Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2016:1342

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
25-03-2016
Datum publicatie
25-03-2016
Zaaknummer
01/880230-15
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2018:4460, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte voor poging tot doodslag en voor zware mishandeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar en 6 maanden met aftrek van voorarrest.

De rechtbank bepaalt dat verdachte een van de benadeelden een schadevergoeding moet betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch

Team strafrecht

Parketnummer: 01/880230-15

Datum uitspraak: 25 maart 2016

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,

wonende te [adresgegevens] ,

thans gedetineerd te: P.I. HvB Grave (Unit A + B).

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 11 maart 2016.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 19 november 2015.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1. hij, op of omstreeks 14 september 2015 te Oss, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet met kracht, meermalen, althans eenmaal, die [slachtoffer 1] met een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp in de borst en/of rug en/of arm(en), in elk geval in het lichaam heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij,

op of omstreeks 14 september 2015 te Oss, aan een persoon genaamd [slachtoffer 1] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel ((onder meer) een geperforeerde long en/of klaplong en/of blijvende littekens), heeft toegebracht, door die [slachtoffer 1] opzettelijk met kracht, meermalen, althans eenmaal, met een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp in de borst en/of rug en/of arm(en), in elk geval in het lichaam te steken en/of snijden;

2. hij, op of omstreeks 14 september 2015 te Oss, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven te beroven,

met dat opzet, met kracht die [slachtoffer 2] , meermalen, althans eenmaal, met een glas, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp tegen het gezicht en/of de nek heeft geslagen en/of in het gezicht en/of in de nek heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, op of omstreeks 14 september 2015 te Oss, aan een persoon genaamd [slachtoffer 2] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (letsel waarvoor ongeveer 50 hechtingen nodig waren om de wond te dichten en/of een blijvend litteken gezicht), heeft toegebracht, door die [slachtoffer 2] , meermalen, althans eenmaal, opzettelijk met kracht met een glas, in elk geval een scherp en/of puntig tegen het gezicht en/of de nek te slaan en/of in het gezicht en/of de nek te steken;

3. hij, op of omstreeks 14 september 2015 te Oss, aan een persoon genaamd [slachtoffer 3] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (blijvend letsel aan zijn armen), heeft toegebracht, door die [slachtoffer 3] opzettelijk met kracht, meermalen, althans eenmaal, (met

(een) om zich heen slaande en/of zwaaiende beweging(en)) met een mes, in elk

geval een scherp en/of puntig voorwerp, in de armen en/of hand, in elk geval in het lichaam van voornoemde [slachtoffer 3] te steken en/of snijden;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, op of omstreeks 14 september 2015 te Oss, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 3] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met kracht, meermalen, althans eenmaal, (met (een) om zich heen slaande en/of zwaaiende beweging(en)) die [slachtoffer 3] met een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp, in de armen en/of hand, in elk geval het in lichaam heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4. hij, op of omstreeks 14 september 2015 te Oss, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 4] van het leven te beroven, met dat opzet met kracht die [slachtoffer 4] , meermalen, althans eenmaal, met een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp in de borst en/of arm(en), in elk geval in het lichaam heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, op of omstreeks 14 september 2015 te Oss, aan een persoon genaamd [slachtoffer 4] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, door die [slachtoffer 4] opzettelijk met kracht, meermalen, althans eenmaal, met een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp in de borst en/of arm(en), in elk geval in het lichaam te steken en/of snijden;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, op of omstreeks 14 september 2015 te Oss, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 4] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met kracht, meermalen, althans eenmaal, die [slachtoffer 4] met een mes, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp, in de borst en/of arm(en), in elk geval het lichaam heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak.

Ten aanzien van feit 3

De rechtbank kan uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen en uit het onderzoek ter terechtzitting niet afleiden op welke manier en of [slachtoffer 3] is gestoken en/of gesneden door verdachte. De rechtbank acht om die reden, in navolging van de officier van justitie en de verdediging, niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder dit feit primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 4

Op basis van de voorhanden zijnde bewijsmiddelen kan de rechtbank weliswaar vaststellen dat [slachtoffer 4] letsel heeft opgelopen rechts naast het borstbeen en aan de linker bovenarm, maar niet de aard en de ernst van dat letsel. Naar het oordeel van de rechtbank kan dan ook niet worden vastgesteld of er een aanmerkelijke kans aanwezig was dat [slachtoffer 4] ten gevolge van het toegebrachte letsel zou komen te overlijden, noch of dit letsel als zwaar lichamelijk letsel kan worden gekwalificeerd. De rechtbank acht reeds om die reden, in navolging van de officier van justitie en de verdediging, niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder dit feit primair, subsidiair en meer subsidiair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.

Inleiding.

Bij de meldkamer van de politie ’s-Hertogenbosch komt een melding binnen van een vechtpartij bij café ’ [naam cafe] te Oss, waarbij meerdere gewonden zijn gevallen. Verdachte was bij de vechtpartij betrokken.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht de onder feit 1 primair en feit 2 primair ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft ook vrijspraak bepleit voor alle onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde feiten.

De bewijsmiddelen, zakelijk weergegeven. 1

De verklaring van verdachte.

