Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2016:1120

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
09-03-2016
Datum publicatie
11-03-2016
Zaaknummer
C/01/292106 / HA ZA 15-260
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Tussen partijen, die in gemeenschap van goederen waren gehuwd, is de echtscheiding uitgesproken. Bij vonnis is de wijze van verdeling van in de gemeenschap vallende lijfrentepolissen bepaald.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: C/01/292106 / HA ZA 15-260

Vonnis van 9 maart 2016

in de zaak van

[eiseres in conventie/verweerster in reconventie] ,

wonende te [woonplaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. L.F. Portier te Eindhoven,

tegen

[gedaagde in conventie/eiser in reconventie] ,

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. R.C.J. Theuns te Valkenswaard.

Partijen zullen hierna [eiseres in conventie/verweerster in reconventie] en [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 29 juli 2015

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 7 januari 2016.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Partijen zijn met elkaar in gemeenschap van goederen gehuwd geweest. De echtscheiding tussen partijen is door deze rechtbank op 27 juli 2010 uitgesproken en op 22 november 2010 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

2.2.

Partijen hebben de huwelijksgoederengemeenschap gedeeltelijk verdeeld. Volgens [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] heeft [eiseres in conventie/verweerster in reconventie] de bij de verdeling aan hem toebedeelde roerende zaken niet aan hem afgegeven. Tot het onverdeelde gedeelte van de huwelijksgoederengemeenschap behoren een lijfrentepolis bij Allianz met een afkoopwaarde van € 18.304,00 op 30 juni 2014 en een lijfrentepolis bij Fortis ASR met een huidige afkoopwaarde van € 28.203,00. Beide lijfrentepolissen staan op naam van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie]. Volgens [eiseres in conventie/verweerster in reconventie] behoort tot de nog te verdelen huwelijksgoederengemeenschap ook een teruggave belasting over 2008 ten bedrage van

€ 8.209,00.

3 De vordering in conventie

3.1.

[eiseres in conventie/verweerster in reconventie] vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] veroordeelt tot betaling van € 25.104,50, te vermeerderen met rente en kosten.

4 De vordering in reconventie

4.1.

[gedaagde in conventie/eiser in reconventie] vordert, na vermindering van zijn eis bij gelegenheid van de comparitie na antwoord, dat de rechtbank de vermogensrechtelijke afwikkeling vast stelt in die zin dat de lijfrentepolissen aan [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] worden toebedeeld onder de verplichting om 50% van de afkoopwaarde, zijnde € 6.511,07, aan [eiseres in conventie/verweerster in reconventie] te betalen en dat de rechtbank bepaalt dat [eiseres in conventie/verweerster in reconventie] binnen uiterlijk veertien dagen na het wijzen van vonnis in deze procedure de aan [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] toekomende roerende zaken voorkomende op de bij de inleidende dagvaarding gevoegde door beide partijen ondertekende lijst van roerende zaken zal dienen af te geven, bij gebreke waarvan zij gehouden is om ter zake een vergoeding aan [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] te betalen van

€ 10.000,00 althans een bedrag als uw rechtbank in goede justitie zal vaststellen, met veroordeling van [eiseres in conventie/verweerster in reconventie] in de kosten.

5 De beoordeling

in conventie en in reconventie

5.1.

De vorderingen van partijen zien voor wat betreft de teruggave belasting over 2008 en de lijfrentepolissen op de nadere verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap.

5.1.1.

Voor de verdeling van het huwelijksvermogen geldt, voor wat betreft de samenstelling van dat vermogen, als uitgangspunt de datum van ontbinding van het huwelijk als peildatum. [eiseres in conventie/verweerster in reconventie] heeft niet gesteld dat tussen partijen van dit uitgangspunt zou moeten worden afgeweken zodat het uitgangspunt ook voor de thans gevorderde nadere verdeling heeft te gelden. De in aanmerking te nemen peildatum is 22 november 2010 (zie hiervoor onder 2.1).

5.1.2.

