Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2015:867

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
18-02-2015
Datum publicatie
18-02-2015
Zaaknummer
C/01/274909 / HA ZA 14-126
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Gemeente is toezegging om doodlopend karakter van straat te handhaven niet nagekomen. Toetsing van privaatrechtelijk handelen van de gemeente aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur en met name het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. De rechtbank kwalificeert het handelen van de gemeente als onrechtmatig en veroordeelt de gemeente tot verwijdering van het aangelegde verbindingspad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2015/66
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Handelsrecht

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: C/01/274909 / HA ZA 14-126

Vonnis van 18 februari 2015

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat mr. drs. F.K. van den Akker te Eindhoven,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE VALKENSWAARD,

zetelend te Valkenswaard,

gedaagde,

advocaat mr. E.H.H. Schelhaas te ‘s-Hertogenbosch.

Partijen zullen hierna [eiser] en Gemeente Valkenswaard genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 23 april 2014

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 8 oktober 2014.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser] is eigenaar en bewoner van de woning met het adres [adres].

2.2.

[straat 1] is vanouds een doodlopende weg. Min of meer ten noorden van deze straat is de [straat 2] gelegen. Deze straat is vanouds eveneens doodlopend.

2.3.

Tussen [straat 1] en de [straat 2] bestond oorspronkelijk geen verbinding. De doodlopende einden van deze straten stopten op ongeveer 50 meter van elkaar.

Op een voormalig bedrijfsperceel ([straat 2] 14) zijn in 2008/2009 vier patiobungalows gebouwd. Deze woningen zijn (uiteindelijk) ontsloten door verlenging van [straat 1].

2.4.

Op 6 oktober 2008 heeft [eiser] (samen met [eiser]) een gesprek gehad met [naam 1], destijds wethouder van Gemeente Valkenswaard, en [naam 2], projectcoördinator bij Gemeente Valkenswaard over het al dan niet behouden van [straat 1] als doodlopende weg.

2.5.

Op 14 oktober 2008 heeft [eiser] (samen met [naam 3]) bezwaar ingediend tegen de weigering van B&W van Gemeente Valkenswaard om planschadevergoeding toe te kennen in verband met de bouw van de vier patiobungalows. Bij besluit van 10 februari 2009 (dagvaarding, productie 4) heeft B&W van Gemeente Valkenswaard het bezwaar ongegrond verklaard. In de overwegingen bij dat besluit is een passage opgenomen over het gesprek dat op 6 oktober 2008 heeft plaatsgevonden. Deze passage luidt als volgt:

“Op 6 oktober 2008 hebben reclamanten een gesprek gehad met wethouder [naam 1] en de heer [naam 2], coördinator coördinatiebureau. Hierbij zijn inderdaad afspraken gemaakt. Afgesproken is dat [straat 1] een doodlopende weg blijft voor auto’s, fietsers en voetgangers.”

2.6.

Aan het college van burgemeester en wethouders (B&W) van Gemeente Valkenswaard zijn drie alternatieven voorgelegd voor de ontsluiting van de vier nieuwe woningen. Daarbij gaat het om de volgende varianten (dagvaarding, productie 3):

“1. De weg [straat 2] kan worden doorgetrokken tot de oprit van de laatste woning, zodat het verkeer dat door de woningen wordt geproduceerd kan rijden via [straat 2] en dan richting de [straat 3].

2. 2. [straat 1] kan op dezelfde manier gebruikt worden als ontsluiting voor de woningen. Hierbij worden de vier woningen aangesloten op het verlengde van [straat 1]. Het verkeer kan vervolgens via de [straat 3] ontsluiten.

3. 3. De derde mogelijkheid is om de wegen [straat 2] en [straat 1] met elkaar te verbinden. Hierbij worden de twee doodlopende straten ter hoogte van de nieuwe woningen verbonden met elkaar.”

2.7.

Aan B&W van Gemeente Valkenswaard is geadviseerd om te kiezen voor variant 2. In de toelichting op het advies wordt voor zover van belang vermeld:

“De voorkeur van de verkeerswerkgroep voor de ontsluiting van de nieuwe woningen gaat uit naar mogelijkheid 3. De woningen zijn immers gebouwd aan een denkbeeldige verbinding tussen de wegen. Het betreft een ontbrekend traject van 50 meter. Tevens is in de bouwtekening (….) te zien, dat de inritten en parkeerplaatsen, zonder de verbindingsweg niet toegankelijk zijn. De inritten en parkeerplaatsen liggen dermate dicht bij elkaar dat er nergens een logische knip in de weg uitgevoerd kan worden.