Ik werd van achteren om mijn nek vastgegrepen door [slachtoffer 2] . Ik heb toen iets van de bar gepakt en achterover geslagen.2

De verklaringen van aangever/getuige [slachtoffer 2] .

Op 14 september 2015, omstreeks 00.10 uur, bevond ik mij in het café Het Vlashoekske aan de [adres 2] te Oss. Ik zag op dat moment een voor mij onbekende man het café binnenkomen. Ik zag dat deze man plaats nam aan de bar. De man was erg vervelend en provocerend bezig. Ik zag dat de man met zijn rechtervuist de man aan de tafel op zijn gezicht sloeg. Voordat de man nog één keer kon slaan, had ik de man in de houdgreep en werkte ik hem naar de grond. Ik heb hem gezegd dat het afgelopen moest zijn en dat hij naar buiten moest gaan. Ik hoorde dat hij daarmee instemde. Ik liet hem vervolgens los en heb hem overeind geholpen.3 Op een gegeven moment kregen we weer ruzie en pakte ik de man opnieuw in de houdgreep. Ik zag dat de man een glas van de bar pakte en dit over zijn hoofd naar achter tegen mijn hoofd sloeg. Door deze actie heb ik een snee van ongeveer vier centimeter opgelopen. De wond loopt rond. Buiten was de man nog steeds aan het provoceren.4

De verklaring van aangever/getuige [slachtoffer 3] .

Bij de politie.

Ik ben eigenaar van bar het Vlashoekske [adres 1] . Op 14 september 2015, omstreeks 00.10 uur, stond ik voor de bar met zicht op de voordeur van het café. Ik keek naar de voordeur en ik zag dat [verdachte] binnen kwam gelopen. Ik zag dat [verdachte] een agressieve houding had. Ik zag dat [verdachte] naar [slachtoffer 1] liep en hem een klap gaf. Vervolgens zag ik dat [slachtoffer 2] op [verdachte] dook en [verdachte] vast hield totdat deze rustig werd. Toen [verdachte] rustig werd liet [slachtoffer 2] [verdachte] los. Daarop pakte [verdachte] een glas van de bar en drukte deze kapot in het gezicht van [slachtoffer 2] . Daarop heb ik met een aantal klanten [verdachte] naar buiten op het terras geduwd. Buiten sloeg [verdachte] om zich heen. Ik zag vervolgens dat [verdachte] op de grond lag met [slachtoffer 1] .5

Ik kan zo niet constateren of er buiten rondom mijn café mogelijkheden zijn waardoor de verwondingen van mijzelf en mijn klanten zijn ontstaan. Er staat geen scherpe muur. Er zijn op de dag dat dit incident zich heeft voorgedaan geen voorwerpen geplaatst en/of weggehaald die de verwondingen konden veroorzaken.6

In eerste instantie werd er over en weer geslagen. Vervolgens ging men linksaf de [adres 3] in. Om de hoek werd het wat spannend. [slachtoffer 1] en [verdachte] lagen daar op een gegeven moment op elkaar. [verdachte] heb ik toen er onder uit getrokken. Volgens mij waren alleen [slachtoffer 1] en [verdachte] met elkaar doende.7

Bij de rechter-commissaris.

Toen zijn [slachtoffer 1] en zijn vriend naar buiten gekomen en zijn er klappen gevallen. Ik was naar [verdachte] toe gegaan omdat hij mij bleef uitdagen. Ik heb van [verdachte] een klap gekregen. [verdachte] heeft op het terras staan roepen: “Kom er maar uit”. Dat riep hij tegen mij en tegen de mensen binnen. Hij was ze aan het uitdagen. Het klopt dat [slachtoffer 2] [verdachte] nog een schop heeft verkocht. Verder is er op het terras niets gebeurd behalve duwen en trekken. Op een gegeven moment zag ik [slachtoffer 1] op [verdachte] liggen. Ze lagen dicht op elkaar en stil. Ik heb toen [verdachte] er onderuit getrokken. [verdachte] stond op en was nog aan het schelden en doen. [slachtoffer 1] is ook opgestaan en naar binnen gegaan via de zijdeur. Ik zag op dat moment de vertraagde motoriek van [slachtoffer 1] . Ik heb geen worsteling gehad met [verdachte] .8

De verklaring van aangever [slachtoffer 1] .

Bij de politie.

Ik zag dat [verdachte] omstreeks 23.30 uur/23.45 uur binnen kwam lopen. Ik hoorde dat hij van alles aan het roepen was. Hij was duidelijke aan het uitdagen. [verdachte] haalde met gebalde vuist uit naar mij. Ik zag dat [verdachte] uithaalde met een glas in het gezicht van [slachtoffer 2] . Ik zag dat er bij [slachtoffer 2] direct bloed uit zijn wang kwam.