Tussen partijen is niet in geschil dat er in 2009, toen partijen nog gehuwd waren, op een bankrekening ten name van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] een teruggave inkomstenbelasting over 2008 ter hoogte van € 8.209,00 is uitgekeerd. [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] heeft gesteld dat hij dit bedrag heeft aangewend om de hypothecaire lasten verbonden aan de echtelijke woning van partijen, te voldoen. Gesteld noch gebleken is dat op de peildatum 22 november 2010 het bedrag ter hoogte van de teruggave inkomstenbelasting over 2008 nog deel uitmaakte van de huwelijksgoederengemeenschap. [eiseres in conventie/verweerster in reconventie] heeft onvoldoende onderbouwd dat er desondanks gronden bestaan om dit bedrag in de verdeling te betrekken. Er zal daarom bij de nadere verdeling met dit bedrag geen rekening worden gehouden.

5.1.3.

De beide lijfrentepolissen staan op naam van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie]. Beide partijen staan toedeling van de lijfrentepolissen aan [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] voor onder de verplichting van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] om de helft van de waarde daarvan aan [eiseres in conventie/verweerster in reconventie] te vergoeden.

Partijen verschillen van mening over de hoogte van die waarde. De stellingen van [eiseres in conventie/verweerster in reconventie], zoals weergegeven bij conclusie van antwoord in reconventie, komen er op neer dat indien de lijfrentepolissen aan [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] worden toebedeeld, [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] aan haar een bedrag dient te voldoen ter hoogte van de helft van de met 52% belasting te verminderen som van de afkoopwaarden van de lijfrentepolissen. Volgens [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] dient tevens rekening te worden gehouden met een boete van 20% die bij tussentijdse afkoop verschuldigd is, zodat aan [eiseres in conventie/verweerster in reconventie] toekomt een bedrag ter hoogte van de helft van de met 52% belasting en 20% boete te verminderen som van de afkoopwaarden van de lijfrentepolissen.

5.1.4.

De rechtbank is van oordeel dat er bij toedeling van de lijfrentepolissen aan [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] geen aanleiding bestaat om een boete van 20% in aanmerking te nemen. Er vindt dan immers geen afkoop plaats en de boete van 20% zullen partijen, dan wel zal [gedaagde in conventie/eiser in reconventie], immers niet verschuldigd worden. De lijfrentepolissen zullen daarom aan [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] worden toebedeeld onder de verplichting om de helft van de afkoopwaarde verminderd met 52% belasting aan [eiseres in conventie/verweerster in reconventie] uit te keren. Bij een verdeling op deze wijze wordt tegemoet gekomen aan het bezwaar van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] dat er bij tussentijdse afkoop sprake zou zijn van een onaanvaardbare kapitaalvernietiging.

5.1.5.

[gedaagde in conventie/eiser in reconventie] heeft ter comparitie verklaard dat hij niet in staat is om bij toedeling van de lijfrentepolissen aan hem, de helft van de afkoopwaarde verminderd met 52% belasting aan [eiseres in conventie/verweerster in reconventie] te voldoen. Voor zover dat inderdaad het geval is zal de verdeling op andere wijze dienen plaats te vinden. Nadat [eiseres in conventie/verweerster in reconventie] ter comparitie te kennen had gegeven niet naast [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] als mede-begunstigde op de lijfrentepolissen te willen worden opgenomen heeft [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] zijn daartoe strekkende vordering ingetrokken. Als subsidiaire wijze van verdeling blijft naar het oordeel van de rechtbank over de afkoop van de lijfrentepolissen door [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] waarbij hij vervolgens de helft van de opbrengst daarvan te verminderen met 52% belasting, aan [eiseres in conventie/verweerster in reconventie] dient te voldoen. Ter zake de opbrengst van de afkoop is tussen partijen niet in geschil dat er voor wat betreft de lijfrentepolis van Allianz rekening moet worden gehouden met een verschuldigde boete van 20%. Voor wat betreft de Fortis ASR lijfrentepolis heeft [eiseres in conventie/verweerster in reconventie] gesteld dat er geen rekening moet worden gehouden met een verschuldigde boete wegens afkoop omdat [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] deze polis in 2013, toen deze zonder boete beëindigd had kunnen worden, heeft verlengd zonder kennisgeving aan en toestemming van [eiseres in conventie/verweerster in reconventie], waardoor deze nu niet anders dan onder verschuldigdheid van een boete kan worden afgekocht. [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] heeft daartegenover aangevoerd dat de polis in 2013 niet is vrijgevallen en ter onderbouwing is zijnerzijds daarbij verwezen naar productie F bij dagvaarding. Uit die productie, waarin melding wordt gemaakt van 1 juli 2013 als ingangsdatum van deze polis, blijkt echter niet dat er geen sprake is van vrijval en verlenging van de polis. Nu [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] zijn stelling onvoldoende heeft onderbouwd zal er van worden uitgegaan dat de polis in 2013 is verlengd zonder [eiseres in conventie/verweerster in reconventie] daarin te kennen en haar goedkeuring daarvoor te hebben verkregen, zodat het aan [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] is toe te rekenen dat afkoop nu niet anders kan plaatsvinden dan onder verschuldigdheid van een boete. Op grond hiervan dient de boete voor rekening van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] te blijven.

