Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2015:6298

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
30-10-2015
Datum publicatie
02-11-2015
Zaaknummer
01/845328-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Voor een inbraak in een juwelierszaak, twee opzethelingen en een tweetal verkeersmisdrijven wordt verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 144 dagen waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch

Team strafrecht

Parketnummers: 01/845328-15 en 01/820253-15 (ter terechtzitting gevoegd)

Datum uitspraak: 30 oktober 2015

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1972] ,

zonder bekende vaste woon- en verblijfplaats,

postadres: [plaats] , [adres] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 5 augustus 2015 en 16 oktober 2015.

Op de zitting van 16 oktober 2015 heeft de rechtbank de tegen verdachte, onder de hiervoor genoemde parketnummers, aanhangig gemaakte zaken gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak met parketnummer 01/845328-15 is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 8 juli 2015. De zaak met parketnummer 01/820253-15 is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 15 september 2015.

Aan verdachte is in de tenlastelegging met parketnummer 01/845328-15 ten laste gelegd dat:

1. hij op of omstreeks 30 april 2015 te Schijndel, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een juwelierszaak (aan de [straat 1] ) heeft weggenomen een (grote) hoeveelheid sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of (een van) zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

2. hij op of omstreeks 20 april 2015 te Sint-Oedenrode tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een kledingwinkel (aan de [straat 2] ) heeft weggenomen een hoeveelheid kleding (van het/de merken Hugo Boss, Stone Island en/of Seventy, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), waarbij verdachte en / of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft / hebben verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft / hebben gebracht door middel van braak, verbreking en / of inklimming;

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 30 april 2015 te Schijndel en/of Boxtel, althans in Nederland, kleding, althans een t-shirt/polo van het merk Stone Island heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die kleding/t-shirt/polo wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

3. hij op 30 april 2015 te Boxtel als degene die als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in Boxtel op/aan Geelders 4, de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [slachtoffer 3] ) letsel en/of schade was toegebracht;

4. hij op of omstreeks 30 april 2015 te Boxtel en/of Schijndel als bestuurder van een motorrijtuig (een bestelbus), daarmee (meermalen) rijdende op de weg, de Schijndelsedijk, heeft gereden met een snelheid van ongeveer 120 kilometer per uur, althans met een hogere snelheid dan de aldaar toegestande snelheid van 80 kilometer, in elk geval met een te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse en/of (vervolgens) rijdend over de weg, de Schijndelseweg, zich heeft verplaatst naar de rijbaan voor het tegemoetkomende verkeer en aldaar heeft gereden waardoor een hem, verdachte, tegemoetkomende bestuurder van een motorrijtuig genoodzaakt werd om hard te remmen teneinde een botsing althans een aanrijding met zijn, verdachtes, motorrijtuig te voorkomen en/of (vervolgens) rijdend over de Schijndelseweg heeft gereden met een snelheid van ongeveer 80 kilometer per uur, althans met een hogere snelheid dan de aldaar toegestane snelheid van 50 kilometer per uur, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

Aan verdachte is in de tenlastelegging met parketnummer 01/820253-15 ten laste gelegd dat:

1. hij op of omstreeks 09 april 2015 te Eindhoven, althans in Nederland, een personenauto Audi S4, Avant) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die personenauto wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

2. hij op of omstreeks 09 april 2015 te Eindhoven als bestuurder van een motorrijtuig, (personenauto), dat motorrijtuig op de weg, Franz Leharplein en/of Genneperweg, heeft laten staan of daarmede over die weg heeft gereden, terwijl hij wist of redelijkerwijze kon vermoeden dat op dat motorrijtuig (een) teken(s), te weten een kentekenplaat voorzien van de cijfer/lettercombinatie [kenteken] , was/waren aangebracht dat/die, niet zijnde (een)

ingevolge artikel 36 van de Wegenverkeerswet 1994 aan de eigenaar of houder

voor dat motorrijtuig opgegeven kenteken(s) door kon(den) gaan voor (een) zodanig(e) kenteken(s) dan wel met de kennelijke bedoeling dat/die teken(s) te doen doorgaan voor (een) overeenkomstig de daarvoor geldende voorschriften opgegeven buitenlands(e) kenteken(s) of (een) met toepassing van artikel 37, derde lid, van de Wegenverkeerswet 14 opgegeven kenteken(s);

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 14 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen geldig zijn. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak.