Nadat [verdachte] buiten gewerkt was, bleef hij terugkomen richting café. Ik zag dat [verdachte] mij weer wilde slaan. Ik weet het niet meer precies, maar volgens mij pakte ik de arm van [verdachte] waardoor er een worsteling ontstond. Na de worsteling zag ik dat mijn arm open lag. Ik zag letterlijk mijn bot zitten, omdat een stuk vel open hing. In mijn linkerarm heb ik een snee van 15 centimeter. Daaraan hebben ze me geopereerd, omdat alle spieren en pezen doorgesneden waren. Ik draag nu een spalk zodat één en ander weer aan kan hechten. Ik heb op mijn linkerborst een snee van ongeveer vier centimeter, die is gehecht met vier nietjes. Een snee in mijn linkerarm en een snee in mijn rechter bovenarm zijn gehecht. Op mijn rug heb ik drie sneden. De grootste is ongeveer 35 centimeter. Daar zitten meerdere hechtingen in. De andere twee zitten ter hoogte van mijn schouderblad en zijn ook gehecht. Ik heb een snee op mijn hoofd, tussen mijn haren, die is ongeveer 5 centimeter.9

Bij de rechter-commissaris.

Dan zijn [verdachte] en ik vanuit het café gezien links bij de hoek. Hij wil mij slaan en ik pak zijn arm vast en dan vallen we beiden over een muurtje. Waar [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] op dat moment waren weet ik niet. Toen ik over het muurtje viel, was ik alleen met [verdachte] . Het laatste moment dat ik mij herinner dat ik geen wond op mijn arm heb is toen ik naar buiten liep. Ik had 8 of 9 verwondingen. Toen ik op de brancard lag hebben ze gezien dat ik ook gewond was aan mijn rug. [slachtoffer 4] kan mij deze verwondingen niet hebben toegebracht. Ik was met [verdachte] bezig, niet met [slachtoffer 4] . Ik ben alleen met [verdachte] bezig geweest.10

Het relaas van verbalisant [verbalisant 1].

Ik heb beelden bekeken die betrekking hebben op een incident dat heeft plaatsgevonden op 14 september 2015 omstreeks 00:10 uur bij ‘het Vlashoekske’ gelegen aan de [adres 4] te Oss. De beelden zijn genomen met 4 afzonderlijke camera’s. Elke opname bestaat uit 4 bestanden.

Camera 1 voor, bestand 3: 23:02:02 uur. (dit is nog de wintertijd):

De beelden laten de binnenkant van het café zien.

23:05:51: Man 1 haalt uit met de gebalde rechterhand naar man 2. Man 2 valt met de barkruk achterover. Een andere klant, Man 3, pakt man 1 vanachter teneinde hem weg te trekken. Er ontstaat een worsteling.

23:06:18: Man 1 valt op de grond.

23:06:39: Man 3 wil man 1 een hand geven om hem te helpen opstaan. Man 1 weigert dit. Hij staat uiteindelijk zelf op.

23:06:44: Er wordt over en weer gesproken. Man 3 haalt uit naar man 1 met de linkerhand. Vervolgens pakt hij man 1 weer vast en drukt hem tegen de bar.

23:06:58: Man 3, 4 en een vijfde man houden man 1 vast en brengen hem linksonder uit beeld. Een aantal klanten loopt in dezelfde richting.

23:12:14: Het is onrustig in het café. Er wordt naar buiten gekeken. Man 3, met doek in zijn hand, wil die richting uitlopen maar wordt tegen gehouden. Uiteindelijk loopt hij toch met 2 anderen naar buiten.

23:14:13: Twee mannen komen vanuit linksonder het beeld ingelopen. De voorste man (2) heeft donkere vlakken op de rug. De voorste man doet het shirt half uit. Te zien is dat zijn linkerarm een wond heeft.

Camera 2 achter, bestand 3: 23:02:02 uur (dit is nog de wintertijd)

Dit bestand laat tevens de binnenkant van het café zien. Nu van de andere zijde richting voordeur.

23:07:51: Man 2 en 5 geven hun horloge af aan een vrouw en gaan vervolgens weer naar buiten. Vanuit binnen is te zien dat man 1 en 2 elkaar enkele malen slaan. Wat er verder buiten gebeurt is niet helemaal duidelijk te zien. Er wordt wat op en neer gelopen.

23:14:08 Man 2 komt via de voordeur naar binnengelopen. Zijn shirt gescheurd. Zijn linkermouw is donker gekleurd.

Camera 3 bar, bestand 3: 23:02:02 uur (dit is nog de wintertijd):

Met deze camera wordt vanachter de bar het café gefilmd.

23:06:43: Man 3 haalt uit naar man 1 met de rechterhand. Man 1 schuift met zijn rechterarm over de bar en pakt met zijn rechterhand een glas vast. Hij slaat man 3 tweemaal met het glas richting gezicht. Hierna wordt man 1 naar buiten gebracht. Man 3 loopt binnen met zijn rechterhand tegen de rechterwang gedrukt.

Camera 4 buiten, bestand 3: 23:02:02 uur (dit is nog de wintertijd):

Deze camera laat de voorkant van het café zien. Het terras is te zien.

23:07:01: Man 1 en 3 komen naar buiten gevallen.

23:07:50: Man 1 komt teruggelopen richting café. De café-eigenaar zegt wat tegen man 1. Wordt dan aan de kant geduwd door man 2 en man 5. Deze laatste haalt uit met gebalde vuist naar man 1. Hij slaat verschillende malen. Man 2 duwt enkele malen. Er wordt wat op en neer gelopen. In de verte is vaag man 1 te zien omdat hij een wit shirt draagt.

