Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2015:6104

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
26-10-2015
Datum publicatie
26-10-2015
Zaaknummer
01/879124-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor tweemaal medeplegen van poging tot zware mishandeling.

Medeverdachte heeft vanuit een rijdende auto fietsers met een golfclub geslagen (poging doodslag niet bewezen; geen voorwaardelijk opzet op de dood; wel poging zware mishandeling via voorwaardelijk opzet).

Verdachte bestuurde de auto en heeft met anderen de minderjarige medeverdachte opgehitst. Medeplegen wordt bewezen verklaard.

Opgelegd wordt een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Als bijzondere voorwaarde is o.m. gesteld dat verdachte zich moet gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering.

Schade dient vergoed te worden (hoofdelijk). Schadevergoedingsmaatregel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OOST-BRABANT

Strafrecht

Parketnummer: 01/879124-14

Datum uitspraak: 26 oktober 2015

Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1995] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] .

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 12 oktober 2015.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 11 september 2015.

Nadat de tenlastelegging op de terechtzitting van 12 oktober 2015 is gewijzigd is aan verdachte ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 24 januari 2014 te Helmond ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met zijn mededader(s), althans alleen,

vanuit (het portierraam van) een door verdachte en/of zijn mededader(s) bestuurde, rijdende, (personen)auto met een golfclub, althans een hard en/of zwaar voorwerp, tegen het hoofd van die naast en/of nabij die auto fietsende [slachtoffer 1] heeft geslagen, althans die golfclub/dat voorwerp zodanig uit (het portierraam van) die auto heeft gestoken en/of gehouden dat die [slachtoffer 1] met die golfclub/dat voorwerp tegen diens hoofd geraakt werd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

[medeverdachte] op of omstreeks 24 januari 2014 te Helmond ter uitvoering van het door die [medeverdachte] voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet vanuit (het portierraam van) een rijdende, (personen)auto met een golfclub, althans een hard en/of zwaar voorwerp, tegen het hoofd van die naast en/of nabij die auto fietsende [slachtoffer 1] heeft geslagen, althans die golfclub/dat voorwerp zodanig uit (het portierraam van) die auto heeft gestoken en/of gehouden dat die [slachtoffer 1] met die golfclub/dat voorwerp tegen diens hoofd geraakt werd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 24 januari 2014 te Helmond opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door toen en daar:

- die [medeverdachte] naar en vanaf de plaats van het misdrijf te vervoeren en/of

- aan die [medeverdachte] een golfclub ter beschikking te stellen, althans een golfclub door die [medeverdachte] te laten gebruiken en/of

- die (personen)auto dusdanig te besturen en/of manoeuvreren achter en/of naast en/of langs die [slachtoffer 1] en/of de snelheid van die (personen)auto dusdanig aan te passen en/of te reguleren dat die [medeverdachte] de mogelijkheid had om - vanuit die (personen)auto - die [slachtoffer 1] te slaan en/of te raken;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 24 januari 2014 te Helmond met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Hoofdstraat, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1] , welk geweld bestond uit het vanuit een rijdende (personen)auto slaan met een golfclub, althans een hard en/of zwaar voorwerp, tegen het hoofd van die naast en/of nabij die auto fietsende [slachtoffer 1] , althans het vanuit die auto zodanig steken en/of houden van die golfclub/dat voorwerp dat die [slachtoffer 1] daarmee tegen diens hoofd werd geraakt;

2.

hij op of omstreeks 25 januari 2014 te Helmond ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met zijn mededader(s), althans alleen,

vanuit (het portierraam van) een door verdachte en/of zijn mededader(s) bestuurde, rijdende, (personen)auto met een golfclub, althans een hard en/of zwaar voorwerp, tegen het hoofd van die naast en/of nabij die auto fietsende [slachtoffer 2] heeft geslagen, althans die golfclub/dat voorwerp zodanig uit (het portierraam van) die auto heeft gestoken en/of gehouden dat die [slachtoffer 2] met die golfclub/dat voorwerp tegen diens hoofd geraakt werd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

[medeverdachte] op of omstreeks 25 januari 2014 te Helmond ter uitvoering van het door die [medeverdachte] voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven te beroven, althans zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet vanuit (het portierraam van) een rijdende, (personen)auto met een golfclub, althans een hard en/of zwaar voorwerp, tegen het hoofd van die naast en/of nabij die auto fietsende [slachtoffer 2] heeft geslagen, althans die golfclub/dat voorwerp zodanig uit (het portierraam van) die auto heeft gestoken en/of gehouden dat die [slachtoffer 2] met die golfclub/dat voorwerp tegen diens hoofd geraakt werd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

bij en/of tot het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, op of omstreeks 25 januari 2014 te Helmond opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door toen en daar:

- die [medeverdachte] naar en vanaf de plaats van het misdrijf te vervoeren en/of

- aan die [medeverdachte] een golfstick ter beschikking te stellen, althans een golfstick door die [medeverdachte] te laten gebruiken en/of

- die (personen)auto dusdanig te besturen en/of manoeuvreren achter en/of naast en/of langs die [slachtoffer 1] en/of de snelheid van die (personen)auto dusdanig aan te passen en/of te reguleren dat die [medeverdachte] de mogelijkheid had om - vanuit die (personen)auto - die [slachtoffer 2] te slaan en/of te raken;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 25 januari 2014 te Helmond met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Houtsestraat, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] , welk geweld bestond uit het vanuit een rijdende (personen)auto slaan met een golfclub, althans een hard en/of zwaar voorwerp, tegen het hoofd van die naast en/of nabij die auto fietsende [slachtoffer 2] , althans het vanuit die auto zodanig steken en/of houden van die golfclub/dat voorwerp dat die [slachtoffer 2] daarmee tegen diens hoofd werd geraakt.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De rechtbank is bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Bewijs.

Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met een of meer anderen heeft gepoogd [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] van het leven te beroven.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging concludeert hooguit tot medeplichtigheid van verdachte aan poging tot doodslag dan wel zware mishandeling. Verdachte heeft de auto bestuurd van waaruit [medeverdachte] met een golfclub heeft geslagen. Verdachte kan in beide gevallen niet worden aangerekend dat [medeverdachte] tegen het hoofd heeft geslagen. Verdachte heeft [medeverdachte] slechts daartoe in de gelegenheid gesteld. De golfclub die [medeverdachte] heeft gebruikt lag in de auto van verdachte, verdachte heeft [medeverdachte] na het eerste incident opnieuw in zijn auto toegelaten en heeft de auto toen al dan niet naar de fietsers gestuurd.

Het oordeel van de rechtbank. 1

T.a.v. parketnummer 01/875001-14

De verdachte wordt onder de feiten 1 primair en 2 primair verweten dat hij samen met een of meer medeverdachten heeft gepoogd op twee achtereenvolgende dagen in januari 2014 (op vrijdag de 24ste en zaterdag de 25ste) fietsers van het leven te beroven, dan wel aan hen zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, doordat vanuit een door verdachte bestuurde auto door een medeverdachte met een golfclub tegen het hoofd van die fietsers is geslagen.

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het medeplegen van een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , die beiden van hun fiets zijn geslagen.

De gebezigde bewijsmiddelen ontleent de rechtbank aan een dossier van Politie eenheid Oost-Brabant, district Recherche Helmond, met proces-verbaalnummer 2014011370, gesloten op 3 juni 2014, doorgenummerde bladzijden: 442 (hierna te noemen: eindpv I), en aan het proces-verbaal van de terechtzitting van 12 oktober 2015. De gebezigde bewijsmiddelen houden in:

Feit 1 primair en feit 2 primair.

- de aangifte van [slachtoffer 1] :

Ik doe aangifte van mishandeling, gepleegd in de Hoofdstraat te Helmond op vrijdag

24 januari 2014. Op 24 januari 2014 ben ik naar huis gefietst. Op een gegeven moment (21:40-21:45u) voelde ik dat er een auto langzaam achter mij bleef rijden. Ik voelde een flinke klap op mijn hoofd. Ik weet niet wat er daarna gebeurde. Ik stond op en de ik zag die auto wegrijden. Ik zag dat een persoon die rechtsachter zat een golfclub naar binnen trok. In het ziekenhuis hebben ze de verwonding boven op mijn hoofd geplakt2.

- de verklaring van [persoon 1]3:

Die vrijdagavond 24 januari 2014 kwam [verdachte] ons, [persoon 2] en mij, ophalen. Hij kwam met de blauwe Laguna. Hierin zaten [medeverdachte] , [verdachte] en een jongen die ik niet van naam ken. We zijn met de auto rond gaan rijden. Na een half uur reden we over de Hoofdstraat. Ik zag toen dat [medeverdachte] een golfclub tevoorschijn haalde en het raam opende. Ik zag dat hij de stick door het raam naar buiten stak. Ik hoorde een klots tegen het hoofd van die jongen aan. Ik zag dat hij de stick naar binnen haalde. We reden toen heel hard weg.