Ten aanzien van feit 2, primair, in de zaak met parketnummer 01/845328-15

De rechtbank kan uit de voorhanden zijnde bewijsmiddelen, noch uit het onderzoek ter terechtzitting afleiden dat verdachte op enigerlei wijze verwijtbaar betrokken is geweest bij de diefstal van diverse kledingstukken uit een kledingwinkel in Sint-Oedenrode op 20 april 2015.

De rechtbank acht derhalve, in navolging van de officier van justitie en de verdediging, niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder dit feit is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen en de beoordeling daarvan.

Inleiding.

In de zaak met parketnummer 01/845328-15

Op 30 april 2015 was verdachte de bestuurder van een bestelbus die na een achtervolging door de politie tegen een hek tot stilstand kwam. De inzittenden vluchtten uit de auto, maar werden kort daarna aangehouden. De inzittenden waren verdachte (bestuurder) en een medeverdachte (bijrijder). In de auto werd een tas aangetroffen met daarin sieraden. Kort voor aanvang van de achtervolging had er een inbraak plaatsgevonden bij [juwelier] in Schijndel. De in het voertuig aangetroffen sieraden bleken van deze juwelier afkomstig. Bij zijn aanhouding droeg verdachte een poloshirt, afkomstig van een inbraak bij een kledingwinkel in Schijndel op 20 april 2015.

In de zaak met parketnummer 01/820253-15

Op 9 april 2015 werd verdachte door een verbalisant gezien in een auto die gestolen bleek te zijn. Verdachte is ter plekke aangehouden.

Het standpunt van de officier van justitie.

In de zaak met parketnummer 01/845328-15 acht de officier van justitie de onder feit 1, feit 2 subsidiair, feit 3 en feit 4 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen. In de zaak met parketnummer 01/820253-15 acht de officier van justitie beide feiten wettig en overtuigend bewezen.

Het standpunt van de verdediging.

In de zaak met parketnummer 01/845328-15

De verdediging refereert zich ten aanzien van de onder feit 1 en feit 3 ten laste gelegde feiten aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van het onder feit 2 subsidiair ten laste gelegde feit heeft de verdediging vrijspraak bepleit. De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte een aannemelijke verklaring heeft gegeven met betrekking tot het verkrijgen van het bewuste shirt.

Ten aanzien van het onder feit 4 ten laste gelegde bepleit de verdediging dat niet alle ten laste gelegde feitelijke verkeershandelingen van verdachte een gevaarzettend karakter hadden in de zin van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

In de zaak met parketnummer 01/820253-15

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor beide feiten. De verdediging stelt zich op het standpunt dat er geen feiten of omstandigheden waren op grond waarvan verdachte kon vermoeden dat het een gestolen auto (met valse kentekenplaten) betrof.

De bewijsmiddelen in de zaak met parketnummer 01/845328-15. 1

Ten aanzien van feit 1

 De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 16 oktober 2015.

 De verklaringen van aangever [slachtoffer 1] .23

Ten aanzien van feit 3

 De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 16 oktober 2015.

 De aangifte van [slachtoffer 3] .4

Gelet op het bepaalde in artikel 359 derde lid van het Wetboek van Strafvordering zijn de hiervoor genoemde bewijsmiddelen niet uitgewerkt.

Ten aanzien van feit 2 subsidiair

De verklaring van verdachte.

