Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2015:7603

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
29-12-2015
Datum publicatie
29-12-2015
Zaaknummer
01/865094-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft vier politieagenten ernstig bedreigd met een mes, door met het mes boven zijn hoofd geheven voortdurend op de politieambtenaren in te lopen en bedreigingen te uiten. Daarnaast heeft verdachte zijn levensgezel mishandeld. De rechtbank legt een gevangenisstraf van 10 maanden met aftrek voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren en de voorwaarden van toezicht van de reclassering en een ambulante behandeling op. Tevens moet verdachte de immateriële schade van de verbalisanten tot een bedrag van respectievelijk € 800,-- en € 1.000,-- vergoeden.

De rechtbank spreekt verdachte vrij van poging tot doodslag/poging tot zware mishandeling en de subsidiair ten laste gelegde voorbereiding van moord/doodslag/zware mishandeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/865094-15

Datum uitspraak: 29 december 2015

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 15 december 2015.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 17 november 2015.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 15 december 2015 is gewijzigd, is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1. hij op of omstreeks 18 juli 2015 te [plaats misdrijf] , althans in het arrondissement Oost-Brabant

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] en/of [verbalisant 3] en/of [verbalisant 4] (allen verbalisanten van de politie eenheid Oost Brabant) opzettelijk van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

- een mes heeft gepakt en/of - met dat/een mes zwaaiende bewegingen heeft gemaakt en/of (daarbij) heeft geroepen 'de eerste de beste wout die hier binnenkomt, die snij ik de keel door', althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- ( vervolgens) met dat/een mes in de hand en/of met de punt van dat mes naar voren gericht (in versnelde pas) in de richting van die [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] en/of [verbalisant 3] en/of [verbalisant 4] is gelopen en/of

- met dat/een mes in de hand en/of boven zijn, verdachtes, hoofd geheven, op steeds kortere afstand bij die [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] en/of [verbalisant 3] en/of [verbalisant 4] is gekomen en/of (met stevige pas) op die [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] en/of [verbalisant 3] en/of [verbalisant 4] in/af is gelopen en/of die [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] en/of [verbalisant 3] en/of [verbalisant 4] op enkele meters is genaderd,

- ( daarbij) (meermalen) heeft gezegd/geroepen ‘ik steek jullie kapot’ en/of ‘ik maak je dood’ en/of ‘ik steek je neer’, althans woorden van gelijkluidende dreigende aard of strekking,

waarbij verdachte kennelijk op geen enkele wijze tot rede en/of stoppen was te brengen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 18 juli 2015 te [plaats misdrijf] , althans in het arrondissement Oost Brabant ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenis van acht jaren of meer is gesteld, te weten moord (Sr 289) en/of doodslag (Sr 287) en/of zware mishandeling (Sr 302), opzettelijk een (keuken)mes (met een lemmet van ongeveer 25-30 cm) bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;

2.

hij op of omstreeks 18 juli 2015 te [plaats misdrijf] , althans in het arrondissement Oost Brabant [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] en/of [verbalisant 3] en/of [verbalisant 4] (allen verbalisanten van politie eenheid Oost Brabant) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk

een mes, althans een scherp of puntig voorwerp, (op korte afstand) aan die [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] en/of [verbalisant 3] en/of [verbalisant 4] getoond en/of voorgehouden en/of met voornoemd mes, althans scherp of puntig voorwerp, een of meer zwaaiende bewegingen gemaakt

en/of

die [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] en/of [verbalisant 3] en/of [verbalisant 4] dreigend de woorden toegevoegd :

-'de eerste wout die hier naar binnen komt, die steek ik kapot, die snij ik z'n strot door' en/of

-'ik steek jullie kapot' en/of

-'ik maak je dood' en/of

-'ik steek je neer' en/of

-'blijf van mijn wijf af, ik steek jullie kapot, de eerste wout die ik tegen kom steek ik kapot' en/ov althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij op of omstreeks 12 juli 2015 te [plaats misdrijf] , althans in het arrondissement Oost-Brabant zijn levensgezel, [slachtoffer 1] , heeft mishandeld door - die [slachtoffer 1] in/op/tegen haar gezicht, te slaan en/of - die [slachtoffer 1] (stevig) bij haar (boven)arm(en) te pakken en/of in de (boven)arm(en) te

knijpen en/of - aan/tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] te duwen en/of te trekken en/of

- die [slachtoffer 1] tegen/op haar ribbenkast, althans haar lichaam, te slaan en/of te stompen

en/of

- die [slachtoffer 1] op/tegen haar been te schoppen en/of te trappen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in de vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak van feit 1 primair en subsidiair.