23:11:23: Man 1 haalt uit naar de café-eigenaar. Dan haalt iemand anders uit naar man 1. Niet duidelijk welke man dat is.

23:14:09: Man 2 met gescheurd shirt en 5 met vlekken op het shirt lopen het café binnen.11

Door verbalisant [verbalisant 2] , werden onderstaande personen aan de hand van de beelden alsmede de beschrijvingen in de diverse processen-verbaal alsmede persoonlijk contact met een aantal genoemde personen herkend zoals hieronder aangegeven.

Man 1: [verdachte]

Man 2: [slachtoffer 1]

Man 3: [slachtoffer 2]

Man 4: [slachtoffer 3]

Man 5: [slachtoffer 4]12

Het relaas van verbalisant [verbalisant 3].

Ik had het verzoek gekregen om naar café ‘t Vlashuukske te gaan en daar de tijdstippen van de beveiligingscamera’s te controleren. Het camerasysteem loop 1 uur achter. Ik hoorde van de eigenaar dat er sinds het steekincident niets veranderd is aan het camerasysteem.13

Het relaas van verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5].

Op 14 september 2015 vanaf 12:00 uur werd door ons een sporenonderzoek verricht in en om café ‘Vlashuukske’ te Oss. Van dit sporenonderzoek werd door ons een proces-verbaal

opgemaakt en ondertekend op 9 oktober 2015. In dit proces-verbaal werd abusievelijk niet vermeld dat er buiten op het terras van het café voornoemd en in de directe omgeving daar omheen geen scherpe voorwerpen dan wel scherpe of spitse uitstekende delen werden aangetroffen.14

Rapportage van het Nederlands Forensisch Instituut.

Betreft onderzoek naar de aard, oorzaak en gevaarzetting van letsels bij de heer [slachtoffer 2]

.

Op de foto’s zijn navolgende letsels zichtbaar (zie afbeelding 1).

1. In de huid van de linker wang bevindt zich juist onder de buitenooghoek een chirurgisch gehechte scherprandige huidklieving met complexe vorm bestaande uit driekwart ovaalvorm en een centraal benedenwaarts verlopend lijnvormig traject. De wondtrajecten meten (in volgorde tegen de wijzers van de klok in) circa 3- 1,8 - 3,5 - 1.5- 3,5 centimeter. Er zijn circa 25 blauwkleurige hechtdraden aangebracht.

2. tot en met 6. (…)

Aspect en samenhang van letsels 1 tot en met 6 zijn zeer wel passend bij letsel door scherpe glasranden en -punten, zoals kan worden veroorzaakt door een slag met (een drink)glas tegen de linker wang waarbij een draaiende beweging werd uitgevoerd tijdens de impact.

De gevaarzetting van de vastgestelde letsels.

De risico’s van de vastgestelde letsels voor de gezondheid van betrokkene zijn gering geweest. Van letsel 1 zal een blijvend zichtbaar litteken resteren.15

Omschrijving van het letsel door arts [naam arts] .

Medische informatie betreffende [slachtoffer 1] .

Uitwendig waargenomen letsel:

Grote steekverwonding linker onderarm met bloed met huiddeffect en pezen in zicht.

Bijzondere mededeling door de arts:

Ten gevolge van de steekwond op de rug is een kleine klaplong ontstaan.16

Rapportage van het Nederlands Forensisch Instituut.

Betreft onderzoek naar de aard, oorzaak en gevaarzetting van letsels bij de heer [slachtoffer 1] .

Bevindingen:

- Aan de voorzijde van de borst, enkele centimeters links van de middenlijn en enkele centimeters onder het sleutelbeen, bevindt zich een schuin georiënteerde scherprandige huidklieving met een geschatte lengte van circa 4 centimeter.

- Links aan de rug, enkele centimeters onder de nek, bevinden zich twee boogvormige scherprandige huidklievingen van enkele centimeters lengte.

- Rechts aan de onderste helft van de rug, grenzend aan de flank, is een verticaal georiënteerde scherprandige huidklieving met een lengte van meerdere decimeters.

Twee letsels beschreven in het medisch dossier waren niet afgebeeld op de foto’s: een steekwond links aan het voorhoofd en een grote steekwond aan de linker onderarm. In de linker onderarm zou zich een grote wond hebben bevonden waarbij pezen en spieren doorgesneden waren. In dit kader heeft operatieve hechting van deze inwendige structuren plaatsgevonden door een plastisch chirurg. Uit het medisch dossier blijkt voorts dat de rechter long in geringe mate was samengevallen door een niet nader aangeduid steekletsel in de rug. Blijkend uit de herbeoordeling van radiologische onderzoeken was de klaplong meest waarschijnlijk veroorzaakt door een inwendig steekkanaal behorend bij het grote

snij/steekletsel rechts aan de rug.