Dat shirt van het merk Stone Island heb ik bij het supportershome van PSV van iemand gekregen. Ik had geen geld om het te kopen en voor de verkoper was het shirt te groot. Er wordt daar nogal veel in merkkleding gehandeld. Dit was de eerste keer dat ik zoiets gekregen heb. Normaal kocht ik het altijd. Ik draag constant (polo)shirts van het merk Stone Island.5

De aangifte van [slachtoffer 2] .

Ik doe aangifte ter zake van diefstal. Ik ben eigenaar van kledingzaak [herenmodezaak] te Sint-Oedenrode. Ik verkoop een duurder segment kleding van onder andere het merk Stone Island. Ik zal zo snel mogelijk aanleveren wat is weggenomen.6

Bijlage goederen: 86 shirts van het merk Stone Island.7

Kennisgeving van inbeslagneming.

Datum: 30 april 2015

Object: Shirt

Merk: Stone Island

Type: Polo

Eigenaar: [verdachte] .8

Het relaas van [verbalisant 1] .

Ik stuurde [slachtoffer 2] de foto’s door middel van whatsapp van de polo welke bij [verdachte] in beslag was genomen. Ik kreeg van [slachtoffer 2] een bericht terug dat er 5 van dezelfde polo’s waren weggenomen. [slachtoffer 2] liet mij nog middels een bericht weten dat hij een foto van de QR code in het label in de polo van de verdachte had door gestuurd naar Italië. Deze konden mogelijk middels deze QR code zien of de polo aan hem was geleverd.9 Ik ontving op 4 mei 2015 een mailbericht van [slachtoffer 2] , eigenaar van de [herenmodezaak] . De tekst van de mail luidde: Hoi [slachtoffer 2] , Hierbij het antwoord van SPW waarin bevestigd wordt dat het artikel van jou afkomstig is. Groet [persoon 1] . Verderop in de mail is in het Engels geschreven door [persoon 2] dat zij de CLG code 722 859 881 295 heeft geverifieerd en dat deze code correspondeerde met een artikel welke aan [herenmodezaak] te Sint-Oedenrode is geleverd.10

Ten aanzien van feit 4

De verklaring van verdachte.

Ik reed op 30 april 2015 op de linkerbaan van de Schijndelseweg. De tegenligger zal best geremd hebben. Ik heb tijdens die achtervolging wel verkeersovertredingen begaan. Ik heb wel harder gereden dan is toegestaan op de Schijndelseweg.11

Het relaas van [verbalisant 2] en [verbalisant 3] .

Op 30 april 2015 stonden wij, vlak voor de kruising met de Schijndelsedijk in Boxtel. De maximale snelheid op de Schijndelsedijk bedraagt 80 kilometer per uur. Na enkele minuten zagen wij dat er een voertuig, een bestelbus, kwam uit de richting van Schijndel en reed in richting van Boxtel. Wij besloten achter het voertuig aan te rijden om deze te onderwerpen aan een controle. Wij zagen toen wij de Schijndelsedijk opdraaiden, dat de bestelbus aan het versnellen was. Ik zag dat de het dienstvoertuig toen harder reed dan de toegestane 80 kilometer per uur.12 Wij zagen dat de bestuurder de derde afrit nam de Schijndelseweg op. De Schijndelseweg betreft een weg waar de maximale snelheid 50 kilometer per uur bedraagt. Wij zagen dat het voertuig geheel op de rijbaan voor het tegemoetkomende verkeer ging rijden. Wij zagen dat er vanuit tegemoetkomende richting een voertuig kwam gereden. Wij zagen dat het voertuig welke wij achtervolgde recht op het tegemoetkomende voertuig afreed. Wij zagen vervolgens dat het tegemoetkomende voertuig hard remde. Wij hebben het voertuig met snelheden tot 80 kilometer per uur gevolgd via de Schijndelseweg in de richting van de Europalaan. Op de Schijndelseweg bedraagt de maximale snelheid 50 kilometer per uur. 13

Nadere bewijsoverweging.