De officier van justitie concludeert tot bewezenverklaring van het onder feit 1 primair ten laste gelegde.

De raadsman van verdachte concludeert tot vrijspraak van het onder feit 1 primair en subsidiair ten laste gelegde wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.

Anders dan de officier van justitie in haar requisitoir heeft aangevoerd, maar met de verdediging, acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder feit 1 primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De rechtbank stelt op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting het volgende vast.

Op 17 juli 2015 omstreeks middernacht krijgt de politie een melding via de meldkamer, gedaan door een buurvrouw van verdachte. De melding houdt in dat er ruzie gaande was in de woning van verdachte aan [adres verdachte] . Verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 1] gaan ter plaatse. Ook verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] komen ter plaatse. Zij zien dat er een ruit van de woning kapot is. Verdachte doet op verzoek van de verbalisanten de deur van de woning open. Hij heeft zijn linkerhand gewikkeld in een doek. Op de doek en het

t-shirt van verdachte zien de verbalisanten bloed. Verdachte reageert opgefokt en heeft een agressieve uitstraling. Verdachte zegt onder meer dat hij zijn vrouw afmaakt en kapot maakt en doet de deur dicht. Verbalisant [verbalisant 4] ziet hem even later in de woonkamer staan met een groot vleesmes omhoog geheven en hoort hem roepen: “Iedere wout die hier binnenkomt, die steek ik kapot of steek ik eraan”. Verbalisanten [verbalisant 2] , [verbalisant 3] en [verbalisant 1] zien dat verdachte zijn hand, met daarin een mes, door het kapotte raam naar buiten steekt.

Hierna komt de vrouw van verdachte aangelopen en zij gaat achter de verbalisanten staan. Verdachte loopt, als hij zijn vrouw buiten ziet, weer naar buiten. Hij loopt met het mes boven zijn hoofd geheven met de punt naar voren, wild schreeuwend, in de richting van de verbalisanten. Verbalisant [verbalisant 4] wil de vrouw van verdachte weggeleiden en pakt haar vast. Verdachte roept: “Laat mijn vrouw los of ik steek je kapot”. Verbalisanten lopen in een V-formatie met versnelde pas achterwaarts om de afstand tussen hen en verdachte gelijk te houden. De afstand tussen verbalisanten en verdachte wordt tijdens het verplaatsen ingeschat op telkens tussen de drie en zeven meter. Verdachte blijft met opgeheven mes op de verbalisanten inlopen en blijft roepen: “Ik steek jullie kapot”. Een verbalisant gebruikt pepperspray tegen verdachte. Dit weerhoudt verdachte er niet van door te lopen en te blijven dreigen. Verbalisant [verbalisant 2] belandt op enig moment achterwaarts lopend in een tuin en raakt daar ingesloten, terwijl verdachte drie tot vier meter voor hem stil staat. Daarna loopt verdachte verder in de richting van de andere verbalisanten. Verbalisant [verbalisant 4] staat slechts enkele meters van verdachte af en trekt zijn wapen. Ook verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 3] trekken een wapen. Eén van de verbalisanten ( [verbalisant 1] ) lost een waarschuwingsschot. Verdachte loopt door en houdt het mes nog opgeheven. Na twee (gemiste) schoten van verbalisant [verbalisant 4] wordt verdachte in zijn been geraakt door een schot van verbalisant [verbalisant 3] , waardoor hij op de grond valt en kon worden geboeid.

Ten aanzien van het primair ten laste gelegde:

De rechtbank overweegt dat, in ogenschouw nemend hetgeen hiervoor als vaststaand is aangenomen, sprake is geweest van een uitermate bedreigende situatie voor de desbetreffende verbalisanten. Verdachte is met een mes in zijn handen naar buiten gegaan, hij is hiermee dreigend op de verbalisanten afgelopen, hij heeft het mes boven zijn hoofd gehouden met de punt in hun richting en hij is hen – terwijl de verbalisanten achteruit liepen om een veilige afstand te bewaren – op korte afstand (van enkele meters) genaderd. Dit terwijl verdachte dreigende woorden in de richting van de verbalisanten riep.