Aan beide wegen zijn op dit moment 13 woningen ontsloten. Een toename van vier woningen en de verbinding tussen beide wegen zal een beperkte groei in verkeersbewegingen te weeg brengen. (….)

Op 6 oktober 2008 heeft een overleg plaats gevonden met de bewoners van [straat 1], dhr. Visser en wethouder [naam 1]. In dit overleg is afgesproken om [straat 1] te verlengen en vervolgens als doodlopende weg te behouden (mogelijkheid 2). Hierbij is een ontwerp gemaakt waarbij de parkeerplaatsen 5, 6, 7 en 8 (….) op openbaar terrein worden ingericht (….).

Binnen de Beleidsnota Parkeernormering Valkenswaard is het verplicht om bij nieuwbouwprojecten te kunnen voldoen in de parkeerbehoefte op eigen terrein. In dit project is dit, als [straat 1] doodlopend zal blijven, niet mogelijk.

Een nieuw ontwerp zal nodig zijn om de parkeerplaatsen toch te kunnen realiseren. Hierbij gaat de voorkeur uit naar een ontwerp met vier parkeerplaatsen op de opritten van de woningen en vier langsparkeerplaatsen aan de overzijde van de weg, tevens moet er een keerlus worden gecreëerd aan het einde van [straat 1]. (….)

Voorgesteld wordt, in verband met afspraken met de bewoners, om toch te kiezen voor mogelijkheid 2.”

2.8.

Bij besluit van 9 maart 2009 heeft B&W van Gemeente Valkenswaard het advies om te kiezen voor variant 2 overgenomen.

2.9.

Bij brief van 26 juni 2009 (dagvaarding, productie 10) heeft Gemeente Valkenswaard [eiser] onder meer het volgende bericht:

“(…) Wij zenden u hierbij het definitieve ontwerp voor de verlengde [adres] en willen wij het ontwerp nader toelichten.

1). Instandhouding doodlopende weg.

Op de bijgevoegde tekening kunt u waarnemen, dat [straat 1] doodlopend blijft voor (….) auto’s en fietsers. Door de situering van de drie parkeerplaatsen op het einde van [straat 1] is een doortrekking in de toekomst niet meer mogelijk. Wel kunt u zien, dat er op het einde van de weg een kort voetpad is getekend t.b.v. voetgangers. (….) Onze cultuurtechnisch medewerker wil het gedeelte van het park een open karakter laten behouden, waardoor er geen visuele afscheiding tussen [straat 1] en [straat 2] ontstaat. Door het aanleggen van het voetpad voorkomen we een illegaal pad en (….) [krijgen] bezoekers van de nieuwe woningen de mogelijkheid om gebruik te maken van de aanwezige parkeerplaatsen aan [straat 2] (….). Om bovenstaande redenen hebben wij gemeend af te [moeten] wijken van een eerder ingenomen standpunt. (….)”

2.10.

Bij brief van 9 juli 2009 bericht Gemeente Valkenswaard voor zover van belang het volgende aan [eiser]:

“(….) Naar aanleiding van uw mailbericht van 28 juni 2009 en de op 6 juli verstrekte informatie (….) hebben wij de kwestie doortrekken van [straat 1] nader onderzocht.

Wij kunnen u mededelen, dat wij het voetpad van de [adres] naar [straat 2] conform onze eerdere toezeggingen van 6 oktober 2008 niet zullen aanleggen. (….)”

2.11.

In 2010 is [straat 1] verlengd voor de ontsluiting van de vier patiobungalows. In verband met rioleringswerken is in 2012 een tijdelijke verbinding gemaakt tussen [straat 1] en [straat 2].

2.12.

Bij brief van 22 augustus 2012 (dagvaarding, productie 14) bericht Gemeente Valkenswaard aan de bewoners van de woningen [adres][huisnummers] (even) dat de tijdelijke verbinding tussen [straat 1] en [straat 2] zoals toegezegd weer ongedaan gemaakt zal worden. Het plantsoenhekwerk zal worden teruggeplaatst en er zal beplanting worden aangebracht. Voorts schrijft Gemeente Valkenswaard:

“(….) Nu ligt er bij de gemeente ook een verzoek van een bewoner uit [straat 1] om een voetgangersverbinding tussen beide straten aan te brengen. Aanleiding hiervoor is de opgedane ervaring met de tijdelijke doorsteek. De bereikbaarheid van de woningen verderop in de straat wordt namelijk in de bestaande situatie zeer beperkt op momenten dat [straat 1] niet toegankelijk is via de [straat 3].

