Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2015:960

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
24-02-2015
Datum publicatie
24-02-2015
Zaaknummer
01/860442-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Een geldboete van € 1.000,-- subsidiar 20 dagen hechtenis met aftrek conform artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar voor opzetheling. De rechtbank waardeert een dag in verzekering doorgebracht op € 50,--.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/860442-14

Datum uitspraak: 24 februari 2015

Verkort vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1985],

wonende te [woonplaats], [adres].

Dit vonnis is bij verstek gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 10 februari 2015.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 12 januari 2015.

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

zij op of omstreeks 2 juni 2010, in elk geval in of omstreeks het tijdvak van

21 mei 2010 tot en met 12 juni 2010

te Helmond, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door een of meer listige kunstgrepen,

[slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, groot 904,77

euro, althans enig geldbedrag, in elk geval van enig goed,

hebbende verdachte en/of haar mededader(s) met vorenomschreven oogmerk -

zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in

strijd met de waarheid

een faktuur welke door het [bedrijf 1] aan bovengenoemde

[slachtoffer 1] was geadresseerd en op welke faktuur, naar zij verdachte wist, het

oorspronkelijke bankrekeningnummer waarop het op die faktuur vermelde bedrag

gestort diende te worden valselijk was gewijzigd in het bankrekeningnummer

welke op haar, verdachtes, naam was gesteld, genoemde [slachtoffer 1] doen toekomen

als ware deze faktuur rechtstreeks afkomstig van genoemd [bedrijf 1]

,

waardoor genoemde [slachtoffer 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(zaak 15)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

[medeverdachte]en/of een of meer anderen op of omstreeks 2 juni 2010, in elk geval

in of omstreeks het tijdvak van 21 mei 2010 tot en met 12 juni 2010

te Helmond, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met die ander(en), althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door een of meer listige kunstgrepen,

[slachtoffer 1] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, groot

904,77 euro, althans enig geldbedrag, in elk geval van enig goed,

hebbende genoemde [medeverdachte] en/of die mededader(s) met vorenomschreven oogmerk -

zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in

strijd met de waarheid

een faktuur welke door het [bedrijf 1] aan bovengenoemde

[slachtoffer 1] was geadresseerd en op welke faktuur, naar die [medeverdachte] en/of die

mededader(s) wist(en), het oorspronkelijke bankrekeningnummer waarop het op

die faktuur vermelde bedrag gestort diende te worden valselijk was gewijzigd

in het bankrekeningnummer welke op haar, verdachtes, naam was gesteld,

genoemde [slachtoffer 1] doen toekomen als ware deze faktuur rechtstreeks afkomstig

van genoemd [bedrijf 1],

waardoor genoemde [slachtoffer 1] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte

in of omstreeks het tijdvak van 21 mei 2010 tot en met 12 juni 2010

te Rotterdam en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of

inlichtingen heeft verschaft door aan genoemde [medeverdachte] en/of diens mededader(s)

haar, verdachtes, bankpasje en bijbehorende pincode, behorende bij

laatstgenoemde bankrekeningnummer, ter beschikking te stellen;

(zaak 15)

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

zij in of omstreeks het tijdvak van 21 mei 2010 tot en met 12 juni 2010 te

Rotterdam, in elk geval in Nederland, een geldbedrag, groot 904,77 euro heeft

verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij ten

tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van dat geldbedrag wist dat

het een door misdrijf verkregen goed betrof;

(zaak 15)

2.

zij op of omstreeks 18 juni 2010, in elk geval in of omstreeks het tijdvak van

22 mei 2010 tot en met 18 juni 2010

te Oosterhout, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door een of meer listige kunstgrepen,

[slachtoffer 3], althans de [bedrijf 2], heeft bewogen

tot de afgifte van een geldbedrag, groot 2906,13 euro, althans enig

geldbedrag, in elk geval van enig goed,

hebbende verdachte en/of haar mededader(s) met vorenomschreven oogmerk -

zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in

strijd met de waarheid

een faktuur welke door het [bedrijf 3]

aan bovengenoemde [slachtoffer 3] was geadresseerd en op welke faktuur, naar zij

verdachte wist, het oorspronkelijke bankrekeningnummer waarop het op die

faktuur vermelde bedrag gestort diende te worden valselijk was gewijzigd in

het bankrekeningnummer welke op haar, verdachtes, naam was gesteld, genoemde

[slachtoffer 3] althans die [bedrijf 2] doen toekomen als ware

deze faktuur rechtstreeks afkomstig van genoemd [bedrijf 3]

,

waardoor genoemde [slachtoffer 3], althans genoemde [bedrijf 2]

werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

(zaak 18)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

[medeverdachte] en/of een of meer anderen

op of omstreeks 18 juni 2010, in elk geval in of omstreeks het tijdvak van 22

mei 2010 tot en met 18 juni 2010

te Oosterhout, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met die ander(en), althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door een of meer listige kunstgrepen,