De rechtbank overweegt dat niet is gebleken dat verdachte daarbij zwaaiende, stekende of snijdende bewegingen in de richting van de verbalisanten heeft gemaakt, die op zichzelf al van opzet (eventueel in voorwaardelijke vorm) op het toebrengen van ernstig of dodelijk letsel getuigen. Verdachte heeft het mes steeds boven zijn hoofd gehouden met de punt in de richting van de verbalisanten en is – doordat de verbalisanten achteruit liepen – telkens op minimaal drie meter afstand gebleven. De enige zwaaiende beweging met het mes die door verbalisanten beschreven wordt, was toen verdachte het mes door het kapotte raam naar buiten stak. Op dat moment stonden de verbalisanten echter op een veilige afstand met het raam nog tussen verdachte en hen in.

Vervolgens ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of verdachte door als hiervoor beschreven te handelen een begin heeft gemaakt met de uitvoering van het voorgenomen misdrijf om de verbalisanten te doden of zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de hiervoor geschetste omstandigheden niet met voldoende bepaaldheid welk exact misdadig doel verdachte bij diens handelen voor ogen stond. De omstandigheid dat verdachte een mes in zijn handen had dat gebruikt zou kunnen worden bij het plegen van doodslag of zware mishandeling doet daar niet aan af. Niet vastgesteld kan worden dat verdachte het mes overeenkomstig die kennelijke bestemming daadwerkelijk wilde gebruiken. De enkele mogelijkheid dat verdachte dit wellicht had kunnen doen, is onvoldoende om tot een bewezenverklaring van een poging doodslag of poging zware mishandeling te komen.

Daarbij heeft de rechtbank gewicht toegekend aan de omstandigheid dat verdachte, op het moment dat hij verbalisant [verbalisant 2] op korte afstand was genaderd en deze verbalisant geen kant meer op kon omdat hij was ingesloten in een tuin, zich van deze [verbalisant 2] heeft afgekeerd en is weggelopen in de richting van zijn vrouw en de andere verbalisanten.

Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank niet vast te stellen dat verdachte het opzet heeft gehad op het doden van de verbalisanten, dan wel het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan de verbalisanten. De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van hetgeen hem onder feit 1 primair ten laste is gelegd.

Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde:

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, kan de rechtbank ook niet vaststellen dat verdachte het mes opzettelijk ter voorbereiding van één van de in de tenlastelegging onder feit 1 subsidiair genoemde misdrijven voorhanden heeft gehad.

De rechtbank zal verdachte derhalve vrijspreken van hetgeen hem onder feit 1 subsidiair ten laste is gelegd.

Bewijs ten aanzien van feit 2 en feit 3.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie concludeert tot bewezenverklaring van het onder feit 2 en feit 3 ten laste gelegde.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman van verdachte refereert zich voor wat betreft de bewezenverklaring van feit 2 en feit 3 aan het oordeel van de rechtbank.


Het oordeel van de rechtbank.1

Op grond van het onderzoek ter terechtzitting en de inhoud van de (hieronder uitgewerkte) wettige bewijsmiddelen kan naar het oordeel van de rechtbank bewezen worden verklaard dat verdachte op 18 juli 2015 een viertal verbalisanten van politie eenheid Oost-Brabant heeft bedreigd (feit 2) en dat hij op 12 juli 1015 zijn levensgezel heeft mishandeld (feit 3).

De bewijsmiddelen.

Feit 2:

- het proces-verbaal van verhoor van aangever [verbalisant 4] , inhoudende als

verklaring van aangever 2:

Ik ben werkzaam als hoofagent bij de regiopolitie Oost-Brabant. In de nacht van 17 op 18 juli 2015 was ik aan het werk in mijn functie. Ik had nachtdienst samen met collega [verbalisant 1] . Op 18 juli 2015 om 00.15 uur kregen wij de melding te gaan naar [adres verdachte] . We zijn ter plaatse gegaan.