5.1.6.

Gelet op het vorenstaande zal de verdeling van de lijfrentepolissen worden gelast zoals hierna te bepalen.

in reconventie

5.2.

De vordering tot afgifte van roerende zaken ziet op alle zaken die zijn vermeld op de lijst die aan de dagvaarding is gehecht. Ter zitting heeft [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] gesteld dat hij een aantal goederen van die lijst heeft ontvangen. De vordering kan alleen al daarom niet worden toegewezen. Bovendien heeft [eiseres in conventie/verweerster in reconventie] gesteld dat zij alle zaken op die lijst aan [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] ter beschikking heeft gesteld en dat zij geen van de zaken meer onder zich heeft. Nu [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] dat niet heeft weersproken moet er van worden uitgegaan dat [eiseres in conventie/verweerster in reconventie] niet in staat is goederen die op de lijst staan aan [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] af te geven. De vordering tot afgifte moet daarom worden afgewezen. [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] heeft, voor het geval [eiseres in conventie/verweerster in reconventie] de zaken niet aan hem zou overhandigen, gevorderd dat [eiseres in conventie/verweerster in reconventie] wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van

€ 10.000,00 dan wel een door de rechtbank in goede justitie vaste te stellen bedrag. [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] heeft deze vordering in het geheel niet onderbouwd. Zo heeft hij niets gesteld omtrent de waarde van de verschillende zaken, gerelateerd aan de aanschafprijs en ouderdom daarvan. Ook deze vordering zal daarom worden afgewezen.

in conventie en in reconventie

5.3.

Gelet op de omstandigheid dat partijen voormalige echtelieden zijn, zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6 De beslissing

De rechtbank

in conventie en in reconventie

6.1.

bepaalt dat de nadere verdeling van de tussen partijen bestaande gemeenschap aldus dient plaats te vinden dat de op naam van [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] staande lijfrentepolissen bij Allianz en Fortis ASR worden toebedeeld aan [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] onder de verplichting om uiterlijk vier weken na de datum van dit vonnis de helft van de, met 52% belasting verminderde afkoopwaarde per datum verdeling, onder overlegging van bewijsstukken van die afkoopwaarde, aan [eiseres in conventie/verweerster in reconventie] uit te keren, te vermeerderen met de wettelijke rente over het te betalen bedrag met ingang van vier weken na de datum van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening,

tenzij [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] binnen vier weken na dit vonnis bij aangetekend schrijven aan [eiseres in conventie/verweerster in reconventie] te kennen geeft niet aan deze wijze van verdeling te willen meewerken,

6.2.

bepaalt dat, indien [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] binnen vier weken na dit vonnis bij aangetekend schrijven aan [eiseres in conventie/verweerster in reconventie] te kennen geeft niet aan de hiervoor onder 6.1 bepaalde wijze van verdeling te willen meewerken, de nadere verdeling van de tussen partijen bestaande gemeenschap aldus dient plaats te vinden dat [gedaagde in conventie/eiser in reconventie] de op zijn naam staande lijfrentepolissen bij Allianz en Fortis ASR dient af te kopen en de helft van de, voor wat betreft de lijfrentepolis bij Allianz met 20% boete verminderde, voor wat betreft de lijfrentepolis bij Fortis ASR zonder boete verminderde en voor wat betreft beide polissen met 52% belasting verminderde, afkoopwaarde, onder overlegging van bewijsstukken van die afkoop, aan [eiseres in conventie/verweerster in reconventie] dient te voldoen, te vermeerderen met de wettelijke rente over het te betalen bedrag met ingang van vier weken na de datum van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening,

in conventie en in reconventie

6.3.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

6.4.

wijst het meer of anders gevorderde af,

Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 9 maart 2016.