- de verklaring van [persoon 2] :

Ik ben die vrijdag opgehaald. Ik zat links achter in de auto en [persoon 1] in het midden. Naast [persoon 1] zat een jongen die [medeverdachte] heette. De afstand tussen de fietser en de auto was een halve meter, een meter zoiets. Een paar dagen voordat er met de golfclub werd geslagen wilde [medeverdachte] ook al een meisje slaan. Hij zei toen tegen [verdachte] dat hij dicht langs het meisje af moest rijden om haar te kunnen raken. [verdachte] deed dat maar [medeverdachte] mistte. Volgens mij heeft [medeverdachte] tegen [verdachte] gezegd dat hij dicht langs de fietser moest gaan rijden omdat hij wilde gaan slaan. Volgens mij stuurde [verdachte] toen wel een beetje naar rechts4.

- de verklaring van [medeverdachte] :

We zaten met vijf jongens in de auto. Er lag een golfclubstick achterin op de bank en ik pakte die. Toen reden wij langs een jongen af en de jongens zeiden tegen mij: “sla ‘m tegen z’n kop aan”. Ze zeiden dat nog drie keer achter mekaar. Toen hebben ze me overgehaald. Ik deed het raam open. De erge keer, de keer dat er twee jongens op de fiets zaten (rechtbank: verdachte bedoelt het incident op zaterdag 25 januari 2014), ging ik er uit hangen en toen reden wij er langs af. Ik had die golfclubstick in mijn hand en die klapte toen tegen zijn hoofd aan. Dat heb ik allebei de keren gedaan. Dat is een beetje hetzelfde gegaan. Ze hebben me steeds op zitten naaien. Ze zeiden “dat durf je niet”. Toen heb ik het raam opengedaan. De minder erge keer ben ik er niet uit gaan hangen. [verdachte] bleef achter deze jongen rijden. En toen reden wij er langs af en toen raakte ik ’m.

[verdachte] zat achter het stuur. De auto reed zo hard als die fietsers reden.

Toen het gebeurd was zeiden ze allemaal “dat was dik”, ze vonden dat allemaal mooi toen ik dat deed. [verdachte] begon gewoon te lachen5.

- de verklaring van verdachte:

Op 24 januari en 25 januari 2014 is er vanuit de auto die door mij werd bestuurd, een blauwe Laguna, iemand met een golfclub tegen het hoofd geslagen. Er is ook vanuit de auto gescholden6.

De golfstick was van mij. Die lag in de auto. De golfclub lag die zaterdag nog steeds in de auto7.

- de aangifte van [slachtoffer 2] :

Op zaterdag 25 januari 2014 rond 16:05 uur fietste ik samen met [persoon 3] naar huis. Wij zijn de Houtsestraat op gefietst. Toen wij net van de rotonde af waren hoorden wij iemand “Hé vieze kuthomo’s” roepen. Ik draaide me om en zag op de rotonde een auto rijden. Ik zag dat het rechter achterraam openstaan. Ongeveer een halve minuut later keek ik om en zag een auto op ons af komen rijden. Ik zag een jongen uit het rechter achterraam hangen met een golfclub in zijn handen. Ik hoorde dat de jongen die uit het raam hing zei: “Gewoon doorfietsen”. Ik voelde meteen een harde klap tegen mijn achterhoofd. Ik zag dat het een golfclub betrof aan de bol aan het uiteinde. De jongen die uit het raam hing had donkerkleurig haar en ik zag dat hij heel agressief naar mij keek. Na de klap voelde ik meteen dat er bloed over mijn rug stroomde. Ik heb een snee van 3 à 4 centimeter op mijn achterhoofd, er zit een flinke zwelling op mijn hoofd, en ik heb een hersenschudding8.

