Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2015:7901

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
13-08-2015
Datum publicatie
06-07-2016
Zaaknummer
449641
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Deskundige declareert boven het voorschot, zonder eerst volgens Leidraad deskundigen gemeld te hebben dat het voorschot bereikt is en een aanvullend voorschot te vragen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Zaaknummer : 449641

Rolnummer : 12/11617
Uitspraak : 13 augustus 2015


DE KANTONRECHTER IN EINDHOVEN

in de zaak van:

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [V.] Olie B.V., gevestigd in [plaats] ,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

gemachtigde: mr M. van Heeren,

t e g e n :

mevrouw [T.], wonend in [plaats] ,

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

gemachtigde: mr drs H.J.M. Goossens.


Het verdere verloop van het geding


Dit blijkt uit de stukken die inmiddels aan het dossier zijn toegevoegd, te weten
- een akte van eiseres
- een akte van gedaagde

De verdere beoordeling


1. De kantonrechter verwijst naar de eerdere tussenvonnissen en met name die van 27 februari 2008, 8 oktober 2008 en 14 december 2011, alsook naar het arrest van het Gerechtshof van 10 mei 2011; ten slotte naar het vonnis van 23 april 2015.

2.1.

Naar aanleiding van de brief van de deskundige, waarin zij uitlegt en voorrekent dat nog een aanvullend voorschot is vereist van € 50.000,= voert [V.] aan:
- dat het verzoek van de deskundigen om een aanvullend voorschot niet in behandeling genomen mag worden, omdat het Gerechtshof in zijn arrest van 14 september 2010 heeft bepaald dat ‘de deskundigen hun (eventuele) extra kosten t.o.v. de brief van 18 juli 2008 (..) bij hun eindrapportage kunnen opgeven'
- dat, in aanmerking genomen dit verzoek, de kosten van het onderzoek nu wel erg hoog worden omdat het bedrag dat er in totaal mee gemoeid zal zijn dan € 110.000,= wordt
- dat daarbij opgemerkt wordt dat bij [W.] , het kantoor van de oorspronkelijk benoemde drs Van der [M.] , nu al drie accountants bij het onderzoek betrokken zijn geweest
- dat als het verzoek in behandeling genomen zou kunnen worden, een nauwkeurige specificatie zou moeten worden verstrekt
- dat een eventueel aanvullend voorschot door beide partijen voor de helft zou moeten worden betaald
- dat uit de brief van de deskundige blijkt dat het onderzoek grotendeels al heeft plaatsgevonden.

2.2.

[T.] voert aan, zakelijk weergegeven
- dat het onderzoek om onduidelijke redenen zeer traag verloopt en voor zover zij kan overzien twee jaar helemaal stil gelegen heeft
- dat de administratie die zij heeft aangeleverd goed geordend en bijgehouden was
- dat de vragen die door haar advocaat gesteld zijn toen hij contact had met de deskundigen, er niet op wezen dat er iets onduidelijk was
- dat zij er geen enkel inzicht in heeft of de door de deskundigen tot dusver bestede uren correct en noodzakelijk waren
- dat het onderzoek moet doorgaan
- dat van haar niet gevergd kan worden dat zij een nieuw voorschot betaalt, omdat de enorme vertraging niet aan haar te wijten is
- dat zij financieel niet in staat is een aanvullend voorschot te voldoen; zij heeft tweemaal een herseninfarct gehad en zit met blijvende gevolgen daarvan; haar echtgenoot is zzp-er en kan maar net de eindjes aan elkaar knopen
- dat volgens het Gerechtshof in zijn arrest, de deskundigen, als zij haar deel van het voorschot niet zou voldoen, zouden kunnen volstaan met een onderzoek van alleen de administratie van [V.] , waarna de kantonrechter de gevolgtrekkingen moet maken die hem geraden voorkomen.

3. De kantonrechter oordeelt als volgt.

4.1.

In het vonnis van 27 februari 2008 worden de deskundigen erop gewezen (pagina 2 onderaan) dat indien tijdens het onderzoek het voorschot ontoereikend blijkt te zijn, zij direct bij constatering daarvan het onderzoek (voor zover redelijkerwijs mogelijk) dienen te schorsen.

4.2.

Het verweer van [T.] tegen het verzoek om een aanvullend voorschot, dat zij niet in staat is dat te betalen, is aannemelijk.

4.3.

Wat [V.] heeft aangevoerd komt erop neer, dat zij in ieder geval nu nog niet bereid is een aanvullend voorschot te betalen.

5. De kantonrechter zal het gevraagde aanvullende voorschot niet toekennen, waartoe hij overweegt
- dat de kosten van het totale onderzoek bijna tweemaal zo hoog zijn als de begrote kosten; partijen moeten, als zij bereid zijn een deskundigenonderzoek te betalen, bij aanvang ongeveer weten op welk bedrag zij zich moeten instellen, omdat dat van invloed zal zijn op hun beslissingen
- dat het Gerechtshof in zijn arrest de dato 10 mei 2011 over de kostentoedeling, aan de deskundigen toegezonden op 4 oktober 2011, heeft overwogen dat als [T.] haar aandeel van het voorschot niet zou betalen, volstaan zou kunnen
met een beperkt onderzoek; de deskundigen hadden hieruit wel kunnen begrijpen dat zij, toen overschrijding van het voorschot dreigde, de voorlopige uitkomsten en zo nodig van voorbehouden voorziene conclusies hadden kunnen presenteren om aan de kantonrechter (en via hem aan partijen) de vraag voor te leggen of met het onderzoek zou moeten worden doorgegaan of niet.

6.1.

De vraag is dan nog of een aanvullend voorschot moet worden toegekend van € 12.600,= voor werk dat na overschrijding van het voorschot nog gedaan is.

6.2.

Ook dat aanvullend voorschot zal de kantonrechter niet toekennen.

6.3.

In het vonnis van 27 februari 2008 staat uitdrukkelijk (pagina 2, laatste alinea) dat de deskundigen, indien tijdens het onderzoek het voorschot ontoereikend blijkt te zijn, het onderzoek dienen te schorsen en via de griffier een aanvullend voorschot dienen te vragen.

6.4.

Vastgesteld kan worden, dat al vóór juli 2014 het moment bereikt was, dat dit voorschot – dat immers dient te worden bepaald met het oog op het te betalen declaratiebedrag - was opgesoupeerd en dat het onderzoek toen niet geschorst is, terwijl evenmin daarvan melding is gemaakt aan de kantonrechter.
6.5. Een bepaling in het vonnis als onder 6.3. aangehaald zou zinloos zijn, als daaraan niet de hand zou worden gehouden.

7. De conclusies zijn de volgende:
- de verzochte aanvulling van het voorschot zal niet worden toegekend
- de deskundigen zal worden verzocht de voorlopige uitkomsten en conclusies in een brief aan de kantonrechter (kopie aan partijen) neer te leggen; de kantonrechter ziet die brief graag uiterlijk eind augustus 2015 tegemoet
- partijen kunnen zich op de rol van 10 september 2015 om 09.00 uur uitlaten over hun standpunten over het onderzoek, de conclusies en de zaak zelf.

8. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.


BESLISSING

De kantonrechter:


Bepaalt dat geen aanvullend voorschot wordt vastgesteld;

Verwijst de zaak naar de rol van 10 september 2015 om 09.00 uur voor uitlating partijen;

Houdt iedere verdere beslissing aan.


Aldus gewezen door mr P.M. Knaapen, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 augustus 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.