Ik zag de verdachte in de woonkamer staan en zag dat hij een groot vleesmes omhoog geheven hield en aan mij toonde. Ik hoorde hem daarbij schreeuwen: “Iedere wout die hier binnen komt, die steek ik kapot of steek ik eraan”.

Ik hoorde verdachte, die in de voordeur stond en naar ons keek, roepen: “Laat mijn kutwijf los of ik steek je kapot”. Hierbij had hij het mes boven zijn hoofd met de punt in onze richting. Verdachte was agressief en ik twijfelde er niet aan dat hij zijn bedreigingen waar zou maken. Ik voelde ook dat hij dat tegen mij riep, ook omdat ik de vrouw vasthield. Collega’s [verbalisant 2] en [verbalisant 1] liepen links en rechts van mij. Ik zag dat de verdachte met het mes boven zijn hoofd geheven en met de punt in mijn richting op mij af kwam lopen in versnelde pas. Hij bleef met het mes boven zijn hoofd lopen en riep: “Ik steek jullie kapot, ik steek je neer”. Ik zag dat verdachte met het mes boven zijn hoofd geheven recht op [verbalisant 2] afliep. Verdachte liep met geheven mes op ons in.

- het proces-verbaal van verhoor van aangever [verbalisant 3] , inhoudende als verklaring

van aangever 3:

Ik ben werkzaam als brigadier bij de regiopolitie Oost-Brabant. In de nacht van 17 op 18 juli 2015 had ik nachtdienst, samen met [verbalisant 2] [verbalisant 2] . Met collega’s [verbalisant 4] en [verbalisant 1] werden wij geroepen om te gaan naar het adres [adres] . Ter plaatse zag ik van binnenuit de woning door het kapotte raam een hand naar buiten steken met in die hand een mes. Ik zag dat de man, die ik ambtshalve ken en [verdachte] heet, met dat mes zwaaiende bewegingen maakte. Ik hoorde dat [verdachte] riep: “De eerste de beste wout die hier binnenkomt, die snij ik de keel door”. Vervolgens zag ik de voordeur van de woning weer open gaan en ik zag dat [verdachte] met het mes in zijn hand met forse passen in de richting van de drie collega's liep. Hij kwam op mij op dat moment over als agressief. Hij liep met het mes in zijn hand, wild schreeuwend en met de punt naar voren gericht met forse passen op de collega's af. Ik zag dat hij met dat mes naar buiten kwam lopen. Ik voelde mij ook bedreigd op dat moment. Toen ik hem eerder hoorde roepen dat hij iedere wout die naar binnen kwam de keel door zou snijden, voelde ik mij ook bedreigd. Ik zag dat hij richting collega’s liep. Zij liepen allemaal achteruit en [verdachte] liep vooruit. Hij kwam erg bedreigend over met het mes in zijn hand. Op het moment dat ik me aansloot bij [verbalisant 4] en [verbalisant 1] , zag ik [verdachte] van voren en zag ik ook het mes met de punt in mijn richting in zijn hand.

- het proces-verbaal van verhoor van aangever [verbalisant 2] , inhoudende als

verklaring van aangever 4:

Ik ben werkzaam bij de politie Oost-Brabant als hoofdagent. In de nacht van 17 op 18 juli 2015 had ik nachtdienst, samen met [verbalisant 3] [verbalisant 3] . Ook collega’s [verbalisant 1] [verbalisant 1] en [verbalisant 4] [verbalisant 4] hadden nachtdienst. We kregen een melding om te gaan naar het adres [adres] . Ter plaatse zag ik een man in de deuropening staan. Ik hoorde de man roepen: "De eerste de beste wout die hier naar binnen komt, die steek ik kapot, die snij ik z'n keel door." Vervolgens zag ik uit het kapotte raam een hand komen die een groot vleesmes vast had. Ik zag dat het mes een hele spitse scherpe punt had. Ik hoorde hem bedreigingen uiten richting de politie. Iets van ik steek je kapot of ik maak je dood. Wij stonden op dat moment alle vier dicht bij elkaar. Meteen daarop zag ik dat de voordeur open ging en dat de man op straat stond met dat mes in zijn handen. Ik hoorde dat hij tegen ons schreeuwde: "Ik maak jullie kapot, ik steek je neer." Ik zag dat hij het mes boven zijn hoofd had geheven en dat de punt van het mes in onze richting wees. Hij stapte met grote passen op ons af met het mes boven zijn hoofd. Ik voelde mij op dat moment zeer bedreigd. Hij keek mij ook aan en ik zag dat het mes op mij gericht was. Hij bleef mij aankijken met het mes nog steeds boven zijn hoofd geheven in mijn richting.