Ten aanzien van feit 2, subsidiair

De verdediging heeft vrijspraak bepleit omdat de verklaring van verdachte over de aanschaf van het poloshirt voldoende aannemelijk is.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe als volgt. Verdachte heeft verklaard dat hij ‘constant’ shirts van het merk Stone Island draagt. Van verdachte mag dus worden verwacht dat hij weet wat deze shirts in de winkel kosten. Het ging hier kennelijk om een nieuw shirt, dat verdachte gratis zou zijn aangeboden door een volslagen onbekende, omdat het shirt hem te groot was. Dit acht de rechtbank opmerkelijk, alleen al omdat het voor de hand ligt een te groot gekocht shirt in de betreffende winkel te ruilen voor de goede maat. Uitgaande van de door verdachte geschetste gang van zaken had hij daarom redelijkerwijs moeten vermoeden dat dit shirt uit een misdrijf afkomstig was.

De bewijsmiddelen in de zaak met parketnummer 01/820253-15. 14

De aangifte van [slachtoffer 4] .

Hierbij doe ik aangifte van diefstal van mijn auto, merk Audi, type S4, voorzien van het [kenteken] .15

De verklaring van verdachte.

Ik reed op 9 april 2015 in een Audi S4 met kenteken [kenteken] . De in de politieauto aangetroffen autosleutel had ik voor mijn aanhouding in mijn bezit en hoorde bij deze auto.16

Het relaas van [verbalisant 4] .

Op 9 april 2015 hoorde ik van [verbalisant 5] dat hij had gezien dat er een man als bestuurder van een Audi S4 met kenteken [kenteken] had geparkeerd op de Genneperweg in Eindhoven. De bestuurder was vervolgens naar het Franz Leharplein gelopen. Ik wilde de man die als bestuurder uit de genoemde Audi was gestapt controleren.17 Ik ben naar de man toegereden en deelde hem mede dat was gezien dat hij als bestuurder uit een Audi was gestapt en vroeg de man of dit juist was. Ik hoorde hierop dat de man antwoordde dat hij niet met een Audi was, maar dat hij te voet was. Ik deelde de man mede dat mijn collega zeker wist dat hij hem als bestuurder had zien rijden en zien uitstappen. Ik vroeg de man naar een op zijn naam gesteld rijbewijs dan wel identiteitsbewijs. Hierop zag ik dat de man mij een nationaal Nederlands paspoort overhandigde op naam van [verdachte] , geboren op [1972] te [geboorteplaats] .18

Het relaas van [verbalisant 6] , [verbalisant 7] en [verbalisant 8] .

Wij hebben onderzoek verricht naar de voertuigen.

De voertuigen betroffen:

Merk : Audi

Type : S4 Avant

Wij zagen dat het voertuig was voorzien van de kentekenplaten [kenteken] . Wij zagen dat het VIN nummer welke in de auto is ingeslagen betrof: *WAUZZZ8K3O6O9Q5*

Bij controle zagen wij dat genoemd VIN nummer thuis hoort op een Audi S4 met [kenteken] . Wij zagen bij het raadplegen dat deze Audi als gestolen gesignaleerd stond.19

Het relaas van [verbalisant 9] en [verbalisant 10] .

Wij reden met de [verdachte] richting het politiebureau. Daar aangekomen stapte de verdachte uit het voertuig. Ik, [verbalisant 10] , keek op de plek waar de verdachte in ons voertuig had gezeten. Ik zag hier een zwart en zilver kleurige autosleutel liggen van het merk Audi. Wij weten zeker dat deze sleutel niet in ons dienstvoertuig lag voordat de [verdachte] in ons dienstvoertuig stapte.20

Het oordeel van de rechtbank.

In de zaak met parketnummer 01/845328-15

Gelet op de inhoud van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen en hetgeen hiervoor is overwogen, acht de rechtbank het onder feit 1, feit 2 subsidiair, feit 3 en feit 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hierna onder “de bewezenverklaring” nader zal worden aangegeven.