De gemeente wil graag dat haar bewoners (….) zich veilig voelen en kan meegaan in voorgaande redenering. In het verleden is echter toegezegd dat er géén verbinding komt tussen [straat 1] en [straat 2]. Nu wij dit verzoek krijgen, willen wij graag weten van alle bewoners hoe zij hier tegen aan kijken. Wij geven dan ook graag de gelegenheid om uw mening kenbaar te maken. Wij zullen de oplossing uitvoeren die de meerderheid van de straat wil.

Indien u van mening bent dat er géén voetgangersverbinding tussen de beide straten aangelegd moet worden, verzoeken wij u dit kenbaar te maken vóór 1 september 2012 (….).

Indien u niets laat horen, gaat de gemeente er vanuit dat u geen bezwaar maakt en vóór de aanleg van een voetgangersverbinding bent. (….)”

2.13.

Bij brief van 17 januari 2013 heeft Gemeente Valkenswaard de bewoners van de woningen [adres] [huisnummers] (even) geïnformeerd over de uitslag van de peiling. De uitslag is zes vóór en zes tegen de realisering van een voetgangersverbinding. Samenvattend concludeert Gemeente Valkenswaard “dat de helft van de bewoners nu vóór de aanleg van een voetgangersverbinding is. Dit is afwijkend ten opzichte van de wens van de bewoners tijdens de besluitvorming in 2009. Daarbij komt dat zowel brandweer en verkeerswerkgroep ook voor deze verbinding zijn. De gemeente wil dan ook positief reageren op het verzoek en een voetgangersverbinding realiseren ter hoogte van [straat 1] en [huisnummers] richting [straat 2]. De verbinding wordt op een zodanige wijze aangelegd dat [dit] niet ten koste gaat van parkeren, minimaal groen en niet toegankelijk voor autoverkeer.”

2.14.

De voetgangersverbinding is in maart 2013 aangelegd. [eiser] heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit tot aanleg van de voetgangersverbinding. Vervolgens heeft hij beroep ingesteld bij de bestuursrechter. De bestuursrechter heeft [eiser] kort gezegd in inhoudelijk opzicht in het ongelijk gesteld. Daartoe heeft hij voor zover thans van belang het volgende overwogen:

“8. De rechtbank is van oordeel dat de beslissing van verweerder tot het aanleggen van het pad in de zin van het bestraten van een stuk grond een beslissing betreft over een feitelijk handelen, dat niet is gericht op rechtsgevolg. In zoverre is er geen sprake van een besluit.
In de brief van 17 januari 2013 bestempelt verweerder het aan te leggen pad echter expliciet als een voetgangersverbinding. Nu verweerder hiermee het aantal categorieën weggebruikers dat van het pad gebruik mag maken beperkt tot voetgangers is in zoverre sprake van een verkeersbesluit in de zin van artikel 15 van de WVW. Ingevolge het tweede lid van dit artikel dienen maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer te geschieden krachtens een verkeersbesluit, indien de maatregelen leiden tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken. De rechtbank volgt verweerder niet in de stelling dat het pad (de verlenging van) een trottoir betreft zodat het naar zijn aard alleen geschikt is voor voetgangers en een verkeersbesluit achterwege kan blijven. Het pad sluit aan de zijde van [straat 1] direct aan op de voor auto’s en fietsers toegankelijke weg zonder dat sprake is van een verhoging waardoor het pad duidelijk wordt afgescheiden van deze weg. Daarom is het zonder verdere maatregelen voor fietsers niet duidelijk dat het voor hen verboden is op dit pad te rijden. Verweerder heeft dit ook onderkend in die zin dat hij op het pad hekjes heeft laten plaatsen die de doorgang van fietsers moet verhinderen. De door eiser opgeworpen vraag of deze maatregel afdoende is, ligt thans niet ter beoordeling voor.

