Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2016:1413

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
22-03-2016
Datum publicatie
10-05-2016
Zaaknummer
15_6844
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2017:587, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Eiser is in beroep gekomen namens de vermeende erfgenamen van een perceel in een sinds 1988 onverdeeld gebleven nalatenschap. Hij heeft, ook desgevraagd, geen verklaring van erfrecht overgelegd, noch aangetoond dat hij door de vermeende (overige) erfgenamen is gemachtigd om namens hen, dan wel de boedel, op te treden. Het enkele feit dat hij de waterschapslasten betaalt en zijn adres bij het waterschap bekend is als correspondentieadres acht de rechtbank onvoldoende.

De rechtbank doet mondeling uitspraak en verklaart het door eiser ingestelde beroep niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

Zaaknummer: SHE 15/6844 PV USP

Proces-verbaal van mondelinge uitspraak van meervoudige kamer van 22 maart 2016 in de zaak tussen

[eiser] te [woonplaats], eiser,

en

het dagelijks bestuur van het Waterschap Aa en Maas, verweerder

(gemachtigde: mr. I. Kabbouti en drs.ing. G. van den Brand).

Aan het geding heeft als partij deelgenomen Coöperatie Bosgroep Zuid Nederland U.A. te Heeze, vergunninghoudster (gemachtigden: ing. A.F.G.M. van Alphen en ir. M.S. Griek).

Eiser is verschenen in persoon. Verweerder en vergunninghouder hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Zitting hebben:

  • -

    mr. J.D. Streefkerk, voorzitter;

  • -

    mr. H.M.H. de Koning en mr. M.J.H.M. Verhoeven, leden;

  • -

    R.G. van der Korput, griffier.

Procesverloop

Bij besluit van 1 juli 2015 (het primaire besluit) heeft verweerder een watervergunning verleend ten behoeve van hydrologische maatregelen in natuurgebied Groot Goor te Helmond.

Bij besluit van 11 november 2015 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Er is een verweerschrift ingediend.

Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart eiser niet ontvankelijk.

Overwegingen

1. Uit de stukken is gebleken en ter zitting is besproken dat de percelen ten behoeve waarvan eiser in rechte opkomt in eigendom toebehoren aan de op 1 oktober 1988 overleden [persoon A], althans aan haar erfgenamen. Eiser stelt erfgenaam, tevens executeur-testamentair te zijn.

2. De rechtbank overweegt dat voor de beantwoording van de vraag wie de erven zijn van wijlen [persoon A], een verklaring van erfrecht is vereist. In zodanige verklaring verklaart een notaris – na onderzoek bij onder andere de burgerlijke stand en het centraal Testamentenregister – wie is overleden, of de overledene een testament heeft gemaakt en wat er in dit testament is bepaald. De notaris verklaart wie de erfgenamen van de overledene zijn en eventueel wie van de erfgenamen door de overige erfgenamen gemachtigd is om de erfenis van de overledene af te wikkelen.

3. De rechtbank heeft eiser voorafgaand aan de zitting, bij brief van 16 maart 2016 verzocht om een verklaring van erfrecht aan de rechtbank te doen toekomen, dan wel mee te nemen naar zitting.

4. Eiser heeft ter zitting verklaard dat hij erfgenaam, tevens executeur-testamentair is. Eiser heeft gesteld dat hij niet beschikt over een verklaring van erfrecht, maar dat deze ligt bij de gemeente Helmond, die deze uit privacy-overwegingen evenwel niet mag openbaren. Het is genoegzaam duidelijk dat hij rechthebbende is, omdat hij sedert jaren de waterschapsbelasting betaalt en ook betrokken is bij de afwikkeling van andere delen van de boedel. Hiertoe verwijst eiser naar een akte betreffende de verkoop van een ander perceel, waaruit dit zou blijken.

5. De rechtbank is van oordeel dat zonder verklaring van erfrecht niet kan worden vastgesteld wie de erfgenamen zijn, noch of eiser bevoegd is namens hen op te treden. Derhalve kan niet worden vastgesteld of eiser kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid van de Awb. Het beroep is daarom ontvankelijk.

6. Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat eiser beroep heeft ingesteld op eigen naam, en niet in zijn vermeende hoedanigheid van executeur-testamentair namens de onverdeelde boedel.

7. Nu het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard bestaat geen aanleiding voor het uitspreken van een proceskostenveroordeling.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

De rechter heeft er melding van gemaakt dat tegen deze uitspraak binnen zes weken na de verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.