In de zaak met parketnummer 01/820253-15

Op grond van de inhoud van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wist dat de Audi waarin hij op 9 april 2015 reed van een misdrijf afkomstig was. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat verdachte in eerste instantie heeft verklaard dat hij op voornoemde datum niet de bestuurder was van de betreffende auto, terwijl de politie heeft gerelateerd in een proces-verbaal dat is gezien dat verdachte uit die auto is gestapt en vervolgens de auto met de afstandsbediening op slot deed. Ter zitting heeft verdachte vervolgens bekend dat hij wel degelijk degene was die op 9 april 2015 met de betreffende Audi heeft gereden. Voorts heeft de rechtbank overwogen dat verdachte na zijn aanhouding heeft geprobeerd de bij de Audi behorende sleutel te verbergen voor de verbalisanten door die sleutel in de arrestantenbus weg te moffelen.

Gelet op de inhoud van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen en hetgeen hiervoor is overwogen, acht de rechtbank het onder feit 1 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hierna onder “de bewezenverklaring” nader zal worden aangegeven.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat op de auto waarin hij reed valse kentekenplaten gemonteerd waren. Het enkele feit dat verdachte er wetenschap van had dat hij in een gestolen auto reed, acht de rechtbank daartoe onvoldoende, nu het feit dat een auto gestolen is niet zonder meer betekent dat er valse kentekenplaten worden gevoerd. Het dossier bevat voorts geen bewijsmiddelen waarop deze wetenschap van verdachte voor het overige kan worden gebaseerd. Verdachte behoort dan ook van het onder feit 2 ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

in de zaak met parketnummer 01/845328-15

ten aanzien van feit 1

op 30 april 2015 te Schijndel, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, uit een juwelierszaak (aan de [straat 1] ) heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden, toebehorende aan [slachtoffer 1] , waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

ten aanzien van feit 2, subsidiair

op 30 april 2015 te Schijndel en/of Boxtel een polo van het merk Stone Island voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die polo redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;

ten aanzien van feit 3

op 30 april 2015 te Boxtel als degene die als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in Boxtel aan Geelders 4, de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval naar hij wist aan een ander (te weten [slachtoffer 3] ) schade was toegebracht;

ten aanzien van feit 4

op 30 april 2015 te Boxtel en Schijndel als bestuurder van een motorrijtuig (een bestelbus), daarmee rijdende op de weg, de Schijndelsedijk, heeft gereden met een hogere snelheid dan de aldaar toegestane snelheid van 80 kilometer per uur, en vervolgens rijdend over de weg, de Schijndelseweg, zich heeft verplaatst naar de rijbaan voor het tegemoetkomende verkeer en aldaar heeft gereden waardoor een hem, verdachte, tegemoetkomende bestuurder van een motorrijtuig genoodzaakt werd om hard te remmen teneinde een aanrijding met zijn, verdachtes, motorrijtuig te voorkomen en vervolgens rijdend over de Schijndelseweg heeft gereden met een hogere snelheid dan de aldaar toegestane snelheid van 50 kilometer per uur, door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg kon worden veroorzaakt en het verkeer op die weg kon worden gehinderd;

in de zaak met parketnummer 01/820253-15

ten aanzien van feit 1

op 09 april 2015 te Eindhoven een personenauto (Audi S4, Avant) voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die personenauto wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie eist voor feit 4 in de zaak met parketnummer 01/845328-15 een gevangenisstraf van 1 maand en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 1 jaar. Voor de overige feiten gezamenlijk eist de officier van justitie een gevangenisstraf van 12 maanden met aftrek van het voorarrest. Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging acht een gevangenisstraf voor de duur gelijk aan de periode dat verdachte in voorarrest heeft gezeten passend en geboden. Voor feit 4 in de zaak met parketnummer 01/845328-15 vraagt de verdediging om verdachte schuldig te verklaren zonder strafoplegging.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij haar beslissing over de strafsoort en de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de binnen de zittende magistratuur ontwikkelde oriëntatiepunten. De oriëntatiepunten dienen als vertrekpunt bij het bepalen van de straf.