Op de foto’s bleken hechtwonden van scherprandige huidklievingen aanwezig aan de linker voor- en achterzijde van de borstkas, rechts aan de onderrug en aan de buitenzijde van beide bovenarmen. Deze letsels waren het gevolg van uitwendige inwerking van mechanisch geweld, uitgeoefend door snijden en/of steken met een scherprandig (en scherppuntig) voorwerp, zoals bijvoorbeeld een mes, schaar of glasscherf, et cetera.

De gevaarzetting van de vastgestelde letsels.

De noodzaak tot observatie op de afdeling Intensive Care duidt erop dat het optreden

van levensbedreigende complicaties niet uitgesloten werd geacht.

Wat is de gevaarzetting van de geconstateerde letsels?

De mogelijke medische gevolgen zijn uiteengezet in de bespreking van de gevaarzetting op pagina 5 tot en met 11 van dit verslag.

De risico’s van de vastgestelde letsels voor de algemene gezondheid door de uitgevoerde handelingen (snijden en/of steken met een scherprandig/scherppuntig voorwerp in voorhoofd, armen, voor- en achterzijde van de borstkas en rug, dan wel de directe omgevingen daarvan), zijn aanzienlijk te noemen. Zelfstandig dan wel in combinatie kunnen snij/steekletsels aan het hoofd, de borstkas en de rug fataal verlopen. De gezondheidstoestand kan daarbij cumulatief slechter worden als er meer dan één van bovengenoemde complicaties optreedt. In dit kader zouden ook de snij/steekletsels aan de armen een bijdrage kunnen leveren.17

Nadere bewijsoverweging ten aanzien van feit 1 en feit 2.

Hetgeen de verdediging ten aanzien van het bewijs ten verweer heeft betoogd, vindt zijn weerlegging in de inhoud van de bewijsmiddelen die de rechtbank voor deze feiten heeft gebezigd. De rechtbank heeft in het strafdossier noch het verhandelde ter terechtzitting aanknopingspunten gevonden die maken dat aan de inhoud van die bewijsmiddelen behoort te worden getwijfeld.

Het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van feit 1

Op basis van de beschikbare camerabeelden (waarbij de rechtbank een uur bij de tijd heeft opgeteld gezien het relaas van verbalisant [verbalisant 6] ) stelt de rechtbank het volgende vast. Op 14 september 2015 om 00:07:01 komt verdachte uit het café naar buiten gevallen. Omstreeks 00:07:50 is te zien dat [slachtoffer 1] ook het café uitloopt en dat hij verdachte een paar keer een duw geeft buiten het café en dat er daarna in de verte wat op en neer gelopen wordt. Om 00:14:08, dus iets meer dan zes minuten later, is te zien dat [slachtoffer 1] het café weer binnenloopt met onder meer een donker gekleurde linker mouw. Om 00:14:13 is de verwonding op de linkerarm van aangever te zien.

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat hij niet gewond was aan zijn arm toen hij om 00:07 uur naar buiten liep. De rechtbank heeft in het procesdossier geen aanwijzingen aangetroffen die erop wijzen dat dit niet ook geldt voor de rest van zijn lichaam. [slachtoffer 1] verklaart verder dat hij buiten het café alleen bezig is geweest met verdachte. Deze verklaring is in lijn met de verklaring van getuige [slachtoffer 3] . De laatste schermutseling buiten het café was de worsteling tussen verdachte en [slachtoffer 1] , waarbij alleen deze twee mannen met elkaar bezig waren en op elkaar lagen totdat [slachtoffer 3] verdachte wegtrok. Eerst daarna constateerde [slachtoffer 1] het letsel aan zijn linker onderarm. Daarna zijn de andere verwondingen bij hem ontdekt door het ambulancepersoneel. Door verbalisanten zijn buiten op het terras van het café en in de directe omgeving daar omheen geen scherpe voorwerpen dan wel scherpe of spitse uitstekende delen aangetroffen.

Gelet op het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte tijdens een worsteling buiten het café met een scherp voorwerp op meerdere plaatsen in het lichaam van [slachtoffer 1] gestoken en/of gesneden heeft. De rechtbank acht het daarbij met name redengevend dat in het geschetste korte tijdsverloop van slechts ruim 6 minuten, waarin [slachtoffer 1] de verwondingen moet hebben opgelopen, [slachtoffer 1] alleen met verdachte in een worsteling is geraakt, waarbij sprake was van direct lijflijk contact en waarbij verdachte en [slachtoffer 1] uiteindelijk op elkaar lagen.

Zoals omschreven in het NFI-rapport, kunnen snij/steekletsels aan het hoofd, de borstkas en de rug zelfstandig dan wel in combinatie fataal verlopen. De gezondheidstoestand kan daarbij cumulatief slechter worden als er meer dan één van de omschreven complicaties optreedt. In dit kader zouden ook de snij/steekletsels aan de armen een bijdrage kunnen leveren. Daarnaast bestond er de noodzaak om [slachtoffer 1] ter observatie op de afdeling Intensive Care te houden, wat erop duidt dat het optreden van levensbedreigende complicaties niet uitgesloten werd geacht. Op grond van de omschrijving van de verwonding aan de linker onderarm van [slachtoffer 1] en gezien de klaplong die [slachtoffer 1] heeft opgelopen naar aanleiding van de steekverwonding op zijn rug, stelt de rechtbank vast dat verdachte in ieder geval op deze plaatsen met kracht heeft gestoken. Daarnaast heeft verdachte [slachtoffer 1] verder nog gestoken en/of gesneden in het voorhoofd, vlak onder de nek in de rug, in de borst en in beide bovenarmen. Bovendien was er in dit geval sprake van een schermutseling waarbij twee personen dicht op elkaar liggen en één van deze personen zich met een scherp voorwerp aan die worsteling probeert te onttrekken, waarbij het zeer wel mogelijk moet worden geacht dat deze persoon door onvoorziene bewegingen van het slachtoffer de controle over (eventueel bedoelde) insteeklocaties en perforatiediepte verliest.