[slachtoffer 3], althans de [bedrijf 2], heeft bewogen

tot de afgifte van een geldbedrag, groot 2906,13 euro, althans enig

geldbedrag, in elk geval van enig goed,

hebbende genoemde [medeverdachte] en/of die mededader(s) met vorenomschreven oogmerk -

zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in

strijd met de waarheid

een faktuur welke door het [bedrijf 3]

aan bovengenoemde [slachtoffer 3] was geadresseerd en op welke faktuur, naar die

[medeverdachte] en/of die medeader(s) wist(en), het oorspronkelijke bankrekeningnummer

waarop het op die faktuur vermelde bedrag gestort diende te worden valselijk

was gewijzigd in het bankrekeningnummer welke op haar, verdachtes, naam was

gesteld, genoemde [slachtoffer 3] althans die [bedrijf 2] doen

toekomen als ware deze faktuur rechtstreeks afkomstig van genoemd

[bedrijf 3],

waardoor genoemde [slachtoffer 3], althans genoemde [bedrijf 2]

werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

tot het plegen van welk misdrijf verdachte

in of omstreeks het tijdvak van 22 mei 2010 tot en met 18 juni 2010

te Rotterdam en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of

inlichtingen heeft verschaft door aan genoemde [medeverdachte] en/of diens mededader(s)

haar, verdachtes, bankpasje en bijbehorende pincode, behorende bij

laatstgenoemde bankrekeningnummer, ter beschikking te stellen;

(zaak 18)

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak.

T.a.v. feit 1 primair, subsidiair en feit 2 primair, subsidiair:

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte deze feiten heeft gepleegd.

Verdachte heeft het bankrekeningnummer met de daarbij behorende bankpas en pincode aan een jongen genaamd [medeverdachte] ter beschikking gesteld. Uit het dossier blijkt niet dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen hen. Noch blijkt dat verdachte het opzet, ook niet in voorwaardelijke zin, had op oplichting toen zij haar bankpasje en pincode aan [medeverdachte] gaf. De rechtbank is van oordeel er onvoldoende bewijs is voor zowel het medeplegen als voor medeplichtigheid aan oplichting en zal verdachte daarvan vrijspreken.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

1. meer subsidiair:

in het tijdvak van 21 mei 2010 tot en met 12 juni 2010 te Rotterdam, een geldbedrag, groot 904,77 euro voorhanden heeft gehad, terwijl zij ten tijde van het voorhanden krijgen van dat geldbedrag wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Bewijsoverweging.

De rechtbank komt tot dit oordeel gelet op de verklaring van verdachte bij de politie, inhoudende dat zij haar pasje en pincode ter beschikking stelde aan een jongen genaamd [medeverdachte], die “leuke dingen met haar rekening kon doen”. Hij had een tip waarvoor hij een bankpas nodig had. Verdachte wist dat hij, in het verleden, facturen maakte. Verdachte voert weliswaar aan dat deze [medeverdachte] hiermee was opgehouden, maar met het ter beschikking stellen van haar bankrekening onder deze omstandigheden, heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat haar bankrekening zou worden gebruikt voor het onterecht incasseren van gelden zoals deze betaling van [slachtoffer 1]. Ze heeft ook zelf verklaard dat ze wist dat dit verkeerd was.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

  • -

    Bewezenverklaring van feit 1 primair en feit 2 primair:

  • -

    Een taakstraf van 60 uur, subsidiair 30 dagen hechtenis met aftrek van voorarrest.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder haar draagkracht.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetheling. Het ter beschikking stellen van een bankrekening met het aanmerkelijke risico dat die zal worden gebruikt bij de uitvoering van criminele activiteiten, leidt tot bevordering van diezelfde criminele activiteiten.

De rechtbank weegt in het voordeel van verdachte mee dat sinds het tijdstip waarop het door haar gepleegde strafbare feit heeft plaatsgehad geruime tijd is verstreken, terwijl verdachte, voor zover nu bekend, in deze periode geen nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd. Tevens is de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid EVRM overschreden met 16 maanden.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt en van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De rechtbank is van oordeel dat, indien de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid EVRM niet zou zijn overschreden, een onvoorwaardelijke geldboete van € 1.000,-- op zijn plaats zou zijn. Echter gelet op het tijdsverloop zal de rechtbank deze geldboete geheel voorwaardelijk opleggen met een proeftijd van één jaar om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 27, 416.

DE UITSPRAAK

T.a.v. feit 1 primair, feit 1 subsidiair, feit 2 primair, feit 2 subsidiair: Verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij.

T.a.v. feit 1 meer subsidiair: Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt haar daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:

T.a.v. feit 1 meer subsidiair: opzetheling

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf.

T.a.v. feit 1 meer subsidiair: Geldboete van EUR 1000,00 subsidiair 20 dagen hechtenis voorwaardelijk met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht met een proeftijd van 1 jaar.

De rechtbank waardeert een in verzekering doorgebrachte dag op EUR 50,=.

Stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. I.L.A. Boer, voorzitter,

mr. J.G. Vos en mr. J.H.L.M. Snijders, leden,

in tegenwoordigheid van mr. E. de Dooij, griffier,

en is uitgesproken op 24 februari 2015.

mr. J.H.L.M. Snijders is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.