De rechtbank heeft ten nadele van verdachte het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte en zijn mededader hebben zich schuldig gemaakt aan een inbraak bij een juwelier waarbij meerdere sieraden zijn weggenomen. Daarna heeft verdachte, om aan de politie te ontkomen, meerdere verkeersovertredingen met een gevaarzettend karakter gepleegd. Verdachte heeft zich daarnaast schuldig gemaakt aan schuldheling en het verlaten van de plaats van een ongeval, terwijl bij dat ongeval schade was aangericht.

Bij de overval op de juwelier hebben verdachte en zijn mededader met hun handelen voor veel materiele schade gezorgd en voor veel hinder en overlast bij aangever en omwonenden. Inbraken als deze tasten bovendien het gevoel van veiligheid van omwonenden aan. Het handelen van verdachte en zijn mededader was puur gericht op eigen gewin ten koste van anderen, zonder enig respect voor andermans eigendom. Dat laatste wordt verdachte ook aangerekend met betrekking tot de (schuld)heling van het poloshirt en de Audi. Verdachte heeft daarnaast, als bestuurder van de vluchtauto, meerdere verkeersovertredingen met een gevaarzettend karakter begaan ten einde aan de politie te ontkomen. De rechtbank rekent verdachte dit alles zwaar aan.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur als na te melden.

De rechtbank zal een aanzienlijk lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank bij het bepalen van de strafmaat, anders dan de officier van justitie, de inbraak bij de juwelier beschouwt als een inbraak in een bedrijfspand en niet als een ramkraak. Voor een inbraak in een bedrijfspand geldt volgens voornoemde oriëntatiepunten een aanzienlijk lagere straf als uitgangspunt voor de strafmaat. De rechtbank is daarnaast van oordeel dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank voor feit 4 in de zaak met parketnummer 01/845328-15 een ontzegging van de rijbevoegdheid niet opportuun, nu verdachte niet in het bezit is van een rijbewijs.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .

De rechtbank acht - als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade - het volgende onderdeel van de vordering toewijsbaar:

- materiële schadevergoeding van € 1.500,-- (post “eigen risico”) .

De rechtbank zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren ten aanzien van de posten “etalageruit” en “controle voorraad/gestolen waren” van de vordering. De rechtbank acht deze onderdelen van de vordering onvoldoende onderbouwd, temeer nu een definitieve schadeopgave ontbreekt en daarnaast niet is vast te stellen of en in hoeverre door de benadeelde gemaakte kosten reeds zijn vergoed door de verzekering. Nader onderzoek naar de juistheid en omvang van de vordering zou een uitgebreide nadere behandeling vereisen. De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De benadeelde partij kan deze onderdelen van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededader samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Beslag.De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit voorwerpen zijn met betrekking tot welke feit 1 in de zaak met parketnummer 01/845328-15 is begaan.

De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit voorwerpen zijn met behulp van welke feit 1 in de zaak met parketnummer 01/845328-15 is begaan.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen aan verdachte nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van de inbeslaggenomen goederen.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

9a, 14a, 14b, 14c, 24c, 27, 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 57, 310, 311, 312 en 416 van het Wetboek van Strafrecht en

176 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994.

DE UITSPRAAK

T.a.v. 01/845328-15 feit 2 primair, 01/820253-15 feit 2: Vrijspraak.

T.a.v. 01/845328-15 feit 1, feit 2 subsidiair, feit 3, 01/820253-15 feit 1: Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven en de overtreding:

T.a.v. 01/845328-15 feit 1:

Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en de weg te nemen goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

T.a.v. 01/845328-15 feit 2 subsidiair: Opzetheling.

