagneming van de loods bestond. Anders dan de verdediging aanvoert, was een schriftelijke machtiging als bedoeld in de Algemene Wet op het binnentreden hiervoor niet vereist. Het afgescheiden woongedeelte van [adres 2] is op 25 september 2015 immers niet binnengetreden; er is uitsluitend in de loods gezocht en aldaar zijn het pistool en de munitie aangetroffen. Ook dit verweer wordt derhalve verworpen.

De conclusie luidt derhalve dat van onrechtmatig verkregen bewijs geen sprake is, zodat de vraag aangaande eventuele bewijsuitsluiting ter zake niet aan de orde is.

Ten aanzien van feit 1.

Bij de inverzekeringstelling op 30 september 2015 heeft verdachte onder meer verklaard dat de panden [adres 2] en [adres 3] te [gemeente] zijn eigendom zijn, dat hij het gedeelte van het pand waarin het XTC-lab is aangetroffen heeft verhuurd en dat het gedeelte waarin hij woont geen apart huisnummer heeft.5

Bij het politieverhoor op 1 oktober 2015 heeft verdachte onder meer verklaard: “Ik ben dan in mijn eigen ruimte. Daarmee bedoel ik [adres 2] .”6

Bij het binnentreden van het woongedeelte van het pand aan [adres 2] op 23 september 2015 worden onder meer aangetroffen diverse poststukken gericht aan verdachte en een Thais rijbewijs op diens naam.7

Voorts worden bij het binnentreden een laptop van het merk Dell (hierna: de laptop) en een Ipad aangetroffen, respectievelijk naast het bed in de slaapkamer en op het aanrecht in de keuken.8

Bij onderzoek aan de laptop wordt gezien dat het account van [account] op de laptop is aangemaakt door de gebruiker van het e-mailadres ‘ [emailadres 1] ’. In de historie van de browser Firefox wordt gezien dat op de laptop het e-mailadres ‘ [emailadres 1] ’ op 23 september 2014 voor het eerst en op 17 september 2015 voor het laatst is gebruikt.9

Bij onderzoek aan de Ipad is gezien dat hierop e-mails waren opgeslagen onder het account ‘ [emailadres 1] ’. Voorts is gezien dat op deze Ipad in de periode van 27 oktober 2014 tot 1 juni 2015 311 chats op Skype stonden met de ID ‘ [naam 1] ’.10

Bij het onderzoek aan de laptop en de Ipad is kinderpornografisch materiaal aangetroffen. Dat materiaal is onderzocht door verbalisanten van het Team Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme, eenheid Limburg. Zij hebben vastgesteld dat er op de genoemde gegevensdragers in totaal 14.469 afbeeldingen voorkwamen die kinderpornografisch zijn, namelijk 9.307 foto’s en 5.236 films/video’s.11 Die afbeeldingen zijn bekeken en verwerkt in een collectiescan. Uit de collectiescan komt naar voren dat op de kinderpornografische afbeeldingen de volgende elementen zijn weergegeven:12

  1. Penetratie van het lichaam van een minderjarige, oraal met de penis, anaal met penis en/of vinger/hand en/of voorwerp.

  2. Penetratie door een minderjarige, oraal met de penis, vaginaal met de penis, anaal met penis en/of voorwerp.

  3. Betasten/aanraken van een minderjarige, te weten van geslachtsdelen met penis en/of vinger/hand en/of mond/tong, en van de billen met penis en/of vinger/hand en/of mond/tong.

  4. Betasten/aanraken door een minderjarige, te weten van geslachtsdelen met vinger/hand, en van borsten met mond/tong.

  5. Betasten/aanraken van een dier door een minderjarige, te weten het likken en/of in de mond nemen van geslachtsdelen.

  6. Poseren door een minderjarige, met nadruk op geslachtsdelen en/of borsten en billen, doordat sprake is van geheel of gedeeltelijk naakt en/of niet bij de leeftijd passende kleding en/of uitsnede van de afbeelding en/of make-up en/of een onnatuurlijke omgeving en/of een striptease-act/-houding en/of een bepaald camerastandpunt en/of een onnatuurlijke houding en/of sadomasochistische elementen.