9. Gelet op het bovenstaande is de brief van 17 januari 2013 aan te merken als een besluit en heeft verweerder het bezwaar van eiser ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep van eiser is dan ook gegrond. De rechtbank ziet uit oogpunt van een finale geschilbeslechting aanleiding te onderzoeken of zelf in de zaak kan worden voorzien

10. Desgevraagd heeft verweerder aangegeven het gebruik van het pad wil beperken tot voetgangers in verband met de veiligheid en bij wijze van compromis in verband met bezwaren van een aantal bewoners van [straat 1] tegen de verbinding tussen [straat 1] en het [straat 2].

11. De door eiser in beroep aangevoerde gronden zijn alleen gericht tegen het aanleggen van het pad zelf. Het aanleggen van het pad zelf is een feitelijke handeling en geen besluit . Reeds daarom treffen deze gronden geen doel. Dat betekent dat ook de stelling van eiser dat verweerder door de aanleg van het pad heeft gehandeld in strijd met een, met eiser gesloten overeenkomst niet hoeft te worden besproken. Desgevraagd heeft eiser ter zitting geen gronden naar voren gebracht tegen het besluit van verweerder om het gebruik van het pad te beperken tot voetgangers. Eiser heeft beaamd dat het minder belastend voor hem is als het pad alleen voor voetgangers toegankelijk is dan wanneer het pad ook door ander verkeer mag worden gebruikt. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verweerder heeft kunnen besluiten het gebruik van het pad te beperken tot voetgangers. De rechtbank zal het bezwaarschrift van eiser daarom ongegrond verklaren. De rechtbank zal bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.”

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert samengevat:

  1. verklaring voor recht dat Gemeente Valkenswaard (primair) te kort is geschoten in de nakoming van de met hem gesloten overeenkomst dan wel (subsidiair) onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld door in afwijking van de gemaakte afspraken, althans gedane toezeggingen, een verbindingspad aan te leggen tussen de straat [straat 1] en de straat [straat 2];

  2. veroordeling van Gemeente Valkenswaard om binnen twee maanden na vonnisdatum het verbindingspad te verwijderen en verwijderd te houden en alsnog een deugdelijke afscheiding tussen het doodlopende einde van [straat 1] en de [straat 2] bestaande uit een hekwerk, een haag en borderbeplanting aan te brengen en in stand te houden op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,-- per dag voor elke dag dat Gemeente Valkenswaard na genoemde termijn aan deze veroordeling te voldoen, met een maximum van € 50.000,--;

  3. veroordeling van Gemeente Valkenswaard tot betaling van buitengerechtelijke kosten ad € 768,--, vermeerderd met wettelijke rente;

  4. veroordeling van Gemeente Valkenswaard in de kosten van de procedure, vermeerderd met nakosten en rente.

3.2.

Gemeente Valkenswaard voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Aan de vorderingen van [eiser] ligt primair de stelling ten grondslag dat tussen partijen een overeenkomst tot stand is gekomen. Bij die overeenkomst heeft Gemeente Valkenswaard zich jegens de bewoners van [straat 1] (waaronder [eiser]) verplicht, aldus [eiser], [straat 1] te behouden als doodlopende weg voor auto’s, fietsers en voetgangers. Verder zou Gemeente Valkenswaard zorg dragen voor een deugdelijke afscheiding van het doodlopende einde van [straat 1] bestaande uit een hekwerk, haag en borderbeplanting.

4.2.

Hetgeen [eiser] heeft aangevoerd, biedt naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende grondslag om als vaststaand te kunnen aannemen, dat partijen door aanbod en aanvaarding wilsovereenstemming hebben bereikt. Er zijn geen feiten gesteld waaruit blijkt dat het handelen van Gemeente Valkenswaard gericht is geweest op de totstandkoming van een overeenkomst, noch dat [eiser] dit zo heeft mogen begrijpen. De enkele omstandigheid dat Gemeente Valkenswaard de uitkomst van het gesprek op 6 oktober 2008 behalve als toezegging ook als afspraak heeft betiteld, maakt dat niet anders. De vorderingen kunnen reeds om die reden niet op de primaire grondslag worden toegewezen. Het uitvoerige verweer van Gemeente Valkenswaard tegen de stelling dat een overeenkomst tot stand is gekomen, behoeft dan ook geen verdere bespreking.

4.3.