- de verklaring van [persoon 3] :

Wij fietsten op 25 januari 2014 omstreeks 16:00 uur naar huis Vanuit een rijdende auto werd naar ons geschreeuwd, iets van “kutkinderen” of “homo’s”. De afstand tussen ons en de auto was ongeveer 20 à 30 meter. We hebben De Barrier links van ons en zijn daar de straat in gefietst. De auto sloeg niet meteen linksaf, maar heeft nog een keer over de rotonde gereden voordat hij in de richting van De Barrier reed. Mijn vriend fietste links van mij. De weg is zo ingericht dat er een rijbaan is voor de voertuigen en dan een berm in het gras en daarnaast een fietspad. Ik heb na de mishandeling nog autosporen in het gras zien staan in een bocht ter hoogte van de plek waar mij vriend is mishandeld. Ik hoorde dat er een auto achter ons reed. Ik keek om en zag dat de auto heel dicht bij was. Ik zag een stick uit het raam hangen. Het was een ijzeren stang met daaraan een knots. Voordat ik iets door had, sloegen ze mijn vriend er mee. Ik zag dat de auto heel erg hard wegreed9.

Bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 1 primair en feit 2 primair.

Poging doodslag of poging toebrengen zwaar lichamelijk letsel?

De rechtbank stelt voorop dat voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg -zoals hier de dood of het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel- aanwezig is indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dit gevolg zal intreden.

De beantwoording van de vraag of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Daarbij komt betekenis toe aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten.

Uit het strafdossier en het verhandelde ter terechtzitting blijkt dat medeverdachte [medeverdachte] beide slachtoffers één keer met een golfclub tegen hun achterhoofd heeft geslagen. De golfclub waarmee hij heeft geslagen, is niet teruggevonden. Hoewel medeverdachte [medeverdachte] en diverse getuigen verklaren over een ijzeren golfclub (met een bol) is niet komen vast te staan uit welk materiaal de golfclub daadwerkelijk heeft bestaan. De getuigen hebben de golfclub die zij beschrijven van een afstand gezien, maar niet vastgehouden. [medeverdachte] kon omtrent de golfclub geen nadere details geven. Verder staat vast dat medeverdachte [medeverdachte] zich in een rijdende auto bevond, terwijl ook beide slachtoffers zich rijdend voortbewogen op een fiets in dezelfde richting als die waarin de auto reed. Met welke kracht [medeverdachte] al dan niet hangend uit het raam van de auto heeft geslagen blijkt niet uit de bewijsmiddelen. Beide slachtoffers zijn door de klap tegen hun achterhoofd van de fiets gevallen. [slachtoffer 1] had een wond op het achterhoofd, last van hoofdpijn en concentratieverlies. [slachtoffer 2] had een hoofdwond van vier centimeter, hersenschudding, last van hoofdpijn, nekklachten, duizeligheid en concentratieverlies.

De rechtbank is van oordeel dat, hoewel er zeker sprake is van zeer risicovol handelen, niet de aanmerkelijke kans heeft bestaan dat de slachtoffers als gevolg van de bewezen verklaarde gedragingen van de medeverdachte en de omstandigheden waaronder hij die gedragingen heeft gepleegd zouden worden gedood. De rechtbank betrekt daarbij dat niet is vastgesteld uit welk materiaal de golfclub bestond en met welke kracht de medeverdachte heeft geslagen. Verder kent de rechtbank, zonder de gevolgen voor de slachtoffers te willen bagatelliseren, betekenis toe aan het feit dat in beide gevallen het letsel, weliswaar fors, maar niet dusdanig zwaar was dat moest worden gevreesd voor het leven van de slachtoffers. De rechtbank zal verdachte daarom van de ten laste gelegde pogingen doodslag vrijspreken.

Wel is de rechtbank van oordeel dat wanneer een fietser, vanuit het raam van een rijdende auto met een golfclub tegen zijn hoofd wordt geslagen, de aanmerkelijke kans bestaat dat die fietser zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht.

Medeplegen?

De rechtbank ziet zich geplaatst voor de vraag of [medeverdachte] alleen een verwijt treft of dat er sprake is van medeplegen door verdachte, de bestuurder van de auto. Medeplegen veronderstelt een bewuste en nauwe samenwerking tussen [medeverdachte] en verdachte, welke samenwerking moet zijn gericht op de pogingen om beide slachtoffers zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.

Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van de verdachte het volgende af. Medeverdachte [medeverdachte] werd in de auto opgehitst door de andere inzittenden om de fietsers tegen het hoofd te slaan. Hoewel geen der medeverdachten [medeverdachte] op dit punt heeft bevestigd, acht de rechtbank de verklaring van [medeverdachte] betrouwbaar en geloofwaardig. Verdachte en de medeverdachten hebben met hun verklaringen getracht hun eigen betrokkenheid te minimaliseren; zo hebben zij ook niet willen bevestigen dat de 13-jarige [medeverdachte] door hen, jongens die allemaal jaren ouder waren dan [medeverdachte] , werd uitgedaagd en is over hun eigen bijdrage in alle toonaarden gezwegen. De verklaring van [medeverdachte] past bij de waarnemingen die aangevers, getuigen en enkele medeverdachten hebben gedaan met betrekking tot de ‘uitgelaten en agressieve’ stemming die in de auto heerste. Op beide dagen werden voorafgaand aan het slaan door [medeverdachte] vanuit de auto scheldwoorden geroepen naar de slachtoffers, waarbij woorden als “homo” en “hé vieze kuthomo’s” niet werden geschuwd. De betrokkenheid van verdachte bij het slaan met de golfclub door [medeverdachte] blijkt ook uit de verklaringen die zijn afgelegd over het rijgedrag van verdachte. Verdachte was de bestuurder van de auto. Beide slachtoffers verklaren dat de auto langzaam/heel dichtbij achter hen aan reed. De eerste dag, vrijdag 24 januari 2015, is verdachte op verzoek van [medeverdachte] dicht langs de fietser gaan rijden, omdat hij wilde gaan slaan. Volgens medeverdachte [persoon 2] heeft verdachte toen een beetje naar rechts gestuurd. Dit herhaalde zich de tweede dag, zaterdag 25 januari 2015. Getuige [persoon 3] zag aan de sporen in het gras van de berm tussen de weg en het fietspad dat de auto (met daarin de verdachten) de berm was ingereden om dichterbij hem en slachtoffer [slachtoffer 2] te kunnen komen.

Verdachte heeft bij herhaling verklaard dat hij niet doorhad wat er achterin de auto gebeurde, mede omdat de muziek altijd hard aan staat en hij geconcentreerd auto rijdt. Gelet op het het hiervoor overwogene acht de rechtbank zijn verklaring geenszins geloofwaardig. Verdachte wist wel degelijk wat er in zijn auto gebeurde en heeft actief bijgedragen aan de door medeverdachte [medeverdachte] gepleegde handelingen. De destijds 18-jarige verdachte [verdachte] heeft als bestuurder van de auto de slachtoffers telkens van achteren benaderd en zo gelegenheid geboden aan de 13-jarige [medeverdachte] om de slachtoffers met de golfclub tegen het hoofd te slaan. Dit gebeurde niet toevallig en per ongeluk, maar opzettelijk en gericht. De 13-jarige [medeverdachte] is door alle inzittenden van de door verdachte bestuurde auto, ook door verdachte, uitgedaagd. Verdachten hebben dan ook zodanig bewust en nauw samengewerkt dat sprake is van medeplegen van het ten laste gelegde door gezamenlijk uitvoering te geven aan het gezamenlijk opzet om de fietsers met de golfclub tegen het hoofd te slaan. Dat verdachte niet zelf alle uitvoeringshandelingen heeft verricht, zoals het daadwerkelijke slaan met de golfclub, doet niet af aan de gedeelde strafrechtelijke verantwoordelijkheid voor die handelingen.

De bewezenverklaring.

Op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de hierboven uitgewerkte bewijsmiddelen en gelet op hetgeen hiervoor is overwogen komt de rechtbank tot het oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte

1. primair

op 24 januari 2014 te Helmond ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met zijn mededader vanuit het portierraam van een door verdachte bestuurde, rijdende personenauto met een golfclub, tegen het hoofd van die naast en/of nabij die auto fietsende [slachtoffer 1] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2. subsidiair

op 25 januari 2014 te Helmond ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met zijn mededader vanuit het portierraam van een door verdachte bestuurde, rijdende personenauto met een golfclub tegen het hoofd van die naast en/of nabij die auto fietsende [slachtoffer 2] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

- gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich meldt bij de reclassering.

Een kopie van de vordering van de officier van justitie is aan dit vonnis gehecht.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman acht de eis van de officier van justitie buitenproportioneel. De raadsman heeft zich verder niet uitgelaten over de aard en de hoogte van de op te leggen straf.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft ernstige strafbare feiten gepleegd. De rechtbank rekent het verdachte in het bijzonder aan dat hij de veel jongere [medeverdachte] (mede) heeft uitgedaagd om de slachtoffers met de golfclub tegen het hoofd te slaan en [medeverdachte] tot tweemaal toe gelegenheid heeft geboden de slachtoffers met de golfclub te slaan waardoor deze een forse hoofdwond opliepen. De slachtoffers hebben nog maandenlang lichamelijke en psychische gevolgen daarvan ondervonden.