Het in deze situatie op een dusdanige manier toebrengen van steekwonden op zoveel kwetsbare, vitale delen van het lichaam brengt een aanmerkelijke kans op het overlijden van het slachtoffer met zich. De rechtbank is van oordeel dat verdachte, door met deze frequentie op deze plaatsen op het lichaam van het slachtoffer in te steken, willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer aan de gevolgen hiervan zou komen te overlijden. Verdachte heeft daarmee in voorwaardelijke zin opzet gehad op de dood van [slachtoffer 1] . De rechtbank acht de poging tot doodslag daarom wettig en overtuigend bewezen.

Het andersluidend verweer wordt verworpen.

Gelet op de inhoud van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen en hetgeen hiervoor is overwogen, acht de rechtbank het onder feit 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hierna onder “de bewezenverklaring” nader zal worden aangegeven.

Ten aanzien van feit 2

Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat verdachte op 14 september 2015 [slachtoffer 2] (hierna: aangever) tweemaal achterwaarts met een glas in het gezicht heeft geslagen. Dat het letsel op de linker wang van aangever is ontstaan door deze handelingen van verdachte leidt de rechtbank, naast de verklaring van aangever zelf, af uit de verklaring van getuige [slachtoffer 1] , die verklaard heeft dat verdachte uithaalde met een glas in het gezicht van aangever en dat er vervolgens direct bloed uit de wang van aangever kwam.

Naar het oordeel van de rechtbank was daarbij bij verdachte sprake van voorwaardelijk opzet. Daartoe acht de rechtbank redengevend dat verdachte zeer dicht voor aangever stond en toen tweemaal met een glas over zijn schouder heeft uitgehaald. Dit handelen levert naar het oordeel van de rechtbank de aanmerkelijke kans op dat die ander met dat glas in het gezicht wordt geraakt waardoor die ander ernstig letsel oploopt. De rechtbank is voorts van oordeel dat de gedraging van de verdachte naar zijn uiterlijke verschijningsvorm zo zeer is gericht op het raken van aangever met het glas, dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte deze aanmerkelijke kans ook heeft aanvaard.

Naar het oordeel van de rechtbank was dit opzet van verdachte, anders dan door de officier van justitie gesteld, niet gericht op het doden van aangever. Daartoe acht de rechtbank redengevend dat de deskundige van het NFI geen mogelijk voorstelbaar fataal letsel aan de linker zijde van het hoofd bij snij-, steek- en/of slagbewegingen met een scherprandig en/of scherppuntig voorwerp in dit gebied beschrijft. Anders is dat in de hals, waar zich (slag)aders bevinden. Echter, de rechtbank acht de verwonding van aangever aan zijn hals, zijnde een klein oppervlakkig wondje, niet van dien aard dat er bij het toebrengen van dat letsel kan worden gesproken van een aanmerkelijke kans op fataal letsel. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank verdachte dan ook vrijspreken van de onder feit 2 primair ten laste gelegde poging tot doodslag.

Het litteken op de linker wang van aangever is ingrijpend en ontsierend. Door de deskundige van het NFI is vastgesteld dat van het letsel op de linker wang een blijvend zichtbaar litteken zal resteren. Daarmee is het door verdachte veroorzaakte letsel aan de linker wang van aangever naar het oordeel van de rechtbank wel aan te merken als zwaar lichamelijk letsel.

Gelet op de inhoud van de bewijsmiddelen en hetgeen hiervoor is overwogen, acht de rechtbank het onder feit 2 subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hierna onder “de bewezenverklaring” nader zal worden aangegeven.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

ten aanzien van feit 1, primair

op 14 september 2015 te Oss, ter uitvoering van het door hem, verdachte, voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet met kracht meermalen die [slachtoffer 1] met een scherp of puntig voorwerp in de borst en rug en armen heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

ten aanzien van feit 2, subsidiair

op 14 september 2015 te Oss, aan een persoon genaamd [slachtoffer 2] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (blijvend litteken gezicht), heeft toegebracht, door die [slachtoffer 2] , meermalen opzettelijk met kracht met een glas tegen het gezicht te slaan.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Ten aanzien van feit 1

Het onder feit 1 bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit. Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van dit feit uitsluiten.

Ten aanzien van feit 2

Door de verdediging is ten aanzien van dit feit een beroep gedaan op noodweer.