Subsidiair heeft [eiser] de vorderingen gebaseerd op de stelling dat Gemeente Valkenswaard hem rechtens te honoreren toezeggingen heeft gedaan omtrent het behoud van het doodlopende karakter van [straat 1]. Gemeente Valkenswaard heeft betwist dat van haar kant bindende toezeggingen zijn gedaan. De gesprekspartners van [eiser] bij de bespreking van 6 oktober 2008 waren daartoe niet bevoegd. Ook als er bindende toezeggingen zouden zijn gedaan, staat het Gemeente Valkenswaard vrij om jaren na dato anders te beslissen als daar, zoals hier het geval is, zwaarwegende en gerechtvaardigde gronden voor zijn, aldus Gemeente Valkenswaard.

4.4.

Uit de vaststaande feiten volgt naar het oordeel van de rechtbank reeds genoegzaam, dat aan [eiser] de toezegging is gedaan dat [straat 1] een doodlopende weg zou blijven voor auto’s, fietsers en voetgangers. Ook als moet worden aangenomen, dat de toenmalige wethouder [naam 1] en projectcoördinator Visser op 6 oktober 2008 niet bevoegd waren deze toezegging te doen, geldt dat dit gebrek geheeld is door de nadere berichtgeving hierover van of namens B&W van Gemeente Valkenswaard aan [eiser]. In dit verband wordt onder meer verwezen naar het besluit van 10 februari 2009 en de brieven van 26 juni 2009, 9 juli 2009 en 22 augustus 2012 waarin het bestaan van de toezegging wordt erkend en er op geen enkele wijze afstand van wordt genomen. Integendeel: Het college van B&W spreekt uitdrukkelijk in termen als: “onze eerdere toezeggingen van 6 oktober 2008” (brief van 9 juli 2009).

4.5.

Het aanleggen van het onderhavige verbindingspad (voetpad) is een feitelijke handeling. Gemeente Valkenswaard is bevoegd om die feitelijke handeling te verrichten, omdat zij (naar de rechtbank begrijpt) eigenaresse is van de onderliggende grond. Uit het bepaalde in artikel 3:14 BW vloeit voort, dat Gemeente Valkenswaard bij het gebruik maken van haar privaatrechtelijke bevoegdheden niet in strijd mag handelen met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

4.6.

Door de toezegging mocht [eiser] er gerechtvaardigd op vertrouwen, dat [straat 1] een doodlopende weg zou blijven voor auto’s, fietsers en voetgangers. Gemeente Valkenswaard heeft naar het oordeel van de rechtbank miskend, dat zij zich bij haar feitelijk handelen mede had moeten laten leiden door het bij [eiser] opgewekte vertrouwen. Er kunnen, zoals Gemeente Valkenswaard terecht heeft aangevoerd, wijzigingen in de omstandigheden optreden van zodanig zwaarwegende aard dat [eiser] er niet langer gerechtvaardigd op mag vertrouwen dat de toezegging wordt nagekomen. Die situatie doet zich hier echter niet voor. Zoals uit de vaststaande feiten blijkt, is de enige “nieuwe” omstandigheid waardoor Gemeente Valkenswaard is overgegaan tot de aanleg van het voetpad de uitslag van de peiling onder de bewoners. Weliswaar heeft Gemeente Valkenswaard bij haar beslissing meegenomen dat ook de brandweer en de verkeerswerkgroep voor het maken van een verbinding zijn, maar dat was al ruimschoots bekend en vormde eerder geen reden om te kiezen voor het aanleggen van het verbindingspad. In haar brief van 22 augustus 2012 aan (onder meer) [eiser] heeft Gemeente Valkenswaard ook tot uitdrukking gebracht, dat zij “de oplossing [zou] uitvoeren die de meerderheid van de straat wil”. Derhalve zou de uitkomst van de peiling van doorslaggevende betekenis zijn.

4.7.

De rechtbank stelt als erkend althans niet weersproken vast, dat Gemeente Valkenswaard bij de peiling van de standpunten van de bewoners een stroomhuisje ([straat 1] 12) ten onrechte bij de voorstemmers heeft meegeteld. Daarmee komt de stemverhouding op vijf vóór en zes tegen. De beslissing om het voetpad aan te leggen is derhalve gebaseerd op de onjuiste gedachte dat de stemverhouding zes vóór en zes tegen was. In zoverre is deze beslissing onzorgvuldig voorbereid.

4.8.