- het proces-verbaal van verhoor van aangever [verbalisant 1] , inhoudende als verklaring

van aangever 5:

Ik ben werkzaam bij de politie Oost-Brabant als hoofdagent. In de nacht van 17 op 18 juli 2015 was ik werkzaam in nachtdienst, samen met [verbalisant 4] [verbalisant 4] . Ook collega’s [verbalisant 3] [verbalisant 3] en [verbalisant 2] [verbalisant 2] hadden nachtdienst. We kregen een melding om te gaan naar het adres [adres] . Ter plaatse zag ik dat de man zijn hand door het kapotte raam naar buiten stak met daarin een groot vleesmes. Het had een spitse punt.

Toen hoorde ik die man met luide stem zeggen: "De eerste wout die hier naar binnen komt, snij ik z'n strot door”. Toen zag ik dat de man naar buiten stapte en ik zag het mes in zijn hand. Ik merkte echt dat hij heel boos was. Hij riep steeds: “Ik steek jullie kapot”.

Toen zag ik dat hij in onze richting kwam lopen. Hij kwam vooruit met een stevige stap op ons inlopen. Op dat moment hield hij het mes meer naar voren en omhoog. Toen werd het meer beangstigend omdat ik merkte dat hij daadwerkelijk in staat was om met het mes naar ons toe te komen. Hij bleef maar schreeuwen: "Blijf van mijn wijf af, ik steek jullie kapot. De eerste wout die ik tegen kom steek ik kapot". Ik had echt het gevoel dat hij het meende wat hij riep. Ik voelde op dat moment angst omdat ik me realiseerde dat hij het echt meende en als hij nog sneller ging lopen dat hij een van ons aan het mes zou rijgen.

- de verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 15 december 2015,

voor zover inhoudende:
Ik geloof de agenten in wat ze hebben opgeschreven in hun proces-verbaal van aangifte. Ik ga ervan uit dat het klopt wat zij verklaren. Ik heb geen reden daaraan te twijfelen.

Feit 3:

- een proces-verbaal verhoor van [slachtoffer 1] op zaterdag 18 juli 2015, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1] 6:

Afgelopen zondag heeft mijn man [verdachte] mij thuis in onze woning in [plaats misdrijf] met platte hand een klap in mijn gezicht gegeven en tegen mijn been geschopt. Van het duwen en trekken (ik moest van hem het huis uit) heb ik blauwe plekken op mijn bovenarm opgelopen. Ik ben ook tegen mijn ribbenkast geslagen.

(Noot verbalisanten: we zien dat [slachtoffer 1] blauwe plekken heeft op haar bovenarmen en een oude blauwe plek op haar ribbenkast.)

- een proces-verbaal van bevindingen, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1]

[slachtoffer 1] 7:

Ik werd door mijn man naar buiten geduwd tegen de muur en heb me afgezet, ik ben langs de muur geschaafd. De plekken op mijn arm zijn van het vastpakken. Stevig. Hij was driftig.

- de verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 15 december 2015,

voor zover inhoudende:

“Ik heb mijn vrouw [slachtoffer 1] op 12 juli 2015 met 2 of 3 vingers met vlakke hand op haar wang getikt. Dat kan haar pijn gedaan hebben. Ik heb haar bij haar beide armen gepakt en geprobeerd uit huis te zetten. Ik zal haar ongetwijfeld hard hebben vastgepakt, ze had ook blauwe plekken op haar arm, zag ik.”