  7. Het houden van een penis dicht bij het lichaam van een minderjarige.

  8. Het spuiten van en/of zichtbaar maken van sperma op het lichaam van een minderjarige.

Voorts is van acht foto’s en vier video’s concreet de inhoud beschreven.13

De rechtbank overweegt dat uit de aangehaalde bewijsmiddelen volgt dat verdachte op 23 september 2015 het woongedeelte van het pand aan [adres 2] te [gemeente] bewoonde. Dit blijkt uit de verklaringen die hij heeft afgelegd en uit de spullen - in het bijzonder de post en het Thais rijbewijs - die van hem zijn aangetroffen ter plaatse. De laptop en de Ipad zijn derhalve aangetroffen in de door hem bewoonde ruimtes. Bovendien kan uit het onderzoek aan de laptop en de Ipad worden afgeleid dat zij werden gebruikt door de gebruiker van het e-mailadres ‘ [emailadres 1] ’. Dit e‑mailadres bevat de achternaam en voorletters van verdachte. Ook de ID die bij Skype is gebruikt op de Ipad bevat die achternaam en voorletters. De rechtbank leidt uit deze feiten en omstandigheden af dat verdachte de laptop en Ipad in gebruik had en daarmee 14.469 kinderpornografsche afbeeldingen in bezit heeft gehad, met de inhoud zoals vermeld in de - zojuist aangehaalde - collectiescan. De omvang, de inhoud en de aard van het materiaal zijn door de verdediging niet bestreden.

Aldus is bewezen dat verdachte het ten laste gelegde kinderpornografisch materiaal in de periode van 28 september 2014 tot en met 23 september 2015 in bezit heeft gehad. De rechtbank acht echter niet bewezen dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van het in bezit hebben van kinderpornografisch materiaal. Uit de bewijsmiddelen in het dossier kan niet worden opgemaakt hoeveel keer of welke tijd ermee gemoeid is geweest om het aangetroffen materiaal te downloaden of te kopiëren. Gegevens daarover ontbreken en de verdachte heeft daar niet over verklaard. Dat het om veel materiaal gaat is onvoldoende om van een gewoonte te kunnen spreken.

Gelet op het voorgaande komt de rechtbank met betrekking tot feit 1 tot een bewezenverklaring als hierna te vermelden.

Ten aanzien van feit 2.

Bij de inverzekeringstelling op 30 september 2015 heeft verdachte onder meer verklaard dat de panden [adres 2] en [adres 3] te [gemeente] zijn eigendom zijn, dat hij het gedeelte van het pand waarin het XTC-lab is aangetroffen heeft verhuurd en dat het gedeelte waarin hij woont geen apart huisnummer heeft.14

Bij het politieverhoor op 1 oktober 2015 heeft verdachte onder meer verklaard: “Ik ben dan in mijn eigen ruimte. Daarmee bedoel ik [adres 2] .”15

Voorts is in het proces-verbaal van het verhoor van verdachte van 1 oktober 2015 onder meer vermeld:

“O: Hem medegedeeld dat de spullen, boten, auto’s en quads, in de loods aan [adres 2] in beslag zijn genomen door de Belastingdienst vanwege een openstaande schuld van de tenaamgestelde van deze spullen. [verdachte] vertelt dat de spullen in die loods van hem zijn. […] [verdachte] gevraagd welke spullen dan van hem zijn, dan volgt er wederom een stilte en vervolgens zegt [verdachte] , de rode Lancia.”16

In het proces-verbaal van het politieverhoor van verdachte van 8 oktober 2015 is onder meer het volgende vermeld:

“V: Kun je ook duidelijk aangeven welke goederen die nu door de FIOD in beslag genomen zijn niet van [persoon 1] zijn maar van jou? A: De blauwe sloep […].”17

Op 25 september 2015 treffen verbalisanten in de loods van het pand aan [adres 2] te [gemeente] een witte plastic tas aan. Daarin bevinden zich twee doosjes. In het ene doosje zitten 50 patronen, in het andere 45. Ook treffen verbalisanten een stoffen groenkleurige zak aan, met daarin een pistool van het merk Glock. Het pistool is doorgeladen. Er zit één patroon in de kamer en er zitten vier patronen in de houder.18 Het pistool en de munitie zijn in beslag genomen.