Verdachte is twee keer door [slachtoffer 2] van achteren vastgepakt. De eerste keer pakte [slachtoffer 2] verdachte vast nadat hij [slachtoffer 1] had geslagen. [slachtoffer 2] heeft verdachte losgelaten en zij hebben met elkaar gesproken waarna [slachtoffer 2] verdachte wederom vastpakte.

Ten aanzien van de tweede keer dat [slachtoffer 2] verdachte van achteren vastpakte, kan de rechtbank op basis van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting niet vaststellen wat de aanleiding voor deze tweede tegen verdachte gerichte aanval is geweest. De getuigen zeggen daarover niets en de beelden laten zien dat verdachte in de richting van [slachtoffer 2] spreekt, maar niet duidelijk is wat er gezegd wordt. Hoewel uit de verklaringen van de getuigen blijkt dat verdachte zich die avond provocerend gedroeg, is niet duidelijk geworden of verdachte de tweede houdgreep heeft uitgelokt. Mocht verdachte daartoe geen aanleiding hebben gegeven dan mocht hij zich hiertegen verdedigen. Echter, het beroep op noodweer kan desondanks niet slagen, nu de wijze waarop verdachte zich vervolgens heeft verdedigd, naar het oordeel van de rechtbank buitenproportioneel was. De door verdachte gebezigde handeling, het tweemaal met kracht uithalen met een glas over zijn schouder in het gezicht van een ander, kan niet als een ‘passende verdedigingshandeling’ worden aangemerkt, nu deze manier van verdedigen in geen redelijke verhouding stond met de ernst van de wijze waarop [slachtoffer 2] verdachte had vastgepakt. De ernst van het door [slachtoffer 2] opgelopen letsel onderstreept het disproportionele karakter van de actie van verdachte des te meer. De rechtbank acht het in dit kader ook redengevend dat op basis van de verschillende getuigenverklaringen en de camerabeelden niet aannemelijk is geworden dat verdachte zodanig werd vastgepakt dat hij bijna het bewustzijn zou verliezen, zoals door de verdediging is gesteld. Omdat verdachte de grenzen van een noodzakelijke verdediging heeft overschreden, kan het beroep op noodweer niet slagen. Dit verweer wordt dan ook verworpen. Het door verdachte begane feit is strafbaar.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie eist een gevangenisstraf van 6 jaar met aftrek van het voorarrest.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag en aan zware mishandeling. Het zeer gewelddadig karakter van de door verdachte gepleegde strafbare feiten laat zien dat verdachte er niet voor terugschrikt om zwaar geweld tegen andere mensen te gebruiken. Verdachte heeft zich bij zijn strafbaar handelen niet bekommerd om de gevolgen. Verdachte heeft met zijn handelen een grote inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers en hun lichamelijke integriteit aangetast. Slachtoffer [slachtoffer 1] ondervindt nog steeds lichamelijke klachten als gevolg van de steekpartij en moet op korte termijn wederom geopereerd worden aan zijn linker onderarm. Slachtoffer [slachtoffer 2] heeft een blijvend litteken in zijn gezicht. Slachtoffers van dit soort ernstige feiten ondervinden daar vaak nog jarenlang last van en de herinnering eraan hindert hen in hun dagelijks bestaan. Uit de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring van slachtoffer [slachtoffer 1] blijkt dat dit ook in deze zaak het geval is.

Ten voordele van verdachte houdt de rechtbank er rekening mee dat er sprake was van een vechtpartij waarbij ook tegen verdachte geweld is gebruikt en dat de beide slachtoffers zich ook niet onbetuigd hebben gelaten.

Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de rechtspraak ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur als na te melden.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt en daarnaast van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .

De rechtbank acht - als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade - de volgende onderdelen van de vordering toewijsbaar:

- immateriële schadevergoeding van € 5.000,00 en

- materiële schadevergoeding van € 3.378,15, bestaande uit:

- € 64,00 (post “kosten verslaglegging”);

- € 164,20 (post “reis- en parkeerkosten”);

- € 121,92 (post “vernielde kleding”);

- € 84,00 (post “liggeld ziekenhuis”);

- € 2.569,03 (post “medische kosten”);

- € 375,00 (post “eigen risico”);

alle bedragen vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 september 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren ten aanzien van de onderstaande posten van de vordering:

  • -

    immateriële schade voor zo ver deze het bedrag van € 5.000,00 te boven gaat;

  • -

    materiële schadevergoeding van € 150,00 (post “algemene materiële schade”);

  • -

    materiële schadevergoeding van € 90,75 (post “medische verslaglegging verzekeringsgeneeskundige”);

  • -

    materiële schadevergoeding ten aanzien van de post “medische kosten”, voor zover deze het bedrag van € 2.569,03 te boven gaat.

Van dit gedeelte van de vordering is onvoldoende onderbouwd of en in hoeverre deze kosten zijn gemaakt in directe relatie tot het bewezen verklaarde feit. Nader onderzoek naar de juistheid en omvang van de vordering (in zoverre) zou een uitgebreide nadere behandeling vereisen. De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van (dit deel van) de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De benadeelde partij kan deze onderdelen van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal een bedrag van € 14,10 aan gevorderde materiele schadevergoeding (post “medische kosten”) afwijzen, omdat uit het overgelegde recept met kenmerk IU05162 (bijlage 9 bij de vordering) blijkt dat dit bedrag dubbel gedeclareerd wordt.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] .

