Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2015:6506

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
16-11-2015
Datum publicatie
15-12-2015
Zaaknummer
14_4255
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Omgevingsvergunning voor het oprichten van 12 bruggen in de Ecologische Verbindingszone Rosmalense Aa, deelgebied 4.

De bruggen zijn reeds gerealiseerd. Eiseres heeft geen belang meer bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het door haar bestreden besluit. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 14/4255

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 november 2015 in de zaak tussen

Milieuvereniging het Groene Hart, te Den Dungen, eiseres,

(gemachtigden: [gemachtigde A] en [gemachtigde B] ),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente 's-Hertogenbosch, verweerder,

(gemachtigde: mr. J.J.H. van Goch).

Procesverloop

Bij besluit van 3 juni 2014 (het primaire besluit) heeft verweerder aan de gemeente ’s‑Hertogenbosch een omgevingsvergunning verleend voor de activiteit bouwen ten behoeve van het oprichten van een twaalftal bruggen binnen een natuurpark langs de Zuid-Willemsvaart.

Tegen dit besluit heeft eiseres bij verweerder bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 20 oktober 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 oktober 2015. Eiseres is verschenen, bij gemachtigden. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. In geschil is of verweerder de omgevingsvergunning voor het oprichten van 12 bruggen in de Ecologische Verbindingszone Rosmalense Aa, deelgebied 4, op goede gronden heeft verleend. Het betreft 11 bruggen ten behoeve van fietsers en voetgangers en 1 brug voor zwaar (onderhouds-)verkeer.

2. De rechtbank ziet aanleiding om, alvorens aan een inhoudelijke beoordeling van de zaak te kunnen toekomen, ambtshalve te beoordelen of eiseres nog belang heeft bij beoordeling van de rechtmatigheid van het door haar bestreden besluit (procesbelang).

3. Verweerder heeft desgevraagd aangegeven, wat door eiseres niet wordt betwist, dat de bruggen reeds zijn gerealiseerd.

4. Eiseres heeft niet gesteld dat zij schade heeft geleden.

De omstandigheid dat, zoals eiseres heeft gesteld, de uitgevoerde werken niet onomkeerbaar zijn, kan er niet toe leiden dat een procesbelang wordt aangenomen. Met de realisering van de bouwwerken is de verleende omgevingsvergunning namelijk uitgewerkt.

De omstandigheid dat ten aanzien van de hoofdverkeersverbindingen in het Kanaalpark nog procedures aanhangig zijn bij de Raad van State, die met de bouw van de bruggen samenhangen, leidt evenmin tot het aannemen van een procesbelang. De uitkomst van die procedures kan namelijk niet afdoen aan de zelfstandige beoordeling van de aanvraag voor de in geding zijnde omgevingsvergunning aan de hand van artikel 2.10 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Voor zover eiseres heeft aangevoerd dat een deel van de Rosmalense Aa niet is uitgevoerd conform een daarvoor verleende vergunning valt dit buiten dit geschil, dat ziet op de bouw van 12 bruggen.

5. Gelet op het voorafgaande is de rechtbank van oordeel dat eiseres geen belang meer heeft bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het door haar bestreden besluit. Het beroep zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J. de Lange, rechter, in aanwezigheid van mr. J.F.M. Emons, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 november 2015.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.