Het voorgaande brengt de rechtbank tot de conclusie dat Gemeente Valkenswaard door het verbindingspad aan te leggen in strijd heeft gehandeld met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, meer in het bijzonder met het vertrouwensbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. In de gegeven omstandigheden is deze handelwijze als onrechtmatig jegens [eiser] te kwalificeren. De subsidiair gevorderde verklaring voor recht zal dan ook worden toegewezen.

4.9.

Het verweer van Gemeente Valkenswaard dat [eiser] als gevolg van de aanleg van het verbindingspad geen schade lijdt, wordt verworpen. Gemeente Valkenswaard gaat er in haar verweer (naar de rechtbank begrijpt) van uit dat [eiser] moet aantonen dat hij als gevolg van de aanleg van het verbindingspad onrechtmatige hinder ondervindt. Dat standpunt is naar het oordeel van de rechtbank onjuist, omdat het er aan voorbij gaat dat de toezegging inhield dat er geen verbindingspad zou komen. Die toezegging is tot stand gekomen na een weging van belangen waaronder de privacybelangen van [eiser] en houdt in zoverre een erkenning van die belangen in. Voor de schending van de belangen van [eiser] moet de verwijdering van het verbindingspad als een passende wijze van schadevergoeding worden gezien. De vordering tot verwijdering zal dan ook worden toegewezen. Tegen de vordering tot het aanbrengen van een deugdelijke afscheiding bestaande uit een hekwerk, een haag en borderbeplanting heeft Gemeente Valkenswaard geen specifiek verweer gevoerd, zodat de rechtbank dit onderdeel van de vordering zal toewijzen. Voor zover de vordering ertoe strekt Gemeente Valkenswaard te verplichten het doodlopende karakter van [straat 1] ook in de toekomst te bewaren, zal deze worden afgewezen. Zoals hiervoor reeds is overwogen, kunnen (in de toekomst) wijzigingen in de omstandigheden optreden van zodanig zwaarwegende aard dat [eiser] er niet langer gerechtvaardigd op mag vertrouwen dat de toezegging wordt nagekomen. Als die situatie zich voordoet, moet Gemeente Valkenswaard naar bevind van zaken kunnen handelen. In dat opzicht volgt de rechtbank Gemeente Valkenswaard in haar opvatting dat zij niet “tot in de eeuwigheid” gehouden kan zijn het doodlopende karakter van [straat 1] in stand te houden.

4.10.

Gemeente Valkenswaard heeft niet aangevoerd, dat zij in geval van veroordeling vrijwillig uitvoering zou geven aan het vonnis. Derhalve heeft [eiser] er belang bij dat aan de veroordeling een dwangsom wordt verbonden. Voor matiging van de hoogte van de dwangsom acht de rechtbank geen termen aanwezig. Wel zal de termijn voor de uitvoering van de werkzaamheden mede gelet op het daartoe strekkende verzoek van Gemeente Valkenswaard verruimd worden en bepaald worden drie maanden na vonnisdatum.

4.11.

De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten zal worden afgewezen. [eiser] heeft niet (voldoende onderbouwd) gesteld dat hij deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt en dat die kosten betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier.

4.12.

Gemeente Valkenswaard zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser] worden begroot op:

- dagvaarding € 93,80

- overige explootkosten 0,00

- griffierecht 282,00

- getuigenkosten 0,00

- deskundigen 0,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 904,00 (2,0 punten × tarief € 452,00)

Totaal € 1.279,80

4.13.

De nakosten zullen worden toegewezen tot de bedragen zoals in de beslissing vermeld.

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

verklaart voor recht dat Gemeente Valkenswaard onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld door in afwijking van gedane toezeggingen een verbindingspad aan te leggen tussen de straat [straat 1] en de straat [straat 2],

5.2.

veroordeelt Gemeente Valkenswaard om binnen drie maanden na de datum van dit vonnis het verbindingspad te verwijderen en alsnog een deugdelijke afscheiding tussen het doodlopende einde van [straat 1] en de [straat 2] aan te brengen, bestaande uit een hekwerk, een haag en borderbeplanting, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per dag voor elke dag dat Gemeente Valkenswaard na genoemde termijn in gebreke blijft aan deze veroordeling te voldoen, met maximum van € 50.000,00,

5.3.

veroordeelt Gemeente Valkenswaard in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 1.279,80, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na dagtekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.4.

veroordeelt Gemeente Valkenswaard in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Gemeente Valkenswaard niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

5.5.

verklaart dit vonnis met uitzondering van de onder 5.1 genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.K.B. van Daalen en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2015.