Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBOBR:2015:5917

Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak
19-10-2015
Datum publicatie
04-01-2016
Zaaknummer
14_4557
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

WOZ. Beroep niet-ontvankelijk. Identiteit van degene namens wie beroep is ingesteld niet kenbaar vóór afloop van de beroepstermijn.

Wetsverwijzingen
Wet waardering onroerende zaken
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2016/20
Belastingblad 2016/72
FutD 2016-0065
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 14/4557

uitspraak van de meervoudige kamer van 19 oktober 2015 in de zaak tussen

[persoon 1] , te [woonplaats] ,

[persoon 2] , te [woonplaats] ,

[persoon 3] , te [woonplaats] ,

[persoon 4] , te [woonplaats] ,

[persoon 5] , te [woonplaats] ,

[persoon 6] , te [woonplaats] ,

[persoon 7] , te [woonplaats] ,

[persoon 8] , te [woonplaats] ,

[persoon 9] , te [woonplaats] ,

[persoon 10] , te [woonplaats] ,

eisers,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Laarbeek, verweerder.

Procesverloop

Bij beschikking van 28 februari 2014, vervat in een op die datum gedagtekend aanslagbiljet, heeft verweerder op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak, plaatselijk bekend als [adres] (hierna: de onroerende zaak), per waardepeildatum 1 januari 2013, naar de toestand op 1 januari 2014, voor het kalenderjaar 2014, vastgesteld op € 1.935.000. In dit geschrift is tevens de aanslag onroerende-zaakbelastingen (OZB) voor het kalenderjaar 2014 bekend gemaakt.

Bij uitspraak op bezwaar van 13 november 2014 (de bestreden uitspraak op bezwaar) heeft verweerder de waarde van de onroerende zaak gehandhaafd.

[persoon 11] heeft als gemachtigde een beroepschrift ingediend.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 september 2015. [persoon 11] is verschenen. Verweerder (drs. K.G. Stenger) is eveneens verschenen.

Overwegingen

1. De rechtbank ziet zich allereerst gesteld voor de vraag of het beroep ontvankelijk is.

2. Ingevolge artikel 6:5, eerste lid, onder a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient een beroepschrift de naam van de indiener te bevatten.

3. Volgens vaste rechtspraak wordt de omstandigheid dat beroep wordt ingediend namens een (rechts)persoon van wie tijdens de beroepstermijn de identiteit niet kenbaar is dan wel namens de verkeerde (rechts)persoon, niet beschouwd als een vormverzuim dat op grond van artikel 6:6 van de Awb kan worden hersteld. Dit brengt mee dat de identiteit van degene namens wie beroep wordt ingesteld, vóór afloop van de beroepstermijn kenbaar moet zijn. De rechtbank wijst in dit kader op bijvoorbeeld de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 2 juli 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:4883.

4. Verweerder heeft de bestreden uitspraak op bezwaar gedagtekend op 13 november 2014, zodat de termijn voor het indienen van een beroepschrift ingevolge de artikelen 6:7 van de Awb en 26c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen eindigde op 29 december 2014.

5. In het beroepschrift staat, voor zover hier van belang, het volgende vermeld:

[…]

“Hierbij tekent ondergetekende, namens [bedrijf] B.V., beroep aan tegen de uitspraak van de gemeente Laarbeek op het bezwaarschrift op de WOZ-beschikking betreffende het object aan de [adres] , 17 september 2014.”

[…]

Hoogachtend,

[persoon 11] , namens de eigenaar

[…]”

6. De rechtbank stelt voorts vast dat, gelet op de stukken en de zitting, [bedrijf] B.V. en [persoon 11] geen belanghebbenden zijn bij het beroep. Uit het beroepschrift en de daarbij gevoegde uitspraak op bezwaar blijkt niet wie de eigenaar(s) is/zijn van de onroerende zaak. Ook verder zijn er bij het beroepschrift geen stukken, zoals een machtiging, overgelegd, waaruit dit kan worden afgeleid. Bij brief van 27 januari 2015 heeft [persoon 11] de rechtbank een machtiging gestuurd, waarin eisers bij name zijn genoemd.

7. Gelet op het voorgaande is eerst bij de brief van 27 januari 2015 kenbaar geworden dat eisers de eigenlijke indieners zijn van het beroep. Dit is buiten de beroepstermijn. De rechtbank is niet gebleken van bijzondere omstandigheden die een verschoningsgrond in de zin van artikel 6:11 van de Awb opleveren.

8. Het beroep is wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.S. Klerk, voorzitter, en mr. L. Soeteman en

mr. F.J.H.L. Makkinga, leden, in aanwezigheid van Z. Selkan, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 oktober 2015.

griffier voorzitter

De voorzitter is verhinderd

deze uitspraak te ondertekenen.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.