De rechtbank zal de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verdachte wordt vrijgesproken van het feit waarop de vordering van de benadeelde partij betrekking heeft. De rechtbank zal de kosten van partijen als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering compenseren aldus dat elke partij haar eigen kosten draagt.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

24c, 27, 36f, 45, 57, 287 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

DE UITSPRAAK

T.a.v. feit 2 primair, feit 3 primair, feit 3 subsidiair, feit 4 primair, feit 4 subsidiair, feit 4 meer subsidiair:

De rechtbank verklaart niet bewezen dat verdachte het onder deze feiten ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

T.a.v. feit 1 primair, feit 2 subsidiair:

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1 primair: Poging tot doodslag. T.a.v. feit 2 subsidiair: Zware mishandeling. Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en maatregel.

T.a.v. feit 1 primair, feit 2 subsidiair: Gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar en 6 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht

T.a.v. feit 1 primair:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 8.378,15 subsidiair 76 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van een bedrag van EUR 8.378,15 (zegge achtduizend driehonderdachtenzeventig euro en vijftien cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 76 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van EUR 5.000,00 immateriële schadevergoeding en een bedrag van EUR 3.378,15 materiële schadevergoeding, bestaande uit:

- EUR 64,00 (post "kosten verslaglegging");

- EUR 164,20 (post "reis- en parkeerkosten");

- EUR 121,92 (post "vernielde kleding");

- EUR 84,00 (post "liggeld ziekenhuis");

- EUR 2.569,03 (post "medische kosten");

- EUR 375,00 (post "eigen risico").

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op. Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 september 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] :

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van EUR 8.378,15 (zegge achtduizend driehonderdachtenzeventig euro en vijftien cent), te weten een bedrag van EUR 5.000,00 immateriële schadevergoeding en een bedrag van EUR 3.378,15 materiële schadevergoeding, bestaande uit:

- EUR 64,00 (post "kosten verslaglegging");

- EUR 164,20 (post "reis- en parkeerkosten");

- EUR 121,92 (post "vernielde kleding");

- EUR 84,00 (post "liggeld ziekenhuis");

- EUR 2.569,03 (post "medische kosten");

- EUR 375,00 (post "eigen risico").

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 september 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot heden begroot op nihil. Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

Bepaalt dat de benadeelde partij ten aanzien van de onderstaande posten van de vordering niet ontvankelijk is:

-immateriële schade voor zover deze het bedrag van EUR 5.000,00 te boven gaat;

-materiële schadevergoeding van EUR 150,00 (post "algemene materiële schade");

-materiële schadevergoeding van EUR 90,75 (post "medische verslaglegging

verzekeringsgeneeskundige");

-materiële schadevergoeding ten aanzien van de post "medische kosten", voor zover deze het bedrag van EUR 2.569,03 te boven gaat.

Wijst de vordering af ten aanzien van een bedrag van EUR 14,10 aan gevorderde materiële schadevergoeding (post "medische kosten").

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] :

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk in zijn vordering.

Compenseert de kosten van partijen aldus, dat elke partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.H.L.M. Snijders, voorzitter,

mr. A.M. Kooijmans-de Kort en mr. W.T.A.M. Verheggen, leden,

in tegenwoordigheid van mr. S. Kriekaard, griffier,

en is uitgesproken op 25 maart 2016.

Mr. W.T.A.M. Verheggen is buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Tenzij anders vermeld wordt verwezen naar de paginanummers uit het proces-verbaal van de regiopolitie Oost-Brabant, district Eindhoven, registratienummer: PL2100-2015206051, gesloten op 19 oktober 2015, aantal doorgenummerde bladzijden: 301.

2 Afgelegd ter terechtzitting van 11 maart 2016.

3 Proces-verbaal verhoor aangifte, pag. 225-226.

4 Proces-verbaal verhoor getuige pag. 228

5 Proces-verbaal verhoor aangifte, pag. 230-231.

6 Proces-verbaal verhoor aangever, pag. 235-236.

7 Proces-verbaal verhoor aangever, pag. 240.

8 Afgelegd bij de rechter-commissaris d.d. 22 januari 2016.

9 Proces-verbaal aangifte, inclusief foto’s van de verwondingen, pag. 243.

10 Afgelegd bij de rechter-commissaris d.d. 22 januari 2016.

11 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 88-91.

12 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 92.

13 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 94.

14 Aanvullend proces-verbaal sporenonderzoek, met proces-verbaalnummer PL2100-2015204920-20a, opgemaakt en ondertekend d.d. 26 december 2015.

15 NFI-rapportage d.d. 30 november 2015, met kenmerk 2015.11.11.158 [slachtoffer 2] , aantal doorgenummerde pagina’s: 7.

16 Aanvraagformulier medische informatie, ingevuld d.d. 14 september 2015, pag. 97.

17 NFI-rapportage d.d. 14 december 2015, met kenmerk 2015.11.11.158 [slachtoffer 1] , aantal doorgenummerde pagina’s: 12.