T.a.v. 01/845328-15 feit 3:

Overtreding van artikel 7, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994. T.a.v. 01/845328-15 feit 4: Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

T.a.v. 01/820253-15 feit 1:Opzetheling.Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straffen en maatregelen:

T.a.v. 01/845328-15 feit 1, feit 2 subsidiair, feit 3, 01/820253-15 feit 1:Een gevangenisstraf voor de duur van 144 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27van het Wetboek van Strafrecht, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

T.a.v. 01/845328-15 feit 4: Schuldigverklaring zonder oplegging van straf.

T.a.v. 01/845328-15 feit 1: Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van een bedrag van EUR 1.500,-- (zegge: vijftienhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 25 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van EUR ter zake van materiële schade (post "eigen risico").

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door zijn mededader is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van EUR 1.500,-- (zegge: vijftienhonderd euro) ter zake van materiële schade (post "eigen risico").

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door zijn mededader is betaald.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is. T.a.v. 01/845328-15 feit 1: Onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen, te weten: de 2 kentekenplaten met [kenteken] .

Verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen, te weten de voorwerpen genoemd onder nummer 9 tot en met 12, vermeld op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen van 10 september 2015. De rechtbank gelast de teruggave van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten de voorwerpen genoemd onder nummer 3 tot en met 7, 13 en 1A, vermeld op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen van 10 september 2015, aan [verdachte] .

De rechtbank gelast de teruggave van de inbeslaggenomen personenauto, merk Mercedes-Benz, met [kenteken] , aan de [organisatie] , die redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

Voornoemde beslaglijst is als bijlage bij dit vonnis gevoegd en dient als hier ingevoegd en herhaald te worden beschouwd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. H.A. van Gameren, voorzitter,

mr. H.M. Hettinga en mr. T.J.M. Kolfschoten, leden,

in tegenwoordigheid van mr. S. Kriekaard, griffier,

en is uitgesproken op 30 oktober 2015.

1 Tenzij anders vermeld wordt verwezen naar de paginanummers uit het proces-verbaal van de regiopolitie Oost-Brabant, district ‘s-Hertogenbosch, registratienummer PL2100-2015094397, afgesloten op 28 juli 2015, aantal doorgenummerde bladzijden: 219.

2 Proces-verbaal aangifte d.d. 30 april 2015, pag. 106-108.

3 Proces-verbaal aangifte d.d. 7 mei 2015, pag. 109-112.

4 Proces-verbaal aangifte d.d. 30 april 2015, pag. 100-104.

5 Afgelegd ter terechtzitting van 16 oktober 2015.

6 Proces-verbaal aangifte d.d. 20 april 2015, pag. 143.

7 Aanvullende bijlage goederen bij aangifte d.d.2 mei 2015, pag. 146-149.

8 Kennisgeving van inbeslagneming d.d. 30 april 2015, pag. 188-189.

9 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 mei 2015, pag. 156.

10 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 5 mei 2015, pag. 160.

11 Afgelegd ter terechtzitting van 16 oktober 2015.

12 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 april 2015, pag. 73.

13 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 30 april 2015, pag. 74.

14 Tenzij anders vermeld wordt verwezen naar de paginanummers uit het proces-verbaal van de regiopolitie Oost-Brabant, district Eindhoven, registratienummer PL2100-2015077933, afgesloten op 24 juni 2015, aantal doorgenummerde bladzijden: 93.

15 Proces-verbaal aangifte d.d. 10 december 2014, pag. 19.

16 Afgelegd ter terechtzitting van 16 oktober 2015.

17 Proces-verbaal aanhouding d.d. 9 april 2015 met nummer PL2100-2015077933-4, pag. 79.

18 Proces-verbaal aanhouding d.d. 9 april 2015 met nummer PL2100-2015077933-4, pag. 80.

19 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 april 2015, pag. 32.

20 Proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 april 2015, pag. 28.