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

2.

op 18 juli 2015 te [plaats misdrijf] [verbalisant 1] en [verbalisant 2] en [verbalisant 3] en [verbalisant 4] (allen verbalisanten van politie eenheid Oost Brabant) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk een mes aan die [verbalisant 1] en [verbalisant 2] en [verbalisant 3] en [verbalisant 4] getoond en voorgehouden en met voornoemd mes

zwaaiende bewegingen gemaakt en die [verbalisant 1] en [verbalisant 2] en [verbalisant 3] en [verbalisant 4] dreigend de woorden toegevoegd:

-'de eerste wout die hier naar binnen komt, die steek ik kapot, die snij ik z'n strot door' en/of

-'ik steek jullie kapot' en/of

-'ik steek je neer' en/of

-'blijf van mijn wijf af, ik steek jullie kapot, de eerste wout die ik tegen kom steek ik kapot' althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

op 12 juli 2015 te [plaats misdrijf] zijn levensgezel, [slachtoffer 1] , heeft mishandeld door - die [slachtoffer 1] tegen haar gezicht te slaan en - die [slachtoffer 1] stevig bij haar bovenarmen te pakken en

- tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] te duwen en/of te trekken en

- die [slachtoffer 1] tegen haar ribbenkast te slaan en

- die [slachtoffer 1] tegen haar been te schoppen.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie vordert een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren, met aftrek van voorarrest, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarden dat verdachte zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door de reclassering, een meldplicht en de verplichting dat verdachte zich ambulant zal laten behandelen, een en ander zoals verwoord in het reclasseringsadvies van de Reclassering Nederland d.d. 10 december 2015.

Zij vordert te bevelen dat de te stellen voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman van verdachte verzoekt verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen van een duur die gelijk is aan de duur van het voorarrest en daarnaast een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met als bijzondere voorwaarde een verplichting tot ambulante behandeling zoals door de psychiater, psycholoog en de reclassering geadviseerd.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een zeer ernstige bedreiging van vier opsporingsambtenaren van politie en mishandeling van zijn levensgezel.

Nadat de politie in de nachtelijke uren bij de woning van verdachte was gekomen en hulp wilde verlenen aan verdachte, die zelf gewond was en zijn levensgezel, heeft verdachte een mes gepakt en heeft hij met dat mes op de openbare weg die vier politieagenten ernstig bedreigd, door met dat mes boven zijn hoofd geheven voortdurend op de politieambtenaren in te lopen. Voorts heeft verdachte daarbij ernstige woordelijke bedreigingen geuit.

Dit moet voor de agenten een angstige en schokkende gebeurtenis zijn geweest, zoals ook blijkt uit de onderbouwing van hun vorderingen benadeelde partij. Slachtoffers van dit soort ernstige feiten ondervinden daar vaak nog jarenlang last van en de herinnering eraan hindert hen in hun dagelijks bestaan en in de uitoefening van hun beroep. Uit de toelichting op de vorderingen benadeelde partij blijkt dat dit ook in deze zaak het geval is.

Het is ontoelaatbaar dat politiemensen in de gerechtvaardigde uitoefening van hun taken worden belemmerd. Dat verdachte de politieambtenaren met veel agressie heeft belemmerd in de uitoefening van hun werk en zich zelfs zeer bedreigend tegen hen heeft gekeerd, terwijl zij kwamen om aan hem, verdachte en zijn levensgezel hulp te verlenen, rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.

Daarnaast heeft verdachte door zijn handelwijze een negatieve bijdrage geleverd aan de in de samenleving aanwezige gevoelens van angst en onveiligheid in de openbare ruimte tijdens de nachtelijke uren.

Kijkend naar de persoon van verdachte houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat verdachte niet eerder voor geweldsfeiten werd veroordeeld.

In het voordeel van verdachte houdt de rechtbank er ook rekening mee dat uit de omtrent de geestvermogens van verdachte uitgebrachte rapporten van M.M. Loomans, psychiater, onder supervisie van A.M. de Jong, psychiater, d.d. 23 november 2015 en van drs. J.J.M. Kampkes, klinisch psycholoog d.d. 22 november 2015 blijkt dat de door verdachte gepleegde strafbare feiten in licht, respectievelijk enigszins verminderde mate aan hem kunnen worden toegerekend.