Uit onderzoek komt naar voren dat het in beslag genomen pistool een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3 Wet wapens en munitie (hierna: de WWM) is en dat het vuurwapen niet valt onder categorie II, sub 2, 3 of 6.19 De munitie die in de doosjes en in het pistool is aangetroffen, is munitie in de zin van artikel 1 onder 4 van de WWM en valt onder categorie III.20

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat de plattegrond van het pand aan [adres 2] , die als bijlage bij het proces-verbaal van verhoor van 1 oktober 2015 is gevoegd, juist is.21

De rechtbank overweegt dat uit de verklaringen van verdachte volgt dat het pand aan [adres 2] , dat wil zeggen zowel het woongedeelte als de loods, zijn eigendom is. Verdachte heeft - zo blijkt uit de plattegrond waarvan hij de juistheid ter terechtzitting heeft bevestigd - vanuit het gedeelte van het pand dat hij bewoont rechtstreeks toegang tot de loods. Voorts kan uit de verklaringen van verdachte worden opgemaakt dat hij tevens gebruiker van de loods is. Hij heeft in de loods immers diverse van zijn spullen opgeslagen. Te midden - althans in de nabijheid - van die spullen zijn het pistool en de munitie aangetroffen. Gelet hierop en nu verdachte geen verklaring heeft gegeven hoe het pistool en de munitie daar terecht kunnen zijn gekomen zonder zijn medeweten, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat hij het pistool en de munitie voorhanden heeft gehad. De rechtbank wordt in haar overtuiging gesterkt door de proceshouding van verdachte, die zich ter terechtzitting op zijn zwijgerecht heeft beroepen en geen namen heeft willen noemen van de personen die ook gebruik zouden hebben gemaakt van de loods Zijn verklaring is daardoor niet verifieerbaar en wordt door de rechtbank terzijde geschoven.

Gelet op het voorgaande komt de rechtbank met betrekking tot feit 2 tot een bewezenverklaring als hierna te vermelden.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1. in de periode van 28 september 2014 tot en met 23 september 2015 te Eindhoven, 14.469 afbeeldingen, te weten 9.307 foto's en 5.236 video's en/of films en gegevensdragers bevattende afbeeldingen te weten een laptop en een Ipad in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen zichtbaar zijn, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:

het oraal en/of anaal penetreren (met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en)) van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en/of

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en))

en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de billen van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt (met de penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong) en/of

het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of de borsten van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt en/of

het door een persoon die de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt likken en/of in de mond nemen van de geslachtsdelen van een dier

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze perso(o)n(en) gekleed is/zijn en/of opgemaakt is/zijn en/of poseert/poseren in een omgeving en/of met (een) voorwerp(en) en/of in (een)(erotisch getinte) houding(en) (op een wijze) die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of waarbij deze perso(o)n(en) zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of borsten en/of billen in beeld gebracht worden en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt

en/of

het spuiten/zichtbaar maken van sperma op het lichaam van een perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij de afbeeldingen aldus een onmiskenbaar seksuele strekking hebben en strekken tot seksuele prikkeling;

2. omstreeks 23 september 2015 te Eindhoven, een wapen van categorie III, te weten een pistool, merk Glock, en munitie van categorie III, te weten 100 patronen, voorhanden heeft gehad.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie vordert voor beide feiten een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat bij een eventuele strafoplegging de door de officier van justitie gevorderde straf fors gematigd dient te worden. De verdediging heeft de rechtbank voorts verzocht rekening te houden met de omstandigheid dat verdachte first offender is.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft een grote hoeveelheid kinderpornografisch materiaal in zijn bezit gehad, waaronder foto’s en filmpjes, die zeer vergaande seksuele handelingen met jonge kinderen bevatten. Door het verzamelen van dit materiaal heeft verdachte een bijdrage geleverd aan het in stand houden van de productie en verspreiding van kinderporno en hierdoor indirect ook aan het misbruik en de exploitatie van de daarbij betrokken minderjarigen. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan. Te meer omdat verdachte gedurende het onderzoek en ter terechtzitting op geen enkel moment heeft aangegeven dat hij het leed van minderjarigen dat met de productie en verspreiding van kinderporno gepaard gaat inziet.