Delicten als de onderhavige veroorzaken veel maatschappelijke onrust en leiden tot toename van gevoelens van angst en onveiligheid onder burgers.

Het zeer gewelddadig karakter van deze strafbare feiten laat zien dat verdachte er niet voor terugschrikt om, al dan niet samen met anderen, zwaar geweld tegen andere mensen te gebruiken. Verdachte heeft zich bij zijn strafbaar handelen niet bekommerd om de gevolgen die nog veel ernstiger hadden kunnen zijn. Slachtoffers van dit soort ernstige feiten ondervinden daar vaak ook nog jarenlang last van en de herinnering eraan hindert hen in hun dagelijks bestaan. Uit de ter terechtzitting voorgelezen schriftelijke slachtofferverklaringen blijkt dat dit ook in deze zaken het geval is.

De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden.

De rechtbank zal deze gevangenisstraf straf voor een gedeelte, te weten 5 maanden voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Aan deze voorwaardelijke straf zullen na te noemen bijzondere voorwaarden worden gekoppeld. Omdat verdachte meerderjarig is en ook het volwassenen strafrecht van toepassing is, zal de rechtbank geen begeleiding van de jeugdreclassering meer opleggen. Wel zijn termen aanwezig verdachte een meldplicht bij de volwasennenreclassering op te leggen.

De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De vordering van de benadeelde partij kan naar het oordeel van het openbaar ministerie integraal, hoofdelijk, worden toegewezen.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging refereert zich ten aanzien van de gevorderde materiële schade. De verdediging verzoekt de gevorderde immateriële schade te matigen.

Beoordeling. De rechtbank acht de vordering van benadeelde partij in haar geheel toewijsbaar als vergoeding van rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade. De gevorderde immateriële schade komt de rechtbank billijk voor en wordt dienovereenkomstig begroot op EUR 2.000,-. De gevorderde materiële schade is niet weersproken. De gevorderde immateriële schade (EUR 2.000,-) en de gevorderde materiële schade met betrekking tot de broek (EUR 59,95) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict, te weten vanaf 24 januari 2014, tot de dag der algehele voldoening. De overige gevorderde materiële schade (reiskosten EUR 43,26) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het indienen van de vordering, te weten vanaf 9 juli 2014, tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. De gevorderde immateriële schade (EUR 2.000,-) alsmede de schade aan de broek (EUR 59,95) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

De overige gevorderde materiële schade (reiskosten EUR 43,26) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 juli 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Motivering van de hoofdelijkheid.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededader samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] .

Het standpunt van de officier van justitie.

De vordering van de benadeelde partij kan naar het oordeel van het openbaar ministerie integraal, hoofdelijk, worden toegewezen.

Het standpunt van de verdediging.

De verdediging refereert zich ten aanzien van de gevorderde materiële schade. De verdediging verzoekt de gevorderde immateriële schade aanzienlijk te matigen.

Beoordeling. De rechtbank acht de vordering van benadeelde partij toewijsbaar als vergoeding van rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade: de gevorderde immateriële schade (EUR 2.000,-) en de gevorderde materiële schade met betrekking tot schade aan de fiets (EUR 158,-), inkomstenderving (EUR 315,-), verloren verlofuren (EUR 115,77), contributie sport (EUR 35,62) en reiskosten (EUR 82,52). De gevorderde immateriële schade komt de rechtbank billijk voor en wordt dienovereenkomstig begroot op EUR 2.000,-. De gevorderde materiële schade is niet weersproken. De immateriële schade en de schade aan de fiets, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf datum delict, te weten vanaf 25 januari 2014, tot de dag der algehele voldoening. De overige gevorderde materiële schade te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf ondertekening van de vordering, te weten vanaf 23 mei 2014, tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert. De gevorderde immateriële schade en de schade aan de fiets vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening. De gevorderde overige materiële schade te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 23 mei 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Aangezien aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij komt te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Motivering van de hoofdelijkheid.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met een ander heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededader samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 45, 47, 57, 60a,302.

DE UITSPRAAK

Verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1 primair:medeplegen van poging tot zware mishandeling.T.a.v. feit 2 primair:medeplegen van poging tot zware mishandeling. Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf(fen) en/of maatregel(en).