Door de genoemde deskundigen wordt geadviseerd bij een geheel of gedeeltelijke voorwaardelijke straf als bijzondere voorwaarden te stellen dat verdachte zich gedurende de proeftijd richt naar de aanwijzingen van de reclassering en dat die aanwijzingen inhouden dat verdachte zich onder behandeling stelt voor zijn kwetsbare persoonlijkheid (met pathologische persoonlijkheidstrekken).

Verdachte heeft zich ter terechtzitting hiertoe bereid verklaart.

Redelijkerwijs kan worden aangenomen dat hierdoor het gedrag van verdachte zich ten goede zal keren.

Ook weegt in het voordeel van verdachte mee dat hij er blijk van heeft gegeven dat hij de ernst van het door hem aan de politieambtenaren aangedane leed inziet en berouw heeft getoond voor de door hem jegens die ambtenaren gepleegde strafbare feiten. Bovendien is verdachte zelf ernstig getroffen door de gevolgen van deze feiten, in die zin dat hij zelf gewond is geraakt bij zijn aanhouding.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf van na te noemen duur.

De rechtbank zal deze gevangenisstraf evenwel voor een gedeelte voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Aan deze voorwaardelijke straf zullen na te noemen bijzondere voorwaarden worden gekoppeld.

De rechtbank zal, gelet op de aard van het bewezenverklaarde, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarvan blijkt uit het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland d.d. 10 december 2015 en gelet op de persoonlijkheid van verdachte, waarvan blijkt uit de hiervoor genoemde psychologische en psychiatrische rapportage, een proeftijd bepalen van drie jaar met het oog op het voorkomen van recidive.

Voor een, door de officier van justitie gevorderde dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden van reclasseringstoezicht, meldplicht en behandelverplichting ziet de rechtbank geen aanleiding, nu verdachte reeds enkele maanden onder begeleiding van de reclassering staat in het kader van de schorsing van de voorlopige hechtenis en deze voorwaarden voortduren tijdens een eventueel in te stellen hoger beroep. Niet gebleken is dat er onder deze voorwaarden ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf nu de rechtbank, anders dan de officier van justitie heeft gevorderd, verdachte zal vrijspreken van het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde.

De op te leggen straf is naar het oordeel van de rechtbank in overeenstemming met de ernst van het bewezen verklaarde.

De vorderingen van de benadeelde partijen.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie vordert de toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen, telkens voor het gehele bedrag, met toepassing van de maatregel tot schadevergoeding en toekenning van de wettelijke rente.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman van verdachte heeft verzocht onderscheid te maken in de toekenning van een schadevergoeding wegens immateriële schade, in die zin dat de benadeelde partij [verbalisant 2] als enige geen wapen heeft hoeven te gebruiken tegen verdachte en de andere agenten wel degelijk potentieel dodelijk geweld hebben moeten toepassen, hetgeen verhoogde gevoelens van stress met zich meebrengt.

De raadsman verzoekt een op te leggen vergoeding voor de drie verbalisanten die geschoten hebben te matigen tot € 807,00 en de vergoeding voor [verbalisant 2] nog verder te matigen.

Beoordeling. De rechtbank acht de vorderingen van de benadeelde partijen [verbalisant 2] , [verbalisant 1] en [verbalisant 3] toewijsbaar, als niet betwist en zijnde niet onredelijk, tot een bedrag van € 800,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal de benadeelde partijen [verbalisant 2] , [verbalisant 1] en [verbalisant 3] niet-ontvankelijk verklaren in de vordering voor zover deze een bedrag van € 800,00 te boven gaat. Van het meer gevorderde is niet eenvoudig vast te stellen of en in hoeverre deze schade rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit is toegebracht, onder meer aangezien de bewijsstukken thans ontbreken. Nader onderzoek naar de juistheid en omvang van de vorderingen (in zoverre) zou een uitgebreide nadere behandeling vereisen. De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van (dit deel van) de vorderingen een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De benadeelde partijen kunnen deze onderdelen van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank acht de vordering van benadeelde partij [verbalisant 4] geheel toewijsbaar gelet op de ernstige gevolgen van het onder 2 bewezenverklaarde feit voor deze benadeelde partij, zoals ter terechtzitting is onderbouwd en waarvan de schriftelijke onderbouwing van de vordering eveneens blijk geeft.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partijen tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor de toegewezen bedragen tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 57, 60a, 285, 300, 304.