De rechtbank heeft voorts in aanmerking genomen dat verdachte een vuurwapen en een grote hoeveelheid bijpassende munitie voorhanden had. Het vuurwapen was bovendien doorgeladen en daarmee ‘gebruiksklaar’. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens en munitie verhoogt het risico op een levensbedreigend geweldsdelict. Daarom moet streng worden opgetreden tegen het voorhanden hebben van vuurwapens en munitie.

Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van 11 maanden.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank in tegenstelling tot de officier van justitie niet bewezen acht dat verdachte van het bezit van kinderporno een gewoonte heeft gemaakt en van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

Beslag.

De standpunten van de officier van justitie en de verdediging.

De officier van justitie en de verdediging hebben zich niet uitgelaten over het beslag.

Het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit voorwerpen zijn met behulp van welke de feiten zijn begaan en, gelet op het daarop opgeslagen kinderpornografisch materiaal, van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 36b, 36c, 57 en 240b van het Wetboek van Strafrecht en op de artikelen 2, 26, 55 van de Wet wapens en munitie.

DE UITSPRAAK

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1: een afbeelding en een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd T.a.v. feit 2: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen.

T.a.v. feit 1, feit 2: Gevangenisstraf voor de duur van 11 maanden

Onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen, te weten: een Ipad inclusief lader van het merk Apple en een laptop inclusief lader van het merk Dell

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.J. Janssen, voorzitter,

mr. J.G. Vos en mr. I.L.A. Boer, leden,

in tegenwoordigheid van mr. E.C.M. Boerboom, griffier,

en is uitgesproken op 12 april 2016.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt bedoeld - tenzij anders vermeld - een proces‑verbaal opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Tenzij anders vermeld, wordt verwezen naar de paginanummers uit het proces-verbaal van de Landelijke Eenheid (dienst Landelijke Recherche team 6), onderzoek 26MBL, onderzoeksnummer 26DLR14139. Dit proces-verbaal omvat de delen ‘AD’ (algemeen dossier), ‘PD’ (persoonsdossier) en de zaaksdossiers ‘ZD 1’, ‘ZD 2’, ‘ZD 3’ en ‘ZD 4’. Omdat elk deel een eigen paginanummering kent, zal bij de verwijzingen steeds worden vermeld naar welk deel wordt verwezen.

2 Activiteiten-journaal bij het proces-verbaal van 18 augustus 2015, p. 67 en 68 AD.

3 Proces-verbaal van bevindingen van 28 september 2015, p. 70 AD.

4 Proces-verbaal van bevindingen van 25 september 2015, p. 12 ZD 3.

5 Proces-verbaal van inverzekeringstelling 30 september 2015, p. 18 PD.

6 Proces-verbaal van verhoor verdachte van 1 oktober 2015, p. 56 ZD 3.

7 Proces-verbaal van bevindingen van 10 december 2015, p. 10 ZD 4.

8 Idem.

9 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek gebruiker Laptop Dell Latitude met het goednummer BA013a.03.02.001, p. 34 ZD 4.

10 Proces-verbaal van bevindingen onderzoek gebruiker iPad 4 met het goednummer BA013a.01.02.002, p. 40 en 41 ZD 4.

11 Proces-verbaal Beschrijving kinderpornografisch materiaal 25 januari 2016, p. 21 ZD 4.

12 Bijlage I bij het proces-verbaal Beschrijving kinderpornografisch materiaal 25 januari 2016, p. 28 t/m 30 ZD 4.

13 Proces-verbaal Beschrijving kinderpornografisch materiaal 25 januari 2016, p. 22 t/m 25 ZD 4.

14 Proces-verbaal van inverzekeringstelling 30 september 2015, p. 18 PD.

15 Proces-verbaal van verhoor verdachte van 1 oktober 2015, p. 56 ZD 3.

16 Idem, p. 58 ZD 3.

17 Proces-verbaal van verhoor verdachte van 8 oktober 2015, p. 93 ZD 3.

18 Proces-verbaal van bevindingen van 25 september 2015, p. 12 en 13 ZD 3, en (wat betreft de correctie dat er vier in plaats van veertien patronen in de houder zaten) het proces-verbaal van bevindingen van 7 december 2015, p. 18 ZD 3.

19 Proces-verbaal Onderzoek wapen, p. 21 ZD 3.

20 Idem, p. 22 ZD 3.

21 Zie de bijlage bij het proces-verbaal van verhoor verdachte van 1 oktober 2015, p. 59 ZD 3.