T.a.v. feit 1 primair, feit 2 primair:Gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27

Wetboek van Strafrecht waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt en

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door de reclassering;

- zich binnen twee dagen na het onherroepelijk zijn van dit vonnis zal melden bij de Reclassering Nederland, locatie Eindhoven aan de Polluxstraat 114, en zich hierna gedurende de proeftijd zal blijven melden, zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht,

waarbij de Reclassering Nederland, Regio's-Hertogenbosch, Eekbrouwersweg 6,

5233 VG te 's-Hertogenbosch, opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de

naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te

begeleiden.

T.a.v. feit 1:

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van EUR 2103,21 (zegge: tweeduizendeenhonderddrie euro en eenentwintig cent ), te weten

EUR 2000,- immateriële schadevergoeding en EUR 103,21 materiële schadevergoeding (post: broek en reiskosten).

Het toegewezen bedrag van de immateriële schade en van de broek (EUR 59,95) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Het toegewezen bedrag van de reiskosten (EUR 43,26) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 juli 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door zijn mededader is betaald.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

T.a.v. feit 1 primair: Maatregel van schadevergoeding van EUR 2103,21 subsidiair 31 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] ,van een bedrag van EUR 2103,21 (zegge: tweeduizendeenhonderddrie euro en eenentwintig cent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 31 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van EUR 2000,- immateriële schadevergoeding en EUR 103,21 materiële schadevergoeding (post: broek en reiskosten). Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zo ver dit bedrag door zijn mededader is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Het bedrag van de immateriële schade en de schade aan de broek (EUR 59,95) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Het bedrag van de reiskosten (EUR 43,26) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

9 juli 2014 tot aan de dag der algehele voldoening

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

T.a.v. feit 2 primair: Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] .

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van EUR 2.706,91 (zegge: tweeduizendzevenhonderdenzes euro en eenennegentig cent), te weten EUR 2000,- immateriële schadevergoeding en EUR 706,91 materiële schadevergoeding (posten: inkomstenderving, verloren verlofuren, contributie sport, schade aan de fiets en reiskosten).

Het toegewezen bedrag ter zake immateriële schadevergoeding (EUR 2000,-) en schade aan de fiets (EUR 158,-) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Het toegewezen bedrag ter zake de overige materiële kosten (inkomstenderving, verloren verlofuren, contributie sport en reiskosten) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

23 mei 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door zijn mededader is betaald.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Maatregel van schadevergoeding van EUR 2706,91 subsidiair 37 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] van een bedrag van EUR 2706,91 (zegge: tweeduizendzevenhonderdenzes euro en eenennegentig cent ), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 37 dagen hechtenis. Het bedrag bestaat uit een bedrag van

EUR 2000,- immateriële schadevergoeding en EUR 706,91 materiële schadevergoeding (posten: inkomstenderving, verloren verlofuren, contributie sport, schade aan fiets en reiskosten). Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door zijn mededader is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

Het bedrag van de immateriële schade en de schade aan de fiets (EUR 158,-) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 januari 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Het bedrag van de overige materiële schade (inkomstenderving EUR 315,-, verloren verlofuren EUR 115,77, contributie sport EUR 35,62 en reiskosten EUR 82,52) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 mei 2014 tot aan de dag der algehele voldoening.

Indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij te vervallen en andersom, indien verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, komt daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat te vervallen.

Opheffing van het tegen verdachte verleende bevel voorlopige hechtenis met ingang van heden. Deze voorlopige hechtenis is op 2 mei 2014 reeds geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.M. Kooijmans-de Kort, voorzitter,

mr. N.I.B.M. Buljevic en mr. A.M.R. van Ginneken, leden,

in tegenwoordigheid van L.F.M. Schulte, griffier,

en is uitgesproken op 26 oktober 2015.

Mr. A.M.R. van Ginniken is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 284 van eindpv I.

3 Proces-verbaal van verhoor [persoon 1] , pp. 174-175 van eindpv I.

4 Proces-verbaal van verhoor van [persoon 2] , p. 231 van eindpv I.

5 Woordelijke uitwering van studioverhoor van medeverdachte [medeverdachte] , p. 55-94 van eindpv I.

6 Proces-verbaal van de terechtzitting van 12 oktober 2015.

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 143-144 van eindpv I.

8 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] , p. 304-305 van eindpv I.

9 Proces-verbaal van verhoor getuige [persoon 3] , p. 323-325 van eindpv I.