DE UITSPRAAK

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 1 primair en subsidiair is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het onder feit 2 en feit 3 ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 2 en feit 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 2:bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.T.a.v. feit 3:mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen zijn levensgezel. Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en maatregelen.

Gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen

van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de

Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt en

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de

medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich (uiterlijk) op de tweede werkdag na in vrijheidstelling

telefonisch zal melden bij de reclassering, Advies en Toezichtunit 3 Zuid,

Eekbrouwersweg 6, 5233VG 's-Hertogenbosch, telefoonnummer 073-6408080, en zich

daarna gedurende een door die reclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het

einde van de proeftijd) zal blijven melden zo lang en zo frequent als de reclassering

noodzakelijk acht; - zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen die worden

gegeven door de reclassering;

- zal meewerken aan een ambulante behandeling voor zijn aanwezige trekken van een borderline en ontwijkende persoonlijkheidsstoornis en zijn problemen in de agressieregulatie en emotieregulatie, bij FPA Vincent van Gogh of een soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

waarbij de Reclassering Nederland, Regio's-Hertogenbosch, Eekbrouwersweg 6, 5233 VG te 's-Hertogenbosch, opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

T.a.v. feit 2:Maatregel van schadevergoeding van € 1000,00 subsidiair 20 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [verbalisant 4] van een bedrag van € 1000,00 (zegge: duizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 dagen hechtenis.

Het bedrag betreft een vergoeding voor immateriële schade.

De toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (18 juli 2015) tot aan de dag der algehele voldoening.

T.a.v. feit 2:Maatregel van schadevergoeding van € 800,00 subsidiair 16 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [verbalisant 1] van een bedrag van € 800,00 (zegge: achthonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen hechtenis.

Het bedrag betreft een vergoeding voor immateriële schade.

De toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (18 juli 2015) tot aan de dag der algehele voldoening.

T.a.v. feit 2:Maatregel van schadevergoeding van EUR 800,00 subsidiair 16 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [verbalisant 3] van een bedrag van € 800,00 (zegge: achthonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen hechtenis.

Het bedrag betreft een vergoeding voor immateriële schade.

De toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (18 juli 2015) tot aan de dag der algehele voldoening.

T.a.v. feit 2:Maatregel van schadevergoeding van EUR 800,00 subsidiair 16 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [verbalisant 2] van een bedrag van € 800,00 (zegge: achthonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 16 dagen hechtenis.

Het bedrag betreft een vergoeding voor immateriële schade.

De toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (18 juli 2015) tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [verbalisant 4] :

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [verbalisant 4] van een bedrag van € 1000,00 (zegge: duizend euro), betreffende immateriële schadevergoeding.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (18 juli 2015) tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [verbalisant 1] :

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [verbalisant 1] van een bedrag van € 800,00 (zegge: achthonderd euro), betreffende immateriële schade.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (18 juli 2015) tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk is.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [verbalisant 3] :

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [verbalisant 3] van een bedrag van € 800,00 (zegge: achthonderd euro), betreffende immateriële schade.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (18 juli 2015) tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk is.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [verbalisant 2] :

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [verbalisant 2] van een bedrag van € 800,00 (zegge: achthonderd euro), betreffende immateriële schade.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (18 juli 2015) tot aan de dag der algehele voldoening.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk is.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. C.A. Mandemakers, voorzitter,

mr. C.J. Sangers- de Jong en mr. A.M.R. van Ginneken, leden,

in tegenwoordigheid van J.F.A. Verhagen, griffier,

en is uitgesproken op 29 december 2015.

Mr. C.J. Sangers-de Jong en mr. A.M.R. van Ginneken zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 In de voetnoten wordt – tenzij anders vermeld – verwezen naar het wettig opgemaakt proces-verbaal van de politie, Eenheid Oost-Brabant, Districtsrecherche Eindhoven, proces-verbaalnummer 2015160780, afgesloten op 31 augustus 2015 (hierna: dossier).

2 Dossier p. 38, 40, 41, 42.

3 Dossier p. 45, 46, 47, 48.

4 Dossier p. 50, 51, 52.

5 Dossier p. 56, 57, 58.

6 Dossier p. 63, 64.

7 Dossier p. 72.